dinsdag 31 mei 2011

Evaluatie schilderles

Afgelopen zaterdag had ik mijn laatste schilderles. En wat vond ik er nu van? Ga ik volgend jaar door, zoals een aantal cursisten te kennen gaven en dat het zo leuk zou zijn als er velen in september door zouden gaan. Ik zei dat ik de zomer er eens over heen zou laten gaan en het nog niet wist.

Ja, ik heb er wel van alles geleerd: met houtskool, acrylverf, olieverf en waterverf werken. De verschillende eigenschappen daarvan en het verschil in techniek dat dit oplevert. Behartenswaardig om toe te gaan passen. In de winter deed ik dat ook en beleefde genoeglijke uurtje tegen de verwarming, in een kamertje boven. Maar nu is het zomer en dan komt het er niet van. Al ga ik wel, al kamperend, mijn waterverfsetje weer meenemen en een aquarelpapierblokje kopen.

Maar moet je daarvoor dan nog op cursus? Die laatste keer zei ik tegen B. de docent, die kwam kijken dat ik 'even lekker aan het kliederen' was. Maar ik herken wel jouw hand erin, zei hij. Bij de nabespreking beperkte hij zijn commentaar dat, door ook rood te gebruiken, er warmte in de schildering zat ondanks de vele groene kleuren. Het was van een fotootje van Bali: rijstvelden met water tot de horizon. Ik vind het mooi! riep een cursist. Ja, ik ook, zei B. 'Je schildert lekker vrij', zei een ander, die nog eens van dichtbij ging kijken.

Als ik eenmaal bezig ben, vind ik het heerlijk om te doen. Je komt in een soort roes. Ik ben géén type om maanden met hetzelfde bezig te zijn, heb niks met modellen, mensen zullen er bij mij niet verschijnen, ik ben géén realistische tekenaar of schilder. Het gaat me om de sfeer en de kleur en een soort ritme wat ik ontwaar in de dingen die ik zie.

maandag 30 mei 2011

Mary Poppins

Ik heb er weer eentje gevonden hoor, zo'n wegbereidster waar het woord God eventueel, maar helemaal niet noodzakelijk goed in kan floreren. Ofwel anders bekeken: een verhaalfiguur waar je wat aan hebt als je uit je alledaagse context vol nut, ijver, status, geld en aanzien wil ontstijgen, letterlijk in dit geval, gedragen door een parapluutje en de wind: Mary Poppins! Gisteravond was ik in het Circustheater in Den Haag: heel erg de moeite waard.

Ach, het lijkt zo'n luchtig verhaaltje van een sprookjes nanny die komt aanwaaien bij twee kinderen in London, die een vader hebben die bankier is en alleen maar aan werk-werk-werk denkt en een moeder die ooit in het theater werkte en zich nu moet verzoenen met de rol van echtgenote-van. Het ís ook een luchtig verhaaltje, maar tegelijkertijd klopt de dieptelaag óók. Mary Poppins komt in een gezin, voor een poosje, zolang ze haar nodig hebben en dan vertrekt ze weer. Ze is bevriend met Bert een toverachtige schoorsteenveger, die al tekenend nieuwe werelden schept.

Ze gaat met de kinderen aan de wandel, op zoek naar een spel. Samen met Bert gaan de beelden in het park leven en alles wat grauw is verandert in kleur en fleur. Een andere keer ontmoeten ze een vogelvrouwtje op de trappen bij de kerk, die voor een duppie vogelvoer verkoopt voor hongerende vogeltjes, een kwestie van leven en dood. De kinderen vinden haar een gek en een voddenbaal, maar Mary Poppins verordent ze verder te kijken dan wat ze zien.

Er wordt stil gestaan bij de betekenis van taal. Ja heus. Ze komen bij een circustent waar ene Corry, een dikke, Surinaamsachtige mama tezamen met maffe feestelijke figuren, in kleurige flessen woorden en taal verkoopt: roddel en kletspraat, discussie en achterklap. Maar ze is door de voorraad goede woorden heen. Ze heeft nog een pot met letters en daaruit komt het grote leidende onzin-woord dat de musical draagt dus tegelijk het belangrijkste woord is, een combinatie van bescheiden en bombastisch. De mensheid zou ervan opknappen als ze alleen dit woord gebruikten: SUPERCALIFR ASILISTICEKSPIALIDASTIES.

Bert de schoorsteenveger leeft tussen het schemer en het licht, woont onder de sterren met de vogeltjes, is een nederig man, maar een handdruk met hem, brengt geluk: "een hand vol roet, is een hand vol magie."Op het einde bestormt een heel leger schoorsteenvegers het huis van de kinderen en betovert hen allen. De vader gaat vliegeren met zijn zoontje en moeder wordt weer actrice.

Mary Poppins kan vertrekken: ze is niet meer nodig. In het Circustheater zat iedereen ineens onder een sterrenhemel en Mary vloog met haar parapluutje over iedereen heen. De computer is vanzelf van kleur verschoten en ik laat het maar zo: Leve Mary!

zaterdag 28 mei 2011

Gods kind

Gisterenavond was het wel apart bij de meditatie. Want E., mijn wekelijkse 'oppaskind' van geboorte tot middelbare school, was aanwezig. Pasgeleden bereikte ze de leeftijd van twintig, de ooit ingestelde ondergrens voor het meditatiepubliek en ze vroeg of ze mocht komen kijken. Maar natuurlijk! Daar zat ze ineens, op zo'n bankje, een lange slanke jonge vrouw en ik realiseerde me haar nog nooit in een ander gedeelde context te hebben meegemaakt, dan bij haar thuis, bij mij thuis of weleens winkelende.

En zij zag mij ineens in een andere gedaante! 'Was je er nog zenuwachtig voor?' vroeg ze na afloop. 'Nou, ik vond het wel leuk spannend, maar ik was niet écht zenuwachtig', zei ik. 'Wat vond je ervan? Vond jij het niet raar om mij ineens zó bezig te zien?' 'Nee,hoor, het past wel bij jou', zei ze,' ïk ben ruimdenkend". Ze vond dat de stilte helemaal niet lang duurde en ze vond het wel 'apart'. Nu vroeg ze me of ik dan toch geen zuster wilde worden en dat was weer eens wat anders dan de vraag die ze altijd standaard stelt, of ik nog een leuke man of vrouw was tegengekomen. Ze is waarschijnlijk de enige die me beide zonder blikken of blozen vraagt en ook een rechtstreeks, eerlijk antwoord verwacht.

De meditatie ging over Psalm 15. Een mooie, korte psalm. Mensen van wie R. de abdis het nou helemaal niet verwachtte, zeiden na afloop, dat het toch jammer was dat ze het niet nog eens konden overlezen. Misschien moesten we het toch maar eens bundelen, die psalmenreeks, zei R. Ach, waarom ook niet? Ik mijmerde wat over de tent die wij kunnen maken, waar ruimte voor God is, tenten die we opslaan op steeds veranderende, wisselende en nieuwe plekken. En de zegenwens nam vast een voorschot op veel buiten zijn en refereerde naar het Zonnelied:

Gezegend jouw handen
jouw aandacht en intentie.
Moge zij een tent willen bouwen
waar het goed toeven is
voor jou en je naasten,
waar ruimte voor God is.

Moge je wonen met God
elke mens op aarde
een eigen waarde
rondom een brandend vuur.
Zuster, broeder,
Zon, maan, sterren,
het water en de wind:
Gods kind.

donderdag 26 mei 2011

Too late?

Als ik in Amsterdam woonde, dan zou ik er vannavond wellicht naar toe gaan: in Paradiso is een Tribute to Carole King. De elpee Tapestry bestaat 40 jaar. Na de pauze zingen 4 Nederlandse zangeressen de hele plaat op volgorde. Tapestry!, die ken ik ook zowat uit mijn hoofd. Ik zocht het weer op. Ach ja... de ene zijde is helemaal gerafeld van de tijd toen ik nog poezen had en zij de elpees als krabpaal ontdekten.


Ik heb deze niet eens zelf gekocht. Ik woonde nog thuis en was het niet Vader die deze in huis bracht? Ik herinner me dat deze ineens met elpees aankwam, de Beatles, Simon& Garfunkel, een dubbelelpee die Fill your head with rock heette en een liedje Give a life, take a life van een groep die Spirit heette, denk ik nu, die had een hallucinerende werking op mij. Een van de eerste liedjes die ik in herhaling almaar draaide op mijn grammafoon die op dikke batterijen werkte. Zo'n herinnering vind je dan, al zoekend naar elpees, terug. Vader was socioloog en politicoloog op de rode universiteit: had hij ineens een idee dat popliedjes de wereld konden veranderen en haalde hij het daarom in huis?

Tapestry is een oerplaat: het begin van de traditie van vrouwelijke singer-songwriters. Dat kun je je bijna niet meer voorstellen, nu. Maar nog steeds inspireert deze LP nieuwe generaties aanstormend talent. 'Een magische plaat, waarbij alles op z'n plek is gevallen, dat heb je soms in de geschiedenis, dat alles klopt', zegt de voor mij onbekende Charlie Dée die vanavond ook zingt. Men wordt oud: dat van vroeger ken je van haver tot gort en het nieuwe bereikt je niet meer...

Op Tapestry heet een liedje It's too late.
It's too late baby, now it is too late, allthought we really did try to make it.
Something inside has died and I just can't hide and I just can't fake it...
Vroeger was dit voor mij een liedje over de grilligheid van gevoelens, die zomaar konden veranderen, zonder dat je daar veel aan kon doen. Nu met het klimmen der jaren denk ik: wát gaat er dood? Wat kun je niet meer verstoppen of doen alsof het er nog is?

Nee, dit gaat niet over het gevoel, dit gaat over het gedrag. Als je eenmaal van iemand houdt, dan blijft dat, dát verandert niet: de essentie van iemand die op de een of andere wijze jouw ziel geraakt heeft, dat blijft altijd bij je. Wat veranderd zijn de rommelige tijden, dat iedereen met tijd morst alsof je die eeuwig zult bezitten. Mensen zijn niet altijd trouw aan hun eigen essentie en jij hebt niet altijd de middelen tot je beschikking om toegang te krijgen tot die essentie. En zo kan jouw handelen veranderen. Een oud gedragspatroon binnen in je sterft en het nieuwe wordt niet zomaar geaccepteerd door een ander... Dan is het Too Late.

Maar als je samen geluk hebt, dan verandert het oude in iets anders en nieuws, dan was het sterven nodig om te kunnen verrijzen in een andere gedaante: metamorfose. Een liefde kán veranderen in een vriendschap en een vriendschap in een liefde. De ongelijkheid in ouder-kind relaties, kán veranderen in een gelijkwaardige relatie waar beide een soort vrienden van elkaar worden. Men kan intreden in een klooster, weggaan en weer op een andere wijze verbonden raken... enzovoort. Eigenlijk is het nooit Too late.




woensdag 25 mei 2011

Flirten met God (2)

De reacties van gelovige zijde op het idee Flirten met God van Koert van der Velde is wel zeer voorspelbaar. Die vinden dat niks: religie zonder geloof. Vandaag stond er in Trouw, dat dit hetzelfde is als bier zonder alcohol, niet echt dus. Doet de anti alcohol lobby zo zijn best om te vertellen dat je ook een feestje kunt maken zonder alcohol, komt er van gelovige zijde zoiets van: het leven is niet te vieren zonder. Om geloof met alcohol te vergelijken is wel heel pikant.

Al die gelovigen hebben zo'n rotsvast idee dat er iets concreets en tastbaars komt van gene zijde. Alsof je het zomaar kunt vast pakken. Colomnist Suurmond, eerder in Trouw zegt: Flirten?.... blauwe plekken dien je te krijgen! Wat ik mis is een gevoeligheid voor het ontzagwekkenden geheim dat er in het woord God besloten ligt. Een geheim dat ook verwijst naar ons bestaan, dat ten diepste geheimnisvol en wonderlijk is. Wij weten niks, we vermoeden en in ons zit een beeld besloten van wat wij nog kunnen worden, maar nog lang niet zijn.

Twee gedichten van Ida Gerhardt die ik vanochtend in mijn tuintje las, die komen daar dichtbij. Ze staan aan weerzijden van een pagina in de bundel De Adelaarsvarens (1988)

Langzaam opent zich het inzicht
dat een werkelijk vers iets levends
is, van stonden aan een wonder.

Langzaam opent zich het inzicht
dat het licht van binnenin is
wat die wisseling geeft van tinten.

Langzaam opent zich het inzicht
dat geen mensenkind kan weten
waar de herkomst van het vers ligt.

En aan de andere zijde staat:

Kostbaar is mij alles van u;
ik nader het niet dan met schroom.
Maar ik buig onvoorwaardelijk het hoofd
voor wat eigenlijk niet is voltooid;
alsof het nog woont in de droom,
alsof het nog is in het vlies.
- Het onvoldragene dat leeft
in de schoot van de moeder; het heeft
bewogen, het kondigt zich aan.

dinsdag 24 mei 2011

Samson

Afgelopen zondag heb ik drie uur lang naar het glas in loodraam van de Anthonis van Padua Kerk in Nijmegen gekeken. Pas na een uur zag ik dat de lichtbruine Jezus die aan het kruis hangt in een blauw hemelse achtergrond, in werkelijkheid in de armen van Maria ligt. Zij omsluit met haar gewaad zijn gehele wezen. Toen zag ik ook dat de onderste helft van het raam niet zomaar wat aarde bruin- met- groen was: er kronkelde een slang omhoog vanuit een mens die zijn armen in wanhoop omhoog strekt.


Wat jammer toch, dat er in de christendom een leer ontwikkeld is dat Jezus de Verlosser van de mensheid is en aan het kruis is genageld om te sterven voor de zonden van de mensen, een soort voor-wat-hoort-wat theorie. Want het had ook kunnen zijn, zoals dit glas in lood raam ook vertellen kan: wie lijden en verdriet wikkelt in mededogen en zachtheid die kan niet aangetast worden door de slang; de woede, wrok, hardheid en bitterheid. Dán kom je dichtbij de boeddhistische leer: het leven is lijden, maar het is mogelijk om hieruit mededogen te ontwikkelen voor jezelf en ieder ander levend wezen.

Enfin. Ik zat niet zomaar drie uur daar te mediteren ofzo: ik luisterde naar het oratorium Samson van Haendel, uitgevoerd door twee koren, het liefdesliederenkoor Oosterbeek en het kamerkoor Sotto Voce, waar P.een van de altstemmen is. Er was een barokorkest met authentieke instrumenten en 4 solisten, allen o.l.v Marc Buijs. Wat een prachtig, heftig stuk! Handel componeerde het op het einde van zijn leven, na de Messiah, die veel vaker wordt opgevoerd. Nou, deze mag snel gerehabilteerd worden, want de thematiek is moderner. Het hele verhaal van Samson staat in de Bijbel, in Richteren 13-16.

De muziek van Handel houdt een ondergrondse, krachtige jubel, een lyriek, maar kan ook zeer dramatisch zijn. Op het einde wanneer Samson met zijn laatste krachten, de ogen uitgestoken en beroofd wan zijn haar, de pilaren van de tempel van de Filistijnen omduwt en zelf ook ten onder gaat dacht ik dat horror en rampenfilms bij deze muziek de kunst hebben afgekeken en de huiver van aardbevingen en tsunami's kwam even dichtbij. De dodenmars kwam me ook bekend voor, in een populaire versie.

In acte 2 zingt Dalila, die de liefde van Samson terug probeert te winnen, tesamen met het koor van maagden: To fleeting pleasures make your court, no moments lose, for life is short. The present now's our only time, the missing that our only crime... In de Messiah staat dat hele verlossingswerk van de verheerlijkte Jezus centraal, in Samson gaat het veel meer over de vraag wat wij doen met ons onvermogen en met onze krachten. Dat glas in lood raam dat boven de uitvoerenden het geheel decoreerde, paste daar dus goed bij.



maandag 23 mei 2011

Lange Duinen

Ik wandelde van Station Amersfoort naar Station Soest-Zuid. Langs oude villawijken, langs de achterkant van de dierentuin alwaar een grote dinosaurus tussen de bomen zijn hoofd uitstak, langs heidevelden, zandverstuivingen, grote rode beukenbomen, nooit zo gezien temidden van al het groene loof en de geur van dennebomen daartussen. Ik liep een beetje door en weerhield me van de verleiding om overal languit even te gaan liggen, want om 16.30 zou ik daar B.E.A. & L. ontmoeten die allen uit andere gedeelten van het land kwamen.


Goh, wat liep ik lekker op schema, als het zo doorging zou ik klokslag om half vijf arriveren en dan was ik vast de eerste want we zijn allen niet helemaal dames van de klok. Iets gedachtenlozer volgde ik de rood-witte plakkaatjes van de NS wandeling, langs een gigantische zandvlakte. Ja, ik moest nog een stukje het bos in en dan zou het station moeten verschijnen. Maar het verscheen niet. De bossachages werden eerder dichter, met struiken en struweel. Bij het volgende rood witte paadje zag ik iets eronder staan: pijltje richting Hollandse Rading...

Vlak voor het einddoel had ik dus de verkeerde afslag genomen, het vervolg van de NS wandeling naar dat andere station... Ik kon mezelve wel voor de kop slaan. Wat stom! Nog stommer, dat ik nog in de middeleeuwen leef en ook geen mobiel bij me had, want dan had ik de dames nog kunnen bereiken. Toch liep ik in een spurt door naar het station. Je kon nooit weten, wellicht waren ze er vlakbij gaan picknicken, hetgeen de bedoeling was. Om kwart over vijf kwam ik aan. Geen dame te bekennen. Uitgeput heb ik er op een bankje op het perron een uurtje zitten bijkomen.

Toen besloot ik terugtegaan naar de zandverstuiving. Langs het spoor, een kwartiertje terug. Lange Duinen, heet het en daar at ik heel veel toast en brie, dat stond er nu alleen op het menu. Ik bleef rondspeuren en zag in de verte twee volwassenen regelmatig van de duinen afrollen. Nee, geen bekenden, maar het hád gekund.

Tevoren waren hier heidevelden waar schapen op graasden, maar sinds de uitvinding van de kunstmest voor het akkerland daaromheen was dit niet meer nodig en is de heide afgestoken. De zandverstuivingen die onstonden, werden weer in toom gehouden door er bos te planten. Resultaat: een immens grote zandkuil met veel hoogteverschillen en vliegdennen, omzoomd door bomen.


Ik ben er gebleven tot de zon onderging. In die grote zandbak. Je voelt je er weer kind. Een nieuw gevonden stilteplek, midden in het land. Dat ik nu weet dat deze plek er is, met alleen het geluid van de trein in de verte, af en toe, maakt Nederland op de een of andere wijze, groter.


Alsof je het vanuit die zandbak kunt uitklappen, zoals je ooit als kind begonnen bent met vormjes en zandtaartjes met een plastic schopje. En dan kruip je uit die zandbak en je wordt groot, zó dat je op en neer kunt reizen, lange wandelingen kunt maken en heel veel andere mensen leert kennen. Moet je ze wel ontmoeten, dat wel...