maandag 30 maart 2015

Zwart-blauw-goud-witte jurk

Wat is dat een maffe gewaarwording. Drie van ons zagen een blauw-zwart gestreepte jurk, en twee zagen een goud-wit gestreepte jurk. Precies de verhouding die men wereldwijd op het internet zag. Iedereen was die discussie ontgaan, die kennelijk een hele dag het internet heeft bezig gehouden en wij kwamen erop na de filosofische vaststelling, dat het nu eenmaal zo is, dat niet iedereen hetzelfde ziet en meemaakt bij hetzelfde verschijnsel. 'Net als bij die jurk', zei B.

Uh? ja, dus die jurk. Dus zij googelde de jurk op haar smartphone en duwde de afbeelding voor ieders neus. Wat zie jij? Ja duidelijk, evident: een blauw-zwart gestreepte jurk. Zag ik. En B. ook, en L. ook. Maar toen zag E. het en riep volkomen zeker van haar zaak: ik zie een goud-wit gestreepte jurk! Nee, dat kán niet. En toen bleek G. oók overduidelijk een goud-wit gestreepte jurk te zien.

Dezelfde afbeelding op het mobieltje, met dezelfde lichtval. 'Ik weet ondertussen dat ik 's ochtends een goud-witgestreepte jurk zie en 's avonds altijd zwart-blauw', zei B.  Dat kan dus ook nog. Je vraagt je af of dit alleen maar bij deze jurk kan blijven. Dat kan toch niet? De wereld moet volgepropt zijn met voorwerpen en verschijnselen, die volkomen verschillend worden waargenomen. Alleen weten we dat niet van elkaar.

Er is een wetenschappelijke verklaring voor. Iets met lichtkegeltjes die we verschillend filteren. Wat voor de ene een doffe kleur kan zijn, kan dus voor een andere sprankelen. En kan ook nog eens een andere kleur zijn. Hoe kun je daar nou achter komen? 'Blauw kan voor de ene, de ene kleur zijn en voor een ander, een heel ander en dan kun je het dus wel eens met elkaar zijn, dat je allebei in een blauw huis woont.

Deze gedachte doorgedacht, heeft iets duizelingwekkends. Zo schijnen de meeste mensen te dromen in zwart-wit, ofwel in vele tinten grijs. Wat ik daar nou niet aan snap is, dat je dan toch altijd weet dat je droomt? Die mensen bevinden zich dan toch altijd in een lucide droom? Omdat de 'gewone' wereld tenslotte gekleurd is. Maar zo is het niet. Want de meeste mensen weten nooit in een droom, dát ze dromen. Gek allemaal, heel gek.

Kunst !

In Museum De Fundatie in Zwolle zijn op dit moment twee leuke tentoonstellingen. De ene toont de mega-realistische schilderijen van Tjalf Sparnaay. Ik had ze nog nooit in het echt gezien. Een bakje patat. Een gekookt eitje, half gepeld,  met een zoutvaatje ernaast. Een kroket uit de automatiek. Broodjes gezond, waar de mayonaise, de ui en de tomaat knisperend zacht van het doek afstralen. Een boterham met hagelslag in een transparant papieren zakje, een glazen fles met snoepjes.

Het is meer dan levensgroot en dat roept een gevoel van verwondering op, zoals het werk van Claes Oldenburg. Verwondering voor het hele gewone: al die alledaagse dingen om je heen en het licht dat daardoorheen valt waardoor het gaat spetteren en spatten. En zo letterlijk aangrijpend smakelijk: zin krijgen in die boterham en in zo'n vet frietje met romige mayo.

De andere tentoonstelling heet: In search of meaning. Mensbeelden in globaal perspectief. Een heel verfrissende wijze van kijken, die me hetzelfde plezier gaf als wanneer ik in het Tropenmuseum in Amsterdam loop. Omdat er zoveel verschillende soorten kunstenaars aan bod kwamen, met hun eigen visie wat belangwekkend is als je mens bent. Lidy Jacobs focust op het belang van knuffelbaarheid en erotiek: wie ben je als je nooit bent aangeraakt ? Berlinde de Bruyckere laat op haar beurt het broze en kwetsbare van het menselijk lichaam zien.

Ik vond het mooi dat levensbeschouwing die zich van oudsher met zingeving en mensbeelden heeft bezig gehouden, zijdelings een rol meespeelde. De kunstenaar Antony Gormley, bijvoorbeeld , van huis uit katholiek, beoefent al drie jaar vipassana-mediatie in India en maakte een menselijk figuur van wervelende draden. De ervaring dat de grenzen van je lichaam oplossen en je één wordt met je omgeving wordt zo zichtbaar en voelbaar. De Indiër Riyas Komu is moslim en maakt beelden waar hij verschillende leefsferen met elkaar in contact brengt. Er stond een intrigerend beeld van een betonnen katholieke Jezus, leunend tegen een groot houten voetballend been, dat weer verankerd was in beton, waar je zowel de ster van het communisme en de Amerikaanse vlag bij kon associëren.

Enzovoort... Ik geloof dat ik de wereld zonder Kunst maar een kale en doodse bedoening zou vinden. Dit jaar is er weer Biennale in Venetië. Nu al kan ik voorgenieten om weer op ontdekkingstocht en dwaaltocht gaan, zowel in die kunst als in Venetië.

donderdag 26 maart 2015

Weerwater

Als ik inwoner was van Almere, dan zou ik er helemaal niet blij mee zijn: met de roman Weerwater die Renate Dorrestein erover heeft geschreven. Op uitnodiging van de stad Almere is ze er een jaar author in residence geweest. Mij lijkt het dat je dan hoopt dat iemands fantasie en verbeeldingskracht over Almere en haar omgeving, de stad opstuwt naar nieuwe horizonnen, dat je geïnspireerd kan raken door onvermoede vergezichten of anders diepe ervaringen en belevingen die je in Almere kunt opdoen.

Maar nee, dat gebeurd allemaal niet in deze roman. Dorrestein is, als zichzelve, een van de hoofdfiguren. Ze gaat naar Almere om daar inderdaad een huisje te betrekken, voor een jaar en dan ontstaat er noodweer en de volgende dag is er een verzengende hitte en blijkt Almere omgeven te zijn door een dikke cirkel van mist en iedereen die daardoorheen wil, gaat dood.

Een ware onheilsroman, dus. De overgeblevenen zijn  vooral veel vrouwen, want de mannen waren als forensen elders aan het werk. En de overgebleven mannen zijn de gedetineerden van de gevangenis, aldaar.  Men denkt dat de wereld is vergaan en ze de enige overlevenden zijn. Ik vond het volstrekt ongeloofwaardig. Als ik mij voorstel niet uit mijn stad meer te kunnen, geen elektriciteit meer te hebben en dus geen contact met de buitenwereld kan maken, dan zou ik allereerst blijven hopen, dat er elders in Nederland hetzelfde aan de hand kan zijn: waaruit zou ik kunnen concluderen dat de wereld verder als geheel vergaan is?

Dus de vrouwen spreiden vooral hun benen, om zwanger te kunnen worden van de mannen, die als dekhengsten altijd beschikbaar moeten zijn, de ex-gedetineerden worden uitgeroepen tot clanhoofden, de hele bevolking, ongeveer 5000 mensen worden opgedeeld in groepen die je Naaste Familie wordt. En Dorrestein scharrelt daar als schrijfster rond, die op het overgebleven pen en papier nu de nieuwe kronieken moet gaan opschrijven, in plaats van een roman.

Tijdens lezing, je leest het boek in een paar uur uit, dacht ik telkens: kan er niet ergens een blokfluit klinken? Is er nou niemand die uit al die leegstaande huizen een muziekinstrument haalt? En waarom worden alle boeken verbrand, door die gedetineerden, die te lui zijn om brandhout te sprokkelen? Maar nee, Almere bestaat statistisch gezien uit veel MBO-ers en SBS-6-kijkers, meldt Dorrestein zelf in het boek, en er zijn 3 PVV-ers die mede de dienst uitmaken.

Ik zag mezelf, die ene, halve middag weer in Almere rondlopen. Ik dacht toen: dit is het einde van de wereld, en ben snel weer de trein ingestapt op weg naar Amsterdam. Zo'n gevoel moet ook aan de wieg gestaan hebben van Weerwater. Sneu: ik gun elke middelbare scholier in Almere, die het boek gratis in e-boekversie kan verkrijgen, meldt ze in het nawoord,  een veel fijner en hoopgevender boek.  Hier leer je niks van. Behalve dat je zo snel mogelijk uit Almere moet vertrekken.

woensdag 25 maart 2015

Rare wezens

Mensen zijn toch rare, rare wezens. Richting de ene, de donkere kant, kun je daarvan huiveren: mensen die altijd het donkere en zwarte zien, hoezeer je ook tegen hen in praat, welke gebaren of gestes je ook maakt om hen vertrouwen te geven, een vaste bodem onder hun voeten: ze zakken weg in een moeras van wantrouwen, bedrog, complotten die ze vermoeden. Omdat ze de wereld en de mensen om hen heen niet als betrouwbaar kunnen ervaren, zijn ze dat zelf ook nooit: ze beloven dingen die ze niet na kunnen komen, verdwijnen uit het contact en verschijnen weer en verdwijnen.

Zo'n wijze van doen kan erfelijk zijn. Niet genetisch maar door kopieergedrag: wie geen betrouwbare mensen heeft gekend als kind, zal zelf volwassen niet gauw de aansporing of de uitnodiging ervaren om zélf wel betrouwbaar te zijn. Want dat vraagt trainen, trainen, trainen: ondanks je eerste impulsen en gevoelens zul je moeten leren daarover heen te kijken.  Boven je kleine ik uit te stijgen en reiken naar dat andere verlangen: blijvende warme en trouwe verbintenissen om je heen.

Elke verbintenis telt twee mensen, waarvan jij de ene helft bent. En verbintenissen zijn er in talrijke hoedanigheden. Van vriendschapsband naar liefdesband. Van ouder-en kind-band naar zusterbanden, broederschappen, van collega's naar  huisgenoten naar.... enzovoort. Zo zijn er vele kanten in jezelf die je al dan niet ontwikkelen kan.

Mijn  nieuwste verwondering van het rariteitenkabinet dat de soort mens is, geldt nu eens richting de lichte kant. Hoe ziet het leven eruit als je nauwelijks een zelfbesef hebt? Als je volkomen gericht bent op anderen, als je bij alles wat je onderneemt geen consument wilt zijn, maar het liefst iets constructiefs wilt bijdragen? Als je dus ook nauwelijks het verlangen hebt om iets of iemand vooral voor jezelf te willen 'hebben'? Iets in je blijft dan de onschuld zelve...

I was a stranger in my own skin
7 layers grace and wearing thin
I was a stranger in my own skin
7 layers I've been hiding in.

Er is een aloude oproep om 'pelgrim en vreemdeling' te zijn in het leven. Het houdt je licht, je reist licht, je beweegt je licht voort in het leven. Tegelijkertijd wijst dit liedje van Dotan dat er ook laagjes kunnen zijn waarin je jezelf verbergt. Maar dan moet er eerst een zelfbesef zijn, dat je wilt verbergen.

Klonen

Parks and Recreations
'Maart roert zijn staart': dat is het dit jaar voor mij wel in alle opzichten. De ene dag wandel je op een zonnige Posbank, die zich liet aanzien als een duinlandschap omdat er op alle windstille plekjes mensen aan het zonnen en picknicken waren en denk je wel weer boven jan te zijn, wat grieperigheid betreft. Om vervolgens twee dagen later toch weer onderuit te gaan en pas op het einde van de dag besluit tot een hete douche en dan toch maar languit in bed.

Coma-kijken heet dat, geloof ik:achterelkaar door een serie afspelen, maar omdat ik al al half in coma was van de grieperigheid,  gaf deze serie mij elke keer weer wat adrenaline: Orphan Black , een tip van oppaskind E. Tips maken me altijd nieuwsgierig, ook naar het waarom van degene die de tip geeft. Deze serie is heel thriller-achtig,  maar de pleegbroer van de hoofdpersoon, een nicht van de bovenste plank die trouw, vastberaden en humoristisch alles wat vreemd is tot normale proportie terugbrengt, houdt de kijkervaring licht.

Want vreemd is de serie wel. Je zult  er maar achter komen dat je onderdeel bent van een wetenschappelijk experiment en dat er meerdere klonen van jezelf rondlopen. Dat je gemonitord wordt en dat je sommige klonen ook beter leert kennen. Eerlijk gezegd zou iets in mij dat wel razend interressant vinden. Ik kan heel benieuwd zijn naar meerdere versies van mezelf.

Een andere kijkervaring die ik zonder tip, ditmaal van nichtje V., nooit tot mij had genomen, is Parcs and Recreations. Als ik de begintune hoor, raak ik al in een goed humeur. Je volgt Leslie Nope en haar collega's, die in een provinciestadje de afdeling 'Parcs and Recreations' (dus) runnen. Het grappige is dat je als kijker met een schuin oog erin wordt betrokken. Dan meldt een van de types haar of zijn eigen beweegredenen en wat deze vindt van de anderen.

Leslie Nope is een mengeling van ambitieus, vrolijk, intelligent, een beetje erg naief soms en altijd het goede willend. En dat dan in een voor mij herkenbare omgeving van kleinsteedse ambtenarij: fijn je eigen ding doen, willen groeien en bloeien, maar ook gebonden zijn aan de grillen en grollen van de regels en de mensen om je heen. Die Lelie Nope zou een van de kloon-versies van mezelf kunnen zijn. Evenals Cosmina, in Orphan Black: een onderzoekster in de microbiologie, op zoek naar het geheim van zichzelf.

zaterdag 21 maart 2015

Blauwe levensles

Hè, voelde ik me eindelijk weer kiplekker, die nare griep van december, zeurde lang na, je wordt ouder, zomaar weer helemaal fit lijkt er niet meer in te zitten... of toch wel? ... ja! En prompt de dag erop greep een verkoudheid, keelpijn en algemene griepverschijnselen me weer bij de lurven. Te gezond om daar echt voor in bed te gaan liggen, maar te gammel om werkelijk iets te ondernemen.

Rillerig, spierpijn, de bekende verschijnselen, terwijl je wilt dat alles het gewoon soepeltjes doet, dat je ergens komt. Nu is hier niks aan te doen. Maar ik heb wel besloten om me nergens te tergen of te vermoeien waar het niet nodig is. In concreto: het was zo leuk geweest om die grote puzzel van 1500 stukjes van de Annunciatie van Fra Angelico, waar ik de winter mee door ben gekomen, nu de lente is aangevangen, af te hebben. Dat is-ie ook bijna. Maar weer stokt alles bij het blauw.

Eerder was dat het blauw van Venetiaans water en de luchten, nu is het blauw Maria's japponneke. De hele puzzel is af, op dat kleine gedeelte na. Ik heb er al eens een uurtje ofzo (laat ik niet overdrijven, ik had bijna uren getypt) op  zitten zwoegen. Mezelf toesprekend: nou doorzetten, niet zo slap zijn, gewoon puzzelstukje voor stukje, dan komt het vanzelf goed.

Tenslotte is dat zo'n levenswijsheid die in het algemeen wel werkt: stapje voor stapje, meer kan een dag, een uur, een moment niet verdragen en vragen, meer is er niet. Maar nee, de wijsheid helpt niet bij dit laatste stuk van deze grote puzzel.

Het genoegen van puzzelen is voor mij vergelijkbaar met wandelen: je bent bezig, elke keer zie je wat anders, en bij puzzelen kan ik me mateloos verwonderen over de werking van je brein. Soms pak je, gedachteloos, lijkt het, een stukje uit de grote hoop en je past het perfect waar het wezen moet. Soms wil het even niet lukken, je stopt ermee en de keer daarop leg je , met wat schuiven en draaien  moeiteloos stukken aaneen. Met puzzelen maak je altijd weer ergens vooruitgang, zoals een wandeling in de natuur je ook ergens brengt: en je hoofd wordt er onderwijl heel leeg van.

Behalve bij het blauw. Ik beschouw dat blauw nu maar als die weer plotseling opgekomen griepvirus. Dat is een besluit. Om mezelf niet op te zadelen met nodeloze opdrachten en vermaningen, over uithoudingsvermogen moeten hebben en dergelijke. Ik ga toch ook niet voor mijn plezier in een stinkend, rottig landschap wandelen? Ik breng gewoon al dat blauw weer een beetje hobbelig bij elkaar en dan is de puzzel klaar,  zij het niet perfect. Precies zoals het leven zelf tenslotte ook is.

donderdag 19 maart 2015

Nee en Ja

Ik ben, helaas, denk ik weleens, het type dat altijd kijkt naar het halfvolle glas en niet naar het halflege glas. Helaas, omdat ik me daarmee ook gauw tevreden stel, met iets wat er maar half is. Dan blijf je ook aansukkelen en aanmodderen. Want sommige dingen kunnen er alleen maar helemaal zijn, volledig, zoals je ook niet een beetje zwanger kan zijn.

Dan is kijken naar het halflege glas, veel beter. 'Nee' leren zeggen tegen halfslachtigheid, tegen mensen die hun eigen spel met je spelen, zonder dat zelf meestal door te hebben. Niet kijken naar hun goede intenties (het half volle glas), maar naar dat wat dat doet met jezelf: je wordt uitgehold, zonder aanzien van je persoon raast iemand over en langs je heen. Heel erg een halfleeg glas, dus.

'Nee' leren zeggen: en dan tegelijk op een dieper niveau, toch altijd ook '
Ja'. Nooit opgeven en blijven hopen dat iemand ooit in volle glorie voor je zal verschijnen, dat de wereld een mooiere en betere plek kan worden, dan het nu is. Bij dat Ja, horen andere woorden en beweegredenen: die van het geduld, in stilte blijven waarnemen en alles zo een samenhang geven en dat zo ervaren.

De wereld vol veelzijdige vormen
is voortdurend in beweging
een wind steekt op
alle kleuren van de regenboog ontvangen adem
zoals de wieken van een windmolentje in de zon
niks verwaait
alles heeft samenhang
draait rondom de eigen as,
de kern, de pit,
het witte licht in ons.
Dank.