woensdag 31 januari 2018

Monnikenwerk

Na acht uur bladeren scheppen en met een kruiwagen afvoeren wandelde ik vanaf de speeltuin weer richting de stad. Dwalend: ik zocht de kortste weg naar de bushalte en dat werd een lange, meanderende weg. Er verscheen een heel grote bleke volle maan in een prachtige avondhemel in alle tinten roze, mauve, lila. Ik daalde een beetje af, de speeltuin ligt in het bos wat hogerop, en er kwam een groot geluksgevoel over me.

Alleen dat al vind ik zó bijzonder: dat je gevoelens helemaal niet  kunt sturen of zelf genereren: ineens is het er. Ja, ik vond het heerlijk om met zo’n perfect weer, een zonnetje en een blauwe lucht, bladeren te harken in de speeltuin in het bos.’ Het is echt monnikenwerk’, zeiden twee collega’s tot twee keer toe, ‘nergens aan denken, gewoon maar doen. Als je het straks  om vier uur nog leuk vindt, dan zit je hier goed', zeiden ze. Voor beide is het de favoriete werkplek, van de meerdere locaties waar zij moeten zijn.

Monnikenwerk: met dat woord zit je al goed bij me. Het was ook alsof ik terug in de kloostertuin van het Kapucijnenklooster in Velp was, waar ik heel wat dagen door heb gebracht met mest kruien met een kruiwagen. Je lichaam draagt die herinnering dus gewoon met zich mee, zoals fietsen en vrijen: als je het weer doet, dan lijkt het alsof je het nooit, een poosje niet meer gedaan hebt. En zoals recentelijk: plaatjes draaien, je lichaam is ouder geworden, maar je geest is ook weer die zelf van vroeger, toen je voor het eerst dat koffergrammofoontje aan de praat kreeg.

Ik viel dus weer samen met mijn klooster-zelf, en wellicht gaf dat ook mijn geluksgevoel. En zo zal het dus ongeveer zijn, de komende twee jaar...Tijdens het harken, natte bladeren met de riek opscheppen, de kruiwagen met blad net buiten het terrein weer omkieperen op een steeds maar groeiende bladerenhoop, vloog er telkens een roodborstje met me mee.

maandag 29 januari 2018

Nieuwe gewaarwordingen

Zo, nu zit ik weer behaaglijk tegen de verwarming, die flink aan het stoken  is. Donderdagavond, terwijl ik onder de douche stond, stopte de ketel. Heel gedegen, vind ik van mezelf, heb ik vervolgens, half in mijn nakie, met de gebruiksaanwijzing in de aanslag, het mankement stap voor stap  proberen te verhelpen. De lichtjes gingen weer branden en de schoorsteenvegerstoets gaf uiteindelijk al diep in de nacht aan dat het een half uur duurde en daar wilde ik wel  op wachten, in het ondertussen warme bed van de elektrische deken. Maar na vijf seconden ofzo warm water, stopte die weer.

De volgende ochtend bellen, maar ik zou verder de hele dag niet thuis zijn. Ze kon geen afspraak maken voor in het weekend, dat kon alleen bij de storingsdienst die na half vijf die middag bereikbaar was. Zo werken die diensten binnen één bedrijf dus geheel langs elkaar heen en kunnen ze geen info met elkaar uitwisselen. Zaterdag kon ik dus bellen, maar ik had er geen zin in. Dan moest ik natuurlijk de hele tijd verplicht thuis zitten en mijn weekendrust zou bedorven zijn. Wat een relatief begrip zou kunnen zijn, voor iemand die al twee maanden niet gewerkt heeft.

Ik vond het experiment wel leuk: hoe is dat, drie dagen geen verwarming en geen douche? Nou, met een teiltje heet water en een geurig sopje met amandelgeur en honing erin geklust met een garde als douche en verders dikke truien aan, was er eigenlijk niet veel aan de hand. Je hoofd, dat koud aanvoelde, wordt helderder, dat was een leuke gewaarwording. En ik struinde eens uitgebreid langs alle boekenkasten in de centrale bibliotheek, waar het op een zondag vol zit met mensen die in leesstoelen en leestafels muziek luisteren, boeken, kranten en tijdschriften lezen. Best geanimeerd dus, in mijn tijdelijke warme huiskamer.

Zo vond ik van Nobelprijswinnaar Herta Müller een boek dat één lang gesprek is: Mijn vaderland, een appelpit. Heel erg de moeite waard. Zonet flink in gelezen, terwijl de monteur boven bezig was. Weer een nieuwe gewaarwording: dat ik op zo’n moment, wanneer de leefomstandigheid anders dan gewoonlijk is, ik héél geconcentreerd en snel lees. Ik dacht aan mijn eerste middagen na aankomst op de camping op het Lido, bij Venetië. Dan zit ik weer in mijn campingstoeltje in die mooie groene tuin, met het geluid  van boten en de lagune vlakbij: dan lees ik ook uren achter elkaar, alle zintuigen en verbeeldingskracht op scherp.

Ik wil wel op zoek gaan de komende tijd naar nieuwe gewaarwordingen. Kleine dingen nét anders doen, dan zoals ik, gewoontedier, het gewend ben. Kleine heldere tintelingen, die kunnen aanvoelen als een groot avontuur.

zondag 28 januari 2018

Zondagse mijmering

Tijdens het uitdelen van het brood en de wijn in de kerk speelden twee gitaristen de melodie van The Rose van Bette Midler. Het paste goed bij mijn mijmeringen omdat het liedje voor mij altijd al is gegaan over die grens: over verlangen, over wat er in potentie is, maar nog niet zichtbaar... en daardoor gaat het voor mij ook over....God?... over hij, zij, het, wat in kloosters en kerken present wordt gesteld. Ik wist dat ik dit liedje eerder hier in het blog heb gemeld, en het klopt, al in 2008, 2010, 2013. Ik heb veel op dit liedje gedanst en daarmee het leven gevierd. Zoiets als ‘ter communie gaan’ dus.

Vanochtend dacht ik: en nu heb ik the whole shabang rondom godsdienst en religie wel gehad. Op de middelbare school heb ik me uit de kerk trachten te schrijven, dat lukte niet, ik heb theologie gestudeerd en ontdekt nooit in die kerk te kunnen werken, ik kwam met kloosters in aanraking en ook daar is intense verbondenheid die ik er gevoeld heb, als sneeuw voor de zon verdwenen. En welke roos komt daar dan uit te voorschijn, om in het beeld van het liedje The Rose te blijven?

Kerken en kloosters blijven plekken waar mensen uit de hectiek van de dag in iets anders worden getrokken. Woorden als eeuwigheid of ‘kind van God’ zijn, zijn er vanzelfsprekend. Helaas zegt het niks over de mensen achter de schermen. En helaas is de kerk als maatschappelijk fenomeen een behoudende kracht richting vrouwen en bijvoorbeeld de LHBT-gemeenschap.

Over twee weken komt bisschop de Korte in de kerk, omdat het gebouw 25 jaar bestaat. ‘Hij  kan best inspirerend zijn’, hoorde ik net. 'O, ja?' vroeg ik verbaasd. ‘Ja, nou ja, hij vond het eigenlijk heel erg dat de Roze Viering toch niet in de kathedraal kon. ‘Hij had als enige dat verschil toch kunnen maken’, reageerde ik. ‘Het had wat betekend als het "Ja" was gebleven’. Het blijkt dat zijn handen gebonden waren. Heel veel mensen op belangrijke posten hadden gezegd de functie neer te leggen als... Hij zei dat hij onderschat had hoe erover gedacht werd.

Ik denk nu: dus hij is gezwicht voor emotionele en praktische chantage: Als jij niet doet wat wij willen, dan zijn we héél verdrietig en dan moeten we wel onze functies neerleggen... Juist voor deze onzuivere wijzen van communicatie binnen kerkelijke en kloosterlijke kringen ben ik helemaal allergisch geworden. Mensen die het persoonlijke en de functie of de status met elkaar vermengen, een beroep op je doen om aandacht en meeleven, maar niet thuis geven als het erop aankomt: uitkomen voor je gevoel en je mening en jou ondersteunen.

‘Mijn handen zijn gebonden’, dat ligt in dezelfde lijn als je ogen sluiten. Of afgestompt zijn, dat kan ook, of basale menselijke communicatie nooit goed ingeoefend hebben omdat je te lang leeft in een wereld die niet helder is, waardoor je zelf ook troebel wordt. Daar komt ook die uitspraak van kardinaal Simonis bij Pauw en Witteman uit voort, al in 2010, toen het ging over seksueel misbruik binnen de kerken: Wir haben es nicht gewusst.

Dus welke rozen kunnen er dan wel groeien voor mij onder de sneeuw? Dan doen we het maar met ‘de geest van God’, die groter dan elk mens is. ‘Het is niet voor niets één van mijn lievelingsliedjes’ zei de vrouw waarmee ik net even sprak. En ik nam kennelijk ook niet voor niets deze keer het tekstvel met de liedjes mee naar huis. Om hier het laatste couplet dat vandaag gezongen werd te reproduceren:

In stilte werkt de Geest van God
Stuwt voort met zachte krachten,
Een wijze moeder die ons hoedt,
Een bron van goede machten.
Zij geeft ons moed om door te gaan,
Doet mensen weer elkaar verstaan,
Omgeeft ons als een mantel.


zaterdag 27 januari 2018

Hardwire

Iets in mijn hardwire verandert kennelijk nooit, dacht ik, terwijl ik me bevond in een gigantische grote ‘dameswinkel’, zoals zusje dat noemde, in Den Bosch. Vijf verdiepingen mooie dameskleding met elkaar verbonden door een met dik tapijten ronde trap die er in het midden doorheen wentelde. De favoriete winkel van zusje en het was uitverkoop. Dus ik loop daar lustig door de kleren aan de hangertjes te bladeren. Helemaal niet omdat ik zelf iets zoek, maar omdat ik dat gezellig vind. En vervolgens Zusje uitgebreid melden wat ik ervan vind, als ze weer uit een pashokje verschijnt met een nieuwe outfit. Het is iets Oers, ik deed dat mijn hele jeugd zo, met Moeder.

Daarna de klassieke Jan de Groot zijn Bosche Bollen en ik met een Bosch-gebrouwen biertje dat ‘ Het Opkikkertje speciaalbier 'Het Kwakbolleke’ heette. ‘Dat zijn caloriebommen’, reageerde Zusje, wil je dat wel? Nou, daar let ik dus totaal niet op. Zij opteerde eerst voor een gezond broodje, maar ging uiteindelijk ook overstag. Het was grappig om eens zó in Den Bosch te zijn, de stad ingaan zoals Zusje dat doet, want ik loop altijd een andere route: eerst naar de kathedraal en van daaruit uitwaaieren. Dat is andere hardwire in me: in een vreemde stad zoek ik ook allereerst een grote kerk, basiliek of tempelcomplex op, als ijkpunt, om van daaruit in een stad te dwalen.

Zwager H. had zittingsdag als kinderrechter bij het Paleis van Justitie achter het station en hij gaf een bel dat hij klaar was, dus we spoedden ons terug. Wat een groot en ook indrukwekkend modern complex met een binnenplein, het geeft de burger moed dat er werkelijk zoveel mensen achter al die verlichtte ramen dagelijks bezig zijn met recht-spreken. In de auto appte vriend E., van nichtje L.. of hij mee kon eten. Zusje appte terug, dat dit kon, maar dat het een simpel wokgerechtje was. E. is een vleeseter, zit misschien in zijn hardwire als halve Amerikaan. De champignons in de Japanse wokgroenten zou hij sowieso niet lusten, zei Zusje. Nichtje L. appte dat ze tot zes uur wel bezig was met huiswerk, dus Zusje wipte toch nog snel Appie in, voor een extra bak met kippendijen; dat is ware ‘bijna-schoonmoederliefde’, maar zo heet dat niet meer, tegenwoordig.

Tot onze verbazing was het hele huis donker, toen we aankwamen met de fiets van E.voor het huis gestald. Bij binnenkomst bleek er alleen licht te branden in de geheel vernieuwde super-de-luxe badkamer met de regenhemel-grote douche en het bad, daar waren  heel wat bezoeken aan badkamerspecialisten aan vooraf gegaan, maar dan heb je ook wat, tijdloos en helemaal door zusje ontworpen. Laat dat maar aan mijn familie over, de mix van praktisch, dat het mooi moet zijn, je ervan kan genieten  en er over alles is nagedacht, dat zit weer in de hardwire van mijn familie.

Wat een energie en gevoel voor planning hebben die jongelui toch! Het plan werd ontvouwd aan moeders: ze zouden rondom 21.00 vertrekken naar het huis van E, want die moest de volgende ochtend vroeg een voetbalwedstrijd spelen, nichtje L. zou dan rondom 10.30u in de ochtend weer thuis zijn, zich meteen op het huiswerk storten, dan zouden ze, geloof ik, op het midden van de middag nog ergens heen gaan, dan s’avonds terug voor het avondeten, samen naar Wie-is de Mol-kijken, dan zouden ze bij Nichtje L slapen , brunchen de volgende dag en vervolgens?...ik weet het niet meer. 

De afspraak is, dat ze alleen in het weekend met elkaar slapen, beurtelings in het huis van E. of L. Dit weekend was dus een soort van tussenvorm, door de omstandigheden ingegeven. Na de maaltijd gingen ze eerst nog samen cupcakes bakken. En 's middags hadden ze al aardbeien-smoothie gemaakt. Muziek keihard aan, Riptide van Vance Joy en op mijn vraag of  ze nog een tip had voor een gevoelig liedje, klonk er Breng mij naar het Water van Marco Borsato, ‘het is ook wel een beetje verdrietig liedje’, zei L. Ik beaamde het toen ik het hoorde en dacht aan het sterven van Moeder, misschien denkt nichtje L dat ook wel erbij... Toen zette ze Mooi op en die had ze me al een keertje laten horen. Goede woorden: hoe mooi kan het leven zijn, het  is maar hoe je kijkt, het is maar wat je droomt, hoe mooi is jouw werkelijkheid, jij bent net  zo rijk, zo rijk als je je voelt...

Zusje en ik gingen nog even naar de winkels in B. omdat stom, stom, stom, er nog een plastic beveilingingslabel hing aan notabene de mooiste aankoop van de vijf uit de dameswinkel. Leuk, dat in zo’n dorpse setting al het winkelpersoneel heel meelevend en bereidwillig keek of hun apparatuur het label konden verwijderen. Onverrichter zake kwamen we terug, het rook naar de zoete cupcakes en E. en L. waren die al aan het opsmikkelen, terwijl ze samen keken naar Teenwolf, een serie die Nichtje vroeger erg leuk vond en die ze nu aan E. liet zien, die het ook leuk vond. Ik zag nog een mooi werkstuk dat L. gemaakt had voor het vak Beeldend Vormen. Het ging over Surrealisme en de technieken die je ervoor kunt inzetten. Ze had een tien gekregen. Ik zag een grote kat die met haar krulstaart de volle maan als het ware op haar rug droeg in een heelal met paars-roze vlekken boven op torenhoge wolkenkrabbers. Ik dacht aan Murikami, maar die kende nichtje L. niet.

Toen werd het alsnog haasten, want nichtje L. moest haar kamer nog opruimen eer ze kon vertrekken. En E. liep op en neer van boven naar beneden, met afval en afwas die hij deed. Zusje zei dat ze geen tapijt op de vloer nodig had, want de hele week lag de grond dik bezaaid met kleding. Ik herinner me nu dat in een lezing op de school van L. over het Puberbrein, je daar werkelijk niks aan kan doen, dus nou ja...? In een half uur tijd zo’n kamer opruimen, in plaats van enigszins verspreid over de week daar kun je wellicht wél wat aan doen. Hardwire  kun je wel een beetje méé vormgeven. 😁

woensdag 24 januari 2018

Billie, Fred & Ginger, Fats, Ella & Louis

Op het einde van de avond voordat ik naar boven ga, draai ik ofwel plaatjes of ik zoek op YouTube naar bewegende beelden en dan komt het geluid met bluetooth uit de muziekinstallatie. Muziek beslaat toch echt alle tijden van mijn leven... Nu zat ik in de beginjaren van mijn studententijd. Ik was al fan van Billy Holiday, al op de middelbare school door de film met het levensverhaal van haar, Lady sings the blues, met Diana Ross als Billie Holiday.

Maar ex-vriend H. was op Ella Fitzgerald en we boden tegen elkaar op: ik vond Billie doorleefder en hij vond Ella vitaler en het was allemaal vooral spel en toen kwam hij met het liedje Lets call the whole thing off.  Hij speelde zelf heel goed piano, hij was bijna naar het conservatorium gegaan en naast een affiche van een tonguitstekende Einstein op zijn kamer, hing er een pianospelende Fats Waller. Die heb ik nu voor het eerst gezien, wat een twinkeling en humor heeft die man! Nu snap ik pas dat H. de wijze van spelen van Fats nadeed, wanneer hij met de zijkant van zijn hand de toetsen aansloeg. Waren er toen dan al bewegende beelden van hem beschikbaar? Of heeft H dat gelezen over hem of zag je het op foto’s?

Ik bekeek nu filmpjes van een zingende en dansende Fred Astaire en Ginger Rogers. Ja, die had ik wel al op de tv gezien. Ik had de dansende Fred Astaire van een groot affiche uitgeknipt en hem laten zweven in een gele achtergrond, maar dat was op het einde van mijn studententijd, toen ik met een andere H. veel heb gedanst, dat kon hij goed. Dansen, levenslust en Fred Astaire, tapdansend, dat hoorde bij elkaar. Ik heb ook nog een proefles tapdansen gedaan, maar die zware schoenen bevielen me toch niet zo, dan liever nog een cursus stijldansen, specialiserend in Latin.

Ik zag nu voor het eerst een jonge Billie Holiday zingen in mijn geboortejaar 1958. Wat ongeschonden nog, voor mij staat ze toch vooral voor een zwaar leven vol melancholie met een man die alcoholist was, haar sloeg en zelf raakte ze ook verslaafd. Ik heb veel elpees van haar en die beluisteren, ja dat zijn kleine doorgangetjes naar allerlei gevoelslagen... Tot mijn verrassing blijkt de lp van H. van Ella Fitzgareld en Louis Armstrong, die we veel beluisterd hebben, liggend op zijn bed met buiten de bomen van de kloostertuin van het Albertinum, als geheel op YouTube beschikbaar te zijn! Mijn lievelingsliedje was Moonlight in Vermont.

dinsdag 23 januari 2018

Nonnen en paters

En nu is het me dan van twee kanten komen aanwaaien:  van die vreselijke verhalen over de wreedheid en verwrongenheid van nonnen en paters achter de kloostermuren. Ik hoorde verhalen van inside-out: mijn oren klapperden ervan, dat kan toch niet waar zijn in deze moderne tijden? Dat je niet  zachtjes mag zingen tijdens dagelijkse werkzaamheden, dat je geen eigen mening mag hebben, hoe je subtiel vernederd wordt en dat allemaal in het kader van de Gehoorzaamheid en leren nederig te zijn... Bah.

De volstrekt schizofrene werkelijkheid: het engelengezang in de kapel, hoe gasten je omringen met een waas van heiligheid en zuiverheid en eenvoud, en hoe je dan zelf als gemeenschap gaat denken dat je best goed bezig bent. Een oase van rust en spiritualiteit, maar achter de schermen is het één en al benauwdheid en benepenheid.

En nu hoorde ik hoe die wreedheid dan doorsijpelde in de gewone wereld,  buiten die kloostermuren, tijdens het ontbijtje in het Wijkatelier. Mijn laatste want vanaf volgende week werk ik op de Dinsdag in speeltuin de Leemkuil. Hoe kwam het gesprek nou op nonnen en paters? De speeltuin ligt een beetje in de bossen en ikzelf ken het al vanaf mijn eigen kindertijd en dan de generatie erna: met kinderen en oppaskinderen, het Patersbosje, bij het Canusiuscollege, dat zal de link zijn geweest.

‘Daar liepen ze dan te murmelen met een boek in de hand’, zei G. Haar broertje Wouter was heel geïnteresseerd in de natuur en ging daar op insectenjacht met een buurmeisje. Komt er zo’ n pater en die sleurt hem er weg en die zei: Wéét je dat wel. jij bent een jongen en zij is een meisje, dat kan zomaar niet, jullie zijn heel anders, weet je dat wel? Ja, had hij geantwoord, ik heb zusjes.

Toen bleek dat B. dus in zijn hele  jeugd ook te maken heeft gehad met handtastelijke paters. Maar je werd niet geloofd: jongen dat fantaseer je, dat kan zo niet gebeurd zijn en daarmee was de kous af. G. kon zich herinneren dat zij, ze had maar vier jaar lagere schooltijd gehad, de andere jaren was de schuilkelder in en toen was er na de oorlog  voor meisjes die geen huishoudschool hadden gehad, toch nog een jaar onderwijs in een gebouw met een hele grote zolder. Daar zag ze allemaal schotten en kleine kamertjes. Wat dacht je wat daar gebeurde? zei ze. Het werd gerund door nonnen en paters... Ze had er een vreselijk jaar gehad omdat ze die zolder ontdekt had en van zich afsloeg als een pater te dichtbij kwam.

G.vouwde uit haar tas een artikeltje, dat ze dus altijd bij zich bleek te dragen, zo diep zit het, denk ik dan. Hier zei ze, daar staat precies hoe het was. Ik las zo’n kleine vernedering,  heel vergelijkbaar met wat ik ook gehoord had van inside-out:  hier was het dat je met een zware wereldatlas vijf minuten doodstil voor de klas moest staan en als je het dan onderwijl liet vallen, dan begon de klok van voren af aan te tikken.

‘Maar er zaten toch ook wel goede tussen?’ riep ik uit, ‘ze waren toch niet  allemaal zo?' G. en B. beaamden dat meteen. Ja, er waren ook goeie en lieve, maar veel minder dan de erge. Op de vijftig nonnen en paters, waren er misschien tien wel goed, schatte G. En B. preciseerde  het: ik schat dat er van de  vijftig er zeker vierenveertig niet deugden.... Net als de ouders van B. en G. ben ik geneigd om te denken: het kán niet waar zijn. Maar het is wel waar,  vrees ik. Hoe hemelser de sfeer om je heen is, hoe meer monsters je kweekt. Omdat er niemand is die je met  twee benen stevig op de grond zet.

maandag 22 januari 2018

Tekenen

Je houdt het niet voor mogelijk... Ik kan dat werkelijk voelen als een soort van pijn dat door mijn bloed stroomt. Ik kwam op het hoofdbureau om de vaststellingsovereenkomst te tekenen.

Vraagt de leidinggevende, de jonge vrouw:
- Wil je wat drinken?
- Nou, graag een cappuccino... maar als ik de enige ben, dan hoeft het niet hoor.
- Doen we! En al zou je de enige zijn, dan haal ik ‘m nog graag voor je.
En ze draagt het bekertje eigenhandig naar het vergaderzaaltje.

Onderweg zegt ze: ‘Misschien heb je ondertussen wel een hekel aan me, denk je wat een vreselijk mens!' Ik zeg terug dat ik dit niet vind en dat ook nooit zo over haar gedacht heb. ‘O, gelukkig’ zegt ze. Aangekomen bij het ondertekenkamertje duikt ze weg en kijkt in de kamer ernaast.
- Nee, jammer, die is in gebruik, want daar kon alleen maar daglicht en in deze niet.
Ik zeg  haar dat ik het erg kan waarderen dat ze daarmee rekening houdt.

Nu begrijp ik dat ze alvast een voorschot had genomen op mijn goodwill, want ze had nog een vervelende klus richting mij te klaren. Ik las de overeenkomst door en zag al snel wat ermee aan de hand was. Ik had alsnog, na het dubbele-toon gesprek dat oorspronkelijk over een strafontslag zou gaan, maar ter plekke al omgebogen was naar een onderhandelingsgesprek, en mij de gespletenheid van  de werkgever zeer bezighield, een gesprek waar deze leidinggevende niet bij was, toch nog om vier brutomaandsalarissen erbij gevraagd. Eens kijken, dacht ik, wat er waar is. Van de ook allervriendelijkste woorden die men toen ook uit sprak.

Wanneer ik een jaar eerder met  vervroegd pensioen zou gaan, na twee jaar in plaats van na drie jaar, dan zou ik deze krijgen, was de reactie. Na een heleboel gereken van mijn kant,  besloot ik akkoord te gaan. Ook omdat drie jaar lang bladeren harken toch wel wat vraagt van mijn mentale geduld. Twee jaar is beter te overzien en dan maar een heleboel geld minder per jaar, daarna, maar daarmee was ik ook een jaar eerder vrij. En nu kwam de adder: men had de berekening gemaakt op het salaris dat ik straks ga verdienen, 75 % van wat ik nu heb, en dus niet op mijn huidige maandsalaris.

En toen moest ze wel weer: die akelige vrouw zijn, waarover ze het in het begin had. Dit was het laatste wat ze deden, zo niet dan was het, en daar vielen de woorden  weer: werkweigering en strafontslag. Ik heb duidelijk laten zien dat ik geen keuze had, maar dat het wel een klap in mijn gezicht was. ‘Je moest eens weten hoe uitzonderlijk we al met je omgaan!zei ze , ‘er zijn allemaal beheerders die er geld bij vragen en niemand krijgt het!’ Nou ja, dat neem ik dan maar voor waar aan. En er blijken dus meer beheerders te zijn die uit dienst willen of gaan. Allemaal de oude garde, neem ik aan, die zich niet meer thuis voelen in de volkomen veranderde organisatie, arbeidsvoorwaarden en nieuwe functie eisen.

Ik teken wel, hoor, zei ik. En de pen werd me ongeveer in de hand geduwd door de personeelsfunctionaris, weer een andere dan de twee die ik in het afgelopen jaar heb meegemaakt,bij deze ondertekening... Die beaamde ook nog eens, dat ik, maar heel blij moest zijn met deze overeenkomst, omdat er echt niks meer in zat.
Toen de leidinggevende en ik nog midden in dat over-en-weer zaten: mijn teleurstelling en haar boodschap en ik natuurlijk zei: ‘Wat is dat voor een manier van doen, het is toch zo logisch als wat dat mijn vraag mijn huidige maandsalaris betreft en niet wat het zal gaan worden!’, toen ging haar mobieltje: het was Hugo, de hoogste baas, die zijn handtekening al onder de overeenkomst gezet had: ze moest weg, ze had een overleg met hem. Dat is dus letterlijk saved by the bell...

Na de ondertekening snelde ze de ruimte uit. Ik probeerde haar blik nog te vangen, maar kreeg een lege blik terug. Ontzield, ik heb er geen ander woord voor... Ik vind dit pijnlijk. Het leek  alsof ze zelf nog moest herstellen van het-een-vreselijk-mens-zijn.