maandag 5 april 2021

Plaggenstekerspad, o.a.

Zo. De storm komt vanuit de verte aanwaaien, ik hoor de wind harder loeien, er valt dunne stippel-hagel, getrippel van een vogel op het dak, een merel probeert met een enkel deuntje heel af en toe de lente vast te houden. Ik kan mij voldaan instellen op een dagje binnen, na twee wandeldagen. Mij fijn verliezen in de nog ongelezen graphic novels en wie weet beginnen in de dikke pil, de nieuwst verschenen, het vijfde deel van Robert Galbraith, dat is J.K. Rowling van Harry Potter, maar nu schrijft ze over een privé-detective op één been.

Eergisteren liep ik door het jeneverbesbos, diep in de Hoge Veluwe, voor het eerst met het kleine telefoontje dat ik vooral voor dit doel heb aangeschaft: stél dat ik mijn enkel ofzo verstuik midden in de natuur waar ik de hele dag één enkel mens ben tegengekomen, dan kan ik nu bellen. Een echt senioren-mobieltje met grote cijfers erop, een groene toets om te gaan bellen en rood om te stoppen, een ouderwets telefoongerinkel als je gebeld wordt en op de achterkant een SOS-knop waar je drie nummers in kunt voeren en dan hoef je maar te drukken en dan worden die allen tegelijk gebeld. Die heb ik vooralsnog niet in gebruik, ik ga er eigenlijk vanuit de telefoon nauwelijks in te zetten.

Gisteren deed ik het Klompenpad rondom Hoenderloo, ook wel Plaggenstekerspad genoemd, 12 kilometer door een gevarieerd landschap van bos, hei, weilanden, langs oude villa’s, door vakantiehuisjes-parken en door een particulier terrein dat nu van de jeugdzorg is, maar waar vroeger criminele jongens werden geresocialiseerd.  Ergens een bank van bakstenen met de datum 1912: ‘Aangeboden door jongens en oud-jongens’, zegt een cementen plakkaat dat erin is gemetseld. Midden op het terrein een grote witte villa met een serre, daar woonde de directeur. Daar had hij een uitzicht over het hele terrein en daarom noemden de jongens het: De Loerhut. Ook een gebouw aan de rand waar ze als eerste werden opgevangen en geobserveerd, de tralies voor de ramen zijn nu weggehaald.

Er hing wel een apart sfeertje die mij denken aan mijn Browdale-tijd waar ik op 19-jarige leeftijd mezelf bezig hield met de opvang van kinderen tussen de wal en het schip. Eigenlijk ben ik nu vooral verbaasd dat er kennelijk in Nederland, nog voor de Eerste Wereldoorlog, zoveel criminele jongeren waren dat er een groot terrein op de Veluwe voor hen was. Ik zag ook een fabrieksachtig gebouw;  het doet vermoeden dat er veel gewerkt moest worden. Nu domineerden veel houten speel- en work-out toestellen en een  pluktuin met een moestuin en een boomgaard,  ingericht om de jongeren van nu tot rust te brengen, en er waren sportvelden en stallen voor beesten. Ik denk dat het in de zomer er goed toeven is; deze wandeling zal ik zeker in herhaling gaan maken. Het wandelen naar de aansluiting met de Klompenpadroute op de heide is ongeveer twee kilometer, dus bij elkaar is het een leuke (halve)dag wandeling van 16 kilometer. 

Als afsluiting van Eerste Paasdag keek ik naar de finale van Op zoek naar Maria, ik hou wel van zo’n live musicalprogramma waar de nieuwe Maria von Trapp voor The Sound of Music gezocht werd, at gewokte garnalen met gele  paprika, knoflook en verse koriander en rijst en keek tenslotte naar de op waar gebeurde feiten, ontsnapping van drie blanke mannen uit de gevangenis van Pretoria, middels zelfgemaakte houten sleutels, Escape From Pretoria (2020). Zij waren veroordeeld tot 12 en 8 jaar gevangenis omdat zij zich tegen  het apartheidsregime verzetten middels opruiende pamfletten die ze met een bom in de stad de lucht in lieten vliegen. Na nog geen anderhalf jaar vonden ze de vrijheid. De hoofdrol werd gespeeld door Daniël Radcliff, die ook Harry Potter speelde. En zo is de cirkel weer rond. 

zondag 4 april 2021

Hope Gap, op zoek naar essentie

Gisterenavond laat nog op het nippertje een mooie film gezien. ‘Op het nippertje’ houdt in dat ik net nog niet moe genoeg ben om te gaan slapen, een film opzet en als het niet genoeg boeit dan ga ik dommelen, zet het af en ga slapen. Of ik vergeet de tijd en blijf alert. (O, die vrijheid zélf te kunnen bepalen wanneer je gaat slapen! Als kind snakte ik daar al naar. Ik voelde me letterlijk in bed gestopt en verzon daarom een hele leefwereld onder de dekens met al mijn knuffels.) Het is een Engelse film, op Netflix te zien: Hope Gap.

Je ziet maar drie mensen, een echtpaar en hun zoon, ze wonen prachtig aan zee, de zoon al in een flat in de stad. Hope Gap is een plek waar er holtes op het strand zijn en waar allemaal klein leven in aanwezig is, de zoon ging hier vaak met zijn ouders heen, door hen beide aan een arm opgetild, voor hem een soort symbool van de onbezorgde en onschuldige kindertijd. Nu vraagt zijn vader hem om op bezoek te komen in zijn ouderlijk huis, waar de eerste woorden van zijn moeder zullen zijn: ‘Hello stranger’ en hij dan terug zal antwoorden met: 'Hello mom'.

Je ziet een huis volgepakt met 29 jaar huwelijksleven en het echtpaar dat geen werkelijk contact met elkaar kan maken. Hij heeft als hobby het veranderen en corrigeren van foute info op Wikipedia, zij verzamelt gedichten voor een anthologie. Taal speelt dus een grote rol in de film, waarnaar je kijkt als naar een toneelstuk. Het blijkt dat zijn vader van plan is om te vertrekken en daarom graag zijn zoon in de buurt heeft, om zijn moeder op te kunnen vangen.

Er wordt geweldig goed in geacteerd: de zoon kwam me wel bekend voor en halverwege zag ik dat het dezelfde is die de jonge prins Charles speelt in The Crown en Annette Bening speelt de moeder, die overtuigt mij ook altijd in haar spel. Je voelt de onontkoombaarheid van het verlaten worden: wil de ander niet meer, dan is er plotseling niks meer. Zij wil er niet aan, zij heeft een soort van gekte in zich: ze denkt dat met wil en goed je best doen, het tij gekeerd kan worden. Maar hij is verliefd geworden op een ander en ziet alleen dat hij 29 jaar zijn best heeft gedaan en geprobeerd heeft om iemand te zijn, die hij gewoonweg niet is. 

De zoon treurt vooral en is ook bang zijn moeder te verliezen, het lukt hem zelf niet om een relatie op te bouwen, hij kan zich niet volledig geven en houdt afstand. Met het voorbeeld van de omgang van zijn ouders is dat heel makkelijk voorstelbaar. Op het einde wordt alles reeël, er zijn geen woorden en omtrekkenden bewegingen meer waarin je je kunt verschuilen, rationalisaties, ontkenningen: zijn moeder gaat onverwacht op bezoek bij haar man in zijn nieuwe huis, die van zijn nieuwe geliefde: een kaal huis, zonder enige opsmuk. Zij vraagt: waarom heb je mijn man afgepakt? En zij antwoordt simpel: eerst waren er drie mensen ongelukkig en nu maar één. 

Het verborgen leven op het land en tegelijk in het zeewater... een mooi beeld. En vanochtend werd ik wakker en keek naar de live-stream van de vulkaan die in IJsland is uitgebarsten. Indrukwekkend, die rode  gloeiende lava die ononderbroken uit de aarde stulpt. In een filmpje What it is to be there, een jonge vrouw die verslag doet van haar reis naar de vulkaan, drie uur wandelen in de woestenij, de eerste aanblik, wat het haar doet: de sissende geluiden als sneeuw de lava raakt, het geluid van de stromende lava. Zij is dankbaar  dat ze er getuige van is, zó dichtbij. Het brengt haar terug  naar het hier-en-nu; alle gedachten die haar hoofd kunnen bevolken verdwijnen. 

Terug naar de essentie, weg uit muizenissen en omtrekkende bewegingen die als een grauwsluier je weerhouden om werkelijk te leven en aanwezig te zijn: misschien is dat de kern van ‘Verrijzenis’ ofwel ‘Wederopstanding’; het paasfeest dat vandaag gevierd wordt... Enfin. ik zit ondertussen aan een paasontbijtje: een glaasje tropisch sap, een gele tompoes, een beschuitje met aardbeien en slagroom, een croissantje met kaas. Er hobbelt een peutertje voorbij op een driewielertje, haar moeder vlak achter haar: beschermend.

zaterdag 3 april 2021

Shah Jahan. Johannes-passie. The Passion

Tot nu toe vind ik het een ontmoedigingsbeleid: al die enthousiaste uitnodigingen om virtueel een museum te gaan bezoeken. Dan kijk je, de camera dwaalt door lege zalen, zoomt even in op een schilderij ofzo en het enige wat ik dan voel is: ik wil er vóór staan! Ik wil mijn oog kunnen laten dwalen, zó dat de andere kant, het schilderij tot mij spreekt en mij opneemt in een groter geheel. Daar gaat het toch om bij elke kunstuiting, je bent nooit alleen toeschouwer of aanhoorder, iets in je doet altijd actief mee.

Gisterenavond beleefde ik dat ook bij de online Johannes-Passie, waar 2500 amateurzangers de koralen deden,  ze kwamen in postzegelvorm in beeld tijdens het zingen en in een kerk waren er professionele muzikanten en zangers, waaronder Bert, die Jezus was, degene die de amateurzangers ook klaar heeft gestoomd voor dit virtuele optreden via zijn site: ‘Zing als Vanzelf’. Ik ken iemand die meezong en ik meende haar voorbij te zien komen. Ook ik begon spontaan mee te neuriën, geen mens die je hoort en omdat je die anderen ziet en hoort wordt je daar vanzelf in meegenomen.

Twee zussen die meezingen
met de Johannes Passie,
foto Friesch Dagblad

Dit is voor dit jaar mijn Paas-beleving, naast The Passion die maar liefst 2,5 miljoen kijkers trok. Voor het eerst dacht ik: het volk heeft behoefte aan een preek en iets van een moreel compas in deze onzekere tijden. De tekst was op verzoek van Umberto Tan, die de verteller was, nog geheel actueel gemaakt: Bij Pilatus sprak hij over: ’Politieke leiders met een selectief geheugen’, refererend aan Rutte natuurlijk, op de dag van het meest vreemde debat ooit, met een nog onbekende afloop: wat voor kabinet verrijst er straks uit haar as? 

Opnieuw is de kracht van dit passieverhaal te voelen. Ik las ook nog eens het Johannesevangelie daaromtrent: Hoe Jezus tot drie keer toe zegt: ‘Ik  ben het’, en Petrus tot drie keer toe : ‘Ik ken hem niet’, en Pilatus in herhaling: je bent onschuldig, wil je niet dat ik je redt? En uiteindelijk zijn handen wast in onschuld: alleen de wil van het volk telt. Ik ken geen andere tekst die zó compact die duivelse interactie blootlegt tussen de mensen, die het lot van de geschiedenis kunnen bepalen: wie zijn kop in het zand steekt en wegduikt en zich laat leiden door de goedkeuring van de massa, die brengt de dood in de pot. 

De wereld heeft kunst nodig om hierboven uit te stijgen, om in een mix van schoonheid en reflectie werkelijk even stil te kunnen staan: om jezelf en het gewoel van de wereld even aan te zien met de balsemende zalf die de kunstenaar voor jou heeft klaargemaakt. En vanochtend werd ik zo weer weggetrokken uit het verdriet dat de dood en verlies ergens in je droomwereld aan het verwerken is. 

Ik las in The New York Times een artikel over een klein schilderij in Indiase Mughal-stijl met daarop de machtige Mughal-heerser Shah Jahan, hij is degene die ook de Taj Mahal liet bouwen, de graftombe voor zijn overleden vrouw. Hij is er afgebeeld door de kunstenaar Chitarwan, die Hindoe was, maar in deze schildering zit in de rand een Perzisch gedicht verweven, zijn er invloeden van de Europese schilderkunst in de rivier Yumana, de bootjes erop en het bosachtig groen en christelijke invloeden in de afbeeldingen van engeltjes, door de Jezuïeten meegenomen en dan is natuurlijk de Islam overvloedig aanwezig, o.a. ook in het witte hekwerk achter de verhoging waarop hij op staat en omdat Shah Jahan een mohammedaan was. 

Hij staat er in zijn roze kleding vol parelkettingen en juwelen, met een christelijke halo-stralenkrans om hem heen en in zijn hand heeft hij een medaillon en daar blijkt dat hij kijkt naar een afbeelding van hemzelf. Is dit nu dus het toppunt van narcisme? Dat zou je kunnen denken. Het is in ieder geval wel ook  een zelfbevestiging van eigen rijkdom en macht. Maar van Shah Jahan is bekend dat hij veel aandacht had voor de Schone Kunsten, zonder hem was er dus geen Taj Mahal geweest. Misschien is het toch vooral  een vieren van schoonheid, die onvergankelijke is: in die tijd kende men tenslotte ook nog niet het individuele en hoogstpersoonlijke Zelf. 

Ik zou willen dat in plaats van al die virtuele rondleidingen, curatoren zich ook zouden verliezen in een dergelijk project: ga minutieus één kunstwerk langs uit een nieuwe tentoonstelling en vertel aan de hand van deze ene, alles over de rest. Het artikel zoomt in op stukjes van het schilderij en dan weer eruit en vergelijkt het met andere schilderijen. Ik had waarlijk de beleving dat ik in bed op bezoek was geweest in een museum.

Het gemak en de vanzelfsprekendheid waar men in India stijlen en levensbeschouwingen met elkaar assembleert... ach, misschien is dat vergelijkbaar met hoe men in Nederland, een van de meest geseculariseerde samenlevingen op de wereld, het vaakst de Mattheus- en Johannes-Passie van Bach uitvoert in de Goede Week en een ieder van hartenlust zingt over God en Jezus die zal gaan verrijzen, maar er geen stap meer voor in een kerk zal zetten. Net zoals het motto was van de meeste uitvoerenden van The Passion: Ik ben niet gelovig, maar het is wél een goed verhaal!

donderdag 1 april 2021

Panellogy: over de wereld van boeken

Jeetje. Dat komt binnen: Earl Grey van Panellogy heeft net op YouTube een bericht geplaatst: I am selling my comic collection. Geëmotioneerd, nauwelijks uit zijn woorden komend, vertelt hij dat hij eraan verslaafd is en dat het niet meer verantwoord is dat zijn gezin ondertussen uit blik moet eten omdat al het geld eraan opgaat. In de tuin heeft hij met een graafmachinetje al een graf gemaakt voor alle boeken die niet naar ‘Kindergarten’ of EBay gaan.

Earl Grey heeft, naast de man uit India in For The Love of Comics, mij geïntroduceerd in de wereld van de Graphic Novel of Comics, of hoe je het  verder ook noemen wil. Hij kan zeer aanstekelijk zijn oog laten dwalen over details en vertellen wat hij ziet op plaatjes en hoe ze het boek bepalen en vormgeven, hij leerde mij beter kijken en opende zo werelden. En nu acuut stopt hij, een paar dagen geleden nog had hij een bericht geplaatst, vertrouwd  tussen de boeken met een mok in zijn hand, een soort van man-cave, maar het voelde meer alsof je met hem in een veilig verborgen hoekje in een bibliotheek zat, op de drempel van iets moois. En nu vernietigt hij alles. 

Ik las gisteren in de zon, voor het eerst in een hemdje en een opgerolde katoenen huisbroek tot mijn liezen (ik neem bij kleding altijd extra large, dan kun je er alle kanten mee op), het was 24 graden, het boek Papyrus Een geschiedenis van de wereld in boeken van de Spaanse Irene Vallejo. Het komt niet vaak voor dat ik zonder twijfelen een boek meteen wil hebben en er dan ook meteen geheel in meegenomen wordt en het achter elkaar uitlees. Zij beschrijft zeer aanstekelijk hoe het geschreven woord, héél langzaam de drager werd van alles wie we zijn en wat we ons verbeelden te kunnen zijn.

Van hoever zijn we gekomen: papyrus, op dierenvellen, kleitabletten, perkament, de uitvinding van papier, de boekdrukkunst, het internet, het e-book... vandaag gaat de Tweede Kamer in debat omdat het mogelijk is geworden om via een foto, deze uit te vergroten en er voor de ganse natie die vier woorden te lezen zijn, die niet door een spook-schrijfmachine op papier zijn gekomen, aldus de betrokkene. ‘Positie Omzigt. Functie elders’: en ze onthullen wellicht een hele wereld, maar welke weten we nog niet.

De kracht en de macht van lezen. Ik kreeg de herinnering terug dat moeder eerst boekjes met plaatjes had, dat veilige en knusse dat je samen kijkt en dat er toen ineens een boek was zonder plaatjes en zij toch door bleef praten, een verhaal vertelde. En dat ik mij ineens realiseerde dat het niet haar eigen woorden waren, maar dat die vreemde tekens op die bladzijden iets te maken hadden met wat ze zei. Hoe kon dat? In het boek van Vallejo staat, dat de Griekse en Romeinse slaven in de klassieke oudheid juist zeer intelligent en erudiet waren, het kopiëren van boeken hoorde bij de standaard slavenarbeid en het voorlezen van de papyrusrollen ook: dat was nederige arbeid, want zij maakten zich ondergeschikt aan de woorden van anderen. Hoe anders met de slaven in Amerika, die zo dom mogelijk en analfabeet moesten blijven, toen was er wél de notie, dat geschreven kennis ook macht is.

Irene Vallejo maakt ook een interessant verband tussen de middeleeuwse miniaturen en de superhelden en monsters in de moderne stripverhalen: aanvankelijk werden die draken, de duivel, engelen  afgebeeld in de kantlijnen van geschreven teksten, te midden van guirlandes en weelderige natuur. In de marge, ze verdienden geen tekst, leiden ze een eigen leven. Zo staan de superhelden ook buiten de samenleving en bestaan ze allereerst omdat ze getekend werden. Miniaturen, plaatjes waren compacte ‘eenheden’, zeg ik nu in mijn woorden, en namen in verhouding weinig ruimte in, toen papier nog schaars was, maar hadden dus een zéér grote zeggingskracht.

Hoe gaat het nu verder met Earl Grey?... Hij zegt dat hij digitaal ook alles kan lezen en bekijken en hij brengt zijn iPhone daarvoor in beeld, te  midden dus van al lege en afgebroken planken. Maar zijn hele kanaal met al die video’s zijn juist een ode aan het papier en het boek, de plaatjes. Hoe een nieuwe druk met een andere ‘inker’, degene die de plaatjes kleurt, de sfeer en toon van een boek geheel kunnen veranderen. Hij had het over vormen en grootte van boeken, dof of glanzend papier, korrelige of scherpe afbeeldingen, hoe een boek voelde in zijn handen, je het open kon leggen op je schoot, enzovoort...

Waarom dat hele heiligdom van boeken radicaal vernietigen? Hij had toch alles kunnen bewaren en vanaf nu geen boek meer kopen? Maar kennelijk heeft hij het geld zó hard nodig opdat zijn vrouw en kinderen geen honger meer hoeven te lijden. Maar dan had hij de onverkoopbare rest niet hoeven te begraven. Is dat mogelijk, dat het bezit van boeken zijn bestaande wereld kan vernietigen? Zou  zijn vrouw een ultimatum hebben gesteld: of alle boeken het huis uit, of ik vertrek? Dat vind ik toch iets wreeds en hardvochtigs hebben. Zou ik wel bij zo iemand willen blijven? Er zijn boeken verbrand om werelden ten onder te laten gaan en het uit je hoofd leren van een enkel boek heeft mensen uit de barbarij verlost. 

PS: Het is een 1 Aprilgrap en ik ben er dus volledig ingetuind!!! Op 4 April is hij gewoon weer zijn oude zelf. GELUKKIG 😃

zondag 28 maart 2021

Dagnotitie (4)

Buiten het bos bloeien de narcissen overvloedig. Dat zag ik op een foto waar neefje T. op zijn hurken een foto maakte van al dat geel in Park Zijpendaal. Ik heb zelf heel vaak dat perk in lentetooi gezien, op weg naar de dierentuin. Waar je nu ook niet in mag. Er is daar nu in de buurt een drive-in voor pannenkoeken, een weer creatief idee om inkomsten naar binnen te halen. Een pannenkoek in een pizzadoos, zie ik op de foto die S. stuurde en die ze dus samen met T. in het park opaten en T. ook nog eens in de spleet van een oude boom ging staan.

Hier in het bos zijn in het weekende wel pizza’s te bestellen en ze hebben een lekkere dunne bodem, weet ik sinds twee dagen en met Pasen kun je ook paasontbijten en een paasdiner bestellen, zalm met aspergers, een lekkere combi, wie weet... en de supermarkt op wandelafstand in de buurt is weer open met handige kampeerdingen, zoals tentharingen en die ben ik vergeten, dus wie weet... en ook frietjes enzo met bijvoorbeeld kippedijensaté, wie weet... dit zijn mijn eet- en winkelopties in het bos.

Maar... het maakt me eigenlijk niet uit, hier in het bos. Of ik nu wel of niet veel lentebloemen zie, of ik wel of geen eten haal, of ik wel of geen zee zie, sawah’s, de Rialtobrug, tempels... Het bos is nu mijn biotoop en ik ben helemaal content.

zaterdag 27 maart 2021

International Space Station

Wat een opwindende avond! Neefje T. twijfelde of hij nog een avondwandeling ging maken, want hij was ook best moe na een dag online, studeren en fietsen naar Radio Kootwijk met een nieuwe maximumsnelheid van 51 km per uur, maar het was ook wel mooi, die schemering. 'Ga nu maar snel', zei ik, 'want het wordt heel snel donker net als de vorige keer.' ‘Ja, maar toen heb ik wel ISS gezien, ik wist eerst niet wat ik zag, maar het bleek te kloppen’.

Uuh, wat zeg je nou, wat is ISS? Dat blijkt dus het International Space Station te zijn die al twintig jaar rondjes om de aarde draait met een snelheid dat deze één keer in de anderhalf uur weer voorbij komt, ze maakt steeds andere rondjes en deze week vliegt ze over midden Nederland en dat is op 400 km hoogte. Je kunt haar volgen, waar ze precies is, wanneer ze aan de horizon opduikt. ISS zou straks zeven minuten te zien zijn en na 21.u wéér, drie minuten.

Ik was meteen enthousiast; een Space Station ter grootte van een voetbalveld, met constante bemanning en gewoon voorspelbaar wanneer deze te zien is, dat wilde ik wel meemaken. Dus we stonden buiten, keken over de toppen van de bomen zuidwaarts: 'Daar, daar is ie!' riep T. maar ik zag nog niks. Later reconstrueerde ik dat de rand van mijn hoed mijn uitzicht had belemmerd. ‘Hier moet je komen staan!' en hij duwde me zowat op de plek. Ik keek omhoog en ik zag werkelijk een soort van klein verlicht rechthoekje met twee lichtende streepjes aan weerszijden. Dat had hij weer niet gezien: 'Weet je het wel zeker?’ Ja, het was maar een heel kort moment, toen ik pal met mijn hoofd in mijn nek naar boven keek en het overvloog. 

Daarna keken we naar de sterrenhemel waar T. veel sneller dan ik van alles zag fonkelen, hij begon te tellen, in rap tempo zestien, ik zag nog niks...’Zie je ook de kleine beer, het steelpannetje, ik dacht dat ik deze daar ergens achter de bomen heb gezien, maar toen zat er nog blad aan de bomen, dus het bleef bij een vermoeden.’ Hij haalde een app tevoorschijn: SkyView Lite en daarmee verschenen alle sterrenbeelden aan de hemel en ook alle hemellichamen: zo bleek Mars als een roodachtig sterretje in het vierkant van takken van de berkenboom te staan. Nou wat leuk, nu kan ik met de gedownloade app de hele sterrenhemel zien en nu zag ik ook alle sterrenbeelden van de dierenriem om mij heen staan. En ja, het steelpannetje was er ook weer.

‘Nou kunnen we ook op YouTube zien wat de bemanning ziet terwijl ze rondvliegen, in een livestream’ zei T. Dus wij naar binnen en ja, je ziet exact waar ISS is in haar baan om de aarde: ‘Kijk, nu vliegt ie over de Bahama’s en over een half uur kunnen wij het weer zien.’  Die snelheid, wat ongelofelijk en dat daar dan in het echt nu mensen in zitten! Ook dat kon je bekijken, via Google Earth, ik zag claustrofobische ronde gangen vol draden en techniek, moesten de mensen daarin leven, is er nergens een beetje gezellige ruimte waar ze kunnen ontspannen en relaxen? T. moest daar om lachen. 

Linksonder in beeld verschenen er ook foto’s van verlichte steden die T. moeiteloos wist te herkennen: Las Vegas, Parijs, New York, Houston, Tokio en ook delen van continenten met voor ons langgerekte of verwrongen perspectieven, maar zo ziet het er dus uit in de baan rond de aarde. Ook het groene Noorderlicht dat gloort in de bovenste ronde rand van de aarde, ik had de foto in mijn gedachten al afgeserveerd als nep, maar het bleek boven Alaska te zijn met daaronder een gebied vol licht en drie grote steden op een rij, waarschijnlijk New York, Washington en Philadelphia. Er was één foto waarvan ik dacht dat het vast een aquarel-verftekening was van een bemanningslid, die vormen en kleuren waren helemaal nergens naar te herleiden.

Maar T. wist het te vinden door de foto ervan naar zichzelf te zenden en dan iets van reverse en dan zocht het internet vergelijkbare afbeeldingen voor je: het was Lake Mackay, een van de grootste zoutmeren midden in Australië van 100 km breed en hoog en de fotograaf was Scott Kelly en hij is de mens die het langst in ISS was: 340 dagen op een rij. Dan ontwikkel je wellicht als hobby fotografie, terwijl je een pistachenootje oppeuzelt, de noot die mij het meest ongeschikt lijkt om in de ruimte te eten door alle hulzen, tenzij ze al gepeld in het zakje zaten dat op een tafeltje stond, tezamen met tandpasta en ergens anders tomatenketchup en een Zwitsers zakmes, waarvan ik nu nog niet weet hoe dat kan in gewichtloosheid, was het niet een grapje, gefotoshopt?

Tussentijds waren we weer naar buiten gegaan om nogmaals ISS te gaan waarnemen, we zagen het, ik zag het plotsklaps verdwijnen hoog in de hemel en ondertussen viel er aan de andere zijde in het beeld een heldere vallende ster. 'Een vallende ster!' riep T.,'heb je dat gezien, mijn eerste vallende ster!!!' Wat hij gezien had en vol van was, dat was voor mij al gewoner. En voor mij was alles rondom ISS nieuw. En zo spiegelden onze opwinding aan twee kanten onder de sterrenhemel. 

vrijdag 26 maart 2021

Les over de maan

Vroeger, voordat ik dit boshuisje bewoonde, keek ik ook altijd graag naar de maan, vooral de volle maan. Die ik dan toevallig, als het ware, aantrof: in mijn achtertuin, aan zee, kamperend in Venetië of op het veld in het bos achter de duinen op Terschelling. Soms puzzelde het me wel: hoe kon het dat er een jaar was waar ik de maan helemaal niet zag, gedurende tien dagen?

Sinds ik hier woon is de maan helemaal een geliefd hemellichaam geworden. Ik zie haar in alle verschijningsvormen en ook elke keer weer op een andere plek. Hoe kan dat? En klopt het nou, dat de halve maan de ene keer aan de ene zijde donker is en dan weer aan de andere kant? 

En nu bleek dat neefje T. daar alle antwoorden op te hebben  en ging een hele avond voorbij om mij het uit te leggen, heel visueel, met een schemerlampje als de zon, een kaars als de aarde, een klein kommetje als de maan. Eerst vroeg ik mij af, of het de schaduw van de aarde was, die ervoor zorgde dat de maan niet altijd vol is, maar ergens klopte dat niet, omdat de maan als zij halfvol, in een rechte streep maar half is, zo’n schaduw kan aarde toch niet gegeven, of wel?

T. hielp mij meteen uit de droom: de maan staat veel te veraf van de aarde, haar schaduw heeft geen enkele invloed en om dat te demonstreren liep hij met het maanschaaltje weg van de tafel en ging helemaal in de hoek van mijn boshuisje staan: zie je wel, zo is het op schaal, de schaduw van de aarde kan nooit de maan raken. 

Maar hoe zit het dan wel? Welnu, wij zien altijd maar één gedeelte van de maan, het deel waar licht op valt, de achterzijde van de maan zien wij nooit. Doordat de maan draait om de aarde in 30 dagen, en de aarde zelf ook draait om haar eigen as, zien we steeds een andere maan, want het licht van de zon verlicht maandelijks, elke dag een ander stuk omdat de maan beweegt. Alleen bij volle maan, dan staat de maan in een rechte lijn ten opzichte van de zon en dan wordt dus volledig een zijde belicht.

Eerst demonstreerde hij dat met zijn vuist en liet die bewegen rondom de kaars, die de aarde was en dichterbij en verderaf van de schemerlamp. O ja,  nu kon ik zien dat een gedeelte van zijn vuist nooit in het licht kwam, maar ik snapte het toch nog niet helemaal.’Heb je niet iets ronds, een bal dus, nee die heb je niet.’ Maar ik had wel een hardgekookt ei en toen zag ik dus wat er gebeurde: de schaduw op het ei was écht  half of sikkelvormig, naar gelang waar de maan was in haar rondje rond de aarde! 

Dan is er ook iets rondom maanopkomst en de gang die deze maakt aan het firmament, net zoals de zon. Bij volle maan lijkt de maan zoveel groter, maar dat is optisch bedrog. En ook halve manen en de sikkel komen op, maar dan zie je het minder? Sowieso is de maan ook overdag altijd ergens aan de hemel, maar vaak onzichtbaar door het licht van de zon? Geloof ik. Want het begon me ook te duizelen, al deze nieuwe kennis. Zeker toen hij ook over lichtjaren en afstanden begon: één seconde is de afstand van zeven keer rondom de aarde. Dus stel je dan maar eens voor hoe groot de afstand is van één lichtjaar! 

Onvoorstelbaar allemaal... Een minuut bevat al zestig seconden... enzovoort. Hoe weet je dit allemaal riep ik, hoort dit nu bij algemene  kennis, heb ik zo’n slechte lagere en middelbare school gehad? Nee dus, gelukkig maar,  hij had zich erin verdiept.