vrijdag 11 december 2009

Spiegel

In De Wereld Draait Door is er een geweldig leuk gesprek geweest met Patricia Paay en Theo Maasen. Zo onthullend. Paay verschijnt deze week in de Playboy, zestig jaar oud en Theo Maassen ging hierover tekeer als een kleinburgerlijk mannetje: leuk voor necrofielen, zo was zijn teneur, je bent een aandachtsjunk. Paay bleef buitengewoon rustig, een zestig jarige, en Theo Maassen raakt maar niet in zijn 'stiel'.

Dat kon ook niet met Paay tegenover hem, want die kende hem oprecht niet. Ze woont in het buitenland en haar hele benadering, volkomen naturel, had daarom iets van: wie is dit lefgozertje tegenover me? Ze herhaalde een paar keer: 'Ik ben ervoor gevraagd en toen dacht ik: waarom niet?' Mij lijkt dit de kernwaarde van de Spiegel. Anderen spiegelen je iets voor omtrent jezelf en soms zet dat je aan het denken en dat kan je ook een stap verder brengen.

Bij Paay evident: de eerste keer in Playboy - dit was haar derde keer - verklaarde ze dat ze als ze vijftig was daar echt niet meer in zou willen staan. Er werd een tv-fragment hierover vertoond. Rustig zei Paay: 'Nou, daar ben ik dus op terug gekomen.' Niet uit zichzelf, dus. Zij ging niet naar de Playboy met de vraag: Mag ik alsjeblieft? Maar er werd haar gevraagd: denk daar eens over na. En haar antwoord was: Waarom niet en dáár had ze geen antwoord op.

Voor Theo Maassen ontbrak de spiegel. Ofwel hij kreeg door Paay voorgespiegeld, dat hij voor haar een non-item was. Niet het nieuwe morele geweten van Nederland, de nieuwe Freek de Jonge, zoals hij gewend is. Iemand die zichzelf en zijn show wel goed vind, dat er een film van gemaakt is. Maassen ontpopte zich tot een alfamannetje, waar ik vorige maand een blogje aan heb ge wijdt: Als ik voor jou niet besta, dan verwijs ik jou naar het land van de doden.
Patricia Paay lijkt mooi ouder geworden. Ik denk dat ik die Playboy maar ga kopen.

donderdag 10 december 2009

Breinbestek

In de krant stond een interessant artikeltje met de kop: 'Angstherinneringen zijn gedeeltelijk weg te gummen'. In Nature doen onderzoekers daar verslag van. Het blijkt dat je zonder medicijnen, vlak na een angst makende ervaring, je deze weg kunt gummen door er meteen een positieve ervaring op te laten volgen. Het luistert aardig nauw: binnen 6 uur kun je een herinnering herschrijven, maar na 7 uur lukt dat al niet meer.

Wat is dat toch intrigerend, al die dingen die wetenschappers nu ontdekken over het brein! Dat levert toch echt de mogelijkheid op, om het brein enigzins te sturen. En het zegt iets over de bedoeling van het brein: niet star en statisch zijn. Moeder Natuur of whatever, God kan ook, al breekt iedereen zijn hoofd daar nu over in het Darwinjaar, heeft er zo voor gezorgd dat in de strijd van het bestaan je telkens weer nieuwe ervaring kan opslaan. Onwrikbare waarheden over waar voedsel te vinden is of beschutting, daar schiet dier noch mens wat mee op.

Mij lijkt dit, doorgedacht vergaande consequenties te hebben. Als het brein een tabula rasa is, waarin wordt getekend en gekalkt en die wordt gevuld met ervaringen die altijd plaats en kontekst gebonden zijn, dan hebben we met zijn allen de opdracht om alle kennis en ervaring te verzamelen die ons wijst op de verbondenheid en liefde tussen alles en allen. Want déze kennis zal onze soort, de mens, en de planeet als geheel doen overleven.

Alleen maar met dit bestek kijken naar alle godsdienst, religie, enzovoort: wég met alles wat verbreekt en kapotmaakt, het mes erin; wegsnijden en afvoeren en meteen vullen die hap en oplepelen maar: alle opbouwende en verbindende inzichten. Sterker nog: het zou verboden moeten worden om mineurherinneringen en ervaringen op te mogen slaan in het brein: opprikken en verwijderen. Ik draaf door.

Maar zo simpel zou het kunnen zijn, zoals Moeders dat vroeger al deed. Toen ik eens in een zwembad onder het luchtbed kwam en niet meer naar de oppervlakte kon komen en iets van doodangst ervaarde, toen moest ik, terwijl ik nog hapte naar lucht en net uitgehuild was van de schrik, meteen weer het water in. 'Anders blijf je voor altijd bang, voor water', zei ze. Het heeft geholpen. Het water had een eng verslindend monster kunnen worden. Maar ik drijf en dobber nu graag in het water en laat me erdoor dragen: hoe mooi zou de mensheid en het leven kunnen zijn!

woensdag 9 december 2009

Daadkracht

Om mijn belevenissen van de afgelopen tijd te laten bezinken, las ik Een schaap vangen, Over religie, liefde en creativiteit van Tamarah Benima, zelf verkozen zich expliciet Joods noemend, in tegenstelling tot haar zus die niks van deze wortels meer wil weten. De titel slaat op een opdracht die ze van een spirituele
meester kreeg: ga, met een groep, een schaap vangen in de wei.

Het moment van de daadkracht, dat is het échte moment: lang ben je als groep bezig om je strategie te bepalen hoe het schaap in een hoek te drijven en dan komt er hét moment dat je het schaap zelf echt, met je handen, vast moet pakken. De greep in het wollige, onbestemde, net niet goed contoleerbare van het Schaap, dat is precies de ervaring die bang kan maken om werkelijk door-te-pakken. 'Een schaap vangen' staat zo symbool, voor elke je-eigen-grens overstijgende ervaring.

Benima gelooft ergens wel in een Goddelijke voorzienigheid. De tweede opdracht die ze kreeg, was op zoek gaan naar een nieuwe partner: een intieme relatie zou haar goed doen, volgens de meester. Je gelooft het bijna niet, maar haar auto ging stuk, ze moest met de trein en daar liep haar nieuwe geliefde langs, die ze eerst liet gaan. Na uren klappertandend op de uitkijk staan tijdens spitsuur en wel 10.000 andere onbekenden die haar niks deden voorbij zien komen, bij datzelfde station in Wimbledon, verscheen hij weer. Zij dook het zwarte gat van de daadkracht in, met een tamelijk Happy end, zoals ze zelf zegt.

Benima vertelt in West-Berlijn gewoond te hebben en daarmee de missie van haar vader voltooit én verbroken te hebben. Zij was een Jood in ex-Naziland en voelde zich er geweldig goed, met de bescherming van de Muur, die een gevoel gaf van een juiste begrenzing in een vreemde omgeving. Dat is typisch Joods: de vreemdeling zijn, zo betoogt ze in een ander essay. Zo was ze namens haar vader de overwinnaar. Toen ze er echter wel naar streefde om vrienden te worden met de Duitsers, in plaats van alleen maar vreemdelinge,werd ze in de ogen van haar vader een deserteur.

Interessant zijn haar gedachten over het innerlijke landschap. Veel mensen vinden hun partner binnen een straal van 2 kilometer en dat komt omdat mensen zoeken naar iemand met hetzelfde innerlijke landschap als zij zelf zijn. Dat landschap bestaat uit van alles: de concrete omgevingen, dezelfde thema's in de geschiedenissen van je ouders, wat je eet, hetzelfde soort werk,de kinderliedjes, de tv-programma's enzovoort. Daarom was het voor haar zo makkelijk om in Berlijn liefdespartners te vinden, daar liepen veel 'vreemdelingen' rond, meer en anders dan in Nederland. Dit maakt Berlijn zu Hause.

Daadkracht: dat is elk moment de totale overgave aan het zwarte gat en ik heb deze weken ontdekt dat ik écht een watje ben, in deze. Ik bedoel de daadkracht die een ego nodig heeft dat vanzelfsprekend ruimte claimt. Of zich op een juiste wijze weet te verweren tegen vermeend onrecht. Mijn mankement is dat ik altijd met meerdere ogen tegelijk kijk en mijn eigen positie er dan een van de velen wordt en ik zelve niet genoeg zichtbaar ben. Fout, fout, fout.

Nou ja, fout? Het schiet in ieder geval niet op, om dan maar te drijven op je tolerantievermogen, totdat de maat plotsklaps vol is en je de neiging hebt om het bijltje er dan maar bij neer te gooien. Van de Organisatie Activist, zoals hij zichzelf sinds enkele weken noemt, kreeg ik een behartigingswaardige spreuk, in mooie sierlijke letters op een geel bloemenhart:

Whom so ever
may torment,
harass,
confound, or
upset you - is a
teacher.

Not because they're wise
but because You seek to become so.

maandag 7 december 2009

Sintra

Sinterklaas is me dit jaar gepasseerd, alhoewel hij het weekend hiervoor toch nog even langskwam. We doen aan Sinterklaasdobbel, een hilarisch spel, waar een ieder afgeschreven spullen uit eigen huis verpakt en bij het dobbelen bij de ene gooi bijvoorbeeld alle pakjes die je tot dan toe vergaart hebt, aan je buurvrouw gegeven worden en bij een ander aantal ogen je één pakketje mag uitkiezen bij jezelf en definitief mag houden. Leuk als er iets bij zit wat je wilt, vreselijk als alles afschuwelijk is. Of iets afpakken, of ruilen met een ander en nog meer van die (on)gein.

Er ging een wanstalige glazen tekkelfles rond, die iedereen gillend liever kwijt dan rijk was, een zelfbeschilderd paneel van de kursus abstrakt schilderen, waar je in eerste instantie nog iets van waardering over ventileert, maar later als alle remmen los zijn, je het zuchtend en steunend het liefst naar de overkant van de kring verwenst. Om iets van de Sint dit jaar over te houden, hier het volgende gedicht:

Sje mie nee
soms zit het toch mee

Vele mensen delen U mede
dat geluk komt van innerlijke vrede

Sress dat is iets voor de oenen
leef toch met het ritme der seizoenen

Ik kom er maar rond voor uit
Je mag het hebben de hele kluit.

In het Sinterklaaspapier had Sintra een oude Happinez verpakt. Lachen!

Zweefmolen Berlijn

Ik ben maar een paar dagen in Berlijn geweest, maar het lijkt een eeuwigheid. Of zoiets. Berlijn leidt je door tijd en gevoelslagen heen, waardoor de reis niet alleen maar zes uur met de trein was, maar je als in een geavanceerde zweefmolen omhoog, omlaag en rondgedraaid wordt. Berlijn bestaat voor mij nu uit plekken: Berlijn zelf heeft plekken gemaakt waar intensiteit van ervaring samengebald wordt.

Bijvoorbeeld de plek van stilte aan de noordzijde aan de Pariser Platz naast de Brandenburger Tor. Er hangt in de stilte een geweven wandkleed met een zon, of een lichtbron die in het midden van twee donkerbruine wanden schijnt. Licht dat de muren weer scheidt, er ligt een rotsachtige steen onder en dat is het. En dan in het Joods Museum ontworpen door Daniel Libeskind, dat je met opzet duizelig maakt met onder een gang , de As van de Holocoust die eindigt in een lege, stille toren, donker, met helemaal bovenin een spleet buitenlucht. Je hoort de wereld buiten, maar je kan er nooit meer bij.

Gisteren zag ik als een van de laatste plekken een spotlicht in een geblindeerde ruimte van ongeveer 3 bij 4 meter, waar een familie met twee kinderen ondergedoken zat, achter een kleren en rommelkast in wat nu Museum Blindewerkstadt Otto Weidt heet: een fabriekje waar blinden en dove Joden indertijd borstels maakten en die, zoals in Schlinders List hier een veilig onderkomen hadden. Er waren veel Stille Helden indertijd. In hetzelfde hofje vol affiches en grafiti aan de muren in de wijk Hackische Markt, waar vroeger veel rijke Joden woonden, is er een memorial voor hen. Elke Jood die gered werd, had 10-20 mensen om hem heen die dit mogelijk maakten. Op het einde van de oorlog heeft de Gestapo de hele wijk, hofje per hofje uitgekamt: ook deze familie is na jaren onderduik, toch gevonden.

Dat is die horror en huiver van de tweede wereldoorlog, die stil maakt. Een andersoortige stilte kwam naar mij toe, door de meer dan menshoge keramische Mihrab, het heilige punt in een moskee, van tinten blauw en wit. Zo ook het ronde, prachtig bewerkte houten plafond uit het Al Hambra in Granada, die eruit zag als een ingewikkelde mandala, in datzelfde Pergamon Museum, en een rood beschilderde wachtruimte met deuren uit Alleppo: Waar wacht je op, waartoe waak je? Die vraag stelde ook de blauw geglazuurde stenen Ishtarpoort uit Babylon, met leeuwen, draken en stieren mij: aandacht naar een nog niet gekend betekenisveld, dat overrompelend is.

Onderwijl heb ik ook gewoon cocktails gedronken, berliner en boheems bier geproefd en ganzebout met grün und Thüringer Knudeln gegeten, een Weihnachtgerecht, geshopt en glühwein gedronken en warme paddestoelen gegeten op een van de vele Weihnachtmarkten, allemaal verschillend en waar het naar gesuikerde wafels en zuurkool met Eisbein ruikt en er alleen maar gezellige warmte is en lichtjes: de zweefmolen die uitwaaiert.

Die zweefmolen stond even stil toen ik op de Prenzlauer Berg terecht kwam in een kerk, waarboven een evangelische communiteit woont in een Stadskloster: mensen die de drukte en dynamiek en diversiteit van de stad willen combineren met de rust en de regelmaat van de Regel van Benedictus. Op een houten deur, want een deur is er om te openen naar andere ruimten, zo meldden zij, kon je een waxinelichtje aansteken en een intentie in een schriftje schrijven, die zij tijdens het gebed zouden uitspreken.

Een plek waar ik me met gemak zou kunnen voorstellen, om me daar bij aan te sluiten. Het bevatte, zo uit de verte, maar het gras lijkt altijd groener aan de andere kant, de juiste mix van realiteitzin en het verlangen naar stilte en verinnerlijking. Toen in de donkere stilte van de kerk ook nog eens het Hiliard Ensemble klonk, met de saxofoon van Jan Garbarek, toen kwam ik even, waarlijk, thuis. Al is thuis natuurlijk daar waar het hart is en dat kan weer overal zijn.

donderdag 3 december 2009

Berlijn!

Berlijn stemt mij optimistisch en vol vertrouwen. De wijze waarop men het eigen Duitse verleden in de ogen durft te kijken. Het monument van de holocoust, vlak bij de Brandenburger Tor. Een grijs stenen veld, en daaronder weerklinken in een van de vier zalen, de namen van alle slachtoffers en een heel korte biografie. Als ze allen zouden worden genoemd, dan ben je meer dan zeseneenhalf jaar bezig. De topografie van de terreur: een openlucht-tentoonstelling op het oude Gestapohoofdkwartier: men spaart zichzelf niet met foto's van Duitsers die weer gemutlich foto's maken van een opgehangen Jood.

De Reichstag zelf is prachtig nu: een spiegelende transparante trechter met een opening naar de lucht, zoals in het pantheon in Rome, een uitzicht over de stad, en daaronder het zicht op het Parlement zelf. De weg erheen vanuit het oude Oost Berlijn, langs Unter der Linden en de wijze hoe de bouwput bij Potsdamer Platz nu een cirkel is van moderne architectuur: hier is weer een wereldstad, in plaats van de verbrokkelde bouwput van het begin van de negentiger jaren.

En dan de vrolijke, lichtende Weihnachtsmarkten overal, met typische streekproducten, een kleurige ijsbaan rondom de Neptunusfontein op het Alexanderplatz en een kerstdorp daarom heen gebouwd, geweldige Klezmer muziek in een huiskamerachtige plek nabij Prenzlauerberg met mensen die naar elkaar toe spelen, de klarinet en de tuba die met elkaar grapjes maken, smeken, lachen en huilen, in plaats van naar een publiek optreden. Berlijn broeit en bruist en de brokken muur heel af en toe vertellen dat geschiedenis er is en er altijd een mogelijkheid is, om die te integreren in het heden, alvast wijzend naar een hoopvolle toekomst.

dinsdag 1 december 2009

Bedfort & Pärt

Uit de bak met afgeschreven cd's in de bieb kocht ik wel 10 cd'tjes, waaronder twee van Arvo Pärt, Triodon, uitgevoerd door Polyphony in 2003 en Miserere uitgevoerd door het Hilliard ensemble. De muziek van Pärt brengt je in een andersoortige ruimte, die je wel een Heilige Ruimte zou kunnen noemen. Vaak zijn de gezongen teksten ook uitgesproken christelijk, religieus, maar ditmaal luisterde ik zonder veel aandacht aan die teksten te geven.

Wat doet zijn klankkleur, de muziek zonder de woorden? Wie Spiegel am Spiegel van Pärt kent, die begrijpt wellicht wat ik bedoel: hoe geluid je transformeert naar een diepte in jezelf die groter wordt en meer weerklinkt, als je luistert. Een plek waar je 'iets' van het Heilige ervaart, een groot geheim, een mysterie dat niet bang maakt, maar je wel kan vervullen met iets van ontzag en verwondering.

Afgelopen weekend was ik in het AAMU, het museum voor hedendaagse Aboriginal Kunst in Utrecht, naar een tentoonstelling van de schilder Paddy Bedford, crossing frontiers geheten. Bedford was een markant type en wordt wel de eerste moderne aboriginal kunstenaar genoemd, omdat hij ook experimenteert met vormen en kleur. De kleuren van De Stijl, rood, geel en blauw, wit en zwart, komen naast de traditionele bruintinten bij hem voor.

Maar het apartst vond ik, dat de schilderijen van Bedford naar alle kanten open zijn en ook op de kop of een kwartslag gedraaid, opgehangen hadden kunnen worden. Een thema binnen zijn werk is de af slachting van zijn familieleden de Bedford Down Massacre, in zijn vormtaal eivormig en ergens aanwezig op het doek, en de wijze waarop zij in de droomtijd tezamen met hun totemdieren, de kaketoe, de emoe en de kalkoen nog altijd bestaan en door het landschap heenreizen.

Die schilderijen van Bedford en de muziek van Pärt, die zijn te samen nu voor mij een soort visuele en auditieve ruimte waarin ik zelf wil bestaan, als ik morgen voor enkele dagen naar Berlijn ga. Het is een soort combinatie van pijn en menselijk tekort, die toch door de eigen grenzen heenbreekt en oplost in die Heilige ruimte. Berlijn: die stad met de ex-Muur: ik verwacht dat Bedfort en Pärt goed kunnen dwalen in die plattegrond. Misschien dat ik over mijn belevenissen in Berlijn zal bloggen, maar iets in mij wil ook wel een paar dagen STIL-Zijn.