woensdag 23 december 2009

Getijden

Voor het eerst heb ik een beetje heimwee naar het klooster. Dat komt omdat ik naar de tentoonstelling De wereld van Katherina ben geweest in het Valkhofmuseum in mijn eigen dierbare Nijmegen. Daar is het getijdenboek van Katherina van Kleef (ca 1440) ontsloten. Prachtige miniaturen, gemaakt dooer een onbekende meester, waar het bladgoud dik opgelegd je tegemoet glanst met zulke frisse, sprekende kleuren. Dagelijkse en Bijbelse taferelen zijn er te zien, natuurgetrouwe vlinders en mosselen en vissen en ranken van erwtjes als bladranden.

Ook Heiligen zijn afgebeeld, de mond van de hel, middeleeuwse binnenhuistaferelen, baby Jezus heeft een looprekje op wieltjes, vogeltjes en kooitjes, hertjes, bloemen en planten, sterrenhemels, bakkers die brood in de oven schuiven, kippetjes aan het spit, diepblauwe luchten en Katherina zelve in een rood gewaad met hermelijnenbont omzoomd. Dit alles in haar getijdenboek: een boek dat ze dagelijks meerdere malen per dag ter hand nam, waaruit ze las en bad.

Ach... en dat roept wat heimwee op: naar een werkelijkheid die in het klooster gecreëerd wordt waar het zo vanzelfsprekend Anders is. Het getijdenboek, dat zorgt daarvoor: door daar meerdere malen op een dag thematisch uit te lezen houdt je je als vanzelf meer bezig met de Binnenkant of de Diepte van het leven. Al was het voor meerdere broeders domweg sleur, om uit hun getijdenboek te bidden, ik vond het altijd heel bijzonder om dat samen te doen.

In de tentoonstelling waren alle bladen te zien van het getijden van de Heilige Geest. Misschien omdat deze voor mensen van nu nog vrij gemakkelijk te begrijpen zijn. Waar hield Katherina zich op deze dag dan mee bezig? Met achtereenvolgens: wijsheid, inzicht, advies, standvastigheid, kennis, vroomheid en tenslotte, bij de completen voor het slapen gaan met de eerbied voor God. Katherina las deze op de dinsdag. Maar op de vrijdag was het thema Barmhartigheid, en zo had elke dag een ander thema.

Daarnaast zijn er getijden die passen bij de christelijke tijdsbeleving, zoals Mariagetijden en getijden van het kruis... ach allemaal mogelijk, daar wisselde ze dan mee af. Zo'n variëteit van de wijze waarop je een dag kan beleven, waar kun je dat tegenwoordig nog, behalve in een klooster?

De getijden van veel mensen bestaan uit: opstaan en radio aan, krant bekijken, werken van 9 tot 5, thuis komen en eten, achtuur journaal, tv, internet, klaar. Afgewisseld met kinderen van en naar school brengen, een cursusje volgen, boekje lezen, gamen, chatten, bloggen. En dan probeer ik hiermee naar de inhoudelijke kant van het leven te verwijzen: daar waar info en het leven Leven aan bod komt.

Katherina hield er overigens ook nog een heel huishouden op na. Ze at twee keer per dag warm, waaronder zeehond en had als rijk persoon vast veel te stellen met haar personeel, de inkopen en wat dies meer zij. En toch: zeven momenten in de dag waren gereserveerd voor haar getijdenboek. Zoals moslims vijf keer per dag bidden. En in het klooster was dat drie keer per dag: psalmen, veel psalmen bevatte het getijdenboek aldaar.

Als je niet uitkijkt, dan leef je een kaal, rusteloos leven, afgeleid en meegetrokken van hier naar daar. Ik heb het boek dat bij deze tentoonstelling is verschenen: De hand van de meester: Het Getijdenboek van Katherina van Kleef, na er meer dan een halve dag rondgelopen te hebben, maar gekocht. Nog tot 3 januari is het te bekijken in het echt, want dan gaat de tentoonstelling terug naar New York en daarna worden de bladen weer aan elkaar genaaid, dan wordt het weer één boek dat je nooit en te nimmer zelf in de hand zal kunnen nemen en wanneer een museum zoiets weer openlegt, je weet het niet.

dinsdag 22 december 2009

Samen hetzelfde

In de eerste weken dat ik theologie ging studeren, ooit, alweer 30 jaar geleden of zo, had ik een gesprek met S. die in hetzelfde introductiegroepje zat als ik. We ontdekten dezelfde motivatie voor die studie: heftig gegrepen zijn door een alles doordringende en alles overstelpende Liefde, die we God noemden, maar hoe? ja, daar wilden we meer van weten, vandaar die studie.

Zij had haar sporen al uitgezet: ze ging zich ook oriënteren binnen de Carmel-orde en ze vroeg aan mij waarom ik niet eenzelfde soort spoor volgde. Als je ervaren had, dat dit het belangrijkste is in je leven, welnu, dan geef je daar toch vorm aan?

Maar voor mij was dit niet zo.Ik had geen binding met de kerk en haar rituelen. Sterker nog, ik wilde op zeer jonge leeftijd al niet meer mee naar de kerk wegens de hypocrisie die ik er ontwaarde: waarom zat die kijfende, akelige buurvrouw van een paar deuren verder altijd vooraan? Niemand kon me dat vertellen en dus praatten mijn ouders de hele zondag niet meer tegen me, wegens mijn nietkerkgang.

Daarna kwam de ontkerkelijking en gingen ze zelf ook niet meer en ik werd groter en mijn ouders gaven me wel de mogelijkheid om met de klas de kelder onder het huis op te ruimen en daar een maandelijkse feestkelder van te maken voor de klassefeestjes. Ook dat was mijn leven, voor mijn studie theologie.

Het kwam allemaal weer in me op nadat ik zaterdag meer dan een halve dag gewandeld heb over de besneeuwde Duivelsberg met zuster B. , die net zoals S., die nu 'ene Hoge' is binnen de Carmel-orde, al op vroege leeftijd is ingetreden. Wat mij bindt met B. is natuurlijk dezelfde soort ervaring die ergens mijn leven altijd richting heeft gegeven, maar wat zo anders is, is de vormgeving van het leven.

Ik zie nu, dat de keuze om kloosterling te worden, ook een heel 'vaste' is. Je kúnt dat kiezen en daarmee kies je voor een nieuw soort familie en net zoals je eigen familie verdwijnt die nooit, hoeveel trubbels en toestanden je daarmee ook hebt te leven: je kiest voor een leefwijze en het is geheel aan jou om deze voort te zetten of ervan af te zien.

Dat is heel anders in de 'rest' van het leven. Ouderschap, Geliefde en Partner zijn... dat kíes je niet, dat gebeurt ook aan je. Je hebt het zelf niet in de hand. Zuster B. zoekt nieuwe wegen in het Zuster-zijn, ze wil zich niet nu al een bejaarde voelen met meerdere oudere zusters om haar heen, ze zaait alvast voor een toekomst, ze kiemt en net zoals een boer zal ze ooit wel iets oogsten.

Mijn leven speelt zich veel meer af op-de-weg, als een pelgrim: ik heb geen idee, waar het heen gaat, het maakt me ook niet meer uit, ik loop en geniet, ik wandel, ik kijk en dat is me even genoeg.

Na de wandeling met B. ging ik naar het nieuwe huis, een heel groot oud parochiehuis nabij een kerk in een gehucht, waar vriend T. tesamen met P. gaan wonen en een bed & breakfast gaan beginnen. Hun hele vriendenclub was er bezig het oude behang van de muren te halen en het gaf zo'n warm, samenhorig gevoel als in de film Witness, waar een hele Amish gemeenschap tezamen een nieuwe schuur bouwt.

Ook dit is voor mij eén van de vele vormgevingen, hoe liefde gestalte kan krijgen. In dit geval zit je na afloop tussen de waxinelichtjes bij de open haard, drink je wijn en eet je hapjes en friet en neem je het leven door. Is dat zoveel anders dan 'het etentje in stilte', dat ik vrijdag bij de Clarissen nuttigde, vlak voordat ik daar de meditatie gaf en waar de stilte nu onderbroken werd door het voorlezen van de eerste lichting van de vele kerstkaarten die het klooster bereiken?

Nee, het zijn voor mij allemaal de verschijningsvormen van één en hetzelfde. Het verlangen van mensen naar saamhorigheid, het beoefenen van levensvormen waar je de verbinding met anderen behoud. Dat is vooral a state of mind, bedacht ik diezelfde avond, toen ik in mijn huis kwam waar de verwarming het niet deed en mij verwarmde onder mijn elektrische deken.

Ingesneeuwd

Ik vind het allemaal nog zo gek niet, die lichte ontregeling die Nederland nu rijk is. Des zondags had ik een afsluitingsetentje in het wijkcentrum, maar dat ging niet door: weeralarm, niemand de deur uit, er rijden geen bussen, enzovoort. Best, heel best.

Lekker thuis gekeken naar de zwartwit kerstfilm It's a wonderful life uit 1946, waar een hele jonge James Stewart op kerstavond gered wordt van zelfmoord door een engel tweede klasse. Hij laat Frank Baily zien hoe de wereld eruit had gezien zonder hem. Niet leuk, want Frank heeft elke keer voor het juiste en goede gekozen, ten koste van zijn eigen dromen en idealen.

Nu weet ik ook waar Sesamstraat Bert en Ernie vandaan hebben gehaald. De twee politieagenten in Franks dorp heten zo. Heerlijk zo'n film, waar het in de straten van het dorpje grote vlokken sneeuwt en onderwijl buiten dezelfde vlokken zien dwarrelen. Engel wordt eerste klasse, d.w.z. krijgt vleugels en Frank dompelt zich uiteindelijk in de warmte van zijn dorpsgenoten, die hij allemaal een beter leven heeft gegeven. De film, geregisseerd door Frank Capra staat op de lijst van Amerika's beste films ooit, van het American Film Institute. Dat zegt toch iets over het Uiteindelijke Menselijke Weke Hart.

Onderwijl sneeuwt het zo hard, dat de voordeur de volgende ochtend nauwelijks meer open kan, de tuin alleen maar de pootjes bevat van een buurtpoes die altijd even komt kijken, de smalle vogelpootjes van de mussenkolonie en 15 cm sneeuw op de leuningen van mijn houten stoel. Gezellig, al die hopen sneeuw van de buurman die zijn eigen stoepje schoonveegt en de sneeuw op het mijne deponeert, aangezien ik zonder auto, toch niks van voren doe, maar vanuit mijn achtertuintje leef.

Ook de volgende dag, gisteren dus, werd mijn hele dagprogamma gecancelled, wegens nietrijdende bussen en een niet op de weg durvende J. Géén werk, géén avondafspraak: gauw Zusje gebeld, want de familie zou richting Maastricht gaan voor de bespreking van het grafmonument voor Vader. Dat wordt heel mooi, van keramiek in zee-en groen- en aarde-tinten, waarop uiteindelijk twee vissen zullen zwemmen.

Nichtje L. deed alle favoriete liedjes in de auto en nichtje M. verzon zachte, dromerige fluisterliedjes over de Sneeuw, die overal lag, Sneeuw, Sneeuw, Sneeuw... Uiteindelijk gedobberd in het warme thermaalbad in Arcen, terwijl nichtjes V. en N. er ineens merkwaardig veel genoegen in beleefden om mij in de nevelige walmen van het buitenbad te laten schrikken en water naar mijn hoofd te scheppen. Zal wel de beginnende puberteit wezen.

Van mij mag het nog dagen zo duren, dat aan huis gekluisterd zijn en te voet de tocht naar de bieb maken,om een blogje te kunnen schrijven. Ik ben aan de Negerhut van oom Tom begonnen, ik bewater het mos in mijn kerststalletje, ik ga niet naar New York, waar begin ik aan in de winter? (ik keek naar King Kong en zag die stenen jungle vanaf het Empire State building). Ja, ik blijf lekker thuis, fijn ingesneeuwd.

donderdag 17 december 2009

l-l-r-l

Ach, wat blijft het toch geweldig om op te staan en dan een witte wereld te ontwaren! De mussenkolonie tjilpte en fladderde op de besneeuwde takken van het appelboompje en at parmantig van de rode appeltjes die ik heb laten hangen. De laatste dagen hebben ze bezoek van koolmeesjes en twee roodborstjes en als ik Marjolein Bastin was, dan wist ik wel wat ik ging schilderen.

Met Moeders naar Kevelaer gereden, dwars door de sneeuw, fein wieder in Deutschland zu sein. Kevelaer is een bedevaartsplaats op 44 km afstand van mijn stad, waar Maria volgens de legende weer iets bijzonders deed. Voor mij telt niet waarheid in dezen, maar échtheid: hoe je tesamen een plek maakt van devotie op allerlei fronten.

Dus: kaarsjes opgestoken voor de hele familie, de prachtige kerk weer eens van binnen bewonderd en op herhaling, na Berlijn, gesnuffeld op de Weinachtsmarkt, die hier Kribjesmarkt heet en dat was het ook wel: centraal een stal met levende have en de kraampjes onder de kruisweg rondgang.

Dus heb ik voor mijn kerststalletje allemaal kleine beestjes gekocht, een egeltje en een kikkertje op een waterlelie blad, een geel eendje, twee konijntjes, een mereltje met een nestje en twee eitjes daarin, ach wat lief allemaal... ik wilde nog een wit geitje kopen ter herinnering aan de afslachting vandaag van velen van hen, wegens de Q-koorts, maar bij de tweede rondgang waren ze allemaal op. Ik hoorde een Nederlands echtpaar hetzelfde tegen elkaar zeggen: kennelijk zijn er in een uurtje tijd meerdere fans van witte geitjes op gestaan.

Dan doe ik het in mijn hoofd maar met het witte geitje die Jan Mankes zo mooi geschilderd heeft. Ja, dieren zijn zo menselijk soms en mensen doen dingen op een wijze die dierlijk instinctief is. Gisteren stond er weer zo'n berichtje in de krant. Ga maar eens staan en doe het na, zoals ik dat gisteren deed: je vouwt je handen in je schoot en dan beweeg je je armen eerst twee maal naar rechts en dan 1 keer naar links en dan weer 1 keer naar rechts.

Doe nu hetzelfde, maar een beetje anders: eerst twee keer naar links, dan eenmaal naar rechts en weer een keer naar links. Schematisch begin je dus met: ofwel: r-r-l-r of l-l-r-l en dan volg je met de andere reeks. Wat is nu gebleken? Wij westerse mensen vinden het veel aangenamer en leren ook sneller als we starten met r-r-l-r. Terwijl kinderen van nomadevolken sneller leren als ze beginnen met l-l-r-l. En waarom is dat zo?

Welnu, nomaden tasten eerst de wereld buiten zichzelf af, dat is hun werkelijke thuis, zo voelen ze zich veilig. Terwijl wij westerlingen de wereld beleven vanuit onszelf. Gevoelmatig draaien we om ons eigen middelpunt heen, als we starten met r-r en daarna pas een beweging naar l maken , om weer te eindigen met r: bij onszelf dus.

Gisteren heb ik het een paar keer gedaan en ik voelde ineens, hoe ánders dat is: de wereld buiten jezelf als startpunt ofwel je eigen ikje. Waar tast je het eerste naar? Heel concreet stel ik mezelf deze vraag nu, omdat ik alsmaar twijfel of ik de eerste twee weken van 2010 naar New York zal gaan, of niet. Het vliegticket en de overnachting is bijzonder goedkoop. Maar het kan ijzig vriezen in NY, met sneeuwstormen en dergelijke. Er zijn héél veel musea te bekijken en ploeteren door sneeuw en daarbij soms de wolkenkrabbers niet eens kunnen zien, hektiek, honderden impulsen tegelijk: wil ik l-l-r-l?

Of kan ik beter twee weken kluizenaar zijn, in alle rust, net doen voor de buitenwereld dat ik wég ben en me onderwijl onderdompelen in boeken, muziek, dvd-tjes, stilte en meditatie? Ik kom er maar niet uit. Ook naar Kevelaer gaan is zo heerlijk allebei een beetje doen. Een moment van stil-zijn en ook gezellig met Moeders wat winkelen, dingetjes uitzoeken en ganzenborst met nudeln en rode kool eten. Opnieuw op herhaling, na Berlijn.

Misschien moet NY voor de tweede maal, toch maar weer wachten op een bezoek van mij. Tevoren doorkruiste ik middels diverse reisgidsen, NY in mijn geest in de zomer en nu in de winter. Misschien is dat wel weer genoeg, voorlopig. Wordt het dan toch: r-r-l-r.....?

dinsdag 15 december 2009

Overgave

Wat ziet de wereld er weer prachtig uit. Alles bedekt met een dun laagje rijp, de grassprietjes steken kittig de blauwe lucht in, de kale takken berusten zich in hun kale lot en op het water ligt weer een heel dun vliesje ijs. Hoe de wereld, met zo'n simpele ingreep, wat kou, een ander aanschijn krijgt. Hoewel simpel? Als de klimaattop in Kopenhagen mislukt, dan komen er wellicht tijden in Nederland waar neerdalend rijp een Wonder gaat heten.

Maar laten we vrolijk zijn. Charlotte Mutsaers krijgt de P.C.Hooftprijs in 2010, eindelijk gerechtigheid, dit eigenzinnige gekke mens met rare invallen en associaties, die het topboek Koetsier Herfst schreef, dat in geen enkele boeken Toptien terecht kwam. Dat boek gaat over Ergens Voor Gaan, hoe gek en vreemd ook, het gaat over Overgave en hoe alles mis gaat als dit zich mengt met macht en misbruik daarvan.

Er is een nieuw boek uit van Edwin Koster en Wessel Stoker: Roman & Religie. Bespiegelingen over godsdienst in 'Knielen op een bed violen', waar enkele filosofen en psychologen zich buigen over Knielen op een bed violen (2005) van Jan Siebelink. Bijna alle zes, op eén na, veroordelen de godsdienstige praktijken van de hoofdfiguur. Dat lijkt me een open deur, voor wie het boek gelezen heeft: er wordt een heel gezin geterroriseerd door de godsdienstige praktijken van de vader. Maar er is meer aan de hand. Volgens Jan Greven in Trouw van vandaag, prikkelt Siebelink onze fascinatie voor absolute overgave.

Dit ben ik met hem eens. Het raadselachtige aan het boek is, die vader wiens échte leven zich afspeelt in de wereld van de Geest, zijn zoeken en ervaren van datgene of degene die wij God zijn gaan noemen. 'God', is natuurlijk een onmogelijk woord in de taal en de vergelijking die Greven trekt met 'verliefd-zijn' raakt wel aan dat onmogelijke.

Wanneer je verliefd bent, dan weet je eigenlijk niks zinnigs over die ander te zeggen. Je gaat voor datgene in een andere, dat je vermoedt, iets dat er niet bewijsbaar is en er vaak ook niet of maar zeer ten dele is, in die ander. Is daarmee verliefheid irreëel en leef je dan in schijngestalten? Ja en nee. De verliefdheid zet hengels uit waarmee je vist naar ongekende diepten en rijkdom in het water.

Zo is het ook met de overgave aan 'God'. We weten niet precies wat we daarmee doen en zeggen. Soms denk ik dat 'God' vooral verwijst naar een ongekende potentie in onszelf, waarvoor we bang zijn. Een muis draait liever veilige rondjes in het rad, dan het open vrije veld in te gaan vol grassen en bloemen en granen en wat al niet meer.

Overgave in allerlei vormen intrigeert ons, omdat het ook zo vaak mis gaat daarmee. Verlies van jezelf op alle fronten, met schade en schande wijs worden, terug kijken en denken: hoe had ik zo stom, bedwelmd en zonder voor behoud kunnen zijn? Maar toch...

Jan Greven laat in het midden of de bemiddeling van die ervaring van absolute overgave aan God, middels allerlei godsdienstige praktijken, goed of slecht zou zijn. Volgen vijf auteurs uit die bundel, is het eigenlijk verkeerd, hoe de hoofpersoon daarmee omgaat. Jan Greven is zelf dominee en dus gebaat bij bemiddelende instanties rondom de Godervaring.

Ik denk steeds meer: overal waar een eigenbelang meespeelt rondom wellicht het grootste thema van het leven Overgave aan... daar gaat het fout. Of dat nu de eenzaamheid is van de hoofdfiguren in Koetsier Herfst of kerkelijke en godsdienstige praktijken waar de bemiddelaars geld (moeten) verdienen.

Misschien zouden we wél kunnen proberen om adembenemend, met open ogen en hart voor het grote Mysterie te gaan staan. Doodeng en íets in jezelf zal sterven. Maar net zoals bij verliefdheid kan daar ook iets uit groeien dat liefde heten mag, voor allen en een ieder waarin je dezelfde sporen van God vermoedt en soms ervaart.

maandag 14 december 2009

Electricity

Het hoort wellicht bij een jaarlijks terugkerende wintervirus (zie blogje moderniteiten, 18 dec 2008): dat er zo'n dag is dat ik me gigantisch zit op te winden over de 'moderne' elektrische wereld om me heen. Des zomers, als je alleen maar zon, water, en hout voor een vuurtje 's avonds nodig hebt, plus wat tuinlantaarntjes voor de sfeerverlichting, dan valt alle elektriciteit en al die apparaten om mij heen, me nauwelijks op.

Maar nu. Water bijvullen in de verwarmingboiler. Ja, het lukt wel, daar niet van: kap eraf, installatie uit, waterkraan aansluiten... maar ik vind het zo'n heisa. Denk dan: O, o, o, laat me het onhandige vrouwtje maar zijn, waar is de Redder of Redster die dit eens allemaal voor me doet? Zo heb ik ooit besloten om geen band te kunnen plakken en breng lekker mijn fiets naar de fietsenmaker. Een paar uur frustratie per band, minder in mijn leven.

Bij de centrale bushalte is een gigantisch lichtpaneel geplaatst, waarop staat hoeveel minuten het nog duurt, eer er een bus vertrekt. In mijn naïviteit dacht ik nog dat alle bussen op een soort Tom Tom systeem zouden zijn aangesloten, zodat de verwachte aankomsttijd zichzelf steeds corrigeert. Niet dat IK op de minuut hoef te weten wanneer de bus komt, maar toch: het voelt efficiënt en goed geregeld.

Totdat ik vandaag ontdekte, dat het lichtpaneel alleen maar het busboekje en de bedóelde tijden ophoest. Staat er: nog 19 minuten en dan blijkt dat om de volgende bus te gaan, dan die welke jij gaat nemen en die er alsnog aankomt. Wat een zooitje en wat een verwarring schept dat. Je weet gewoon het meeste over je bus, als je gewoon aan een omstander gaat vragen of jouw lijn al geweest is of niet. Moderne ergenis. Geld over de balkgooierij, het slaat werkelijk nergens op.

Net zoals het fietspad achter mijn plantsoen dat ineens opnieuw geasfalteerd is, terwijl er werkelijk niks mee aan de hand was. Kijk om je heen, het gebeurt op allerlei plekken: Ik heb begrepen dat de geldpotjes van dit jaar op moeten. Anders krijg je volgend jaar minder budget. Plaatvervangende schaamte overvalt mij, als ik denk aan al die gaten in de wegen in derde wereld landen, stukken uit het asfalt, een weg die zomaar stopt.

Licht dat zomaar stopt, is ook altijd een bron van lichte opwinding. Het gebeurde vanavond in een deel van het wijkcentrum en aangezien dit weekend de helft van mijn stad een paar uur zonder elektriciteit zat, voelt dat toch aan als: zou er Ergens iets Engs aan de hand zijn? De juffrouw aan de andere kant van de lijn zei dat ik niks mocht doen, voordat de elektricien mij zou bellen, binnen vijf minuten, die natuurlijk niet belde binnen 5 minuten. Krijg dat maar voor elkaar, niks doen, met allemaal eigenwijze mannen rondom je, die allemaal het beste weten hoe je moet handelen.

Het gevolg: twee kwade koppen die stug volhouden het gelijk, waarvan ik al niet meer weet wat dat zou zijn, aan eigen kant te hebben. Zo schrijf je des ochtends nog een meditatie over de Engel van de Verandering en heb je je des avonds staande te houden in de noodverlichting, sussend en bemiddelend, deels vergeefs. Maar ja, dat wou ik toch zelf: een leven vol afwisseling en verandering: electricity.

zaterdag 12 december 2009

Kerststalletje (3)

Gisterenmiddag ben ik heel erg ZOET geweest. Ik heb me geheel gewijd aan de opbouw van mijn nieuwe kerststalletje. Van een rommelmarkt had ik een papieren tas met plastic beeldjes gescoord, uit Italië , waar al mijn plastic beeldjes vandaan komen. Deze waren zo groot als een flinke kinderhand, Maria, Jozef, twee herders, drie koningen de os en de ezel, alleen het pièce de resistance ontbrak: Baby Jezus himself. Maar daar zou ik wel wat op vinden, besloot ik bij aankoop.

Aangezien mijn eerdere beeldengroepje zo groot als twee koten van mijn pink was, en dit dus een enorme schaalvergroting was, wist ik dat ik een nieuw kersstalletje ging maken. Van bamboe en hout uit de tuin, dacht ik, en bijna was ik eerst naar de praxis gefietst, want getimmerd moest er worden, a la Jozef, de net-niet-echte vader van Jezus.

Goed dat ik het niet gedaan heb. Ik ben gewoon wat gaan scharrelen in de tuin en heb zegge en schrijve, eén spijker nodig gehad, om de oude kerstal, nu de helft van de nieuwe te laten zijn. Een houtblok erbij, wat oud schuttinghout erachter, wat verbindingen met lijm en touw: klaar. Tenslotte is de symboliek van de kersstal een plek die je toevallig vindt en beschutting geeft en dat daarin toch een wonder kan geschieden.

Wonderlijk is het wel, zo'n middagje terug in het kinderspel. Voor het eerst een waar heuvelachtig landschapje gecreëerd op een opklaptafeltje uit Ikea: grote en kleine stenen uit de tuin verzamelt, mos ertussen in, en daarlopen ze dan vanuit verschillende hoeken: het vele gewone volk dat ik in Napels gekocht heb, de twee vrouwen uit Greccio,die nog altijd vooraan op de drempel staan, voor het Grote Gebeuren. Nu heb ik meerdere engelen die aan de kanten meekijken en zowaar een Moor, die met een gebalde vuist, op weg naar de kersstal gaat.

Die plastic beeldjes, zijn waarschijnlijk replica's van échte beelden van hout en klei enzo. Voor het eerst na al die jaren vraag ik me af hoe deze gemaakt zijn en waar ze oorspronkelijk vandaan komen. De houdingen en uitdrukkingen zijn expressief en ze zijn kleurrijk. Maria draagt nu een roze jurk, met een blauwe cape en heft juichend haar handen de lucht in en de zwarte koning heeft een helgeel gewaad aan. De os heeft dromerige grote ogen, waar het oogwit te zien is , rode lippen en een rozige snuit, die welgunstig zijn warme adem afgeeft aan ...

...Ja! Het Goddelijk Kind! Eindelijk aanwezig in de juiste proportie! Hij komt gewoon uit mijn oudste beeldengroepje uit Florence en was ook bijna twee vingerkootjes van de pink groot. Dat kon helemaal niet. Maar nu past ie precies. Vroeger werkte mijn kerststalletje perspectivisch de diepte in: omdat ik beeldjes van verschillend formaat heb, keek je eerst als het ware over de schouder van de grootste mee, naar beneden.

Nu is het omgekeerd: de hoofdgroep staat op het hoogste punt en je loopt nu in een opgang met een ieder mee, tot Baby Jezus, die in het zachte mos ligt, met een waxinelichtje voor hem en daarvoor een kruikje: stromen van levend water zullen in je vloeien, zal later de apostel Johannes over de herinnering aan het leven van dit mens zeggen.

Als geintje heb ik voor de verhoging van de hoofdgroep, het 'Handboek van alle kerkelijke en godsdienstige groeperingen in Nederland' gebruikt. Die mogen allemaal begraven worden, want het gaat om het leven zelf: geboorte, warmte en koestering van dieren, flesjes wijn en kistjes groenten, herders die muziek maken en koningen met geschenken en helemaal vooraan twee jongens met de gebaren: luister! en kijk! Hiér gebeurt het en hou je lantaarntje met licht in eigen hand.