zaterdag 17 mei 2014

Tale for the Time Being

Het is wel fijn om een vriendin te hebben, die in een ander taalgebied woont. Dan krijg je nog eens andersoortige leestips. Boeken waar ik anders nooit van had gehoord.  Een gouden tip is A tale for the time being gebleken, die ik heerlijk in het zonnetje tussen de tjilpende vogeltjes in mijn tuin heb uitgelezen. De schrijfster is Ruth Ozeki, ze is geboren uit een Amerikaanse vader en een Japanse moeder, ze woont in Britsh Columbia en in New York, en ze is 2010 gewijd tot zen-boeddhistisch priester.

In dit boek lijkt ze ook zelf voor te komen: Ruth, een schrijfster, vindt op het strand in Canada een plastic zak met o.a. een dagboek van een 16-jarig Japans meisje dat Nao heet. Misschien is het komen aanspoelen na de tsunami over de wereldstromen. Beide zijn om beurten aan het woord:  Ruth besluit het dagboek in real time te lezen, dus even snel als dat het meisje het ooit geschreven heeft. Nao is ook Now, het Nu dus, het Eeuwige Nu uit de Zen.

Het boek bestrijkt de werelden van een Japanse non, de overgrootmoeder van Nao, die in een tempel op de berg leeft en waar Nao een zomer gedumpt wordt door haar suïcidale vader, die een specialistische computerprogrammeur in Californië was, maar gedwongen weer naar Japan is verhuisd. Het gaat over pesten op school, de natuur op het eiland in Canada, over tijd, 9-11 die een breuk in de tijdsbeleving heeft gebracht, over Prousts  À la recherce du temps perdu, enzovoort. Verschillende parallelle werelden, tijdsbelevingen, werkelijkheidsbelevingen, kwantummechanica,  een zoekgeraakte poes...

Een verhaal dus: For The Time Being en elk mens is een Time Being: heel even aanwezig in de tijd en in de geest op zoveel plekken tegelijk aanwezig, altijd en overal. Telkens weer dat prikkelende inzicht uit de Zen: elk moment is nieuw, nu is één en bestaat tegelijkertijd uit alles wat er in de wereld is, was en zal zijn. Het boek zweeft nooit en is tegelijk heel concreet en aards. Ik doe maar even een citaat, dat ik wel bewaard wil hebben in mijn blog. Voor later, als ik over twinig jaar ofzo, nog eens herlees. Ik las het bij mijn eigen bamboe-bosje.

And then  she felt something, a featherlight touch, and she heard something that sounded like a chuckel and a snap, and in an instant, her dark terror vanished and was replaced by a sense of utter calm and well being. Not that she had a body to feel, or eyes to see, or ears to hear, but somehow she experienced all these sensations, nevertheless. It was as being cradled in the arms of time itself,  and she stayed suspended in this blissfull state for an eternity of two. When she awoke to an insipid beam of winter sunlight filtering in throught the bamboo outside her window, she felt oddly at peace and well rested.

donderdag 15 mei 2014

In woorden wonen (2)

Ik noemde het in november 2012 in een blogje: 'In woorden wonen'. Dat is voor mij een grote vanzelfsprekendheid: dat je zegt wat je doet en doet wat je zegt. Woorden hebben alleen dan een waarde en betekenis. Anders kan je beter zwijgen en de stilte laten spreken. Wat ik ook graag doe.

Maar wie met woorden sjoemelt en de ene keer dit zegt en dan iets anders doet, en dan weer iets anders zegt en daarop weer iets tegenovergesteld doet... die dwaalt rond in een eigen woud met eigengemaakte ondoordringbare lianen van verwarring, minachting, spookbeelden en spookwerkelijkheden: een wereld van angst. In feite is de andere tot wie je de woorden richt dan tot niets gereduceerd: een projectiescherm van je eigen wereld.  Wie zó met woorden omgaat kan zichzelf niet vertrouwen en dus ook niemand anders...

Dat is een treurig gegeven. Brieven waren er ooit om een ruimtelijke afstand met een ander te overbruggen. Dan zie ik ratelende postkoetsen langs landelijke wegen en brievenschrijvers die smachtend wachten op een teken van geschreven leven.  En zo idealistisch is ook het internet ooit ontworpen: men droomde van een waardevrije ruimte, zonder machtsverhoudingen of belangen. Hoe anders is dat uitgepakt

En dan hebben we nog Twitter en Facebook en al die andere social media. Nog steeds denk ik dat die verzonnen zijn om anderen te ontmoeten: netwerken van vriendschappen enzo. Helaas. Er wordt op gescholden en de onderbuik van de samenleving is er in alle schraalte, wreedheid en kaalte te zien.

Misschien ben ik naïef. En idealistisch. En niet reëel. Maar ook deze woorden zijn alleen maar waar, als ik ze waar láát worden. IK beslis wat ik doe met mijn woorden en beloften. IK beslis of ik me verschuil in mijn woorden en verstoppertje of kiekeboe speel. Of dat elk woord er is om juist zo transparant en nabij mogelijk te zijn. Nabij bij mezelf en bij elke ander die ze leest of hoort.

Dat geeft weer een ongelofelijke vrijheid en ruimte. Want IK beslis dat ik in mijn woorden woon. En Ik beslis ook dat ik met andere mensen in woorden wil wonen. Hoe weet je of je met elkaar in woorden woont? Het ijkpunt lijkt me, dat elk woord dat je schrijft of  mailt of sms't,  je dat ook oog in oog tegen die ander kan uitspreken. Het oog is de spiegel van de ziel en elke woord dat daar vanuit gesproken wordt, is dan bezield.  Zo niet, dan zeg je maar wat, de onderbuik spreekt dan of een andere onduidelijke instantie in je.

Elk woord zou naar de stilte kunnen leiden. Dat moment dat je die ander werkelijk ontmoet en je sprakeloos wordt.  Zo ben je altijd geborgen. Bij jezelf en bij die geheimzinnige bron van licht en kracht in mijn zelf en ieder ander,  die je woorden geeft om van te leven en te bestaan: Woorden om in te wonen.

woensdag 14 mei 2014

Wansie

Het is zo'n ding waar ik zelf natuurlijk nooit op was gekomen: een Wansie. Dat is een fleece-pak in de vorm van een dier. Het schijnt een nieuwe mode te zijn. Nee, niet alleen voor kinderen: volwassenen lopen thuis ook rond in een Wansie. Dan ben je ineens een konijn of een kuiken of een tijger of een pinguïn of een giraf. Enzovoort. Compleet met staart en capuchon met dierenkop daarop.

Mijn God, wie wil er nu in een Wansie lopen? Wat is dat nu weer voor een vorm van infantilisering? Moeten mensen buitenshuis zo serieus altijd maar mannetjesmaker in pak of snode femmes fatales zijn, dat men thuis de behoefte krijgt om terug te gaan naar de kindertijd en fijn beestje te spelen? Een Wansie dus. Mijn infobron is natuurlijk weer mijn nichtje Lisa, die pandabeer is.

Ik beken: ik heb nu ook een wansie. Waarom? Omdat het zo lekker zacht en warm zit, niks knelt er, lekker ruim en luchtig tegelijk. En het kostte bij de Primark afgeprijsd maar 7 euro. Ik ben een draak. Felgroen met een rode staart en een rode buik en twee bruine vleugeltjes. 'Als er nou iemand aanbelt, doe je dan gewoon de deur open?', vraagt Zusje. Ja, dat was ik wel van plan. Al deed ik hem gisteren toch een beetje besmuikt aan. Gek gevoel. De mijne heeft ook aangenaaide voeten en dus kun je je ook ineens een reuzenbaby voelen, in een speelpakje.

Thuis, ik ben thuis, ja dan mag dat toch? Wansie kan toegevoegd worden in de Atlas van de Belevingswereld. Een leuk boek dat ik voor een prikkie op het Waterlooplein vond. Mijn leesmethode van de oude psalmen is al heel lang dat ik kijk naar de woorden daarin als plaatsen op een kaart. Sommige woorden, tezamen met anderen kun je dan eruit lichten, aan elkaar rijgen en zo voorzien van een nieuwe betekenis en een nieuw gebied bewandelen. Je schept dan eigenlijk een nieuwe plek binnen zo'n aloude psalm.

Deze atlas doet hetzelfde, maar brengt als het ware onze hele gevoelswereld en belevingswereld in kaart. Heel leuk en overtuigend gedaan. Zo is de belangrijkste stad in het gebied dat 'Thuis' heet: 'Geborgenheid'. Kleine gehuchtjes daaromheen heten: Hoekje, Troost, Behaaglijk, Onderuit. Ook een plekje dat 'Verstikkend' heet, ligt er dichtbij, al moet je daarvoor wel het water over. En 'Vies', een 'Zwijnenstal', 'Straks', 'Slurpen', 'Warme Chocolademelk' liggen in het noorden. Aan de kust liggen: 'De Vuile Was', 'Koekeloeren', 'De Muren', 'Waken en 'Welkom.   Rondom het gebiedje dat 'Emoties' heet, vlakbij, ligt het dorpje 'Geboren'. En de gehuchtjes 'Kietelen', 'Knuffelen', 'Brullen', 'Ochtendhumeur'.

Ik denk dat ik Wansie zou plaatsen vlak bij het meer dat Vergaarbak heet. Het ligt in het gebied Rondscharrelen. Daar is het dorpje 'Ontdekking'. En ook 'De Oude Doos' en 'Rommele' en 'Kwijt'.

maandag 12 mei 2014

Phoenix

Het is een beeld dat me vrolijk maakt: Conchita Wurst, met haar loepzuivere stem, als een glanzende zeemeermin met achter haar die grote vleugels van vlammen en vuur: Rise as a phoenix, een vuurvogel .Het is toch mooi een beeld dat door meer dan 180 miljoen mensen bekeken is en ook door Europa is uitgekozen, om de eerste te worden. Lekker puh, al die protesten uit Rusland over de vrouw met de baard die gediskwalificeerd moest worden. Ik vind het de perfecte uitslag: Conchita als Europees visitekaartje en Nederland fijn tweede met Calm after the storm, dat qua stemming en sfeer best wel bij me binnen komt.

Het beeld van Conchita is ook het soort beeld dat uit de meer verborgen plekken van de samenleving komt. Ik denk dan aan de foto's van Diane Arbus, van wie ik een mooi tweedehands boek gevonden heb: Zeitschriftarbeit. Mae West, een 76 jarige bodybuilder die vindt dat hij de mooiste oudste man op aarde is, 5 typische mensen uit achteraf buurten in New York: vol tatoeages, een kleine Uncle Sam onder wapperend wasgoed, waarzeggers, travestieten. Op elke foto van Arbus hangt datzelfde net-niet-gewone: de rafelranden van wie we zijn, wat we dromen, hoe we fantaseren.

Er lijkt een 'gewone wereld' te zijn met een oppervlakteglans waar geruststelling en het minimaliseren van angst en stress bewerkstelligd wordt door vrolijke reclames met lachende mensen, opgeruimde huizen, tuinen en winkelstraten, de nieuwste mode en snufjes. En er is een wereld daarnaast  die verontrustend is: zoveel oorlog, haat, angst, verwarring, dreiging en verwoesting. Die we weg willen bannen tot wat foto's in de krant, of heel vluchtig bekijken tijdens het Acht-Uur-Journaal. We willen, en kunnen wellicht, daar niet lang  bij stil blijven staan.

Daarom is de de vrouw met de baard, omgeven met zoveel glitter en glamour en vlammende vleugels zo geweldig leuk. En bijna de tegenkant van dat andere liedje van Ilse en Waylon.  Want de kalmte na de storm, is ook zoiets als de stilte in het oog van een tornado: er zit iets van dreiging, maar ook verwachting in dat liedje, perfect vormgegeven in dat donkere zwart-wit,  met spookachtige kale bomen,de strepen op een weg, ieder aan een eigen kant, die veranderen in broken land waar ze beide op staan: gebarsten grond... die wie weet weer vrucht kan dragen: weer goudgeel kan stralen: de wens dat er toch gloeiende kooltjes zitten in het grijze as: Rise as a phoenix.

zaterdag 10 mei 2014

Boeddha in je

พระสิวลี of phra siwali, 
de reizende monnik

Het is me toch wat. Eens was ik Sammie kwijt en toen vond ik Sammie terug en nu ben ik Sammie alweer enige dagen kwijt. Zou hij nog terug komen? Voor wie het niet weet: Sammie is geen huisdier, noch een menselijke bekende, Sammie is mijn mobieltje. Alhoewel ook anderszins het leven mij voorkomt als een komen en gaan van mensen, dingen en verschijnselen: de altijd stromende wereld, niks vast willen houden of werkelijk kunnen grijpen of begrijpen...

Zo vond ik tussen de oude papieren op tafel een verkreukeld fotokopietje. Ik kan me niet herinneren het ooit gemaakt te hebben. Maar daar was het ; een mooie boeddistische anecdote om mijn dag mee te begeleiden. In de zentempel was het de gewoonte dat een reizende monnik bij aankomst een gesprek heeft met één van de monniken van het klooster. Als de reizende monnik de betere was in het gesprek, dan mocht hij blijven.

Het gesprek wordt in het klooster uitbesteed, aan een minder ontwikkelde, wat onnozele monnik met één oog. Na het gesprek vertrekt de reizende monnik: hij heeft het gesprek verloren. Waar ging het over? Het gesprek werd zonder woorden gevoerd. De reizende monnik doet verslag: ik stak 1 vinger op, die, zoals je weet, verwijst naar de Boeddha. Toen stak de andere 2 vingers op: Boeddha  én zijn leer. Toen stak ik 3 vingers op voor de Boeddha, de leer en de gemeenschap. Toen hield de ander een gebalde vuist voor mijn gezicht, wat betekent dat alle drie uit één wortel voortkomen. Toen werd me duidelijk dat ik het gesprek verloren had.

Maar dan het verslag van de onnozele monnik, van hetzelfde gesprek: De reizende monnik stak eén vinger op, om me op een arrogante wijze te vertellen dat ik maar één oog heb. Maar ik wilde hem niet provoceren, dus ik stak twee vingers op, om hem te feliciteren dat hij twee gezonde ogen heeft. Maar toen stak die onbeschofde kerel drie vingers op, om me duidelijk te maken, dat we samen toch maar drie ogen hadden! Ik werd toen zo woedend dat ik hem met mijn vuist bedreigde. Toen begreep de andere me en is vertrokken.

Nou ja, ik vind het natuurlijk wel een geinig verhaaltje omdat het de volkomen miscommunicatie tussen twee mensen laat zien. Hoe een ieder interpreteert vanuit zijn eigen wereld en datgene wat uitgewisseld is, dus een volslagen illusie is. Dan rest de vraag, aan welke illusie je de voorkeur kunt geven. Al is het resultaat hetzelfde.

Dan kies ik toch maar voor die van de reizende monnik. Omdat de woede van de ene de muur is waardoor je de andere niet kunt zien: Je  de Boeddha in elk ander en in jezelf dus niet kunt zien. De wereld is aangenamer als je dat wél doet en dan hoef je er nog steeds niks van te begrijpen.

donderdag 8 mei 2014

Caroussel + Jeff Wall

Jeff Wall, De vrijwiliger
Vanochtend was het dan zover: De Caroussel: gemeentelijke ambtenaren daalden af uit het pluche van het gemeentehuis om te zien hoe het daadwerkelijk functioneert in mijn wijkcentrumpje: de geslaagde pilot 'de ambtenaar en de burgerparticipatie'. Ik was de ambtenaar en de drie vrijwilligers de burgers. Hetgeen ik maar meteen onderuit haalde in het een uur durende tafelgesprek met ons viertjes, à la De Wereld Draait Door. Ik ben ook een burger, zei ik, en ieder zet de eigen talenten in, om er samen iets van te maken.

Iedereen was erna enthousiast. Nou, het gaf een goed beeld hoe het er hier aan toe gaat, ontspannen, hoe jullie met elkaar omgaan en hoe het gewone leven ook doorgaat, want we bleven zwaaien naar mensen die voorbij liepen, richting het winkelcentrum. De allerhoogste leidinggevende kwam naar me toe en zei dat ik het uitstekend gedaan had. Op het einde, bij het weggaan nog een keertje: 'Ik voelde me trots op je', zei ze, bijna een beetje verlegen lachend.

Zo, ook weer gedaan. Thuisgekomen bedacht ik me, dat  Jeff Wall er een mooie grote foto met levensgrote mensen in een lichtbak van gemaakt had kunnen hebben. Van hem is er nu een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij brak door op Documenta X met vier zwart-wit foto's, waarvan er eentje 'vrijwilliger' heet: in een soort van achteraf zaaltje staat een jongen op oude gympies een zeil met patronen te dweilen. Het ziet er levensecht uit, en dat is het ook wel, behalve dat hij eerst talloze malen aanwezig is geweest om de jongen te zien dweilen, voor hij plaatjes gaat schieten. En dan wacht tot het moment dat de jongen weer vergeet dat hij gefotografeerd wordt.

Zo heeft hij ook een foto van 22 wachtende mannen aan de rand van een industrieterrein, op een verlaten weggetje met twee grote bomen. De mannen heeft hij ergens anders vandaan geplukt, ze stonden daar inderdaad te wachten, maar laat ze op de nieuwe locatie hun gang gaan, en hun ding doen: wachten. Dus dan zie je er velen onder de grote ceder-achtige boom staan, want het begon onderwijl te motregenen. En er steekt ergens een paraplu in de grond.

Hij vergelijkt zijn foto's met gedichten: je kunt eruit halen wat je wilt. Soms zijn ze een scene uit het dagelijkse leven, soms een herinnering, zoals een jongen die in een tuin uit een boom valt, soms als een film-still: twee mannen in uniform die een huis doorzoeken, terwijl op de voorgrond er de gympen en een broek en onderbroek van een man liggen. Wat is hier gebeurd? Of de foto op een kerkhof met een net gegraven rechthoekige kuil. En dan kijk je beter en dan zie je dat er water in de kuil staat, met zeesterren en koraal.

Voor de foto van vanochtend had ik aandacht besteed aan de verschillende soorten van kledij van de mensen: van casual tot in das-met-pak. De vrouwen; sommige opgedirkt met keurige kettingen en sjaaltjes, andere wat sjofeltjes. Ik had in de lucht en boven het biljart, dat nu als tafel diende , waar wij omheen zaten, wat grapjes toegevoegd. Een vlindertje en een bijtje laten vliegen; toevallig hadden de 2 vrijwilligers en ik alledrie iets gebloemds aan.  Een enkel insect. Een mier die tussen de waterkan en het schaaltje met de gele gesneden plakjes cake loopt. Zoiets. Het leven als een caroussel.

PS: Een vrijwilliger zegt net, al kaartend, over vanochtend: 'Ik zei: Het lijkt hier net een bioscoop. Nu eens kieken welke film er gedraaid wordt.'

donderdag 1 mei 2014

Pelgrimstocht

De laatste merel fluit tot half tien 's avonds op de punt van het dak bij de buren. Toen daalde hij af in mijn struiken en was het stil. Wat? Zou daar een nest zitten? Het was al te donker om op onderzoek te gaan, maar vandaag duwde ik voorzichtig in de takken van de struiken, maar zag toch geen nest. Wat deed die merel daar, dan? Heb ik gemist dat hij vervolgens wellicht naar de dichte klimop op de schuur hupte, waar ik wel al langer vermoed dat daar merels huizen?

Ach, de wereld om me heen verandert zo snel. Of misschien juist niet, is het slechts een kwestie van licht en donker en  lijkt dat waar je aandacht naar uitgaat meer aanwezig dan dat wat zich terugtrekt in het duister. Ik had buiten zitten lezen tot het niet meer kon: tot die laatste merel het einddeuntje van de dag gaf. Hij heeft het weer gedaan;  Haruki Murakami met zijn nieuwste boek: dat ik het in één ruk uitlees: De Kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren.

Tsukuru Tazaki is 36 jaar en zijn leven is getekend doordat hij vijf maanden aan de rand van de dood heeft geleefd. Niet omdat hij ziek was, maar omdat hij 16 jaar tevoren zonder opgave van reden uit zijn vriendengroep is geknikkerd. Zijn nieuwe vriendin Sala draagt hem op om contact te maken met zijn oude vrienden en  te zoeken naar het waarom. Ze zegt dat ze iets aan hem merkt, dat ze kan voelen dat hij niet helemaal aanwezig is wanneer ze met hem vrijt en dat dit uit de weg geruimd moet worden, wil hun relatie een toekomst hebben.

Ze zegt: Je bent geen naïeve , kwetsbare jongen meer,  maar een onafhankelijke, fiere vakman, en zo moet je de confrontatie met je verleden aangaan. Niet kijken naar wat je wilt zien, maar naar wat je móet zien. Doe je dat niet, dan zul je die zware last de rest van je leven moeten meedragen.
Achterin het boek meldt de vertaler dat Sala de naam is van de boom waaronder Boeddha geboren is en ook gestorven. Tsukuru gaat dus op pelgrimstocht, zoals de titel van het boek ook al aangeeft.

Dat is de kern van een pelgrimstocht: opnieuw geboren worden. Voor Tsukuru betekent het dat hij altijd meende dat hij kleurloos was, in tegen stelling tot zijn vier vrienden die allen een kleur in hun achternaam meedragen. De Rooie en de Blauwe, zo waren de bijnamen van  de jongens, Witje en Zwartje de meisjes. Maar hij komt erachter dat hij als het ware geofferd is, omdat men hem juist zo sterk en eigen vond: Hij was als het ware juist de samenbindende factor in de vriendschap van Vijf, niet de leegte. En zo snap je dan ineens de kaft van het boek.

Witje, het meisje waar veel om blijkt te draaien, speelde vroeger een deuntje op de piano: Le Mal du Pays, wat heimwee of melancholie betekent, van Franz Listz. Met internet heb ik het gedownload. En zo luister ik laat op de middag naar dit trage, rustige muziekje, dat een mengeling van heimwee en verlangen bij me oproept. Alle vogels in de tuin begonnen ineens door elkaar te kwinkeleren. Toeval?

Misschien is alles in het leven toeval, van elke betekenis gespeend. Misschien is alles juist geladen met betekenis. Misschien verdwijnt alles zomaar, zonder dat je daar invloed op hebt. Misschien verschijnt er zomaar weer een andersoortige werkelijkheid. Is het leven alleen maar kaal en plat, goedkoop en grillig?  Of heeft een ieder een eigen pelgrimstocht daarbinnen te ondernemen, waardoor het diepte krijgt en betekenis?  Het is deze gelaagdheid bij Murakami, op een zo'n moderne wijze verwoord, waardoor ik fan van hem ben.