donderdag 30 oktober 2014

De (on)macht van woorden (2)

Vanmiddag, na mijn werk, had ik het even helemaal gehad, zoals dat dan heet. Grrrrrrr... is het enige wat ik nog kon uitbrengen. Het was lang geleden dat ik werkelijk zo uitgebreid baalde; mismoedig... Een computer die crashte, achter een garantebewijs aan en dan blijkt de firma die het apparaat leverde failliet te zijn, dus wat nu? Of ik even dit... en of ik even dat... n of ik niet kon zorgen voor... En: 'Praat jij maar lekker een eind door,  ik doe het lekker anders, bemoei je er  niet mee.'

Ja, er hing wat spanning in het Wijkcentrum, want morgen komt er een filmploegje van de gemeente die de vrijwilligers gaat filmen, hoe ze dat doen, dat Zelfbeheer en het komt op de lokale tv-zender en op YouTube. Ik ben daar niet bij en ik hoor daar ook niet bij: het gaat immers om Burgerparticipatie van Vrijwilligers.

Het hele thema begint me ondertussen ook danig de keel uit te hangen. Iets wat in de luwte en het verborgene is gegroeid en goed gaat, wordt in de schijnwerpers gebracht met een heleboel poeha en grote woorden. Daardoor komt er spanning op te staan: het vanzelfsprekende verdwijnt omdat de spiegel die voorgehouden wordt is, dat het NIET vanzelfsprekend is: dat mensen zelf ook zorg willen dragen voor een wijkcentrum in hun buurt. Bah, dacht ik, bah: die economie en dat politieke belang dat  de smaak van wat is, weghaalt: Roet in het eten gooit.

Ik was vergeten dat hiertussendoor ik nog een gesprekje had aan de bar: de 'therapeut' die hier ook een kamer huurt vertelde dat ze mee was gegaan met een uitvaartbegeleider die een lijk moest transporteren naar een crematorium, ergens anders in het land. 'Het was niks meer dan afleveren',  zei ze, 'en daar krijg je dan voor betaald, het is een eigen bedrijfje, dus hij heeft de inkomsten hard nodig, zeker in deze crisistijden.'

Een anoniem mens, hup, de oven in. Ik had daar wel mijn verbazing over geuit. 'Al is het maar, even, een kort moment, dat je wél aandacht geeft dat daar een mens gaat,' zei ik... 'een neutraal gedicht of een gedachte'. Ik geloof dat ook dit gesprekje in de rij, bijdroeg aan mijn groeiend gevoel van onbehagen. Wat doen mensen elkaar toch aan? Hoe is het mogelijk om volkomen anoniem te sterven en weggebracht te worden?

Zonet wipte de therapeut weer even aan. Ze had nog met een vriendin gebeld, met wie ik hier ook een keer gesproken heb.' Ik nam even de tijd om stil te staan en dacht aan wat jij zei over dat cremeren. Ik had even zo'n algemeen negatief gevoel over me, dat het helemaal mis is met de samenleving. Ik had het met mijn vriendin over, wat jij zei. En uiteindelijk zeiden mijn vriendin en ik tegen elkaar: 'Gelukkig dat er ook Mirjams zijn'.

Hé, en dat deed mij dus weer goed. Dat het toch  belangrijk blijft om elke keer weer te zeggen wat je op je hart hebt. Dat je blijft geloven in de kracht van woorden, ook al worden er zoveel woorden genegeerd en ongedaan gemaakt. Uiteindelijk... kunnen woorden ook wél een doel bereiken.

The act of killing

Ik heb een documentaire gezien, waarvan ik zeker weet dat ik die nooit meer vergeten zal. The Act of Killing, en het speelt zich af in Indonesië. Dat is de eerste reden waarom ik het niet zal vergeten: mijn oerwortels komen daar vandaan en ik hoorde als kind van zeven dat er daar iets ergs gebeurd was: er waren zeven generaals vermoord en in het kielzog daarvan nog veel meer mensen. Ik kreeg er een nieuwe achternaam bij: Mariakasih, door mijn ouders zelf verzonnen, want de andere achternaam die was te Chinees: als we in Indonesie hadden gewoond, dan liepen we gevaar omdat ik Chinees-Indonesisch van bloed ben.

Deze documentaire zet  twee mannen in the picture, die indertijd honderden mensen hebben vermoord na de coup in 1965. Daar werd president Sukarno afgezet, Suharto kwam aan de macht en er onstond een klopjacht op communisten of die daarvan werden verdacht: zoals de etnische chinezen. Het blijkt dat er 1 miljoen mensen indertijd bruut zijn afgeslacht. Mensen werden doodgeknuppeld, maar dat gaf teveel bloed en Anwar Congo, een leider van zo'n doodeskader vertelt dat hij door een Amerikaanse cowboy film op het idee kwam om mensen te wurgen met een stuk ijzerdraad.

Wat de film onvergetelijk maakt, zijn de dubbele, dubbele bodems, als lagen van een suikertaart, die langzaam smelt. Want Anwar gaat samen met zijn vriend, een mede-moordenaar het doodmaken naspelen: zowel als dader en als slachthtoffer. Die vriend is in drag, een dikke travestiet en één van de associaties voor Anwar is, dat dit de wraakgodin is, die soms in zijn dromen verschijnt. Hij moet die te vriend houden.

Het gaat over doodmaken, wreed, aan de lopend band,  maar wat zie je? Een wilde greep: een grote kamer, bijna een zaal van iemand die allemaal glinsterend dingen van glas en kristal verzamelt, een roos van glas in zijn hand en  steeds zegt : het is net echt...Hij heeft een gekke plastic vis die, als je hem aanzet gaat spartelen met het deuntje: Don't worry, be happy. De film begint dat er dansers uit de bek van een grote vis komen, een vis op het droge, bij het geheimzinnige Tobameer op Sumatra, schat ik in.Vervolgens bij een waterval , waar een voice-over de danseressen aanmoedigt blij en gelukkig te kijken, terwijl de man in het zwart, Anwar, zo blijkt later,  en de travestiet ook dansbewegingen maken.

Ik weet het niet, woorden schieten eigenlijk tekort. Dat ik de Indonesische taal in flarden versta, dat ik  bekende fysieke bewegingen zie, de wijze van zitten in een stoel, benen over elkaar, zoals mijn opa deed, de gezichten met die altijd vriendelijke oogopslag, het stoer wegwerken van emoties en het stelselmatig wegwerken van elke verantwoordelijkheid... de stille beelden tussendoor... het verklaart gedeeltelijk waarom deze film mij naar de strot grijpt. De film is uitgebreid gelauwerd, dus het is niet alleen een persoonlijke ervaring.

woensdag 29 oktober 2014

Groene kathedraal

Daar zit je dan, in ene keer, met een strakblauwe lucht, een weldadige zon, windstil tussen de varens en aan de bosrand, in het noorden van Arnhem, te mediteren! Ik hoorde de treinen uit de verte aankomen, langskomen en weer verder gaan, de ruimte in en tegelijk hoorde ik het vallen van eikels, het gekraak van takjes, het waaien van de bladeren, een enkele vogel, houtduiven die opvlogen.

Wat een volmaakte tijd is dat dan: alles op de plek, ik op mijn plek, in een Groene Kathedraal. Dat is een nieuwe term, zo las ik vanochtend in de krant,  voor bij de nieuwe indeling van de grote groene natuurgebieden in Nederland. Net zoals in Amerika, zou Nederland weleens meer kunnen doen aan een bewustzijn dat er zoveel natuur is waar je van kan genieten,  in dat gecultiveerde erfgoed, waar generaties lang mensen mee vorm aan hebben gegeven,  zo was de teneur van het krantenartikel.

Nederland gaat negen natuurreservaten tellen en wat prijs ik me gelukkig dat er zovele op een niet al te lange reisafstand van mijn stad zijn: De Veluwezoom, alle oevers rondom de grote rivieren, geheel Limburg, langs de Maas. Maar ook de Kennemerduinen ken ik redelijk: een trein brengt me er rechstreeks in het hart ervan, en ook de Waddeneilanden en het gebied in Drente bij het Dwingelerveld.  Ja,  het kan zo mooi en stil zijn in Nederland en de landschappen zijn heel gevarieerd.

Gisteren was het weer zo'n perfecte wandeldag en ik maakte al zwervend, een rondwandeling van ongeveer 12,5 kilometer.  Dan loop je zo van het station,  naar Mariendal, een landgoed met sterke hoogteverschillen, op-en-neer, met  veel eikenbomen en beukenbomen, en middenop de Berceau: de tunnel in X vorm van beuken, waar rijke dames in de 19 eeuw in liepen, om niet bruin te worden: wit was sjiek, bruinverbrand was voor het werkersvolk.

Ik liep langs akkers en weilanden, langs sprengen en door brede beukenlanen. Ik zag het strijklicht en de schaduwen van blad op de boomstammen. Ik zag oranjegekleurde blokken hooi, al in de avondzon, ik hoorde het geritsel van al dat beukenblad bij mijn voeten. Plassen water waar het bos zich in spiegelde, lange schaduwen van boomstammen die ritmische patronen maakten op de aarde.

Ach, wat is het heerlijk om op die aarde te wandelen, te ademen, te-zijn, in zo'n  Groene Kathedraal waar 'je ziel te voet gaat', zoals ze weleens zeggen.

maandag 27 oktober 2014

T., de boom

Ik zou wel een monumentje voor haar willen maken. Want ze is klein, heel letterlijk, en fijn. Ze is trouw.  Op mijn verjaardag staat ze altijd op het antwoordapparaat met een felicitatie, terwijl ik, tot mijn schande dat niet doe en dus vergeten ben dat ze vorig jaar 75 jaar is geworden. Haar zeventigste verjaardag heb ik nog meegevierd: een uitje naar de dierentuin, waar ik haar duwde in een rolstoel en ze gefascineerd was door de hele kleine visjes, die tussen de grote haaien in Burgers Zoo heen zwommen.

Ik heb haar leren kennen in mijn periode dat ik een kamer had in het Capucijnen-klooster. Ze kwam er drie keer in de week en hielp dan met het snijden van groenten in de keuken. Ze heeft lang een eigen kruidentuintje in de kloostertuin gehad, maar dat werd , wegens haar gezondheid toch wat teveel; die had ze toen maar opgegeven. Samen met drie Capucijnen richtten ze vervolgens een rik-clubje op: elke donderdagavond was het raak.

Dan werd het weleens laat, en dan zou het wel handig zijn als ze in het klooster kon overnachten. Maar dat werd haar niet gegund. Ik was de eerste leek die daar een eigen kamer had en ik was daarvoor gevraagd.  T. liep al vijftien jaar ofzo mee en had gevraagd of ze mee kon doen aan de nieuwe leefgroep. Maar dat werd haar niet gegund. Waarom, dat bleef een raadsel. Niet omdat ze bij ziekte, ook een beroep op het klooster zou willen doen. Als dat zou gebeuren, zou ze meteen vertrekken.

'Horen, zien en zwijgen': met dit motto heeft T. drie gardianen meegemaakt en alle Capucijnen zien vertrekken en ondertussen ook heel wat vrijwilligers zien komen en gaan. En nog steeds was het zo: nieuwe mensen die een nieuwe leefgroep wilden vormen, dominees, theologisch geschoolden (zoals ik zelf was): die kregen meteen een kamer. Maar T. niet. Terwijl ondertussen niemand zo lang en zo intens mee-geleefd heeft met het klooster en al haar bewoners, als T.

T. heeft dingen zien gebeuren, waarvoor ze de ogen niet sluit, terwijl je dat soms wel het liefst zou willen doen. 'Heel veel mensen denken alleen maar aan  zichzelf, ik vind dat niet Franciscaans'. En daarmee is eigenlijk alles gezegd. De T. is ook de Tau, de handtekening van Franciscus: T. dus, dat is ze.

T. bezit de wijsheid om stand te houden: 'Capucijnen zijn als het weer',  zegt ze.  Nu had ze eindelijk haar contract binnen, zei ze lachend: eindelijk een eigen kamer en de dagen dat ze er kan zijn,  staan nu op papier.

'Je bent als een boom', zei ik tegen haar, terwijl we gezellig aan het lunchen waren, zij met een glas droge witte wijn. 'Bomen hebben zich geworteld en zonder bomen is een plek onleefbaar.  Alle oude bomen zijn weg en nu ben jij overgebleven.' In mijn achterhoofd denk ik nu : ze is ook als zo'n klein visje, die doorzwemt, tussen alle haaien. Gelukkig is er het water dat allen het leven geeft, bindt en samenhoudt.

vrijdag 24 oktober 2014

Rondom psalm 64

Vandaag is het weer mijn 'kloosterdag', zoals ik dat noem. Dan volg ik overdag enigszins het ritme van het klooster en eet ook tussen de middag warm, omdat 's avonds het 'etentje in stilte', boterhammen zijn. Op zo'n dag hou ik me verder ook rustig, 'contemplatief': ik kijk in de tuin wat voor blad of tak ik mee zal nemen voor bij de meditatie s'avonds, ik kook mijn warme maaltijd, lees wat, en vandaag schilderde ik weer eens.

Dat schilderen is bij mij een herfst-  en winteractiviteit: zolang het weer een beetje redelijk is, ben ik liever buiten, dan binnen in een bovenkamer tussen verf en doek. Tot vorige week at ik elke dag 's avonds nog buiten: kaarsjes aan, een vest aan, de buitenlucht opsnuivend. Maar sinds deze week is dat geheel voorbij. Was het echt nog geen week geleden, op de zaterdag, dat ik een boek las op een Waalstrandje en de hele binnenstad tot laat op de avond vol was met mensen op terrassen, aan het eten en het drinken? Het leek een bijna zwoele zomeravond.

Psalm 64 is vandaag aan de beurt, die over het hart gaat, die 'zo diep als een afgrond is', volgens de psalmist. En dat hart was in Bijbelse tijden het oriëntatiecentrum van de mens, waar voelen, denken en willen samenkomen. Het hart wandelde, sprak, groette, zocht, stond stil.

En toen al, zonder alle moderne psychologie, wist de psalmist dat het hart zo diep is als een afgrond...En dan is er dat andere wijze inzicht: Al is het hart zo diep als een afgrond, er is een maat, een ijk-mogelijkheid, die ervoor zorgt dat je zelf niet in die afgrond valt: als je de dingen met vreugde en vertrouwen doet en op zoek blijft naar rechtvaardigheid, dan ja dan... vind je een thuis, een toevlucht. Die de psalmist 'God' noemt.

'God' is hier het woord dat je uit je eigen donkere en verborgen hoeken haalt, die je laat ontstijgen aan jezelf, zodat je niet in de afgrond van de diepte van je hart valt. Een ander woord blijft wellicht: de Liefde. Of het Vertrouwen.Of het Relativeringsvermogen. Het Geloof dat bergen verzet, wanneer je  je blijft openen : naar jezelf toe en naar elkaar.

Ach, voor sommige mensen blijft dat een bijna onmogelijke opgave... sommige mensen bereiken hun bestemming niet... Waarom dat zo is, weet ik niet. Ik kan alleen maar mijn eigen weg gaan. In de zegenwens waarmee de meditatie eindigt, zeg ik: 
Moge je de weg van de vreugde gaan
De vreugde van de eenvoud: 
Als een pijl recht naar het doel. 

donderdag 23 oktober 2014

Dave Eggers groei

Ik heb de afgelopen tijd vrij  snel achter elkaar, twee boeken van Dave Eggers gelezen. Zijn laatste twee: De cirkel en Uw VADEREN, waar zijn zij?, en de PROFETEN, leven ze voor eeuwig? De laatste mondvol is een bijbels citaat. Het zijn gekke boeken. Korte zinnen, bijna als spreektaal en die laatste bestaat geheel uit dialogen.

Dave Eggers is op een soort van weldoeners-tour, las ik in een interview met hem in Vrij Nederland van 12 juli 2014. Het liefst zou hij de wereld mooier maken. De boeken hebben daarom iets van een pamflet, zonder dat hij wil dat ze moralistisch worden. Ze willen je laten nadenken over 'de staat van de wereld'.

In De cirkel gaat het over de rol van internet, wereldwijd. Iedereen kan nu met elkaar in contact treden, afstanden en tijd verdampen. Wat nu, als de knapste koppen van de wereld tezamen een soort van elite-samenleving vormen, die samen alle internetwebsites wereldwijd beheren? Met het doel een volkomen transparante samenleving te maken, waar een ieder erop gericht is om perfect te worden? Daar moet je dan je ego voor verliezen en elke keer bereid zijn om te leren van je fouten en de nieuwe kennis ook weer meteen willen delen met de gemeenschap om je heen.

Transparant zijn: dus steeds maar melden op het internet waar je bent, wat je doet, wat je denkt, wie je ontmoet, wat je leert enzovoort. Wie dat optimaal doet, die geeft als het ware zijn leven aan anderen, je geeft je leven aan elkaar. Toch wel mooi, kun je denken. Veel vormen van  religie leven van dat visioen: een wereld waarin iedereen gelijk is, waarin iedereen bereid is om te geven en te leren van elkaar.

Totdat?... Ergens is er een grens. Ergens blijkt het leven zich juist in het verborgene af te spelen: daar groeien dingen. Ik zelf zie dan altijd een schilderij van Paul Klee voor me; de groei van de nachtplanten ofwel The secret grow of plants. Dat boek van Eggers is bijna als een werkboek: je leest het en je moet zelf een positie innemen: zo niet, dan glijdt het langs je af: precies zoals dat lijkt te zijn in de huidige samenleving: alles gaat zo snel, er is zoveel mogelijk, dat je wordt geleefd. Tenzij...je je eigen middelpunt vindt.

Die as, je eigen as, waaromheen draai jij, wat laat jou bewegen?...Dat zijn de vragen die deze twee boeken  oproepen. Ook in het boek met die lange titel, vraagt het boek aan je, waarom je dit eigenlijk leest. Een jongeman Thomas (de ongelovige Thomas uit het Nieuwe Testament, die niet kon geloven dat Jezus uit zijn dood was opgestaan, denk je daar dan toch ook bij),  heeft allerlei mensen gevangen genomen en opgesloten in aparte gebouwen, ergens vlak bij de oceaan. Een astronaut, een chirurg, zijn eigen moeder. Je luister mee naar de gesprekjes die hij met ze voert.

En die gesprekken... hebben tegelijk zoiets alledaags. Zoals je ze zelf zou kunnen voeren. In je hoofd met jezelf. Of met een ander. Wat laat jou bewegen?

woensdag 22 oktober 2014

God: drie letters

Het is een rare gewaarwording. Alsof een verborgen stroom uit de maatschappij zomaar naar de oppervlakte komt. Ik zie het helemaal voor me: iemand achter de lopende band, die sponsjes bij elkaar moet rapen, zodat ze met zijn tienen (ofzo) verpakt worden in het plastic. Die er eentje vanaf haalt en daar snel iets op zet en het weer teruglegt in de stroom. Want op één van de sponsjes stond zomaar in blauwe balpen: KUT.

Pas geleden bleek dat er in een kledingstuk uit Bangladesh (ofzo) een stukje stof was bijgenaaid, met daarop een noodkreet: help us! (of iets dergelijks) . Het zijn van die dingen waar je geen greep op hebt, waar je niet bij bent dat het gebeurt, maar die wel iets uitdrukken van de onvrede en zelfs de nood, die er op verborgen plekken in de samenleving is.  Daar verschijnt zomaar, tussen de dingen, in enkele woorden, de stem van een mens.

Ik was onlangs op het  verjaardagsfeestje van Neefje en toen ging het ineens over 'God'. P.  zei, tussen de taart en de olijfjes door, dat er geen enkel bewijs was dat die bestond. 'En dan zijn er ook nog eens mensen, die geloven in iets! In iets!' Het klonk naar: gekker kan het niet worden. Ik was helemaal niet van plan om mij daarin te mengen, ik weet dat dit soort gesprekken vaak tot niks leiden, zeker als je ze in een groep voert. Maar plotseling hoorde ik mezelf toch praten.

'Er is geen enkel bewijs voorhanden dat jij en M. van elkaar houden', zei ik, en toch zul je waarschijnlijk vinden, 'dat de liefde bestaat.' Ahum. Ik pleitte ervoor, om allereerst te luisteren: wat bedoelen mensen eigenlijk, als ze zeggen, dat God bestaat...Ja, hoor, er zijn mensen die de evolutie theorie beamen en tegelijk zeggen dat ze geloven in God. Nee hoor, niet iedereen denkt dat er ergens buiten het heelal , iemand aan de touwtjes trekt. Het is allemaal complex en ingewikkeld: mensen bedoelen zoveel verschillende dingen, als ze zeggen dat ze geloven in God...

Nu achteraf bezien,  had de gedachtewisseling op dat verjaardagsfeestje toch ook iets van dat KUT op dat sponsje, of het Help Us in het kledingstuk. P. bleek in zijn jeugd vervelende ervaringen te hebben gehad op het seminarie. En wat er nu allemaal naar buiten is gekomen... zei hij. Hij had toen gedacht: nee, nee! en gaandeweg was zijn geloof in God ook verdwenen en bleef de overtuiging over, dat er niks was.

Wat is zo'n discussie rondom een verjaardagstafel dan onzinnig. Het is de innerlijke beleving die woorden uitzuivert, die het mogelijk maakt dat woorden en werkelijkheid met elkaar samenvallen. Ik geloof ook niet in de God van de bisschoppensynode, die wel barmhartigheid zegt te willen beoefenen, maar mensen uitsluit bij rituelen waar God ten zeerste als aanwezig wordt ervaren. Hoe meer mensen  menen te weten wat God wil, hoe minder ik het geloof.

Er kwam een sms binnen van Schoonzusje, die onderwijl pizza was gaan halen. 'God is buiten!' Iedereen liep naar het raam: de avondlucht kleurde prachtige rood en roze. Ja, zo is het.