donderdag 15 januari 2015

Ergens, ooit

Ik zou het voor altijd bewaren, had ik me voorgenomen: maar toch ben ik het kwijtgeraakt. Het was een hele grote schelp, tussen een nautilus en een schelphoorn in, met paarlemoer aan de binnenkant. Als je je oor te luisteren legde, dan hoorde je de branding van alle oceanen van de wereld. Zo kon je je verplaatsen waarheen je maar wilde.

In een uithoek van mijn geest, kan ik dat nog altijd voelen en meemaken: dat ik luisterde en het hoorde suizen en ruizen, dat ik wegraakte, de diepte in, steeds verder en verder de schelp in, naar ergens, ooit, waar je helemaal vrij en zorgeloos bent. Later begreep ik dat je dan het ruizen van je eigen oor hoort. Maar nog steeds maakt het niet uit: die waarheid staat naast die andere: dat je meegenomen kan worden naar onbekende plekken.

Ik had een Peetoom en die kon fantastisch goed tekenen, dacht ik ooit,  en iets in mij denkt dat nog steeds. Als hij kwam kon ik niet wachten totdat hij eindelijk een potlood in de hand nam. Op een vel wit papier tekende hij water (een paar golfjes) en in dat water een hele grote krokodil. Ik vond dat opwindend en eng tegelijk. De krokodil loerde in het water en heel misschien zou hij naar boven komen. Maar tot die tijd zag je alleen zijn ogen. En Peetoom tekende dus, waarschijnlijk, alleen twee bolletjes.

Nog steeds bestaan die verschillende werelden voor mij gewoon naast elkaar. De oneindige schelp en het suizen van mijn eigen oor. Een Peetoom die magisch kon tekenen en de drie-vier rondjes en golfjes die hij maakte. Mensen die je kapot en gebroken hebt meegemaakt met een grote verwoesting om zich heen en dezelfde: Gaaf en heel, weerloos en zacht. Zo wil ik het houden en dat is wat ik ook cultiveer.

Op het einde van de meditatie wrijf ik met een stok langs de klankschaal, het gaat zachtjes gonzen totdat de diepe sonore toon gaat trillen omdat de wrijving van het hout tegen de schaal even hapert.
Dan vallen de eerste woorden: 'Kom langzaam weer terug in dit hier-en-nu.'  En die woorden veronderstellen dus dat je in de meditatie in een andere werkelijkheid was. Misschien in de wereld van de diepe wereldzeeën zoals bij die schelp. Of ergens aan een oever, wachtend op die verassing in het water. Of in die wereld die gaaf is, heel en onschuldig.

Altijd op de drempel tussen twee werelden, ergens, ooit, de diepte in, de verte tegemoet,  wegraken, meedrijven, je overgeven. Die schelp ben ik ooit kwijtgeraakt maar die sensatie hoop ik voor altijd te bewaren.

Over mussen & spreeuwen

De laatste lente en zomer zijn de spreeuwen weggebleven uit wat ik 'mijn mussenkolonie' noem. Op het dak, tussen de klimop en de bruidssluier wonen wel 30 mussen. Ik miste die spreeuwen wel en niet.  Het machtige geruis van de spreeuwen en de patronen die zo'n hele zwerm maakte in de avondlucht,vlak voordat zij in twee gedeelten neerdaalden, was mooi om te zien. Het hemelzwerk, de ruimte, die kon je bijna meevoelen. Maar de stank van de witte klodders poep, de amoniaklucht, die was niet leuk. Daarbij was ik steeds bang dat de spreeuwen in de overmacht zouden raken en zo de mussen zouden verdrijven.

Nu zijn de mussen gebleven en als er nu een stormvlaag door de tuin woedt, dan laten ze zich met zijn allen horen, in een gekwetter en gepiep. Wat zouden ze zeggen tegen elkaar: Hoera, een frisse wind door het dode blad? Of: Kijk uit, kijk uit, we redden het bijna niet, kameraden verenig u, hou je goed vast aan alles waaraan je je kan vastgrijpen? Zouden ze een overwinnaarsgevoel hebben, nu de spreeuwen verdwenen zijn?

Ik vraag me ook af, wat ik daar zelf aan heb bijgedragen. Ik heb flink wat gesnoeid. Ik dacht: hoe minder bosschage, hoe minder die spreeuwen nesten kunnen bouwen en die mussen, die hebben kennelijk minder ruimte nodig, want die hebben deze plek jaren geleden al gevonden, toen alles nog veel minder getakt en getwijnd was en de klimop en bruidssluier pas aarzelend hun weg naar het dak vonden.

Zo lijken de gedachten over terrorisme te gaan: als spreeuwen lijken de jihadstrijders de mussenkolonie van de vrijheid te bedreigen. Wat kunnen we doen om ze weg te werken? Of is het eerder omgekeerd: de vrijheid van meningsuiting is als grote vluchten van spreeuwen, en de mussenkolonie , dat zijn een stelletje radicalen  bij elkaar, in een kolonie, en af en toe laten ze doelgericht van zich horen en dat klinkt dan als het woeden van een storm, die de hele wereld wegblaast?

Hoe kun je wegwerken wat je niet wilt? Onderbuikgevoelens, vormen van haat, niet gezien worden,   onverdraagzaamheid, geweld en angst die toch in elk mens huist, ze zijn toch niet weg te werken door alle  agenten mitrailleurs te geven, of de hele islam het Westen uit te willen werken? Absurd.

Er is een beeld dat uit de Islam komt, dat ieder van ons zowel vleugels heeft om naar de hemel te reiken en een dikke, zware staart die ons op de aarde houdt. Ik denk daarbij: Wie zijn staart probeert weg te kappen verliest het evenwicht en wordt vleugellam, wie zijn vleugels afsnijdt kan nooit in alle rust aarden en gronden, omdat de wond van wat in potentie aanwezig was blijft schrijnen.

woensdag 14 januari 2015

Nobuyoshi Araki

Ik denk terug aan de Documenta 13, toen het me zo duidelijk elke keer gebeurde: Dat je dagenlang langs kunstwerken kunt lopen die je helemaal niks zeggen, en dan ineens dondert het helemaal binnen en wordt je gegrepen, binnengezogen in een wereld die daarvoor gesloten voor je was. Het gebeurde me pas weer, binnen het werk van één kunstenaar: Marlene Dumas. Ik bezocht voor een tweede maal haar grote tentoonstelling in Amsterdam  en ik viel voor heel ander werk, dat me tevoren niet veel deed.

Nu denk ik terug aan de grote overzichtstentoonstelling van de Japanse fotograaf Nobuyoshi Araki in FOAM  in Amsterdam. Toen ik er was wist ik werkelijk niet wat ik ervan vond. Veel naakte vrouwen in allerlei houdingen, sommigen met touwen ingesnoerd, een Japanse specialiteit die tot kunst verheven is, las ik in het commentaar daarbij. Ook van al  die  andere vrouwen is niet bekend in welke mate Araki het allemaal geënsceneerd heeft, als ze in bed tussen de lakens liggen. Lag hij daar dan bij, of...?

Tegelijk was er een reis door zijn leven te maken: zijn vrouw op de foto, tijdens hun huwelijksreis al, en toen ze later ziek werd en kanker kreeg, tot en met haar doodsbed. Foto's van telkens hetzelfde uitzicht van hun grote gezamenlijke balkon, met door hemzelf ingekleurde luchten. Plastic speelgoeddinosaurien, een slang, een popje, alles dat steeds meer in verval raakt. Uitbundig gekleurde bloemboeketten met dit speelgoed, als laatste fotowerk van nu. Nu hij in de herfst van zijn leven is. En de poes: die zijn vrouw nog net heeft meegemaakt en die Araki daarna jarenlang met regelmaat fotografeerde.

Zijn productie is enorm: meer dan 400 fotoboeken en hij is zeer bekend en geliefd in Japan. Maar wat vond ik er nu zelf van? Iets van een nabij gevoel met zijn werk kwam pas, toen ik in Trouw las, dat Wim Boevink de tentoonstelling bezocht, vlak na de aanslag op Charlie Hebdo. Hij heeft het helemaal niet over al die kale, vervreemdende foto's van al die vrouwen. Hij heeft het over Chiro, de kat die als vanger van licht door de beelden sluipt. Voor Boevink was het, naast het tumult in de wereld, bij Araki, stil, vol wonderschone momenten.

En,wonderlijk genoeg, dat werd het voor mij ook. De wreedheid in de werkelijke wereld wordt nu, achteraf, als het ware mild gemaakt door Araki. Omdat hij ook daar over vertelt in zijn foto's. Hij geeft aandacht aan al die minder fraaie gevoelens die door het brein kunnen gaan. Acceptatie in plaats van verzet en ervoor weglopen. Dat werkt troostend: overal zijn er ook vangers van licht. 

maandag 12 januari 2015

Soort van genoeglijk

Het is het soort van weer, dat ik denk dat ik niet aan de wandel ga. Maar ondertussen heb ik gisteren dan toch maar meer dan 16 kilometer gewandeld, in de bossen van het Duitse Reichswald en het buitenlands aandoende Groesbeek en omstreken. Uren doorwandelen, dat wel: te koud om even uit te rusten op de grond of anderszins. Het landschap wordt dan een steeds wisselend decor en minder een mijmer en meditatieplaats. In het wandelen zelf, wandel je al pratend door elkaars leven.

Dan thuiskomen: ouderwetse boerenkoolstamppot maken met speklapjes: best bewerkelijk als je die grote stronken, zo van de koude grond nog moet fijnsnijden en aardappelen moet schillen : je bent al gauw een uurtje verder, eer het bordje eten, dampend, met een kuiltje jus in het midden, voor je staat. Kaarsje erbij aan en ik zakte weg in een soort van lome genoeglijkheid.

Dat werd nog erger, toen ik daarna besloot om te puzzelen: heel eventjes maar, dacht ik, aan de puzzel van 1500 stukjes van de Annunciatie geschilderd door Fra. Angelico. Of dat dan komt na zo'n middag wandelen, ik las dat er nu beweegscholen ontstaan: kinderen leren het beste als ze zich tussen door flink lichamelijk inspannen: Alle losse stukjes die overal her en der lagen en een poos onoplosbaar leken, pasten zich allemaal aan elkaar. Toen was ik wél ongemerkt een paar uurtjes verder.

Wat is het toch fijn om af en toe zo zelfvergeten te zijn. Gewoon helemaal geen bijzondere impulsen van buiten, geen tv, geen film, alleen maar wandelen en puzzelen. En dan te bedenken dat dit het soort activiteiten waren die men in de vijftiger jaren van de vorige eeuw bezigde, toen er nog nauwelijks tv en al helemaal natuurlijk geen internet bestond.

Het is een soort van tijdmachine die je dan over jezelf trekt, en het geeft een soort van heel voldaan soort van rust en bezadiging. Ik kan het iedereen aanbevelen. De puzzelkoorts heeft me nu weer even te pakken. Zul je zien dat wanneer je je voorneemt om je te werpen op weer een andere gedeelte van die prachtig gekleurde fresco, je er dan helemaal niks van bakt. Hoe harder en meer je iets wilt, hoe minder het vaak lukt: dat is toch wel een raar soort van levensfeit.

vrijdag 9 januari 2015

God houdt van grapjes

Het heeft allemaal iets wezenloos. Al dat nieuws over mensen die allemaal nu van zichzelf vinden dat ze Charlie zijn. Ik vond het aanvankelijk heel mooi gevonden: Je suis Charlie, want als iedereen Charlie is, dan zullen de monden van allen niet gesnoerd kunnen worden door zegge en schrijve, twee ontspoorden. Het is de angst die nu weer even regeert. Bang voor nieuwe aanslagen, bang voor de vrijheid van meningsuiting... We maken live op tv de klopjacht naar de verdachten mee.

Maar wij zíjn Charlie niet. Er zijn mensen gestorven, er is rouw en verdriet, er zijn gaten geslagen in het persoonlijke leven van nabestaanden. En iedereen die nu zegt dat die Charlie is, is dat over een week of wat alweer vergeten. Dan ga je door met wat dan van belang is en voor handen is. Alleen de nabestaanden hebben in hun leven gegroefd dat hun dierbare bruut is vermoord, omdat die toevallig goed kon tekenen, kritisch was en van vileine humor hield en daar zijn brood mee verdiende.

Ik mis elke keer weer, in alle reacties iets van zelfreflectie. Het is steeds het wijzen met de vinger naar die anderen (de islam, de immigratiewetten, de beveiliging, komen er religieuze burgeroorlogen?) en het tempraturen van jezelf: Columnisten, wordt u nu bang, wie durft nog de Profeet te tekenen?, gaan we onbewust meedoen aan zelfcensuur?

Van de twee verdachten is nu bekend dat bij eentje er een knop omging bij het zien van foto's van martelingen in de Abu Graibgevangenis. Wreedheid die wreedheid wakker maakt.... Het Vrije, Democratische Westen, is ook het Rijke Gepriviligeerde Westen met ongekende mogelijkheden voor een individu tot zelfontplooing en zelfexpressie. Maar niet alle individuen hebben daarbinnen gelijke kansen.

Je hebt een redelijke opleiding, maar komt niet verder dan pizzakoerier worden, en je rookt wat hasj daarbij, drinkt bier, luistert naar rapmuziek en in God ben je niet geïnterresseert. En dan pakt het 'Jihadvirus' je, zoals de Gelderlander van vandaag dat noemt. Dat lijkt me exact de juiste omschrijving. Zoals een ander bevattelijk is voor de Griepvirus... En die kan man en macht nooit controleren, intomen, wegwerken. Dat broeit in het duister van het menselijk lichaam.

De reactie de me het meest raakte was van  Erdem Yilmaz, 17 jaar  die gisteren meeliep in Rotterdam. Hij zei: Ik vind het als Alaviet, als moslim, heel erg wat er in Parijs is gebeurd. Moord heeft niets met de islam te maken, dat wil ik de wereld duidelijk maken. Een kleine groep radicale moslims zorgt ervoor dat de rest van de samenleving een negatief beeld krijgt van de hele groep. Wij geloven in het goede van de mens, in verlichting. Deze laffe daad is het tegenovergestelde. Niemand mag een ander afslachten vanwege zijn ideeën. Lachen om de profeet moet kunnen, zelfs God moet je belachelijk kunnen maken. God houdt van grapjes.

donderdag 8 januari 2015

Wreedheid

Dat is wel schrikken. Om vanochtend de krant op de deurmat naar me toe te  zien schreeuwen dat er een aanval is, die de wereld heeft geschokt. De bijna voltallige redactie van het satirisch blad Charlie Hebdo om zeep geholpen. Fijn om dan geen tv te hebben, want nu heeft het me niet al een hele avond bezig gehouden. Er zijn mensen die denken dat zoiets daardoor dan dus niet écht binnen komt: ik zie geen filmpjes van schietende mensen, ik zag geen filmpjes van onthoofdingen door Isis, eerder in 2014.

Maar ik geloof dat dit niet zo is. In mijn hoofd zie ik allerlei beelden. Zoals bij het lezen van een boek. Gruwelijk en onthutsend. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat de daders net zo goed 'geïnspireerd' 'zijn door beelden uit de Westerse filmindustrie. Ik zie beelden van The Matrix en Oceans Eleven en uit James Bond, waar een kleine groep mensen zeer efficiënt een gebouw binnendringen en iedereen daarin koelbloedig doodschieten.

Franssprekende Syrië-gangers, opgegroeid in de Franse samenleving. En waar is die samenleving dan wel? Niet alleen in Frankrijk zelf. Ik weet nog dat ik het eerst iets surrealistisch vond hebben: om in West Afrika iedereen met stokbroden onder de arm te zien lopen. Stokbroden: die associeerde ik alleen maar met het liefelijke Franse platteland en dan bij de kaasfondue, Franse kaasjes, salades  en de BBQ enzo.

Maar zoveel landen waren ooit een Franse kolonie! En stokbroden horen bij het straatbeeld. Net zoals een markt waar bijna niks te koop is en lege blikjes tomatenpuree, opgestapeld als decoratie. En dan verborgen in de woestijnstad Niamey in Niger, een grote Westerse supermarkt met alle producten die we dagelijks tot ons kunnen nemen en restaurantjes waar je sjiek  Italiaans eet, verse pesto en basilicum, alles rijkelijk bestrooid met Parmezaanse kaas. Ook dat was toen een cultuurshock: zo surreëel, als je een dag ervoor hongerende spelende kinderen de restjes van jouw maaltijd naar binnen hebt zien graaien. Net als het hardlopen, elke zaterdagochtend door de buitenlandse expats, met koud bier in de auto voor daarna.

Waarom springen die herinneringen nu op? Omdat de wereld er één is vol contrasten en omdat het rijke Westen het zó normaal vindt dat al die minder bedeelden en minder kansrijken daar maar rustig naast leven. Of dat nu in een Parijse voorstad is of in Afrika zelf. Het wringt en wrikt overal. Heel akelig. Wreedheid komt voortdurend op alle niveaus voor, helaas.

woensdag 7 januari 2015

Een stukje

'Misschien schrijf je er wel een stukje over', zei zuster M. lachend bij het afscheid. 'En dan lees jij het weer voor?!'  'Nou, wie weet!' Ik zou kunnen schrijven over de hartverwarmende middag voor de vrijwilligers van het klooster. Op de dag van Driekoningen, waar de Koningen de ster volgden en hun geschenken komen brengen in de stal, werd er aan  de vrijwilligers een klein presentje en een heerlijk buffet geschonken.

Maar dat bedoelde M. niet. Het ging erover dat ik nu niet mocht helpen met de afwas. Echt niet; want dit was 'onze' dag. Dus het stukje zou moeten gaan over: Niet De Afwas Doen. Wat ook best wel fijn was, om het zomaar allemaal over je heen te laten komen. Maar dat is niet genoeg, voor een stukje.

M. vertelde in haar 'speech' dat er ook nagedacht werd over eventuele verdere of andere participatie aan het klooster. En ja, dat is wel interessant. Want de meeste vrijwilligers zijn dat, omdat de levensvorm van het klooster hen zeer aanspreekt. Tot in de ziel. Terwijl je die zelf niet zo kunt en wilt leven. Dus je 'doet wat' in het klooster. Voornamelijk portieren, maar ook tafel dekken en  de afwas doen, andere kleine klusjes, meditatie begeleiden.

Je doet wat je kunt, en daarmee geef je zelf vorm aan jouw verbondenheid met het klooster. Daarin is nog een rijk scala te ontdekken, zou je kunnen denken. Niet in een Alles of Niets maar in maatwerk, zoals ik dat ook doe bij de vrijwilligers in het Wijkcentrum. Waar zijn er binnen de leefvorm, kleine ruimtes, stukjes, waar ook anderen in kunnen participeren? Je zou bijvoorbeeld kunnen denken dat sommige vrijwilligers  met een overnachting erbij, zich met een regelmaat verbinden. En in die tijd dat ze er zijn, vaste taken hebben.

Orde, daarin, Rust en Regelmaat en Structuur... Dat zou voor mij horen bij de extra kloosterlijke leefruimte die er zo zou kunnen ontstaan, zonder daarbij inbreuk te doen op de vaste bewoners en hun leefgemeenschap.  Ik denk daarbij aan een project dat een keer op Oerol op Terschelling werd gerealiseerd: in een stuk bos in de duinen werden alle dennenappels en dennennaalden bij elkaar geraapt, alles schoon geveegd. Er werden lege paden gemaakt, de dennenappels vormden kamers en figuren in het bos. Meerdere bezoekers hadden de gevoelsmatige associatie dat het 'kloosterlijk' was. Mensen werden vanzelf stil binnen die ruimte, gingen fluisteren en er zelfs een boekje lezen.

Zoiets dus. Je bespeurt een Aanwezigheid  omdat je zelf ruimte maakt voor Aanwezigheid, die in het klooster 'God' wordt genoemd.