maandag 22 januari 2018

Tekenen

Je houdt het niet voor mogelijk... Ik kan dat werkelijk voelen als een soort van pijn dat door mijn bloed stroomt. Ik kwam op het hoofdbureau om de vaststellingsovereenkomst te tekenen.

Vraagt de leidinggevende, de jonge vrouw:
- Wil je wat drinken?
- Nou, graag een cappuccino... maar als ik de enige ben, dan hoeft het niet hoor.
- Doen we! En al zou je de enige zijn, dan haal ik ‘m nog graag voor je.
En ze draagt het bekertje eigenhandig naar het vergaderzaaltje.

Onderweg zegt ze: ‘Misschien heb je ondertussen wel een hekel aan me, denk je wat een vreselijk mens!' Ik zeg terug dat ik dit niet vind en dat ook nooit zo over haar gedacht heb. ‘O, gelukkig’ zegt ze. Aangekomen bij het ondertekenkamertje duikt ze weg en kijkt in de kamer ernaast.
- Nee, jammer, die is in gebruik, want daar kon alleen maar daglicht en in deze niet.
Ik zeg  haar dat ik het erg kan waarderen dat ze daarmee rekening houdt.

Nu begrijp ik dat ze alvast een voorschot had genomen op mijn goodwill, want ze had nog een vervelende klus richting mij te klaren. Ik las de overeenkomst door en zag al snel wat ermee aan de hand was. Ik had alsnog, na het dubbele-toon gesprek dat oorspronkelijk over een strafontslag zou gaan, maar ter plekke al omgebogen was naar een onderhandelingsgesprek, en mij de gespletenheid van  de werkgever zeer bezighield, een gesprek waar deze leidinggevende niet bij was, toch nog om vier brutomaandsalarissen erbij gevraagd. Eens kijken, dacht ik, wat er waar is. Van de ook allervriendelijkste woorden die men toen ook uit sprak.

Wanneer ik een jaar eerder met  vervroegd pensioen zou gaan, na twee jaar in plaats van na drie jaar, dan zou ik deze krijgen, was de reactie. Na een heleboel gereken van mijn kant,  besloot ik akkoord te gaan. Ook omdat drie jaar lang bladeren harken toch wel wat vraagt van mijn mentale geduld. Twee jaar is beter te overzien en dan maar een heleboel geld minder per jaar, daarna, maar daarmee was ik ook een jaar eerder vrij. En nu kwam de adder: men had de berekening gemaakt op het salaris dat ik straks ga verdienen, 75 % van wat ik nu heb, en dus niet op mijn huidige maandsalaris.

En toen moest ze wel weer: die akelige vrouw zijn, waarover ze het in het begin had. Dit was het laatste wat ze deden, zo niet dan was het, en daar vielen de woorden  weer: werkweigering en strafontslag. Ik heb duidelijk laten zien dat ik geen keuze had, maar dat het wel een klap in mijn gezicht was. ‘Je moest eens weten hoe uitzonderlijk we al met je omgaan!zei ze , ‘er zijn allemaal beheerders die er geld bij vragen en niemand krijgt het!’ Nou ja, dat neem ik dan maar voor waar aan. En er blijken dus meer beheerders te zijn die uit dienst willen of gaan. Allemaal de oude garde, neem ik aan, die zich niet meer thuis voelen in de volkomen veranderde organisatie, arbeidsvoorwaarden en nieuwe functie eisen.

Ik teken wel, hoor, zei ik. En de pen werd me ongeveer in de hand geduwd door de personeelsfunctionaris, weer een andere dan de twee die ik in het afgelopen jaar heb meegemaakt,bij deze ondertekening... Die beaamde ook nog eens, dat ik, maar heel blij moest zijn met deze overeenkomst, omdat er echt niks meer in zat.
Toen de leidinggevende en ik nog midden in dat over-en-weer zaten: mijn teleurstelling en haar boodschap en ik natuurlijk zei: ‘Wat is dat voor een manier van doen, het is toch zo logisch als wat dat mijn vraag mijn huidige maandsalaris betreft en niet wat het zal gaan worden!’, toen ging haar mobieltje: het was Hugo, de hoogste baas, die zijn handtekening al onder de overeenkomst gezet had: ze moest weg, ze had een overleg met hem. Dat is dus letterlijk saved by the bell...

Na de ondertekening snelde ze de ruimte uit. Ik probeerde haar blik nog te vangen, maar kreeg een lege blik terug. Ontzield, ik heb er geen ander woord voor... Ik vind dit pijnlijk. Het leek  alsof ze zelf nog moest herstellen van het-een-vreselijk-mens-zijn.

zondag 21 januari 2018

Green Capital Europe

Gisteren op de terugweg van Wondertuin zat ik in de bus met vrouwen die er speciaal vanuit Amsterdam voor naar Nijmegen waren gekomen,  voor het Green Capital-Festival, want jawel, Nijmegen is dit jaar de European Green Capital. Ik ben best chauvinistisch omtrent mijn stad, maar vraag me toch af, of dit niet teveel eer is. Hamburg is het ook geweest, en daarvan denk ik: terecht een stad met wereldse dynamiek en schwung, het groen en de natuur is aanwezig en de stad heeft zich daaromheen gekapseld.

Maar Nijmegen? Ja, het ligt fantastisch, maar dan als een stip in de omringende natuur: het rivierengebied en de geweldige wijze hoe de rivier de ruimte heeft gekregen middels een stadseiland en nieuwe bruggen. Het bosrijke, heuvelachtige Beek en Berg en Dal, de Haterse Vennen aan de andere kant. Maar Nijmegen zelf, ik weet het niet ... het blijft een provinciestad, dat kan toch bijna niet de groene hoofdstad van Europa zijn, al is het maar voor een jaar?

Ik ben wel gegaan naar het festival, dat zich in en rondom het Valkhof Museum afspeelde. Op de zaterdagmiddag boven een drukte met kinderen die aan allerhande projectjes konden meedoen. Creatief, milieubewust elektrisch fIguurzagen, visjes met magneetjes uit een zee met plastic hengelen, wedstrijdje rommel oppakken met een tang. Dat zijn de buurtrangers, de wijkhelden, die bestaan al lang, vanuit een wijkcentrum, die de tangen en de hesjes bewaard, gaan ze de buurt af en afval opruimen. Maar dat is een landelijk iets: nichtje V, nu vierdejaars studente ging daar als kind al een dag nationaal mee naar Ponypark Slagharen, of iets in die trant.

Teun van de Keuken was spreker, die van de Keuringsdienst van Waarde en van Tony Chocolonely, slaafvrij chocolade, die aardig sceptisch was over wat hij bereikt had rondom de cacaobonenindustrie en over alles rondom keurmerken, wat hem een bijna agressieve aanval opleverde van een oudere mevrouw, die helemaal into Fairtrade was. Buiten stond een enorme hoogwerker opgesteld voor de theatervoorstelling van Theater Tol, een reden voor mij om te gaan omdat ik ooit een fantastische voorstelling van hen op Oerol meemaakte. Maar die ging niet door, in overleg met de burgemeester. Er zouden grote witte vogelkooien met mensen daarin de lucht in worden  getakeld , maar het was te risicovol. Hoezo... eerlijk gezegd, heb ik niet veel wind of regen meegemaakt, gisteren... Ik heb de neiging om te denken dat Nijmegen gewoon de verkeerde hoogwerker besteld heeft.

André Kuiper, Jelle Brand Corsius, Jan Terlouw komen ook om het festival van drie dagen mee op te tuigen. Maar er waren gisteren zó weinig mensen! Het was niet bruisend en meeslepend. Al heb ik heel leuke , afwisselende, filmpjes gezien in het GO Short -programma, wat goed gecureerd was. Het vliegen van spreeuwenzwermen in magische patronen, over een kleine dorpsgemeenschap, die een hunner onverdraaglijk uitstoot omdat hij kiest voor windmolens op zijn land, een toespraak van Alan Watts met virtuele animaties, hoe de hele wereld van het kleine tot het grote intiem met elkaar verbonden is.

Ik hoop maar dat die vrouwen uit Amsterdam niet teleurgesteld waren. Er hadden natuurlijk veel meer mensen uit het land moeten komen,om het tot een echt bruisend geheel te maken. Het was vooral een lokale aangelegenheid. Ik ben wel op leuke ideeën gekomen, ontwikkeld rondom Nijmegen, bedoeld om internationaal door te breken, natuurlijk: Zitkussens die warm worden als je erop gaat zitten, bezig met een opmars in de horeca in Nijmegen (sitheat.com), nieuwe design uit oudleren banken (annatreurniet.nl), hergebruikte waterflessen gemaakt van restmateriaal van suikerriet (BEOBOTTLE. COM). En ik nam een folder mee over natuurwandelingen van het IVN. Dat kon niet anders, omdat zo’n aardige enthousiaste oudere mevrouw die mij ongeveer in de hand drukte.

vrijdag 19 januari 2018

Oude tienerkamer

Goh, wat is dit een aparte gewaarwording! Mijn koffergrammofoon is gearriveerd, ik heb het neergezet op een laag tafeltje en begon plaatjes te draaien. Bladeren in mijn collectie en al die hoezen kwamen weer langs, steeds met O, ja! O, ja! O, ja! En dan daarbij herinneringen van een vriendin van vroeger, dat we een hele middag samen plaatjes konden draaien. Dan zette je de volgende vast klaar op de wachtrij, schuin tegen een tafeltje.  Soms deden we alleen een lievelingsliedje van de lp, en dan weer een andere erop zetten.

Ik zag ineens haarscherp mijn tienerkamer voor me. Een mosgroene muur en een bruine. Op de mosgroene een groot affiche van vergrote schermbloemen met een lila-achtige achtergrond. Op de bruine muur een oranje zonsondergang met een  bomenrij. Een visnet vanaf het plafond. Er hing een hangplant met hartvormig blad, links van de platenspeler die op het laatste bijna de draaitafel bereikte. En de grammofoonplatenspeler was van Telefunken en stond op dezelfde hoogte als zoals het nu is.

Daarnaast had ik een donkerblauwe aardewerken waxinehouder en daarop stond een hoog donkeroranje ‘gietijzeren’ theepot, met daarop een sticker van twee poppetjes, een jongetje en een meisje met de spreuk ‘Liefde is...’ Wàt weet ik niet meer, maar dat paartje was toen razend populair, allemaal plaatje met een entourage waarin ze zich bevonden en telkens was de liefde dan wat anders. 

Hoe je zó vanzelfsprekend zo’n platenspeler weer bedient, het hendeltje naar voor en naar achter om de naald zachtjes te laten dalen. En hoe ik tot nu toe alle liedjes bijna woordelijk mee kan zingen... The Last Cowboy van Gallagher en Lyle staat nu op, met op de hoes twee cowboylaarzen met daarover een hoed, aan de wandel. Dat was ik altijd een beetje, vond ik toentertijd. Dit is zó leuk! Al die  concrete handelingen van hoes bekijken, het inlegvel met de teksten erop, het bladeren in je verzameling, kijken of er stof op de plaat zit. Gelukkig heb ik het stofborsteltje nog bij de hand. Tot nu toe niet nodig, ik verzorgde mijn platen dus best goed.

Ik denk aan nichtje L.  die helemaal blij was dat ze als verjaarscadeautje een aantal  papieren foto’s kreeg, die je bij de Hema kon bestellen. Die kun je dus inplakken! zei ze enthousiast. Het heeft écht wel iets, die niet-virtuele werkelijkheid. Zoals het lezen van papieren kranten en boeken. De muziek lijkt warmer, minder in de grote ruimte dan bij cd’s. Of zou je dat als vanzelf erbij verbeelden?

donderdag 18 januari 2018

Met de muziek mee

Wat een gekke dag. Nu zit ik hier ineens muziek te beluisteren vanaf mijn iPad op een nieuwe cd-installatie met Bluetooth. Vanochtend had ik werkelijk geen idee dat ik die vandaag zou gaan kopen. De storm loeide om het huis en ik ben er zo één, die het wel leuk vind om een nieuwe tijd te markeren met een nieuwe aankoop en had wel al eens op internet gezocht naar een grammafoonplatenspeler.

Ik liep langs een winkel en zag daar meerdere lp’s op rijen koffergrammofoons uitgestald en dacht meteen: wat leuk, dat zou ik wel willen hebben, dat is nostalgie, zo ben ik ooit begonnen: een draagbare koffergrammofoon die speelde op zware dikke batterijen. Zou het wel écht bestaan of is dit etalagemateriaal?  Het blijkt dus uitgebreid te bestaan: allerlei soorten platendraaiers en mijn oog was gevallen op een turquoise blauwe Ricatech. Ben ik blij dat ik nog net niet  al mijn lp's bij elkaar twee en een halve meter, weg gedaan heb! 

Het afgelopen weekend bracht me terug naar oude sferen en ook gisteravond breidde die sfeer zich uit omdat ik at in een café, dat nog exact hetzelfde was als in de beginjaren van mijn studententijd. Dezelfde houten lambriseringen,hetzelfde meubilair. Wat zou het leuk zijn om al die muziek uit die tijd en de jaren ervoor, de middelbare school, weer te kunnen horen! Dus komaan, nu was het moment om op internet dat koffergrammofoontje te bestellen. De markering van: einde beheerderschap, begin van bladerenveger.

Bladerenveger zijn was ooit mijn eerste ambitie: toen ik voor het eerst kennis nam van Zen en zo’n monnik die eindeloos bladeren veegt dacht ik: dat wil ik wel zijn, meer hoeft toch niet. En ziehier: zo zal het einde van mijn werkend  leven zijn: twee jaar lang klusjes buiten doen, waaronder bladeren harken. Iets in me moet daar erg om glimlachen.

Dus dit  vind ik wel het moment voor een nieuw-oude weg naar muziek van vroeger waard... en ik bestelde het op internet. En de storm loeide en loeide; fijn om binnen te blijven, en de oude grammofoonspeler die nog altijd kapot en wel in de kast van de lp’s staat, weg te halen. O, al die elektriciteitsdraden waar het ding tot ver achter de kast aan vast zat. En toen besloot ik met een schaar gewoon wat draden door te knippen.

POEF! Een knal en een korte lichtflits! O, wat stom ook, echt iets voor mij.... En de cd-speler en de heel oude versterker eronder, alles zo dood als een pier. Ik had  natuurlijk een gigantische kortsluiting veroorzaakt, alles doorgebrand. Oké, dan maar alles onttakelen. De grote boxen weg, de loodzware versterker uit de kast en het gevaarte van de cd-speler. Maar boven had ik nog een wekker-cd-spelertje die ik toch nooit meer gebruikte sinds ik me met Sammie of iPad laat wekken. Die dan maar voorlopig. Maar die deed, tot mijn verbazing, niks, beneden.

En zo kwam ik erachter dat er een stop was doorgeslagen en dat wie weet de cd-speler en alles daarop en eraan het wellicht nog best gedaan had. Maar die had ik al naar de schuur gebracht. Bovendien, wat scheelde het in ruimte, nu dat alles weg was. En zo is het gekomen. De storm was ondertussen gaan liggen. Dus ik op de fiets en een nieuwe cd-spelertje gekocht van Sony, vroeger een heel duur merk, maar nu niet meer zo blijkt, heel compact met twee kleine boxjes en  met een loepzuiver geluid en verbonden aan het internet. En morgen komt het koffergrammofoontje en dan danst alle muziek van de wereld, oud en nieuw, zó mijn oorschelpen in!

woensdag 17 januari 2018

Scène-wisselingen

Vanaf volgende week worden mijn werkdagen dinsdag en woensdag, voornamelijk in de buitenlucht. Wanneer men geen werk kan vinden, dan heb ik betaald verlof. Dit is dus voorlopig mijn laatste vrije woensdag. Al is de vraag of men met dit soort weer, nu de lucht weer geheel donker is met vlagen storm, werk voor me weet te vinden.

Dus ik was van plan om  een beetje aan opruimen te doen, vandaag. Zoiets van een schone start. Dat is een groot woord, want opruimen ontaardt bij mij meestal in terugblikken. Ik was mijn allerlaatste mobiel al heel lang kwijt geraakt. Die vond ik dus terug in.... de vijver! Toen ik daar oude modder uit schepte. Dat was niet vandaag, maar de oude mobiel op tafel herinnerde me eraan dat ik de SD-kaart die daarin zat, wel al in de oude laptop van moeder had gestoken, maar nog niet bekeken had wat daar opstaat. Dus ik heb verwijlt in het verleden. 

Het beslaat exact de hele periode, waar Moeder in het hospice terecht kwam, tot vlak na haar dood. Ik had die allerlaatste mobiel ook alleen maar meteen aangeschaft, omdat Sammie, mijn eerste mobieltje die ik nu weer in gebruik heb, een nieuwe versie van Whatsapp niet aan kon, en ik moest ineens goed bereikbaar zijn voor de familie, om dingen rondom moeder snel in een groep te kunnen overleggen.

Wat ben ik blij dat die SD-kaart na meer dan een half jaar liggen in de vijver het overleefd heeft! Er bleek van alles op te staan, wat er nu niet meer is. Mijn oude tent, het klooster, het Aboriginal Art Museum in Utrecht, mijn oude Wijkcentrum, de inrichting van het huis van mijn ouders met al hun spullen er nog intact in, de allerlaatste huisvesting van Moeder en alle periodes daarvan: eerst het inrichten, toen de eerste dag waar zij verhuisde van het hospice daarnaartoe, en dat ook die ruimtes in een half jaar voller zijn geraakt met haar  spullen.

Maar vooral zijn daar alle foto’s van Moeder, van de laatste elf maanden van haar leven. Waarin je zelf leeft met de gedachte dat alles met haar voor de laatste keer is. Mijn verjaardag, haar verjaardag waar ze alle kinderen mee uit eten nam, dat we naar Ikea gingen voor de inrichting van haar appartement, de uitjes naar haar oude studentenkamer in Utrecht, de Hoge Veluwe, de boerderij van I., naar een restaurantje aan de rivier, dat ze hier bij mij kwam kijken naar hoe haar spullen een plek hadden gekregen.

Ik heb niet alles afgezien, want ook haar sterven staat er (vermoed ik) op. En misschien foto’s van de begrafenis, ik weet niet meer of ik toen foto’s heb genomen. Het is nog nooit gebeurd dat in zo’n korte tijdsspanne, in  nog geen anderhalf jaar de complete scenery in mijn leven is veranderd.

dinsdag 16 januari 2018

Over dames enzo

Ze kwam in de pauze even naast me zitten en vertelde hoe groot haar passie is eigen muziek te maken, op te treden. Wat zou het leuk zijn als ze doorbrak! Ze is al op de tv geweest in het programma de Beste Singer/ Songwriters van Nederland. Van dat programma ken ik alleen dat ene tv-fragment met de auditie van Maaike Ouboter die dat prachtige liedje Dat ik je mis zingt: alle juryleden huilen en ze heeft het gezongen op de begrafenis van prins Friso. 

Ze heet Marit Trienekens en ze vertelde wat er allemaal bij komt kijken, om door te breken.Je moet er iemand voor inhuren, die de wegen en de netwerken kent. Zo is het haar gelukt om op Radio1 optetreden. En ze heeft een cd uitgebracht: dat is ook nodig, want anders kunnen de liedjes niet beklijven. Ze treedt heel regelmatig op, maar dat was best moeilijk om te combineren, omdat ze in het dagelijkse leven onregelmatig werk heeft. Soms trad ze op met een band, die ook op de cd meespeelt, maar ja, dan moest ze al die muzikanten ook betalen, dus dat werd prijzig. Bovendien vond ze alleen zijn met haar gitaar ook wel wat hebben.

Ik beaamde het: het heeft wel wat, hoe ze ook het ontstaan van haar liedjes aan elkaar praat, door op haar gitaar er een onderliggende melodie te tingelen. O ja, vind je? zei ze blij, ik vind dat ook, maar mensen in haar omgeving hadden ook gezegd dat ze dat juist niet moest doen. Ze had best veel liedjes, maar deed er ook altijd een aantal covers tussen. Dat vond ik wel weer jammer, omdat ik het zelf leuker vind om helemaal kennis te maken met de wereld die zij in haar liedjes vertolkt, covers zijn ook een afleiding... Ja, daar zit ook wat in, reageerde ze...

Er zijn restaurants die graag livemuziek willen en dan is één singer-songwriter die nog niet zo bekend is, lekker goedkoop, ze vond het wel leerzaam om daar op te treden, dan stelde je je erop in dat mensen gewoon met elkaar blijven kletsen tijdens het eten, die hadden tenslotte ook niet om een optreden gevraagd. Maar dit, hier zo, in een kleine entourage als de Thiemeloods, waar alle vrouwen heel aandachtig luisterden, dat was best spannend, maar wel heel leuk.

Ik wenste haar veel succes en dacht: je hebt dus wel een beetje geld, want anders kun je niet zoveel investeren in de opbouw van een muziekcarrière. Na de pauze vertelde ze als introductie bij het liedje Dance with my darkside, zo heet ook haar cd, dat ze ook arts was en werkt bij de spoedeisende dienst. Zo jong en zoveel verantwoordelijkheid... Na de eerste reanimatie die ze meemaakte had ze dit liedje geschreven. Dat je soms alles wil vergeten, onbezonnen zijn, niet hoeven na denken. Opvallend dat ze dit the dark side noemt. Ik had eerlijk gezegd verstaan dat ze zong: I want to dance with my docter.

Ik heb haar cd maar gekocht. Jammer, haar stem klonk in het echt rauwer en wanneer ze uithaalde deed het me aan Joan Armetrading denken. En de arrangementen zijn nogal voorspelbaar. Ik zag haar liever alleen met haar gitaar, erop trommelend  en aardig onopgesmukt. Op het hoesje is ze juist weer erg glamourachtig opgemaakt. Zou ze zich voor die middag aangepast hebben aan de algemene verschijningsvorm van de vrouwen van de damessalon?

Ik vond het alles bij elkaar een heel leuke zondagmiddagbesteding. Eerst lekker luisteren naar live-muziek en daarna ging ik los: ik heb wel twee uur lang geswingd. Heerlijk en wat was dat lang geleden! Ik heb zo lang in de bubble ‘klooster’ gezeten, nu is het wel weer leuk om me in een andere bubble te begeven. Een bubble van heel vroeger: ik ben het zelf vergeten, maar ik schijn zelfs nog bij het oprichtingsfeestje van deze damessalon geweest te zijn. Het was ook best merkwaardig om er gezichten te zien waarvan ik zeker weet ze ooit eerder meegemaakt te hebben.

Een vrouw naast me, die wegging bij het swingen, dat zat er voor haar niet meer in, keek peinzend naar de vele raampjes aan de zijkanten. Vroeger, zei, ze, moest alles stiekem... gelukkig is dat niet meer zo. Dat is een ‘vroeger’ dat nog véél langer geleden is, dan mijn ‘vroeger’.

zondag 14 januari 2018

Mooi clubje

Ik doe weer eens wat nieuws: een blogje schrijven vanuit de trein. Na een ‘doorwaakte nacht’ (zo heet dat toch als je tot diep in de nacht wakker bent?) ditmaal met de flessen wijn en de resten van een kaasfondue op tafel. De vrouwengroep luidde er het nieuwe jaar mee in. Heerlijk herinneringen ophalen aan al die dingen die we al beleefd  hebben en filosoferen over essentie, seks, recepten en nog honderd andere dingen. De gastvrouw had onverwacht vroege familieverplichtingen, dus om twaalf uur moesten we allemaal weer weg zijn.

Dus nu zit ik in de trein, voldaan en een beetje half suf. Zo’n ouderwets gevoel uit je jonge jaren. Het is niet katerachtig, meer sloom, nog niet helemaal op de wereld, met de gesprekken en de sfeer na echoënd. Tijdsbeleving die zo verschillend kan zijn. Voor de ene was 2005 alsof het een paar jaar geleden was,  voor een ander iets van heel ver weg. Maar het eerste overheerste. De beleving dat je echt allemaal ouder word. En dan is er toch nog een leeftijdsverschil van twintig jaar tussen de oudste en de jongste. Een mooi clubje bij elkaar!
Dit is een kort blogje, kijken of de WiFi in de trein het doet. Meestal niet. Dit is wel de eerste keer met iPad in de trein. Het hoge water bij de IJssel is prachtig, met de heel vroege middagzon erop.