woensdag 12 december 2018

Duizelingwekkend Delhi

Het begon met de zoetige, weeïge smaak van papaja bij het ontbijt. Wat is dat lang geleden! Lekker met de krant erbij, de Indiase en de westerse smaakjes mixen. En toen... Delhi is groots en zo prikkelend en de mensen hebben een soort rust over zich in alle kleur-rijkheid.  Ik had dit niet verwacht. Dacht aan chaos en hectiek en een soort van dol dwaasheid. Ja, de auto’s toeteren de hele tijd, riksja’s, tuktuks, mannen op motors en af en toe op een paard door elkaar, er hangt smog en alles  is stoffig, maar...

Zoveel kleine tafereeltjes, die in zich een wereld herbergen. De wijze waarop verkopers hun waar uitstallen, dat je overal mensen met elkaar ziet praten, dat een ieder haar eigen ding doet, fysiek vlak naast elkaar en ik heb nog nooit tegelijk zoveel mensen recht in de ogen gekeken, hoe dat werkt weet ik niet, er is geen opdringerigheid in de ogen... Eén moment komt nu in mij op.

Ik zat al in de bus, bij het uitstappen bij de grootste moskee van India maakten enkele vrouwen met een baby op de arm, een bedelgebaar zonder aan te dringen. Ik keek er nu van boven op  en dacht: wat een klassiek Madonnabeeld, moeder met kind, alleen is het waarschijnlijk de oma, zij is al op leeftijd. Precies op dat moment kijkt ze me aan, ze heft opnieuw haar hand voor een aalmoes, maar ze glimlacht erbij. Bijna alsof ze zegt tegen me: we spelen beide ons goddelijk spel, jij de rijke toerist, ik aan de andere kant.

Ik kreeg een gevoel van milde heimwee, heel apart, wandelend over die grootse complexen, die moskee van rood zandsteen in de ochtend en de Qutb Minar op de middag, met een islamitische toren uit de 11e eeuw met de 100 namen van Allah daarin gebeiteld, vijf lagen hoog, er is gebruik gemaakt  van stenen uit Brahma heiligdommen die er eerder waren, menselijke gestalten en dieren afgevlakt en onherkenbaar gemaakt, de islam doet niet aan afbeeldingen. Alsof de stenen vanuit het verleden mij riepen: wij hebben zoveel gezien en meegemaakt, jij klein mens... Er stond ook een ijzeren paal uit de vierde eeuw, die nauwelijks geroesd heeft. Men weet nog steeds geen antecedenten, waarom en hoe deze gemaakt is.

Het memorial van Gandhi, een waakvlam op zwart marmer en bloemenkransen, hier is hij gecremeerd, een groot park eromheen met uitspraken van hem: A word uttered fron a pure heart, never goes in vain en: the soul dries up without the company of the good... De vader van de natie, zo heet hij, mooi toch? 

En verder: groepen kleine apen in het groen tussen de witte villa’s , ooit de woonwijken van de Britse kolonialen, ik zag een grote baviaanachtige aap op een zeil boven een winkeltje zich te weer stellen tegen drie grote honden onder hem, een boom vol eekhoorntjes, groene papegaaien, roofvogelachtigen boven de bomen, veel vogelgeluiden, zwerfhonden, maar geen koeien op straat, dat mag in Delhi niet meer.
Duizelingwekkend Delhi; daar vat ik het maar even mee samen, eigenlijk heb ik geen woorden voor de mix van alles wat ik op één dag gezien en beleefd heb.

dinsdag 11 december 2018

Eerste indrukken

Sikhs in het vliegtuig, kittige stewardessen in lange broek, heel rustige sfeer op Delhi Airport. Handen van Boeddha in verschillende gebaren, groots met lotusbloem als frontversiering in de aankomsthal, een douanebeambte die zijn tijd nam en er genoegen in leek te scheppen om mensen die iets niet volledig hadden ingevuld weer achter in de rij te zetten. 

Aan mij vroeg hij, waarom alles zo slumsy was ingevuld (de ballpoint deed het niet goed), maar toen ik met een glimlach hem recht in de ogen keek en ik vol verwondering vroeg: Excuse me?, leek hij in elkaar te krimpen en hoefde hij ook geen vingerafdrukken meer van me.

Buiten op het luchthaventerrein liepen goed doorvoede honden (drugshonden? vraag ik me nu af), het was mistig en de Indiër die het kleine reisgezelschap van 15, in een grote bus, die nieuw ruikt, welkom heette  zei verrukt dat het nu heerlijk weer was in Delhi, want het regende, goed tegen de pollutie en het stof: This is a perfect climate. Het was 16 graden.

Het is heerlijk donker overal op straat, de lichtsterkte die voor mij precies goed is, dat viel al op bij de landing. Er straalt je geen zee van licht van een westerse wereldstad tegemoet. Alleen de benzinestations met een internationaal merk, baadden in het licht. En ja, in het donker leek de bus ook zeer spaarzaam verlichte woonwijken te passeren en toen in een taartpunt, scheve planken en rommel en zeil en daar sliepen mensen... Ik ben heel benieuwd naar Delhi, morgen overdag.

maandag 10 december 2018

Koffer gepakt

'Ik heb gehoord  dat je een halve koffer met eten meeneemt', zegt nichtje L.,  'Waarom?! Je bent ook wel een Einzelgänger, hè?!'  'Ik geef je drie redenen', reageerde ik. 'De eerste is dat, stel je komt aan in zo’n hotel en je kunt alleen maar eten in het restaurant daar en ze vragen gigantisch hoge prijzen, bijvoorbeeld 30 euro, dan ben ik daar niet afhankelijk van, het geeft me dus vrijheid. Ik hoef niet tegen mijn zin extra hoge kosten te  maken.' Ik geloof dat Nichtje wel gevoelig was voor dit argument, want met zakgeld en bij Appie werken om je bruisende leven te kunnen betalen, vraagt vast weleens wat rekenwerk, schat ik zo in.

'De tweede reden is, dat je de hele dag al onder de mensen bent, dan kan ik het, stel ik me voor, het wel lekker vinden om de hele avond op mijn hotelkamer te zijn en niet meer verplicht naar  buiten te hoeven. Wéér die groep en stel je nou ook voor, dat, en dat is de derde reden, die mensen van die groep niet zo leuk zijn. Dan heb je toch geen zin om wėér met ze te eten?'
'Dat je daaraan denkt! Om op het idee te komen, dat mensen in de  groep niet leuk kunnen zijn!'
'O, maar dat heeft een reden, heb je nooit gehoord over die Turkse rondreis? Daarna dacht ik: noóóit meer een groepsrondreis! Halb Sechs aufstehen, bis Seven Uhr fruhstuck, halb Acht abfahrt, zo deed nichtjes moeder de reisleider na. Ja zo was het, staccato, elke dag hetzelfde.  Maar dat was niet het ergste.'

Ik vertelde haar dat de groep onverwacht was samengesteld uit Nederlanders en Duitsers. En toen bleek dat een oude man in het gezelschap in de oorlog fout was geweest en er een vrouw van dezelfde leeftijd met twee  dochters,  haar man had verloren in het verzet. De sfeer was te snijden, in de bus wilden ze zover mogelijk uit elkaar zitten. Aan tafel zaten de Duitsers bij elkaar en zo ook de Nederlanders, en dan was het : ofwel elkaar negeren ofwel dodelijke blikken en hatelijke opmerkingen, die bij mij aanvoelden als bommen die tot ontploffingen zouden kunnen komen, explosiegevaar, op het scherpst van de snede. 

Nichtjes moeder was te jong om dat meegekregen te hebben, zegt ze. Wat bij haar de grootste indruk heeft gemaakt was, dat er een echtpaar was wier koffers zoekgeraakt waren. Dat de bus in een achteraf-steegje stopte zodat ze wat toiletartikelen konden kopen en dat iemand een bikini uitleende. Dan heb je toch helemaal geen vakantie, als je alles moet improviseren?

Zulke dingen kunnen dus allemaal gebeuren tijdens een groepsreis, maar ik vrees niks. Die koffer heeft zich gaandeweg gevuld, vanaf het idee dat je misschien een kleine waterkoker kunt meenemen. Maar als je die moeite doet, dan moet je ook een beetje werk maken van wat je dan kunt doen met kokend water. In het begin dacht ik een half lege koffer mee te nemen, want ik ben  gewend dat deze voor driekwart met campingspullen gevuld is, Maar net kreeg ik de koffer aanvankelijk niet dicht en zou die ook een beetje overwicht kunnen hebben: zo snel kan dat dus veranderen. 

Stiekem was dat, wat ik het eerste dacht: wat verandert alles en wat gaat de tijd toch snel. Zó bouw je met nichtje L. voor het laatst een zandkasteel bij de Waal en zó komt het moment dat ze je een Einzelgänger noemt... Wat ik ook wel ben misschien. Maar anderzijds ook helemaal niet.

zondag 9 december 2018

Winterswijk, Viceroy’s House

Gisteren, tot een uur voor vertrek, getwijfeld of ik wel zou gaan: wandelen van Winterswijk naar Lichtenvoorde. Regen en wind streek in vlagen door de tuin, de avond ervoor was er zelfs onweer. Als ik zou gaan, dan met een seizoensretour van NS, maar die moest ik nog wel bestellen. Met dat vlugge internet is dat zó gebeurd, weet ik ondertussen. Aan mijn kledingkeuze merkte ik wel al, dat het waarschijnlijk wandelen werd, het waren niet de zondagskleren voor een kerkgang.

Ja, ik kreeg zin in lege ruimte, zandpaden, wat boerderijen, kale bomen in het grijze groen van de Achterhoek. Zo lang was het een wandelgebied waar ik heel regelmatig kwam... Ook al zou het de hele dag grijs en bewolkt zijn, met regen, het is ook wel heerlijk, een dag lang te voet een afstand overbruggen,zeker ook omdat de komende 17 dagen mijn vervoermiddel een vliegtuig en de bus worden. Dus ik ging en het werd een voornamelijk droge dag, met zelfs vlagen zon en geanimeerde gesprekken.

Thuis gekomen een warme douche en de film Viceroy’s House, die opende met beelden van Delhi. Dat ik daar ben, heel binnenkort, de exotische beelden vol kleur en levendigheid, de ruime opzet van de grote oude gebouwen,  tempelcomplexen en Britse koloniale grandeur, dat ik dat zó in het echt mag gaan zien! De film ging over de laatste dagen van het British Empire en hoe er besloten is om een deel van dat grondgebied aan Pakistan te geven. Dat Indieërs moesten kiezen waar zij bij wilden horen, maar bij de concrete invoering, dwars door straten en dorpen, sneuvelden in het geweld uiteindelijk een miljoen mensen, voornamelijk moslims en sikhs.

De regisseuse blijkt de kleindochter te zijn van een net op het nippertje in de chaos geredde moslimvrouw. Het verhaal in de film is geromantiseerd met een liefdesverhaal tussen een hindoeman en een moslimvrouw, beide personeel in het majesteitelijke Viceroy’s House, waar meer dan 500 mensen personeel, hindoes, sikhs en moslims door elkaar, het mogelijk maakten dat op die plek deze grote politieke beslissing gemaakt werd door Lord Mountbatton aan de Britse kant, de laatste vicoroy, de plaatsvervanger van de koningin van Engeland in India, en Nehru, Jinnah en Gandhi aan de andere kant. De opsplitsing van het toenmalige Britse grondgebied in twee naties, India en Pakistan werd door Mountbatton vrijwel meteen als een foute beslissing ervaren, zo vertelt deze film dat.

Dat politieke kopstukken zomaar een lijn trokken op de kaart door een land en de dramatische gevolgen daarvan, hoe het toch mogelijk is, dat een met de ratio en hoop omgeven, gemaakte beslissing ontaard in geweld, oorlog, onderdrukking, zeer veel menselijk leed, dat was ook het thema van de boekenclub de avond ervoor. Maar nu ging het over Israël en Palestina naar aanleiding van het boek Ochtend in Jenin. Op tv is nu een mooie documentairereeks van Natasha van Weezel, Mijn beloofde land, waar zij, een jonge vrouw, elk perspectief voor zich laat spreken. Knap, hoe zij toegang heeft gekregen tot al deze mensen.Van een Palestijnse familie met martelaren tot een Amerikaanse jonge jood, die naar Israël is geëmigreerd, die tank heeft leren rijden en in elke vezel van zijn lichaam voelt dat hij zijn land moet verdedigen.

Mensen met al hun goede bedoelingen en intenties: hun project hoop en verlangen naar vrede en harmonie als hun ene been. En op het andere been dat andere terrein waarin we staan, het ongestructureerde gebied van de dromen en de emotie, opgelopen pijn, verdrongen verlangen, honger naar macht en erkenning... hoe dat woekert over al het mooie en het goede waar we zo naar hunkeren...

Ja, de wereld blijft gespleten en gefragmenteerd, vol scherpe tegenstellingen en woelige bewegingen waar je als individu geen vat op hebt. Maar wat kun je anders dan in jouw eigen persoonlijke werkelijkheid, elke dag die je gegeven is uit te pakken en er te doen, wat er te doen is?

donderdag 6 december 2018

Afscheid van C.

Het is rondom tien uur in de avond en het is mild weer buiten. Ik heb er net twee sigaartjes gerookt tezamen met een rest bananenlikeur, zo uit de fles, nog uit Tenerife. Met een buitenkaars op de grond, op een campingstoeltje onder mijn afdak, mistig en vochtig en stil, een besloten  milde sfeer, wat hou ik daarvan. Net binnen, een bericht van P., dat C. op sterven ligt, kanker die teruggekomen is.

C. was een van mijn vriendinnetjes op de  lagere school en we verloren elkaar uit het oog omdat het gezin naar de andere kant van het land verhuisde. Jaren later kwam ik haar weer tegen op verjaardagen van P.  Ik zie haar voor me, zoals ze nu is en hoe ze was toen we kinderen waren. Ze was zo zachtzinnig en altijd aardig, met een soort van ernst, die ik ten diepste ook had, dat resoneerde. We droomden vooral met elkaar. 

In haar grote tuin bij het doktershuis vertelden we elkaar verhalen. Ik had toen vriendinnetjes en buurvriendjes waarmee ik dingen deed, verkleedpartijen en spannende verstop-en speurspelletjes Maar C. was mijn eerste ‘praatvriendinnetje’. Ik herinner me ook goed dat tijdens het eten er niet gepraat mocht worden, als haar vader er was, die soms pas later aanschoof omdat hij praktijk aan huis had, de beklemming daarvan, iets waar C.ook last van had, maar ze klaagde nooit.
Met haar grote ogen zuchtte ze alleen diep na afloop en daarna zwierven we weer weg in onze droomwereld. En nu? De sterfelijkheid, die hoe ouder je wordt, je metgezel wordt...

Ik las vandaag  Brieven aan God en andere mensen van  Paul van Vliet. Zijn sterfelijkheid, nu hij 83 jaar oud is, is daar ook een thema. Hij zegt tegen God: ‘Ik zie U in dit stadium van mijn leven vooral in het mysterie van het mooiste, het beste, het diepste. Daar ben ik naar op zoek. Ik vind U in de liefde, in adembenemende kunst, in de onschuld van een kind. Dat noem ik voor het gemak dan maar "God".'

Ik geloof dat ik met C. zo ook op zoek was. Wij ontsnapten aan de alledaagse werkelijkheid; er was een gemengde sfeer van mijmering en vrolijkheid tussen ons. Paul van Vliet vervolgt zijn brief: 'Ik zal veel moeten loslaten en afscheid moeten nemen van alles wat vertrouwd is en succesvol. Ik ben benieuwd waarmee of met wie de vrijgekomen ruimte zal worden opgevuld. Het zou mij niet verbazen als ik Ú daarin uiteindelijk zal tegenkomen. (...) Ik zal weten dat Ú het bent als ik mij onvoorwaardelijk heb overgegeven en mijn eenzaamheid zal zijn verdwenen.

Ik hoop dat C. in vrede kan sterven. In de zachte, milde sfeer waarin ik toen ik kind was met haar verbleef.

dinsdag 4 december 2018

Bladergehark tegenover scherpzinnigheid

Vandaag was het een perfecte dag om me weer eens verdienstelijk te maken als bladopruimer in de speeltuin. De eerste keer arbeid na mijn vakantie, vorige week heb ik alleen voor de poorten gestaan door miscommunicatie bij de werkgever.Er was toen trouwens ook nog geen blad te harken, maar zie: binnen een week is alles gevallen, een oranje tapijt dat weer lichtbeige moet worden van het zand eronder.

Het is lekker werk, met een blauwe lucht en een zon; gratis fitness. Ik ga voor mijn eigen lol geen harkbewegingen maken en nu kan dat royaal met gestrekte armen en weer terug, met het gewicht aan natte bladeren aan de hark. En dan de bukbeweging:  met één hand de hoop bladeren tegenhouden, en een draaibeweging vanuit de heup: het blad aan de hark in de kruiwagen laten vallen. Ik voelde me erna werkelijk fitter en ben in mijn tuin nog gaan snoeien tot de schemering viel. De mussen vlogen diep in de kale bruidssluier en klimop, maar vlogen er weer uit, toen ik met de bezem het gangpad veegde.

Zo, en nu mag ik op de bank gaan liggen. Bij regenweer en kou, zoals afgelopen zondag, dan word ik een soort Oblomov, onbeweeglijk op de bank met een boek, en gisteren heb ik dat voortgezet. Behoudens de bollen die ik in de tuin ben gaan planten, want gisteren was het zacht en zonnig, op enige momenten. Moet ik niet in april weggaan, dit jaar was ik in Londen en heb ik alle bollenbloei gemist.

Het excuus voor twee dagen op de bank is o.a. de dikke detective The Punishment she deserves van Elizabeth George. Vooralsnog slaat de titel, vermoed ik, op Barbara Havers, een van de twee politiespeurders van New Scotland Yard. Tesamen met Thomas Linley vormt zij het onderzoeksduo dat ondertussen al een hele reeks moorden hebben opgelost. Twee tegenpolen: hij is van adelijke komaf, voorzichtig en braaf, zij is een meid van de straat, draagt slonzige T-shirts met gekke opschriften, woont in een kaal appartement, kookt nooit.

Zij is dwars van conventie, zeer scherpzinnig, ongehoorzaam aan bevelen van haar superieuren, kleurt buiten het boekje, volgt haar instinct, kruipt door het oog van de naald, maar blijkt steeds op het juiste spoor te zitten. Maar nu wordt ze op de proef gesteld: ze mag niks zelfstandigs meer doen: als ze het dienstbevel niet opvolgt, dan dreigt ontslag en anders een overplaatsing naar  het hoge noorden, weg uit Londen.

Het is opvallend hoeveel eigenwijze, scherpzinnige vrouwelijke speurders met een rauw randje er de afgelopen vijftien jaar aan de verbeelding zijn ontsproten: Het begon met Lisbet Sallander in de Millenium-trilogie van Stieg Larsson, toen kwam Sarah Lund in de tv-serie The Killing in 2009 en vervolgens Saga Norén in The Bridge. Nederland heeft nu op de tv Lois, ook zo’n eigenheimer, verrassend gespeeld door Noortje Herlaar, die mij tot nu toe alleen is opgevallen in vrolijke,  luchtige rollen, ze werd Mary Poppins in de gelijknamige musical en speelde in Moeder ik wil bij de revue.

Maar een reconstructie leert mij, dat Barbara Havers er al  véél eerder was: zij is al  in 1988 verzonnen, in de eerste uit de serie, Totdat de dood ons scheidt, in het Nederlands. Maar de serie is bekend geworden en ook voor tv verfilmd, met de naam van de mannelijke hoofdrolspeler: The Thomas Linley mysteries. Maar hij is niks zonder haar, de hele dynamiek tussen die twee maakt het smakelijk! Tijdgeest, zullen we maar zeggen. Dan is het dus des te opvallender, dat die Nederlandse serie een vrouwennaam als titel heeft. 

Zo, nu heb ik een uur op de bank besteed. Tijd om te gaan koken en morgen weer een dagje totaal niet scherpzinnig bladergehark.

zondag 2 december 2018

Van Abbemuseum, Hildegard van Bingen

Ik voel me het meeste thuis, als er verschillende sferen en invloeden bij elkaar komen in dezelfde ruimte en tijd. Dus ik geniet dan in de FlixBus naar Eindhoven. Waar ze vandaan komen, ineens bij de bushalte? Uit de trein, denk ik, ook: mensen van allerlei leeftijden en nationaliteiten met koffers en ik hoorde Barcelona, Parijs en Londen vallen. De FlixBus brengt je in een totaal andere reizigersstroom dan  de trein.

In Eindhoven ging ik eerst naar het Van Abbemuseum. Nog nooit vanaf het station bereikt. Ik moet er al meer dan 15 jaar niet geweest zijn, want ik kende de nieuw aangebouwde vleugel niet. Mooi gedaan zo, met het oude gebouw behouden, van de sigarenfabrikant Henri van Abbe. Dat schijnt nog een hele strijd geweest te zijn omdat de architect eerst alles tegen de vlakte wilde gooien. Het thema ‘wat was en wat wordt’, mijn favoriet mix en mengeling dus,liep ook door de tentoonstelling die gisteren geopend werd: Positions #4 . Er hing een geanimeerde sfeer van openingspubliek.

Vier internationale kunstenaars geven hun visie over turbulente leefplekken op de wereld. Ik heb het werk van Sandi Hilal en Alessandro Petri uitgebreid bekeken, dat gaat over de Palestijnse vluchtelingenkampen, hoe zij opgejaagd wild blijven binnen de staat Israël. Hoe het trekken van een rode lijn, die bepaalde wat voortaan van Israël was in het Palestijnse leefgebied, die lijn een woonhuis in tweeën kon delen en ook dwars door een gebouw ging waar indertijd het Palestijns parlement samen kwam. Dat gebouw is nu een spookachtige ruine en deze kunstenaars hebben heel zorgvuldig in de vergaderzaal van het gebouw, de lijn zichtbaar gemaakt, door het puin en het vuil weg te ruimen, te vegen en te boenen.

Zo’n actie en daar naar kijken heeft iets helends omdat het de menselijke maat verbindt met de gevolgen van politieke beslissingen, je voelt de pijn en de onmacht mee als je de bezem ziet vegen en  je handen met een spatel zorgvuldig de rechte lijn zichtbaar ziet maken door gruis op te ruimen. Daaromheen interviews met activisten en belanghebbenden. In een andere zaal grote  schermen kriskras , zodat je eromheen kan lopen, met aan beide kanten lichtgevende afbeeldingen van simpele Palestijnse onderkomens en weer in een andere zaal die The Tree School heette, rondom de gedachte dat kennis, ideeën en actie wereldwijd vaak onder een grote boom ontstaan. De zaal was behangen met landkaarten die het gehele innerlijk leven van mensen weergeeft van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie, ik kende hem al van de Biënnale in Venetië.

Weer dus die mengelingen van stijlen en perspectieven dat  mij boeit en met die gemoedsgesteldheid ging ik naar de Catharinakerk naar Hildegard; opera van nu, gregoriaans van toen, over het  leven  van Hildegard van Bingen Wat  er nu  precies echt gebeurd is toen, weet je niet, zij leefde van 1098-1179. In deze opera werd in ieder geval  haar strijd met het mannenbolwerk van de kerk zichtbaar, toen zij een eigen klooster wilde stichten en dat zij zich zeer verbonden voelde met een medezuster Ricardis. 

Mij heeft altijd ook de natuurbeleving van Hildegard aangesproken, haar beeld van de groenende levenskracht van  God en levenskracht als lichtende stralen van de zon. In deze Opera werd vooral het beeld van de rivier gebruikt, hoe je jezelf daarin kan reinigen en mee kan stromen. Eerlijk gezegd is dat beeld mij nooit opgevallen, maar het kan ook dichterlijke vrijheid zijn van degene die het libretto schreef.

Ik vond het een intense ervaring. De entourage, in de grote steeds donkerder wordende Catharinakerk, omdat de avond viel, droeg daar ook aan bij. Het verhaal wordt verteld in het Nederlands met nieuw gecomponeerde muziek van Steven Kamperman, waarin een mengeling van klanken en invloeden  zat verstopt, uitgevoerd met een altviool, klarinetten, een pijporgel en een contrabas. Daartussendoor waren de gregoriaanse muziek en teksten van Hildegard van Bingen zelf verweven. Dit alles loepzuiver gezongen door het vrouwenkwintet Wishful Singing en twee vocalisten. Heel prikkelend gedaan.

Wat mij veel voldoening gaf, is dat de hooggestemde teksten van Hildegard ineens voeten in de aarde kregen omdat de opera haar persoonlijke verdriet, wanhoop, kwaadheid, doorzettingsvermogen lieten zien. Die échte verbinding en vermenging aangaan tussen het mooie, harmonieuze hooggestemde; dat wat je ‘goddelijk’ kunt noemen en het ‘gewone menselijke’ mag van mij wel dagelijkse kost zijn.