maandag 10 augustus 2020
Wek mijn zachtheid... bij dieren en in Theaetetus
zondag 9 augustus 2020
Ebike & Chalet
vrijdag 7 augustus 2020
Sweet Tooth. Huisje in een bos?
Gisteren een rare ervaring bij het lezen van Sweet Tooth van Jeff Lemire: een plaatje van iemand met een mondkapje op die zegt: moet jij er geen dragen?, waarbij de andere zegt: we gaan toch allemaal dood. Er zijn meerdere verhaallijnen die gaan over de wereld na een pandemie en dan zitten er van die volkomen actuele scènes in... De WHO wordt genoemd, of er zijn Staten die ruzie maken over de ernst van de nieuwe situatie of er is de constatering dat er na het sarsvirus het te verwachten was dat er een nieuwe pandemie zou komen, maar de wereld heeft geen voorzorgsmaatregelen genomen, zoals in dit boek, waar niemand had kunnen vermoeden dat het zó erg zou kunnen zijn.
Ik dacht, nou dan valt het in het echt nu nog mee, want in Sweet Tooth gaan alle mensen langzaam maar zeker dood, het internet werkt allang niet meer en de enigen die immuun blijken zijn kinderen die na de eerste uitbraak van acht jaar geleden zijn geboren en die hybride zijn, met ook eigenschappen van een dier. Zo heeft Gus een gewei op zijn hoofd en hij krijgt zijn bijnaam omdat hij van zoete Candy-repen houdt, die schaars te vinden zijn. Hij ontmoet een meisje met een varkenshoofd en een jongentje met een ratachtig uiterlijk, die kunnen nog praten, er zijn ook kinderen die dat niet kunnen omdat de dierlijke eigenschappen de boventoon voeren. Op alle kinderen wordt er gejaagd en geëxperimenteerd want een eventueel vaccin moet uit hun komen en Gus leven heeft zich, totdat hij nu noodgedwongen weg moet omdat zijn vader is overleden, alleen maar afgespeeld in een huisje in de bossen.
En dat gaf een ander raar actueel effect aan mijn lezing gisteren van dit boekje, want ik heb een heel klein ‘chalet’ vlakbij een bosrand op het oog, de herten schijnen over de omheining te springen en eten in de nacht de bloembakken met geraniums en viooltjes op. Daar wil ik graag ‘een kluis’ inrichten, zoals dit in de religieuze traditie is gaan heten: een plek om je in terug te kunnen trekken en energie op te laden. Ik was nooit op dit idee gekomen als er geen coronavirus was geweest: ‘heel de wereld is mijn klooster’ is al lange tijd mijn motto. Maar de wereld is nu veranderd en zit grotendeels op slot en deze uitspraak die aan Franciscus van Assisi wordt toegedicht en die graag rondtrok en mensen ontmoette, is nu niet goed mogelijk voor mij. Vandaag heb ik de intentie om de verkoopbevestiging te ondertekenen, maar weet even niet hoe ik dat digitaal kan doen. Poeh! ik ben benieuwd of het doorgang gaat vinden!
donderdag 6 augustus 2020
Leeservaring
woensdag 5 augustus 2020
‘Zwarte’ Biënnale en Martha Washington
maandag 3 augustus 2020
Biesheuvel en de voorbijganger
Apart was ook dat ik alles onmiddellijk vertaalde in beelden en panelen zoals in ‘Comics’. Kennelijk is mijn brein nu anders gaan staan omdat ik er zoveel van lees en bekijk. Er was een verhaaltje over een dikke volle aardbei die niet geplukt wilde worden, een list verzint door zich mee te laten nemen door twee wandelende takken, zodat hij een groot bijzonder lieveheersbeestje lijkt, maar dan door een bioloog gevonden wordt die hen op de snijtafel legt, terwijl de aardbeiplukkers de plant waaraan hij hing net niet haalden door een onweersbui, hij had nog een paar dagen langer kunnen leven. Ik zag, ook nu ik hier typ, in close-up het gezicht van de aardbei, en hoe deze in vijf plaatjes zich verbindt met de wandelende takken en wegloopt tussen groen blad en dan een grote hand die hen oppakt en dan van bovenaf een groot wit laboratorium, waar een mensje staat die hen ontleedt. En meteen stel ik mij voor hoe door de tekenstijl hetzelfde verhaal licht en komisch kan worden als een grap of ook een zware fabel met iets van melancholie.
Ik denk hierbij aan de serie De voorbijganger, geschreven door Pierre Christin en getekend door Enki Bilal. Ik viel meteen voor zijn tekenstijl: realistische en fijnzinnige details en een mooi kleurenpalet. Er zijn vijf delen van verschenen en in het eerste boek Het dorpje dat ging vliegen komen ze ook beide voor. Enki Bilal zegt op een schrijversconferentie over de man die af en toe opduikt: ‘Hij is een mysterieus wezen met onmetelijke macht... Hij komt van elders, gaat naar nergens... Hij is alleen maar een voorbijganger die ‘t niet kan verkroppen dat de wereld naar de bliksem gaat.’ En Pierre Christin antwoordt op ‘En u Pierre Christin u verzint al die zwartgallige verhalen... Die man is een anti-held, een afwezigheid, iets wat vanzelf ontstaat tussen de mensen van de groep waartoe hij hoort... Ja, hij is de verpersoonlijking van een historisch gebeuren: hij is de vleesgeworden klassenstrijd, een strijd van gewone mensen die nooit de kans hebben gekregen om...’
Ziehier de ingrediënten: iets magisch tezamen met een marxistisch wereldbeeld en ook in het tweede boek Het schip van steen overheerst het magische element, maar dan worden ze steeds realistischer met donkere plaatjes van de zwoegende arbeidersklasse en eindigend in deel vijf in winters communistisch Rusland met moord, De Jacht. ‘De voorbijganger’ duikt steeds minder op, in een lange jas en een steeds donkerder wordende blik in zijn ogen , maar er is ook een boek Gerommel in de Rouergue getekend door Jacques Tardi en op de voorkant staat dezelfde voorbijganger, maar nu lijkt hij een linkse student en heeft het boek de ondertitel: een eigentijds sprookje.
Eigenlijk heeft Maarten Biesheuvel in zijn verhalen ook telkens die dubbelzinnige laag: een mengeling van realisme en fantasie, donker en grappig, zijn dagelijkse veilige huiselijke omgeving en de vele luiken in zijn hoofd... Misschien is elk verhaal een soort van voorbijganger.
zaterdag 1 augustus 2020
Floating Horizon
Ik stond in de rij van de kassa en achter mij kwam een man, die zijn karretje van voren trok en zo de boodschappen op de band legde. Terwijl zo’n winkelwagen ook bedoeld is om vanzelf meer afstand tot elkaar te houden. Hij leek bijna graag in mijn anderhalve meter te willen staan, terwijl ik mijn wagentje zoveel als mogelijk was, voorwaarts duwde. Hij keek enigszins uitdagend mijn richting op. Ik zei maar niks, voordat je het weet krijg je een woordenwisseling, de wijze waarop de aerosolen lustig het luchtruim inzweven. Maar ik dacht wel: dit is barbarij. Waarschijnlijk behoor je bij de anti-ontkenningslobby van het virus en maak je zo zonder woorden je punt.
Terwijl het van werkelijke beschaving zou getuigen dat jij, al vind je alle maatregelen onzin, je wél met respect en zorg omgaat met een ander, het is een letterlijk en figuurlijk leefruimte geven aan een ander. Dat maakt de virus-ontkenners in toenemende mate tot een obscure groep. Er zit in hun denkwijze een ‘wij, de échte slimmeriken’ tegenover ‘zij, de volksmenners met kokervisie‘... Het lijkt mij een gevalletje van ‘Zoals de waard is vertrouwd hij zijn gasten’...
Enfin, weer even genoeg stoom afgeblazen. Weg van de barbarij, op naar de beschaving. Gisteren vond ik voor het slapen gaan nog een speciale graphic novel in de vorm van een leporello ofwel een harmonicaboek: je kunt het per bladzijde bekijken maar ook uitvouwen en dan kijk je op een negen meter lange ‘horizon’, van een stad met industriële gebieden, door allerlei landschappen en menselijke activiteit naar een andersoortig woongebied waar meer verbonden met de natuur geleefd wordt. Het is gemaakt door de architect Chris Guest, die hiervoor 18 maanden heeft uitgetrokken, een eigen betaald sabbatical, en een crowdfunding-actie is begonnen om het te financieren, die direct gelukt is.
Hij wilde het persé gemaakt hebben in zijn leven en hij wil ermee uitdrukken dat alles met elkaar is verbonden en wij de kans hebben, nú, om ons leven en het landschap anders in te richten. Ik wilde het bestellen, maar het is maar in één boekhandel in Australië te koop en met verzendkosten daarbij, wordt het dan toch een beetje duur. Gelukkig blijkt er een filmpje van gemaakt te zijn, bij Vimeo te zien: Floating Horizon en zo is ook de titel van het boek. Dat kleurrijke vogelperspectief, het tegelijkertijd meerdere dingen zien en daar kunnen zijn: dat stopt de barbarij en is het begin van beschaving.





