maandag 10 augustus 2020

Wek mijn zachtheid... bij dieren en in Theaetetus

Ik zag een  filmpje op YouTube waar dieren elkaar helpen of redden. Sommigen vond ik niet zo verwonderlijk, in een dierentuin een jonge olifant, een ijsbeertje, een baby-aapje die in het  water vallen en dreigen te verdrinken en dan komt hun moeder ofzo hun redden. Dit lijkt me met het instinct  mee gegeven; je eigen jongen voeden en grootbrengen en dus ook redden. 

Drie gevallen vind ik wel opmerkelijk: een heel jonge reebok die achterna wordt gezeten door een leeuwin en dan dichtbij gekomen dan bedenkt ze zich en gaat het jong liefdevol naar zich toetrekken en even later ook beschermen tegen een ander leeuwin. En je zag een jonge antilope ofzo die te dicht bij de waterkant kwam, twee reusachtige krokodillen springen plotseling op en dreigen het te verscheuren en dan komt er een gezamenlijke reddingsactie van een groep nijlpaarden die de krokodillen wegjagen en in een wijde kring in het water rondom de antilope deze weer naar de oever aan de overzijde loodsen. En dan was er nog een gorilla in de dierentuin die met een langwerpig groen blaadje hoopt dat een heel jong vogeltje die in het water is gevallen, deze pakt met de snavel, dat doet ze ook en dan neemt zij het vogeltje in haar harige omarming en kijkt heel teder hoe de vleugeltjes drogen.

Bij deze drie stijgt een dier dus buiten haar eigen soort of instinct uit: een leeuw hoort te jagen op klein wild, neushoorns badderen log in de modder maar worden nu een denkende groep om een andere soort te redden en bij de gorilla zie je ook denkvermogen: het verzinnen dat een dun blad het voor een klein vogeltje mogelijk maakt het te grijpen, de eigen handen en motoriek waren te grof en dan beschermend toekijken hoe het vogeltje droog wordt.

Hoe zit dat bij de mensen? Alleen al uitstijgen boven de eigen groep lijkt niet makkelijk en over de dieren heersen wij met vaak op een vanzelfsprekende wrede, ‘dieronvriendelijke‘ wijze, zoals we dat zijn  gaan noemen. Met huisdieren weten we wel een band te creëeren en laten ze opereren en geven ze dure medicijnen, maar dat lijkt wellicht soms ook op de band die je met een knuffel kunt hebben, waar je jezelf in projecteert  en zo animeert: leven inblaast, zoals in animatiefilmpjes, die louter uit de verbeelding komen. Tegelijk maak je met je eigen huisdieren waarschijnlijk voor het eerst mee, dat zij ook betrokken kunnen zijn op jou.

Het aardig zijn voor mensen die uit een andere cultuur komen of zelfs uit een andere laag van de samenleving dan waar je zelf uit voorkomt lijkt al veel moeilijker. Natuurlijk omdat die ander iets terugzegt, je aanspreekt op iets buiten je comfort zone. Ik las Theaetetus een dialoog van Plato die over de vraag gaat: Wat is kennis? Er komt een vergelijking in voor waar een mens wordt vergeleken met was: Als de was soepel en zacht is, dan zal de indruk van al het andere, ‘indruk’ dus ook letterlijk, zuiver en geheel naar wat die ander is, een afbeelding in jouw ziel maken. 

Maar als die was vol oneffenheden is, vol spul wat niet in  de was hoort, dan komt een ander verwrongen bij je binnen er ontstaan beelden in jouw ziel die niet kloppen met wie of wat die ander is. Rondom zwarte mensen heeft het koloniale Westen  als verwringend gruis te lang het idee gehad dat dezen geen echte mensen zijn, een lager soort en dat valt binnen hetzelfde kielzog dat alle dieren ook ‘maar dieren’ zijn omdat de mens de kroon is op Gods schepping. Nu richt onderzoek zich naar het mededogen dat dieren blijken te hebben en het apenonderzoek van Frans de Waal is daarvan een van de eerste peilers.
 
Iets in de blik van die leeuwin met het jonge reebokje deed haar jachtinstinct verdampen, iets in het gezamenlijk bewustzijn van een groep nijlpaarden had mededogen met een jonge antilope en wellicht een gruwelijke hekel aan de wrede moordzuchtige muilen van de krokodillen. Voor  mensen is dit wellicht mogelijk door naar jouw eigen ziel te kijken en te onderzoeken of deze zacht als was is... of zitten er allemaal harde brokstukjes in bestaande uit angst, oud verdriet en wantrouwen...? Zachtheid veroorzaakt dan bijna letterlijke zelfreflectie: kun je in die was iets van je zelf ontwaren, weerspiegelt de glanzende zachtgele was jouw eigen contouren? Dan zie je wellicht ook een ander in een glans.



zondag 9 augustus 2020

Ebike & Chalet

Het was een heugelijke week.Vorige week om deze tijd kon ik niet bedenken dat ik nu én op een e-bike rijd en eigenaar ben van een huisje in het bos, een ‘chalet’ noemen ze het. Dat huisje heb ik bijna niet eens van binnen willen bekijken, want mijn eerste reactie was dat ik het gevoel had dat je in de etalage zat van de buren, wier achterraam van hun stacaravan uitkijkt op ‘mijn achtertuintje’ en ze daarnaast ook nog hun terras hebben ingericht onder een grote luxe partytent, die in de winter moet worden afgebroken, hoorde ik later, ‘Dus je hoeft niet naar binnen?’ vroeg F. de beheerder. Het gekke was, dat ik mijn hoofd nog één keer ronddraaide en naar de toppen van de hoge bomen keek die er verspreid staan en ineens precies het omgekeerde dacht: dit huisje ligt wél goed!

Die buren is natuurlijk een kwestie van perspectief. Waarom zou ik dit nu storend vinden, terwijl je al kamperend veel dichter op elkaar zit? Omdat je idee van een huisje in het bos als het ware gekleurd wordt door de romantiek van lost in the woods. En die romantiek is er ook wel want alle huisjes en de camping zijn midden in het bos gebouwd, er mogen geen houten schuttingen geplaatst worden, ‘we willen hier niet zo’n Gamma-sfeer krijgen’ en in het reglement staat dat je ten hoogste twee ornamenten in je tuin mag zetten en een droogmolen alleen kort mag uitklappen en zo snel mogelijk de was weer binnen moet halen. Mij bevallen zulke regels wel, ik vind ze wel charmant.

Vanaf het terras zie ik op het einde van het ‘straatje’ de bosrand en binnen was het huisje leeg. Ook heel prettig want de andere objecten stonden vol spul en daar heb je het dan grotendeels mee te doen. Ik ben als het ware de eerste bewoner op deze plek, het gras was net ingezaaid, kleine laurierkersstruiken als afscheiding en in de herfst krijg ik dan twee hoge laurierkersen ‘tegen’ de buren, het zeshoekig houten schuurtje moet nog ‘gesteld’ worden en er wordt electriciteit in gemaakt voor de beoogde electrische fiets: het is vanaf mijn huis ongeveer 43 kilometer.

Ik had een week bedenktijd, maar ging de volgende ochtend als eerste handeling een afspraak maken met het Gazelle-experiencecenter en de avond ervoor begon ik ook al te bedenken wat ik uit huis dan daarheen zou brengen... dus mijn daden gaven onverkort al de richting aan... En toen ging ik dus fietsen uitproberen, maar je kan ze er niet kopen, het was geen winkel. Gemiddelde levertijd is nu 15 weken, zoiets  had ik al gehoord en had me er ook al op ingesteld de eerste keren ofzo er dus ‘gewoon’ naar toe te fietsen. 

‘Ik kan wel in de computer kijken of er misschien een fietswinkel in de buurt is, die toch nog een fiets heeft staan’. En ja, een oude familiezaak in Lent, sinds anderhalf jaar door de zoon overgenomen, die zich wil onderscheiden van andere fietswinkels en het internetaanbod, door extra veel service te geven. Als je fiets kapot is komen ze die halen en weer terugbrengen binnen een week en hij had een model waarvan over vier weken de onderdelen, alle uit Azië , weer geleverd worden. In de tussentijd kon ik wel een leenfiets krijgen. Die kwam hij de volgende dag brengen en de jongeman B. vond mijn tuin meteen heel leuk, want de bamboe deed hem aan Indonesië denken, daar had hij gebackpackt. En sindsdien fiets ik elke dag elektrisch naar de waterplas, wat luxe, die extra energiestoot die niet uit je eigen benen komt, de vaart.

vrijdag 7 augustus 2020

Sweet Tooth. Huisje in een bos?

Gisteren een rare ervaring bij het lezen van Sweet Tooth van Jeff Lemire: een plaatje van iemand met een mondkapje op die zegt: moet jij er geen dragen?, waarbij de andere zegt: we gaan toch allemaal dood. Er zijn meerdere verhaallijnen die gaan over de wereld na een pandemie en dan zitten er van die volkomen actuele scènes in... De WHO wordt genoemd, of er zijn Staten die ruzie maken over de ernst van de nieuwe situatie of er is de constatering dat er na het sarsvirus het te verwachten was dat er een nieuwe pandemie zou komen, maar de wereld heeft geen voorzorgsmaatregelen genomen, zoals in dit boek, waar niemand had kunnen vermoeden dat het zó erg zou kunnen zijn.

Ik dacht, nou dan valt het in het echt nu nog mee, want in Sweet Tooth gaan alle mensen langzaam maar zeker dood, het internet werkt allang niet meer en de enigen die immuun blijken zijn kinderen die na de eerste uitbraak van acht jaar geleden zijn geboren en die hybride zijn, met ook eigenschappen van een dier. Zo heeft Gus een gewei op zijn hoofd en hij krijgt zijn bijnaam omdat hij van zoete Candy-repen houdt, die schaars te vinden zijn. Hij ontmoet een meisje met een varkenshoofd en een jongentje met een ratachtig uiterlijk, die kunnen nog praten, er zijn ook kinderen die dat niet kunnen omdat de dierlijke eigenschappen de boventoon voeren. Op alle kinderen wordt er gejaagd en geëxperimenteerd want een eventueel vaccin moet uit hun komen en Gus leven heeft zich, totdat hij nu noodgedwongen weg moet omdat zijn vader is overleden, alleen maar afgespeeld in een huisje in de bossen.

En dat gaf een ander raar actueel effect aan mijn lezing gisteren van dit boekje, want ik heb een heel klein ‘chalet’ vlakbij een bosrand op het oog, de herten schijnen over de omheining te springen en eten in de nacht de bloembakken met geraniums en viooltjes op. Daar wil ik graag  ‘een kluis’ inrichten, zoals dit in de religieuze traditie is gaan heten: een plek om je in terug te kunnen trekken en energie op te laden. Ik was nooit op dit idee gekomen als er geen coronavirus was geweest: ‘heel de wereld is mijn klooster’ is al lange tijd mijn motto. Maar de wereld is nu veranderd en zit grotendeels op slot en deze uitspraak die aan Franciscus van Assisi wordt toegedicht en die graag rondtrok en mensen ontmoette, is nu niet goed mogelijk voor mij. Vandaag heb ik de intentie om de verkoopbevestiging te ondertekenen, maar weet  even niet hoe ik dat digitaal kan doen.  Poeh! ik ben benieuwd of het doorgang gaat vinden! 

donderdag 6 augustus 2020

Leeservaring

Leuk om aan het water, terwijl ik bij ondergaande zon mijn maaltijdje aan het verorberen was,  mijn naam te horen roepen. Het was de dochter van T, de meest actieve vrijwilliger uit mijn laatste wijkcentrum en haar zoontje Dion, wat een schat van een ventje is het, nu een derde groter gegroeid. Hij zou nu niet meer knus op mijn schoot kunnen zitten terwijl ik hem boekjes voorlas. ‘Herinner je je dat nog?, vroeg ik hem en hij knikte meteen, terwijl zijn moeder tegelijk zei: o ja, dat herinnert hij zich nog heel goed! ‘Wel blijven lezen, hoor’ zei ik tegen hem bij het afscheid.

Bij hem zag ik hoezeer een simpel verhaal zijn verbeelding in kwam, hoe hij op plaatjes tuurde en zelf ook vragen stelde en er blosjes van op de wangen kreeg, Als hij met zijn moeder binnen kwam dan liep hij meteen naar de goedgevulde boekenkast die ik daar had ingericht en pakte hij een van de kinderboeken met plaatjes en vroeg dan of ik weer wilde voorlezen ‘Jij moet ook boeken aan hem gaan voorlezen!’ zei T. dan tegen haar dochter, maar dat is ze niet gaan doen...Ook nu zei ze meteen dat Dion nu vooral spelletjes deed op de computer...

Wat gun ik hem de leeservaring...dan zie ik voor mijn ogen hoezeer milieu en opvoeding ook sturend zijn.... Met leesgrage ouders was hij misschien een boekenjongetje geworden, had hij een uitgebreide introductie gekregen in alle kinderliteratuur... ‘Je hoeft alleen maar hiernaast de bibliotheek in te gaan’ zei T. er dan ook nog bij, waarop haar dochter meteen terug zei, het daar veels te druk voor te hebben...Ik hoop dat hij op de lagere school een meester of juf krijgt die hem alsnog het boekenrijk in kan loodsen.

Het ene kind kan meteen in vervoering raken van woorden en gaat actief luisteren en een ander vindt er meteen niks aan. Bij hetzelfde kinderboek, het gouden boekje ‘Ik hou zo van...’, mijn eigen lievelingsboekje, kon ik met de oppaskinderen wel even zoet mee zijn, maar neefje T. bladerde uit zichzelf verder en was alleen dol op de bladzijde die over autootjes en treinen gingen en begon die allemaal aan te wijzen en daarna moest het boekje dicht. Ik zei tegen Dion dat ik daar een erge goede herinnering aan had, hij op mijn schoot met een boekje en hij glimlachte.

woensdag 5 augustus 2020

‘Zwarte’ Biënnale en Martha Washington

Vorig jaar  liep ik in deze tijd rond op de Biënnale in Venetië...Nu besteed ik mijn tijd anders, ook bijzonder, en daarbij hoort wel ook intens terug blikken en wellicht door de toch nog aardig  volgehouden quarantaine wint dat aan  levendigheid. Nu is het leuk om te constateren dat vorig jaar er nog geen wereldwijde thematiek van Black Lives Matter was, maar de Biënnale er al vol van was. Er waren de reusachtige portretten van zwarte vrouwen van Zanele Muholi bij de doorgang naar een volgende zaal in de Arsenale, zij keken je doordringend aan met een vanzelfsprekende en krachtige presentie.

Er waren de schilders Njideka Akunyili Crosby waar zijzelf en haar familie figureerden in grote schilderijen met ook collages erin uit zwarte tijdschriften in westerse en Afrikaanse interieurs vol doorkijkjes. Michael Armitage die momenten van sociale en politieke transformatie en onrust combineert met de straten in een grote stad en Afrikaanse landschappen en elementen van magie en Afrikaanse religie: dynamische mensen in beeld gebracht in grote olieverf schilderijen vol kleur en daarnaast zijn er ook bruine watergeschilderde tekeningen. Om er maar twee noemen... Want ook de kunstenaars Arthur Jaffa, Kahlil Joseph, Frida Orupabo, Henry Taylor berichten over het zwarte perspectief op de wereld. Zelfbewust zijn en kracht spelen er vaak een rol. 

Wat laten witte kunstenaars nu dan zien over de wereld? vroeg ik mij af. Nu valt me op dat zij vaak hun toevlucht vinden in het zichzelf vermomd een rol geven in een fantasiewereld, waar hun identiteit vloeiend wordt of zelfs verdwijnt. Zo is daar Ed Atkins die computer gegenereerde video’s maakt, emotionele zelfportretten als baby, jongetje een huilende man gekleed in een kostuum dat tussen een monnik en een ridder in zit. Of hij tekent zichzelf als een grote spin. En Alex da Corte verkleedt zichzelf steeds te midden van een wereld vol westerse iconen uit de popcultuur in zijn 54 kleurige, aan de oppervlakte zoetige video’s in Rubber Pencil Devil. Op YouTube is daar tot mijn genoegen nu iets van te zien, ik eindigde vaker een dag in dit rode zaaltje, kijken in welke video ik belandde.

De reden waarom ik weer de ‘short guide’ erbij pakte, is de graphic novel: The life and times of Martha Washington in the Twenty-First Century, geschreven door Frank Miller en getekend door Dave Gibbons, beide groten in de comic-wereld. Zij is de eerste vrouwelijke zwarte actie-held die in 1990 is verzonnen, je maakt haar mee vanaf haar geboorte in 1995 en ze gaat dood in 2095 en zij wordt gedreven door rechtvaardigheid, integriteit en vechtlust als dit nodig is. In 2008 smelten de ijskappen en staat New York voor de helft onder water en al jong wordt zij deel van PAX (‘vrede’ dus), die alles in goede banen moet leiden en houden, maar allengs ontdekt zij dat deze instelling corrupt is.

Het boek is een resultaat van 20 jaar en daardoor zie je ook het tekenwerk evalueren van een stijl van dertig jaar geleden, nog zonder computers naar nu, waar computerachtergronden een andere sfeer en diepte geven. Ook zie je tussendoor de oorspronkelijk uitgebrachte kleine zwart-wit strip die dan speciaal gemaakt werd omdat de Martha Washington pop van plastic uitkwam, ook afgebeeld, zij is snel tot de verbeelding gaan spreken. Je leest ook hoe schrijver en tekenaar in de loop van de tijd in beslag genomen werden door ander schrijf- en tekenwerk, maar Martha Washington toch telkens mee ging in hun verbeeldingswereld. Toen de serie begon dachten ze eigenlijk dat deze steeds een beetje in de toekomst zich zo afspelen, maar al heel gauw had de actuele tijd hen ingehaald.

Ik dacht ineens dat ik een film op de Biënnale had gezien van een zwarte vrouw die in twee parallelle werelden in de toekomst leeft, Doppelgänger, die lijkt op Martha Washington, ze zou het zelfs kunnen zijn, misschien meldt de short guide wel, dat de kunstenaar Stan Douglas geïnspireerd is door haar? Ik vind dat niet terug en deze vrouw heet Alice ( ...in Wonderland, kun je daarbij denken) en tot mijn vreugde is ook deze film als geheel nu op You Tube te zien. Ik kan op een regenachtige dag misschien eens een Biënnale-dag op YouTube meemaken, maar de komende week zal dat niet zo zijn met tropische temperaturen.

maandag 3 augustus 2020

Biesheuvel en de voorbijganger

De schrijver Maarten Biesheuvel is onlangs overleden, dus ik dook tussen mijn boeken; er is een korte periode geweest dat ik dol was op zijn verhalen. Juist ja, in 1993 lees ik in mijn potloodhandschrift voorin en de aanschaf ervan ging gepaard met wat mij vaker is overkomen: ik heb ergens belangstelling voor en prompt komt het zonder moeite op mijn pad. Ik had het bij de fadozangeres Amalia Rodrigues: een paar liedjes op de radio gehoord, zo ging dat toen, en bij de uitverkoop van V&D lagen er twee LP’s ieder voor acht gulden, fijn voor een studentenbudget. Bij Biesheuvel vond ik drie boeken bij de afschrijving uit de bieb en ik las in Godencirkel en De wereld moet beter worden. 

Ik vind de verhalen net als toen heel goed, omdat ze onder de anekdote elke keer iets essentieels raken. Toentertijd was ik gevoelig voor iets van gekte in hem dat hij ook achteloos door zijn verhalen weeft, angsten, depressie, fantasieën die beklemmen in de ik-vorm , als  zichzelf dus, verteld en waar zijn vrouw Eva hem behoedt en hem binnen de perken van de goede banen houdt. Nu viel het mij op dat hij ook grappig is en zichzelf scherp waarneemt en zijn flexibelheid van geest. In een verhaal begint hij de eerste alinea dat hij zich opgesloten voelt in somberheid, besluit zijn geest te verplaatsen naar het koloniale Indië, er ontstaat een verhaal waar in een restaurant mensen zich op borst kloppend vertellen hoe ze rijk zijn geworden door de ontdekking van een  onbekend eiland vol juwelen en dan eindigt het verhaal weer in Maartens stoel thuis, met de constatering dat hij zich nu misschien iets beter voelt. Ik hoorde mijn eigen geest bijna letterlijk ‘klik’ zeggen, eerst zag ik hem depri zitten en toen ‘klik’ , was ik in een koloniaal restaurant in de tropen en dan weer ‘klik’ terug naar het Hollandse regenachtige weer.

Apart was ook dat ik alles onmiddellijk vertaalde in beelden en panelen zoals in  ‘Comics’. Kennelijk is mijn brein nu anders gaan staan omdat ik er zoveel van lees en bekijk. Er was een verhaaltje over een dikke volle aardbei die niet geplukt wilde worden, een list verzint door zich mee te laten nemen door twee wandelende takken, zodat hij een groot bijzonder lieveheersbeestje lijkt, maar dan door een bioloog gevonden wordt die hen op de snijtafel legt, terwijl de aardbeiplukkers de plant waaraan hij hing net niet haalden door een onweersbui, hij had nog een paar dagen langer kunnen leven. Ik zag, ook nu ik hier typ, in close-up het gezicht van de aardbei, en hoe deze in vijf plaatjes zich verbindt met de wandelende takken en wegloopt tussen groen blad en dan een grote hand die hen oppakt en dan van bovenaf een groot wit laboratorium, waar een mensje staat die hen ontleedt. En meteen stel ik mij voor hoe door de tekenstijl hetzelfde verhaal licht en komisch kan worden als een grap of ook een zware fabel met iets van melancholie.

Ik denk hierbij aan de serie De voorbijganger, geschreven door Pierre Christin en getekend door Enki Bilal. Ik viel meteen voor zijn tekenstijl: realistische en fijnzinnige details en een mooi kleurenpalet. Er zijn vijf delen van verschenen en in het eerste boek Het dorpje dat ging vliegen komen ze ook beide voor. Enki Bilal zegt op een schrijversconferentie over de man die af en toe opduikt: ‘Hij is een mysterieus wezen met onmetelijke  macht... Hij komt van elders, gaat naar nergens... Hij is alleen maar een voorbijganger die ‘t niet kan verkroppen dat de wereld naar de bliksem gaat.’ En Pierre Christin antwoordt op ‘En u Pierre Christin u verzint al die zwartgallige verhalen... Die man is een anti-held, een afwezigheid, iets wat vanzelf ontstaat tussen de mensen van de groep waartoe hij hoort... Ja, hij is de verpersoonlijking van een historisch gebeuren: hij is de vleesgeworden klassenstrijd, een strijd van  gewone mensen die nooit de kans hebben gekregen om...’

Ziehier de ingrediënten: iets magisch tezamen met een marxistisch wereldbeeld en ook in het tweede boek Het schip van steen overheerst het magische element, maar dan worden ze steeds realistischer met donkere plaatjes van de zwoegende arbeidersklasse en eindigend in deel vijf in winters communistisch Rusland met moord, De Jacht.  ‘De voorbijganger’ duikt steeds minder op, in een lange jas en een steeds donkerder wordende blik in zijn ogen , maar er is ook een boek Gerommel in de Rouergue getekend door Jacques Tardi en op de voorkant staat dezelfde voorbijganger, maar nu lijkt hij een linkse student en heeft het boek de ondertitel: een eigentijds sprookje.

Eigenlijk heeft Maarten Biesheuvel in zijn verhalen ook telkens die dubbelzinnige laag: een mengeling van  realisme en fantasie, donker en grappig, zijn dagelijkse veilige huiselijke omgeving en de vele luiken in zijn hoofd... Misschien is elk verhaal een soort van voorbijganger.

zaterdag 1 augustus 2020

Floating Horizon

Vanochtend werd ik iets later wakker dan anders en kon dus geen boodschappen doen, zo vroeg als dat ik het tot nu toe deed. Maar, vooruit!, dacht ik, het is vakantietijd, misschien is het er toch nog wel rustig, zoals de hele week in de nieuwbouwwijk. Dat bleek ook zo te zijn, alleen liep er een ander publiek dan het welwillende, op elkaar gerichte publiek in de ochtendstond, wanneer de sfeer in de winkel bijna iets teders heeft. Wat me doet denken aan India, waar je in de drukte en hectiek als je in de ogen van iemand kijkt en dat gebeurt er vanzelf, je meestal een bronnetje van helderheid en rust vindt. 

De graad van een beschaving lijkt mij te meten aan de wijze waarop men, ondanks verschillen toch rekening houdt met elkaar, de verschillen weten te benoemen en dan kunnen zeggen dat je allemaal mens bent en dat dit verbindt. Zo was het eethuisje waar Wiki en Sunjay kok waren, er juice-masters waren, eentje voor de bediening en het afrekenen,  ze waren christen, moslim en hindoe, ze leenden de mobiel van de zoon’s baas met gemak, en ze benoemden dat ze ieder hun eigen rol hadden en de ene meer kansen in het leven had dan de andere, ze verschillende dingen geloofden, maar uiteindelijk één waren... Het was daardoor een plek van beschaving.

Ik stond in de rij van de kassa en achter mij kwam een man, die zijn karretje van voren trok en zo de boodschappen op de band legde. Terwijl zo’n winkelwagen ook bedoeld is om vanzelf meer afstand tot elkaar te houden. Hij leek bijna graag in mijn anderhalve meter te willen staan, terwijl ik mijn wagentje zoveel als mogelijk was, voorwaarts duwde. Hij keek enigszins uitdagend mijn richting op. Ik zei maar niks, voordat je het weet krijg je een woordenwisseling, de wijze waarop de aerosolen lustig het luchtruim inzweven. Maar ik dacht wel: dit is barbarij. Waarschijnlijk behoor je bij de anti-ontkenningslobby van het virus en maak je zo zonder woorden je punt.

Terwijl het van werkelijke beschaving zou getuigen dat jij, al vind je alle maatregelen onzin, je wél met respect en zorg omgaat met een ander, het is een letterlijk en figuurlijk leefruimte geven aan een ander. Dat maakt de virus-ontkenners in toenemende mate tot een obscure groep. Er zit in hun denkwijze een ‘wij, de échte slimmeriken’ tegenover ‘zij, de volksmenners met kokervisie‘... Het lijkt mij een gevalletje van ‘Zoals de waard is vertrouwd hij zijn gasten’...

Enfin, weer even genoeg stoom afgeblazen. Weg van de barbarij, op naar de beschaving. Gisteren vond ik voor het slapen gaan nog een speciale graphic novel in de vorm van een leporello ofwel een harmonicaboek: je kunt het per bladzijde bekijken maar ook uitvouwen en dan kijk je op een negen meter lange ‘horizon’, van een stad met industriële gebieden, door allerlei landschappen en menselijke activiteit naar een andersoortig woongebied waar meer verbonden met de natuur geleefd wordt. Het is gemaakt door de architect Chris Guest, die hiervoor 18 maanden heeft uitgetrokken, een eigen betaald sabbatical, en een crowdfunding-actie is begonnen om het te financieren, die direct gelukt is.

Hij wilde het  persé gemaakt hebben in zijn leven en hij wil ermee uitdrukken dat alles met elkaar is verbonden en wij de kans hebben, nú, om ons leven en het landschap anders in te richten. Ik wilde het bestellen, maar het is maar in één boekhandel in Australië te koop en met verzendkosten daarbij, wordt het dan toch een beetje duur. Gelukkig blijkt er een filmpje van gemaakt te zijn,  bij Vimeo te zien: Floating Horizon en zo is ook de titel van het boek. Dat kleurrijke vogelperspectief, het tegelijkertijd meerdere dingen zien en daar kunnen zijn: dat stopt de barbarij en is het begin van beschaving.