woensdag 7 oktober 2020
De meester in je wakker maken
dinsdag 6 oktober 2020
Godsdienstwaanzin en theater
Ik keek vroeg in de ochtend op YouTube naar de documentaire Agony and Ecstasy a year with English National Ballet. Het gaat over het oefenen voor de première van het Zwanenmeer met een heel jonge verlegen opkomende ster van 20, een jongen zó onhandig in het dagelijkse leven, maar met een krachtige fysieke dans-beheersing en uitstraling en sinds zijn zevende al aan ballet. Zijn tegenspeelster is een danseres uit Rusland, die maar geen visum krijgt en hij bekijkt haar op film, maar oefent het geheel in met een oudere ballerina, die helemaal geen hoofdrol meer wil spelen, wegens de stress.
Je ziet wat een gigantisch bedrijf zo’n Nationaal Ballet ook is, waar 20 nationaliteiten aanwezig zijn, je ziet ook besprekingen over de fondswervingen, de talloze artistieke directeurs en regisseurs en producers en al die dansers die buiten de sterrollen om, ook hun verhaal hebben over fysieke klachten , doorzettingsvermogen en hun diepgevoelde passie dat dit tóch is wat hun levensvervulling is. En ik dacht onderwijl: dit alles is nu dus gestopt, wat doen al die mensen nu?
Een jaar Agony and Extasy: de Russische prima-ballerina is niet op tijd voor de première, de oude danser moet toch invallen, uiteindelijk zal de Russische toch haar visum krijgen en met de jonge danser Swan Lake dansen en zij worden het nieuwe danspaar van de eeuw genoemd, en hij de nieuwe Nurajev. Maar nu zit hij dan toch ook thuis, neem ik aan, en hoe kunnen al die topprestaties ooit nog ontstaan, wanneer je ziet dat daar dagelijks met zoveel letterlijk bloed, zweet en tranen voor geoefend wordt? Existentie in de kiem gesmoord.
Daarna keek ik in de krant. Staphorst waar meer dan 600 mensen in de kerk mochten. Ik zag Sanne Wallis de Vries zich afgelopen vrijdag in Op1 heel kwaad maken, dat er geen enkele besmetting is geweest in de theaters, dat daar zorgvuldig en hard is gewerkt om creatief nieuwe veilige theaterruimtes te maken en dat de regel van 30 mensen alles de nek om zal draaien. Ik lees wat de voorzitter van de kerk in Opheusden beweert: ‘Het leven is een voorbereidingstijd voor de eeuwigheid, en de getrouwe gang naar het huis van de Heere is een wezenlijk onderdeel van de dienst aan de Heere. Het is voor ons dan ook van oneindig grotere betekenis dan andere bijeenkomsten. De vergelijking met bijvoorbeeld theaters gaat dan ook niet op’.
Het spijt me, maar voor mij grenst dit aan godsdienstwaanzin. Wat een dedain, hoogmoed en wezenlijke gevoelloosheid naar anderen spreekt hier uit. De Heere als een grote blinddoek, om je als een mondmasker te beschermen voor de besmetting van het echte leven. Ik zie het volkomen geschminkte gebruinde gezicht van Trump voor me, die ook een sfeer van heilbrenger om zich heen tracht te creëren: wees niet bang voor corona, hier ben ik, zo’n beetje bijna uit de doden weer opgestaan.
Ik ben voor de vrijheid van godsdienst, maar dan hoort deze in één lijn te staan met de vrijheid van theater. Dan zijn Trump en de voorzitter uit Opheusden theatermakers, met recht van spreken, tenzij ze met hun optreden de levens van anderen in gevaar brengen door een autoritje en 600 mensen op een klein oppervlakte: weg daarmee. En waarom komt Joe Biden niet met een voorstelling waar hij presidentieel het volk toespreekt? Zo kan theater wellicht werkelijkheid worden.
maandag 5 oktober 2020
Grasmaaimachine. Één stem per dag
Daarvoor weer de dagelijkse wandeling, dat wordt het; elke dag minstens één wandeling door het bos. Het stikt er van de bredere zandpaden en de olifantenpaadjes, ongeveer alle kanten uit. Dus ik liep maar wat, ontdekte een hoogteverschil zodat je ineens naar de toppen van de dennenbomen keek. Later kwam ik mensen tegen en vroeg of zij wisten waar het pad heenging, Ja, naar de achterkant van het park waar ook de supermarkt is. Dat is mooi om te weten, zo kan ik ook lopen, en niet over de ‘grote weg’ alhoewel daar nauwelijks auto’s rijden, want het loopt voor automobielen dood, tot waar ik zit.
Ik krijg steeds meer het idee dat ik hier blijf, de hele herfst en wintertijd van de corona overbruggend. Het is hier helemaal oké, optimaal. Het enige wat ik wellicht ga missen, is struinen in mijn eigen boekenkasten. Nu mis ik nog niks. Ik las een essay van Montaigne: Over Eigendunk en las er dingen die ik letterlijk ook zo heb gedacht. Daar leefde dus een man, in het midden van de zestiende eeuw, die een stem in je vertolkt. Elke dag één stem waarin je je geborgen kan voelen in de universele menselijke geest, dat is voor mij genoeg.
zondag 4 oktober 2020
Dierendag
Ja, het is dierendag en ik heb mijn portie dus wel meegekregen. Het gekke was dat ik onderwijl de hele tijd dacht: het lijken wel mensen. Die interacties, dat gedoe, dat om elkaar heen draaien, elkaar ontwijken, een vreemdeling negeren. Dierendag of ook wel het feest van Franciscus... en ook daar was ik mij van bewust bij het ontwaken en de boswandeling in de ochtend, waar af en toe wat wielrenners achter elkaar, in eendere kleding doorheen jakkerden. Ik zie ze aan, zoals het wild in de late middag: andersoortig wezens en waarom zijn het alleen maar mannen? Is dat het fameuze testosteron dat een uitlaat moet vinden op een wielrennerszadel, zoals het paraderen met een gewei op je kop?
‘Je wordt hier zó in de groep opgenomen, maar het is net een middelbare school’ zei een buurvrouw van verderop, die ineens voor mijn raam stond te gebaren. Ze vroeg of ik een oude grasmaaimachine wilde hebben, (Ja, graag!), die ze weer gratis had zien staan bij haar achterbuurman, die na 23 jaar vertrekt; hij is te oud geworden. Het blijkt dat er anders feestjes en bingo en klaverjassen en BBQ’s worden georganiseerd, en alle bewoners worden daarvoor per mail uitgenodigd. Er blijken ook heel wat families verspreid hier te zitten, zussen, ouders en kinderen en dus ook opa’s en oma’s. Voor je het weet wordt je een deel van een kudde die hier aan de bosrand woont...
Ach, ik vind het wel grappig, ik heb niet voor niks met plezier in de wijkcentra gewerkt, ik wil best wel weer eens de polonaise doen of aan de andere kant van de bar aan tafels klaverjassen. Ik vermom me dan als hert, maar ga dan ook onverstoorbaar mijn eigen gang, zoals dat everzwijn. Maar nu kan de middelbare school niet doorgaan, wegens Corona. ‘In de winter, dan zijn er maar vijf of zes mensen’, zei ze, ‘dan hoor je alleen je eigen voetstapppen’. O!, daar verheug ik mij heel erg op’, zei ik, ‘De stilte!’
zaterdag 3 oktober 2020
Hoge Veluwe, Museonder
We zijn er voor het laatste als hele familie geweest, met aanhang en kleinkinderen met Vader, fietsend en picknickend, terwijl hij al slecht sprak en aardig immobiel was door een hersenbloeding en met Moeder en haar tweede dochter voor het laatst vier jaar geleden, zij zou vier maanden later sterven. Wij zagen er veel herten en fietsten naar het Monument van de Wet en Moeder keek er onder de schaduw van een boom intens rond: het weidse landschap deed haar denken aan één van haar Safari-reizen...
Ik fietste er nu heen, ook met een rekensommetje: ik had nog acht kilometer op de e-bike, moest de hele accu leeg rijden, dat hoort bij het inrijden, en wilde daartoe de dag beëindigen bij het Museonder om daar dan kort op te laden voor de terugkeer naar Hoenderloo. Ook wilde ik graag nog ergens naar herten kijken, maar de Wildbaan midden in het park haalde ik niet. Toevallig was ik al een andere wildkijk-plek tegen gekomen, en daar zag ik door mijn nieuw aangeschafte verrekijker haarscherp zes herten grazen met vachten in de kleuren van roodachtig naar aarde-bruin en toen kwam er ook nog een mannetje uit de bossen met een héél groot en breed vertakt zwaar gewei, dus dat deel van mijn missie was geslaagd.
Ik was al bij museum Museonder in Otterlo geweest, niet om daar alles te gaan bekijken maar om een pasje te laten maken van de ticket waarmee ik een Beschermkaart kocht die een kalenderjaar geldig is. Maar na vier keer een bezoek heb ik dit al eruit en ik wil toch niet wachten tot 2021 om het Kröller-Müller Museum te bezoeken. Het Museonder is een relatief klein museum met smalle wandelgangen, want het idee is dat je ondergronds de aarde in daalt om te zien wat zich daar allemaal al sinds mensenheugenis in de Hoge Veluwe afgespeeld heeft. Nu dus met een verplicht mondkapje en om de max van dertig mensen te waarborgen kreeg je op speelse wijze een stuk afgezaagde boomstam aan een dik touw mee, dat je bij de uitgang weer moest inleveren. ‘Wel een beetje zwaar’, zei ik lachend, terwijl ik mijn handen desinfecteerde.
Ik kwam dus niet verder dan de balie, wat een gedoe, ik mocht niet rechtsomkeer, maar twintig meter ofzo, maar moest toch het zigzagpad naar de uitgang volgen... Het resultaat is, dat ik eenmaal buiten ergens mijn mondmasker verloren ben. Wachtend bij de balie op de aanmaak van mijn pasje, het lukte de oudere vrouw niet automatisch achter de computer, ik herken dat geklungel en de lichte paniek wel, bedacht ik dat het nergens op slaat, die vaste aantallen mensen die genoemd worden die er maximaal mogen zijn in theaters, restaurants, musea enzovoort. In Museonder zou dertig mens veel te veel zijn, de ruimte is toch niet te vergelijken met bijvoorbeeld het Stedelijk Museum in Amsterdam? Men kan er beter vanuit gaan dat elk mens pakweg zes meter om zich heen nodig heeft en zo rekenend bepalen hoeveel mensen er veilig kunnen rondlopen en in grote hoge ruime lichte zalen is dat ook nog eens een ander verhaal dan in dit kronkelende donkere Museonder...
Enfin. Het was een mooie dag met nostalgie en terugkijken naar een voorgoed voorbij familieleven, gemengd met het verheugen van wat er allemaal nog komen gaat, nu ik het park onbeperkt kan gaan bezoeken.





