dinsdag 16 maart 2021

Geef Mij Je Angst

Vanochtend word ik wakker en hoor het eerste gefluit van een merel, het geroekoe van de grote bosduiven. Er trippelt een vogel op het dak. Het was weer wennen: de rust en stilte met vogelgefluit, na het dagenlang loeien van wind en storm rondom het huisje.En vervolgens komen de woorden en het liedje van André Hazes: ‘Geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug.’ Het is al een aantal jaren het laatste liedje in ‘The Passion’, waar Jezus dan vanaf een hoge kerktoren of een ander gebouw dit zingt: de verbeelding dat hij verrezen is.

Wat ik wel grappig en opmerkelijk vond, toen ik alle evangeliën herlas was, dat overal de leerlingen en zijn geliefden aanvankelijk Jezus helemaal niet herkennen als hij voor ze verschijnt. Dat is psychologisch toch gek, zou je denken: je herkent toch zeker wel, degene die je zó dierbaar is? Of klopt het juist wel en zit dát juist in de levenservaring? Niet triomfantelijk en glashelder komt iemand terug en is aanwezig,  eerder indirect, verborgen in de tekens en de ruimtes die we zelf maken...

Dat is ook wat er nu zoveel dagen op Bali gevierd wordt: dat de voorouders op bezoek komen en dus worden alle tempels in alle familiecomplexen versierd en eet en drinkt men met elkaar, ja ook dus met de voorouders, want eerst wordt een  deel van de lekkernijen in torenhoge stapels bij de kleine altaartjes, onder de afdakjes gezet.

Pas zag ik André Hazes het lied zelf zingen. Vol ook met zijn eigen ego: zwetend, een gespannen gezicht vol emotie waar je ook nog zijn eigen angst voor het optreden en andere dingen die ook door zijn hoofd heen razen, ziet. Helemaal geen serene superioriteit of iets wat daarnaar zweemt, zoals Jezus in The Passion.

Ook hierbij eigenlijk datzelfde mechanisme: tijdens zijn  leven was André Hazes die volkszanger, voor een heel bepaald  publiek, na zijn dood werd hij door alle lagen in de bevolking omarmt en zijn liedjes van  hem klassiekers geworden. Wie je bent en wat je betekenis is blijft vaak verborgen, het is een kwestie van kauwen en herkauwen wil het kunnen voeden en zo weer leven geven.

Daar zingt hij dan: met een zwartje hoedje op, een dikke zilveren ketting en armband om, de parafernalia van een mens uit het volk. Wel in een dampend stadion vol mensen en een orkest: ‘Geef mij nu de nacht, ik geef je morgen terug’. En vandaag begint er na een nacht weer een nieuwe dag.

maandag 15 maart 2021

I still believe ( Danny Vera)

Het lijkt erop alsof er een nieuw tv-concept uitgevonden is in deze coronatijd; in een heel grote studio of zaal een heel aantal kunstenaars, artiesten en muzikanten uitnodigen die om beurten dan optreden en dus ook naar elkaar luisteren en kijken. Misschien begon het met Wende’s Kaleidoscoop, echt een prachtig programma en ook al herhaald en sinds januari is er Matthijs gaat door, en gisteren ontdekte ik On Stage waar Nadia Moussaid één gast het geheel laat samenstellen en gisteren was dat Danny Vera.

Het is opwekkend om te zien dat iedereen in dit concept zo werkelijk heel erg blij is om eindelijk weer te kunnen doen wat ze doen en wie ze wezenlijk zijn: optreden met elkaar, en voor publiek en zelf ook weer muziek ontvangen van levende mensen om je heen. Dat heeft deze coronatijd toch wel heel erg zichtbaar gemaakt: dat alles wat je deelt met elkaar ook de warmte van lijfelijke aanwezigheid nodig heeft, hoe alles dan letterlijk zweet en ademt, dat lukt niet vanaf een scherm.

Mark Rutte meldt in een interview met Trouw dat ook over zijn geloof gaat (jarenlang een volstrekt taboe om daar in de openbare ruimte over te praten, het hoorde tot diep in de verborgen regionen van het privé-domein), dat hij toch wel het bestaan van God ziet toen hij André van Duin het liedje ‘Voor Altijd’ zag zingen, over en voor zijn overleden man, begeleid en op de muziek van Danny Vera, in ‘Matthijs gaat door’: hoe Danny op het laatste ook kijkt naar André.

Een godsbewijs dus, als je twee mensen intens betrokken ziet op elkaar... Bij het componeren dacht Danny ook dat alleen André dit kon zingen. Danny Vera zegt op zijn beurt in On Stage dat hij zelf niet religieus of gelovig is, tenminste niet in de traditionele zin, maar dat veel van zijn muziek toch gospel-invloeden heeft. Hij komt niet goed uit zijn woorden hoe dit dan zit, dus pakt hij  zijn gitaar en zingt : Weak and Weary.. Heel ontroerend: dat wanneer je je klote voelt, alles helpt als je je richt naar een ‘you’. Het programma opende met Another Goodbye, waardoor ik zappend meteen bleef hangen. De woorden ‘I still believe...’ zijn prominent aanwezig. Pas later bleek hij het geschreven te hebben na het heengaan van zijn vader.

Ja, dit liedje schrijnt... maar wel op een helende en zachte manier. Misschien is dat het enige godsbewijs dat geldig is, want ook écht aantoonbaar, zonder holle frasen;  dat wanneer je zegt dat je blijft geloven en je je richt naar you, elk jij, elke andere in intense betrokkenheid, je nooit alleen en verlaten bent, het universum is altijd bewoond.

zondag 14 maart 2021

Leven op Bali

Op Bali is nu hetzelfde meerdaagse feest gaande als dat ik er vorig jaar zo uitgebreid en intensief heb meegemaakt. Gusti Koko bij wie ik vorig jaar een maand verbleef in een kamer op het familietempelcomplex, doet er uitgebreid verslag van op Instagram. De hoekkamer waar ik verbleef is onder het beheer van zijn ouders, tegenover de kamers waar hij zelf met zijn vrouw en dochtertje woont. Onlangs filmde hij een gigantische regenbui vanaf zijn balkon en exact zulke regenbuien maakte ik er vorig jaar ook mee: daar stond ik aan de overkant met de geurige aarde, het glanzende groen, het grijze gordijn van regen om mij heen. Hij is verders toerist-guide en runt zijn eigen Homestay helemaal achterin het complex, maar nu heeft hij met de lockdown natuurlijk ook niks te doen.

Dus hij filmt zijn eigen leven, nu: ik zie hem meebouwen aan iets in de dessa, eerst graven met een schop en toen met cement metselen, zijn vader deed ook mee, en vervolgens met het dak van palmtakken in de weer die ergens anders gevlochten worden en met een vrachtwagentje worden gebracht. Ik weet precies waar het is: over dezelfde weg door de sawah’s heen, heb ik talloze malen gelopen. En nu filmt hij dus feestelijke activiteiten: ik zie zijn moeder en vrouw het familiecomplex en de tempeltjes zegenen, zijn dochtertje maakt met een pan het geluid van een klinkende trommel. Ik zie een vrouw op de markt van Payagan een  zoete lekkernij in palmblad met de handen klaarmaken... dezelfde markt waar ik vorig jaar voor het laatst mij onder de mensen heb begeven. Ik vloog die middag naar huis en ben meteen in quarantaine gegaan, eerst in mijn eigen achtertuin en nu in het bos.

Ik zie het grote tempelcomplex Pura Hyang Api, op 1,3 kilometer van Gusti Koko’s Homestay waar ik vorig jaar elke dag ging kijken en zie hem er nu met zijn familie. Het is er even druk als vorig jaar, alleen zie ik de mensen wel met mondmaskers, er komen Barongs aan dansen en nergens is er verder sprake van een 1,5 meter samenleving. En ik zie een activiteit waar ik niet aan heb kunnen deelnemen: in een groot overdekte zaal, ik vermoed de ontmoetingshal bij een tempel, zie ik mannen saté bereiden, het roosteren, een heel lange grote ‘tafel’ op de grond maken met palmbladeren en daar eten dan alle mannen, genoeglijk naast elkaar: 'Makkan, makkan bersamah!', samen eten!, roept eentje in de camera. Een feestelijkheid alleen voor mannen dus, van alle leeftijden, maar hij maakt ook een foto met drie leeftijdsgenoten, één met sarong, de anderen in korte broeken en slippers en zet daaronder Instagramwaardig,  smileys en ‘Broo’s: broeders, dus.

Ook vorig jaar constateerde ik al dat dit Balinese leven gewoon doorgaat, in een soort van parallelle werkelijkheid naast de hele toeristenindustrie en de westerse scène. Ik kan het aantal westerse mensen die ik gezien heb op twee handen tellen. En nu dus weer het scherpe contrast met filmpjes op YouTube: Bali in lockdown: gesloten terrassen, winkels, uitgestorven straten. Maar niet dus midden op het platteland in dessa Keliki Kawan. Dat is een troost.

zaterdag 13 maart 2021

Some days are diamonds

Hoe het steeds is, dat die hele oude liedjes bij mij boven komen. Van die vertrouwde stem, hij is de enige waarvan ik wel kan zeggen dat ik daar in mijn puber- en adolescentjaren ‘fan’ van was. Sommige liedjes zijn een soort van mantra’s geworden. Zoals Sunshine on my schouders, zo subliem simpel.  Vandaag word ik wakker met een liedje wat ik helemaal niet zo vaak beluisterd heb: Some days are diamonds, some days are stones. John Denver, dus. 

Wat ik van gisteren weet is dat het volgende het diamantje daarin was: ook met dat beeld werd ik wakker. Het leek er toch werkelijk op dat na alle regen de zon even doorbrak, dus ik besloot nog even naar de pakkettenkast van de receptie te wandelen, er zouden nog drie dingetjes aankomen. Dus zonder paraplu de hort op. Maar halverwege, het is bijna 1 kilometer,  begon het zachtjes te regenen en bijna aangekomen heel hard en kon ik nog net schuilen onder het afdakje van de pakketten kast. 

Ik zag een donkergrijze wolk voorbijdrijven met daarachter het felle gele licht van een zon die ik verder niet zag. De regen werd minder en veranderde in hagel. Oké hagel, daar kun je wel doorheen wandelen, dat ketst af tegen je jas, dus toen die wat minder werd begon ik te lopen, dwars door het recreatiepark. O, ja het is vrijdag, bijna tegen de avond, dan zijn veel huisjes bewoond. De hagel stopte. 

En toen kwam ik in een tussen stukje bos, op een weg tussen twee recreatieparken in, en plotsklaps hoorde ik heel harde hagel op de huisjes om mij heen kletteren en in de lucht en aan de horizon boven de bomen was een heel intens oranje gloed, maar waar ik stond was geen hagel. Ik was op een droog stukje en het trof mij dat het zo vlakbij om mij heen zo stil en sereen was...

En dat was het diamantje van de dag en eraan terugdenkend blijft het schitteren. Het heeft iets schitterends. Vraag mij niet naar een ‘waarom’? Die diep oranje gloed aan de horizon verwarmt het hart.

 

Some days are diamonds

When you asked how I've been here without you
I'd like to say I've been fine and I do
But we both know the truth is hard to come by
And if I told the truth that's not quite true

Some days are diamonds, some days are stones
Sometimes the hard times won't leave me alone
Sometimes a cold wind blows a chill in my bones
Some days are diamonds, some days are stones

Now the face that I see in my mirror
More and more is a stranger to me
More and more I can see there's a danger
In becoming what I never thought I'd be

Some days are diamonds, some days are stones
Sometimes the hard times won't leave me alone
Sometimes a cold wind blows a chill in my bones
Some days are diamonds, some… 

donderdag 11 maart 2021

Boshuisje-leven

Een groot genoegen van wonen in mijn boshuisje is de relatieve eenvoud waarmee alles geschiedt, hoe je de dingen anders doet en op nieuwe dingen komt. De wortels daarvan zitten in mijn camping-ervaring: leven in een tent en elk stukje grond daarvan optimaal benutten. En de haarvaten daarvan gaan weer terug naar toen ik een kind was en elke avond in bed een knus plekje maakte voor mijn knuffelbeesten, hoe ze op een rijtje naast elkaar, elk een eigen wereldje vormden en ik elk even gedag zag en aandacht gaf, voordat ik ging slapen.

Het boshuisje is dan de MAX aan luxe, het is als een paleis zo groot en luxe, in verhouding tot een tent. Maar er zijn wel dezelfde soort principes als bij het tent-leven. Ik doe de was met de hand, in één was alle onderbroeken of twee t-shirts tegelijk. Hier ontdek ik dat één laken per dag of één spijkerbroek ook kan. En dat doe ik met opgevangen regenwater in een emmer en flessen, dat ik warm maak in de waterkoker. Tot nu toe heb ik daarvoor  genoeg regenwater, maar in de zomer zal het misschien weer kraanwater worden.

Rondom koken zijn de recepten in het campingleven zo eenvoudig mogelijk: eenpansgerechten of via de hooikistmethode overdag rijst maken: een pannetje in mijn slaapzak wikkelen. Hier in mijn boshuisje slaap ik alleen onder de uitgeritste slaapzak en doe er geen pannetje tussen; ik heb hier vier pitten tot mijn beschikking in plaats van maar één, in de tent. Toch eet en kook ik zo eenvoudig mogelijk en het smaakt me, net zoals bij het kamperen altijd uitstekend. Het is net alsof de extra smaakmaker dat genoegen is dát  je een maaltijd kunt bereiden en dat je die zo’n beetje in de natuur opeet.

Hier heb ik het Braadkuiken uitgevonden, die tegemoetkomt aan twee genoegens: kunnen kluiven aan de botjes en een beetje vlees. Met één braadkuiken kan ik bijna vijf maaltijden bereiden: de eerste dag bestaat altijd  uit de twee grote poten, heel Nederlands met gebakken aardappels en appelmoes en eventueel sla. Die pootjes zijn veel malser dan bij een grote kip, want jong. Dan komt de dag dat ik iets doe met het kipfilet en dat kan iets Oosters of Indonesisch zijn met rijst, of in en bij een pasta, of gewoon wéér lekker Nederlands met een roomsausje en wat champignons ofzo. Vervolgens zit er nog genoeg vlees aan het karkas en zijn er nog de twee kleine kluifjes: die wok ik, tezamen met groenten en bijvoorbeeld een teriyakisaus met mie. Dan zijn er nog de lever, het hart en de ruggenwervel  in een apart zakje waarmee ik ik een maaltje bereid met uien, geraspte wortel, gekonfijte gember, tomatenketchup en zoete chilisaus. Tussentijds bewaar ik alle botjes en die doe ik met het geraamte in een pannetje en daar trek ik soep van door deze de hele dag op de kachel te zetten. Resultaat: voor € 3,05 heel veel eetplezier.

Tijdens de storm overdag, gisteren, voel je ook dat je in de natuur leeft. In een tent ben je altijd bezorgd voor het waaien en of deze het wel houdt, dat hoeft niet in het boshuisje, dacht ik gisteren en verwonderde mij dat het binnen windstil is terwijl de toppen van de bomen om mij heen alle kanten opzwiepten en ik de wind door de kachelpijp hoorde. Totdat iets van een tak toch de buitenkant raakt, je even opschrikt, want dat klinkt héél dichtbij. Het blad waaide en danste alle kanten uit, ik zag de koolmeesjes razendsnel duikvluchten nemen en via de takjes omhoog krabbelen, bij flarden zon  jagen de wolken tussen de bomen en op het einde van de middag was er kort een regenboog. 

Al het oude eikenblad uit de tuin van de buren was in hopen mijn terras opgewaaid en dat hark je dan weer weg. Ik zag bij de andere buren dat een raampje van hun caravan openging  en dat heb ik weer dichtgeklapt. En zo heb ik dan best een interessante dag op de 30 vierkante meter, binnen in mijn boshuisje.

woensdag 10 maart 2021

Concert van de Hoop

Buiten loeit de wind en dat heeft wel wat in mijn boshuisje. Je hoort de ruimte om je heen. Morgen komt er nog meer storm. Ik had al eerder slechter weer verwacht, dus daarom maar in de ochtend gaan wandelen, rondjes op en af in het bos hiernaast, ik leer steeds meer hoe de paadjes lopen en hoe ze aansluiten op elkaar. En ondertussen is er ook rouw, het is niet anders... Er is er eentje uit het nest gevallen en dat voelt als een soort van amputatie, alsof die vogeltjes bij elkaar nu nooit meer knus en warm naast elkaar kunnen liggen...

Alsof het nest niet al gehavend was... Maar toch voelt dit anders: dit is onomkeerbaar, er valt niks meer te hopen dat er een weg terug en naar elkaar is... Er is een leegte. Ik weet dat nog wel van eerder: je kunt van alles doen en daar ook best wel in opgaan en daarvan genieten. Of de vergetelheid zoeken, afleiding vinden, maar elke keer kom je toch weer terug bij dat ene: er is iemand van wie je houdt uit de tijd gevallen... En je hoopt dat hij er ergens nog is en soms voelt dat ook zo, onverklaarbaar maar toch ook niet te negeren.

Ik kijk nu naar Het Concert van de Hoop, door de EO, live op de tv. Dat doen ze toch best goed, het begon sterk met een liedje dat Stef Bos zong: ‘Samen Staan we Sterk’ en daarna doen mensen hun verhaal: een opvanggezin, drie dagen in de week in deze Coronatijd voor een jongen met ADHD, een renmaatje met een stok van 1,5 meter tussen hen in voor een vrouw die bijna blind is. En dan weer hoopvolle liedjes zoals Light and Shadow, door OG3NE, drie zusjes die hun moeder verloren hebben. En dan volgt ook natuurlijk, een man die door Het Geloof zijn leven op een ander spoor kon zetten. Van mij mag de EO dat blokje rustig erin doen, het is één van de vele verhalen. 

Hoop... dat wordt pas concreet als een constatering achteraf: dat er een drijvende en verbindende kracht tussen mensen mogelijk is. Hoop als uitkijkend daarmee naar een toekomst, ‘hopen dat’...’iets goed komt’ ... bijvoorbeeld, dat is eigenlijk onzinnig, al is ‘hoop’ tegelijkertijd onuitroeibaar. Onuitroeibaar: al is het resultaat daar vaak niet naar: een kapotte liefde herstelt meestal niet, zieken worden niet zomaar weer gezond, een nest dat verstoord is, wordt niet ineens weer warm en veilig...

Vandaag las ik een paar keer het gedicht ‘Alles Bewoonbaar’ dat Marieke Lucas Rijneveld schreef als antwoord op haar besluit om de opdracht terug te geven om het gedicht van Amanda Gorman The Hill we Climb te vertalen. Vooral de middelste strofen:

Nooit het verzet kwijtgeraakt, de kiem van ontworsteling,
je afkomst draagt een rouwkleed, je afkomst had gelukkig
een vluchtstrook, niet dat je over alles mee kunt praten,
dat je altijd ziet hoe het gras aan de andere kant soms
dor en minder groen - het gaat erom dat je je kunt

verplaatsen, dat je de verdrietzee achter andermans ogen
ziet liggen, de woekerwoede van heb-ik-jou-daar,
je wilt zeggen dat je misschien niet alles begrijpt, dat je vast
nooit helemaal de geraakte snaar vindt, maar dat je het
wel voelt, ja, je voelt het, ook al is het verschil duimbreed.

Vooral die ene zin: ‘Het gaat erom dat je je kunt verplaatsen, de verdrietzee achter andermans ogen ziet liggen, de woekerwoede van heb-ik-jou-daar’. Alle hoop die handen en voeten krijgt en daarom ertoe doet omdat deze werkelijk zoden aan de dijk zet, zit in die paar woorden: ‘dat je je kunt verplaatsen.’ Het gedicht eindigt met deze laatste strofe; de grootste verplaatsing die mogelijk is:

jij wilt juist verbroedering, je wilt één vuist, en wellicht is je hand
nu nog niet krachtig genoeg, of moet je eerst die van een ander
vastpakken om te verzoenen, moet je daadwerkelijk de
hoop voelen
dat je iets doet wat de wereld zal verbeteren, al moet je dit niet
vergeten: kom na het knielen weer overeind en recht samen de 
rug.

Eerder spreekt Marieke Lucas over: ‘wanneer je moet knielen voor een gedicht omdat een ander het beter bewoonbaar maakt'. Dat is dus wat er te doen is: knielen voor je lot, maar ook je rug rechten. Je hand tot een vuist maken maar ook die ander vastpakken en verzoenen...

Ondertussen wordt het laatste lied van hoop gezongen in Het Concert van de Hoop. Door 3JS en ook dat doet de EO heel slim. Jan Dulles de zanger, zijn gezicht wordt op het laatst close-up in beeld gebracht. Hij heeft onlangs een 3 maanden oud dochtertje verloren, wiegendood, maar hij heeft net gezongen: ‘Je vecht nooit alleen’. De laatste zin daarin is: ‘Wie liefheeft, overleeft.’

maandag 8 maart 2021

Harry & Meghan: looking for space

Sinds kort heb ik een kleine tv te leen van E. de technische beheerder die hier een eindje verderop woont. Uiteindelijk lukt het om ofwel mijn oude tv die ik uit de nieuwbouwwijk naar hier heb gebracht aan te sluiten,  maar het lijkt erop dat dit niet gaat lukken, deze is ‘analoog’ en niet ‘digitaal’ vermoed ik. Dus sindsdien kijk ik ook naar nieuwe tv’s, maar raak verdwaald in het woud van technische gegevens. Dat geldt ook voor de aanschaf van een zo simpel mogelijke telefoon, waarvan ik wel vind dat ik er eentje moet hebben om te kunnen bellen; als ik verdwaald raak in de natuur of er mijn enkel verstuik ofzo, én te kunnen bellen naar de storingsdienst als er iets mis is met het boshuisje: ook dat kon ik nu doen bij E., toen de kachel en het warme water stopte en  bij wie ik aanklopte. 

Dus gisterenochtend kon ik meteen bij de BBC kijken in de Breakfast-show wat de eerste reacties zijn op het interview van prins Harry en Meghan met Oprah. Ongelofelijk, die felheid van journalisten: Meghan werd ofwel met de grond gelijk gemaakt als aandachttrekker en dat ze nu ruzie heeft met beide families, dat werd maar onder de tafel geschoven dat ze ook met haar eigen familie niet op goede voet staat. Ofwel men zag twee gekwetste zielen en moed om zich los te breken uit het keurslijf van ‘the Firm’ een woord van prinses Diana over ‘The Crown’, zoals de succesvolle tv-serie ook heet.

Gaandeweg de dag werd de focus ten zeerste het racisme dat er binnen de familie is, maar niet door zijn grootmoeder The Queen of haar man Philip, gaf Ophrah als verklaring , op verzoek van Harry. Hij heeft een goede band met zijn grootmoeder vertelde hij. Dat doet vermoeden dat het verhaal zoals dit in de serie verteld  wordt dichtbij de waarheid ligt: Elisabeth als natuurminnend en fervent paardrijdster, serieus en introvert, die de gigantische klus van Queen moeten zijn op zich heeft genomen, maar wel in een gelukkig huwelijk zoals Harry en Meghan dat nu ook hebben.

Iemand in de familie, maar ze willen niet zeggen wie, dat zou te schadelijk zijn, had vragen over de kleur die hun kinderen zouden kunnen hebben. En dat is dus racistisch. Ik moet aan mijn oma denken die verrukt was van mijn eerste vriend H, die ik in de familie introduceerde: zij vond hem zó lief en verfijnd en zo mooi wit... Zelf ging ze in de zomer onder de paraplu om zo wit mogelijk te blijven. Dus mijn oma was, in de standaard van nu, omgekeerd racistisch: zij had misschien gemengd bloed, ik weet niet wat voor bloedlijnen er in haar familie gingen, ze was het mooiste meisje van haar dorp en wie weet heeft er ooit eeuwen geleden een Nederlander een meisje bevrucht...ze had inderdaad een heel lichte huid. Ook al even typisch dat ze daarmee als mooiste uit de bus kwam...Mijn opa was dol op haar en heel trots dat zij de zijne werd: ook hier is er  sprake van een gelukkig huwelijk. Zo heel anders als aan mijn moeders kant.

Dus tja... wat is racisme? Mijn oma kon misprijzend naar mij kijken als ik bruinverbrand van een vakantie terugkwam... Precies dit soort opmerkingen binnen een familie lijken nu de grootse bom te zijn, het meest explosieve van het interview. Amanda Gorman, de dichter van The Hills we Climb, op de inauguratie van Biden,  plaatst op Instagram het volgende citaat van Meghan Markle: ‘I grieve a lot, I mean I’ve lost my father. I lost a baby. I nearly lost my name. I mean, there is the lost of identity. But I am still standing, and my hope for people in the takeaway from this is to know there is another side.’

Ook dit was een thema van mijn dag: hoe rouw je zomaar kan overvallen, er is te midden van je activiteiten, je hebt dat helemaal niet in de hand, je kunt het niet controleren of sturen. Hoezeer kan dat omtrent de hete pannenkoek van het racisme? Is iets nu goed als we alleen maar naar de kleur kijken? Is het werkelijk oké dat Marieke Lucas Rijneveld nu niet het gedicht vertaalt omdat zij wit is, maar wel de ervaring kent van ontheemd zijn in je eigen milieu en niet kunnen en willen kiezen tussen de geslachten? Met wie voel ik mij meer verwant: met mijn eigen oma die zich zo wonderwel thuis voelde in Nederland in dat kleine dorp in Brabant, ook al sprak zij de taal niet? Of met de andere tak van de familie, waar mijn grootvader de grootste meubelmaker was en een moderne winkel had in de hoofdstraat in Surabaya en zijn zaak Toko Liberty noemde, de zaak van de vrijheid? 

Kunnen we de wereld gecontroleerd en gestaag beter maken, door gerichte interventie  of is het vooral een kwestie van een heel, heel lange adem? ... Misschien kun je alleen maar steeds erop wijzen dat er ‘Another side ‘ is, zoals Meghan zegt en Amanda Gorman uit het vele van dat twee uur lange interview juist dit eruit pikt. Er is altijd een andere kant. En alles is niet zomaar klip en klaar helder en afgebakend. Zo houdt prins Harry net zo goed nog van zijn familie, al kan hij nu alleen maar afstand nemen...

Space is now the relation, zei hij. Dit trof mij diep. Hij spreekt niet over een breuk, maar over ruimte waar wellicht in de loop van de tijd weer dingen in kunnen groeien. Hoe hij hoopt gezien en erkend te worden door zijn eigen familie.  Ik denk aan mijn lijflliedje toen ik een puber was; Looking For Space van John Denver: On the road of experience, I try to find my own way.