vrijdag 30 december 2011

Snapshots

Niks zo heerlijk als door een stad flaneren. Genieten van al die onverwachte taferelen en vondsten. De tijd verliezen. Op een bankje je koesteren in de winterzon met een accordeonspeler vlak achter je en ontdekken dat er geel-groene grote grasparkieten of is het een kleine papegaai-soort?, in het Vondelpark in Amsterdam kletspraatjes in de boomtoppen maken. Lezen en bladeren op de boekenmarkt bij het Spui en in boekhandels en tenslotte het boek maar kopen, omdat het sluitingstijd is, een boek dat ik zomaar op de titel heb gepakt: Forget Sorrow van Belle Yang.

Het is een autobiografische graphic novel, naar het voorbeeld van Marianne Setrapi's Persepolis, die er een nieuw genresoort mee geschapen lijkt te hebben.. De stripachtige tekeningen zijn een geweldige manier om zonder veel woorden een hele wereld te voorschijn te toveren. Een wereld ditmaal, die iets bekends heeft door het mengsel van Oost en West: Belle Yang is een Amerikaanse Chinese, die geboren is in Taiwan. Haar ouders zijn gevlucht uit China en via Japan zijn ze uiteindelijk in Californie gaan wonen. Haar oorspronkelijke naam ' Xuan' , betekent: 'vergeet verdriet'. In haar studententijd krijgt ze het verkeerde vriendje dat haar mishandelt en stalkt, ze gaat weer terug naar haar ouders en haar vader vertelt haar als troost en afleiding het verhaal van haar voorouders. Zou ze daardoor uiteindelijk haar eigen verdriet kunnen vergeten? Dat zal ik nog ontdekken.

Ach, en in het Vincent van Gogh museum is een leuke tentoonstelling die snapshots heet, kunstenaars als Bonnard, Breitner, Israels die terwijl de fotografie net was uitgevonden, kiekjes maakten die het uitgangspunt van schilderijen werden, soms een beetje verborgen want dat was toen nog geen erkende artistieke techniek. Een foto van Breitner, twee vrouwen op een bed, trok mijn aandacht: hoe kreeg hij die twee vrouwen zo op dat bed? Zouden het twee vriendinnen zijn uit zijn eigen intieme kring? Adembenemend.

In De Melkweg een foto-expositie : portretten van mensen die hiv-positief zijn, de overlevers tot nu toe, na 30 jaar hiv en aids in Nederland. Ik weet het nog dat het bekend werd, dat er jonge mensen dood gingen toen, en de cocktails kwamen, en het leven rekte en rekte zich weer en dat gebeurde allemaal in mijn tijd van leven.

Een aanschakeling van snapshots, dat is zo'n wandeldag door de stad, als een graphic novel stromen de beelden door mijn hoofd. Ik geloof dat ik dit alleen zo kan beleven als ik alleen door een stad loop. Dan word je een soort leeg scherm waar alles op geprojecteerd wordt en tegelijk geconsumeerd en verteerd.

donderdag 29 december 2011

De Dood Leeft

Waarschijnlijk gaat het van zelf zo: je loopt over een tentoonstelling die over de dood gaat en je denkt aan de dood in je eigen leven. Tenminste zo verging het mij bij De Dood Leeft, die in het Tropenmuseum in Amsterdam te zien is. Ik wilde er al meteen naar toe, begin november, maar het leven nam die dag een andere wending. (zie blogje: Onverwacht dagje'). Ha. Daar zit 'm ergens de kneep: wie over de dood praat en nadenkt en rituelen uitvoert, die heeft het eigenlijk over het leven.

Je komt de tentoonstelling op en ziet allemaal beelden uit het nieuws: de aanslag op de Twin Towers, de begrafenis van Lady Di, overstromingsrampen, de dodenherdenking op de Dam; de dood die zijn openbare gezicht toont voor de ogen van allen. In een volgende ruimte word je meteen bij de lurven gepakt: heel grote zwart-wit portretten van dode gezichten, naast dezelfden, die enige maanden ervoor nog leefden, van Walter Schels. Zo ziet de levende eruit en zo dezelfde als die dood is...

Ik zag ondertussen de hele tijd de grote koeien-ogen voor me van het kalf die ik ooit met mens en macht mee heb helpen uittrekken uit de moederkoe. Dat kalf was halverwege, heeft nooit met vier poten op de aarde gestaan, grote glanzende ogen en die ogen werden ineens dof, terwijl ik aan het trekken was, en toen wist ik: het kalf is dood. Dat is voor mij de tere grens geworden tussen dood en leven: dofheid en glans.

In een andere ruimte komen mensen aan het woord met hun verschillende geloven over het hiernamaals. Jood, christen hindoe, boeddhist, agnost enzovoort. Een ieder erg overtuigd van de eigen beelden daarover en het enige dat ik dacht was: we weten niks! Misschien is het allemaal waar, misschien niet! Hoe kan iedereen zo bloedserieus zijn over het eigen geloof? Zie eens hoe rijk de verbeelding van de mens is, ook over hetgeen dat gebeurd na het leven. Raar eigenlijk, want na het leven weet je alleen maar dat jij of een ander dood is: er blijft een lichaam over en de ziel of de geest die is... ook heengegaan. Meer weet je niet. Waarheen? In die vraag zit een aanduiding van plaats, en die is er niet meer als je geen materie meer bent.

Ik dacht aan Vader. Nou, jij bent nu niet in de buurt, dacht ik, je bent gewoon ergens onderweg op een van je verre reizen, zoals je tijdens je leven ook zoveel gedaan hebt. Ik dacht aan het afscheid met R. de vrijwilliger in mijn oude wijkcentrum, die de dood al heeft aangezegd gekregen. Een van de laatste dingen die hij zei was: Ik heb soms zoveel pijn, dat ik denk; haal me alsjeblieft op! Ik keek in zijn vochtig geworden ogen en zei: Hou je haaks! en hij zei: Dat doe ik! en ik weet werkelijk niet of hij mij ooit nog komt opzoeken op mijn nieuwe werkplek.

Dat is de dood in het leven. Zo leeft de dood. En dan die dichtregel van Elly de Waard die maar door mijn hoofd bleef gaan: Het missen van de levenden is wellicht vreselijker dan de doden; het feit dat ze afgesneden van ons nog ergens bestaan, voedt een hoop die zich niet laat doden, zolang ze leven... Zoiets. Ik weet niet of dit waar is.

We leven meestal ons leven alsof we nooit dood zullen gaan. Dat is wellicht de dood in de pot, want ergens verspillen we het leven en worden daarmee een soort levende doden; dof leven we voort tot onze laatste snik. In plaats van te glanzen. De dood leeft, wanneer wij serieus werk maken van het leven; in rouwkleding, sieraden van mensenhaar, een kaarsenhouder van zilver als een kapotgescheurd kledingstuk, in afscheidsrituelen, rouwplekken en plekken van herinnering: dat laat deze tentoonstelling heel mooi zien.

woensdag 28 december 2011

Donna Leon

Toen ik deze zomer terug kwam van vakantie en in het klooster vertelde dat ik 2 weken in Venetië had doorgebracht toen zei zuster B.: dan heb je zeker ook Donna Leon gelezen. Niet dus. Ik zag haar boeken wel overal in de etalages van boekhandels liggen, maar dat was in het Italiaans.
- Nou ze gaan over een inspecteur, Brunetti, en die lost allemaal misdrijven in Venetië op en hij heeft een vrouw en die is professor in de Engelse literatuur aan de universiteit en ze kibbelen altijd wat met elkaar, heel leuk, het is een hele serie, ik ben er wel aan verslaafd, ze zijn in de bieb te krijgen.

Dus ik naar de bieb. Alleen al omdat ik benieuwd was waarom zuster B. ze zo leuk vindt. Ze is ook fan van Harry Potter en dat begrijp ik meteen: een held die de verlossing moet brengen en de tovenaarswereld moet bevrijden van Voldemort, het Slechte en het ultieme Kwaad. Ondertussen ben ik ook verslaafd aan Donna Leon. Het rekt mijn herinneringen aan mijn vakantie op: de sfeer van Venetië, in alle seizoenen, van een frisse lente tot een mistig half overstroomt St Marcoplein, de sfeer van de lagune, het strand en de zee bij het Lido: de boeken brengen me er meteen terug en voegen nieuwe plaatjes toe aan Venetië.

De vrolijke toeristen die ik er doorgaans zag, worden het zoete glazuur van een andersoortige donkere moddertaart die eronder ligt: familievetes waardoor er moorden plaatsvinden, de Afrikaanse straathandelaars die door de Sicilaanse maffia misbruikt worden, milieucriminaliteit omdat giftige stoffen stiekem in de lagune geloosd worden, illegale prostitutie met meisjes buiten Europa, kinderroof en baby handel, priesters die aan sexueel misbuik doen en andere duistere handeltjes hebben, en ga zo maar door.

Het allerleukste is het universum van commissaris Brunetti, waar je, zo gauw als je een boek openslaat en begint te lezen, in gezogen wordt: Hij is zelf een beetje sentimentele man, die daartegen vecht, met een vader die aan de alcohol was en een moeder die troost haalde uit het katholieke geloof. Zelf houdt hij zich voor dat hij te nuchter en te rationeel is om te geloven,maar zijn vrouw Paola die een rasechte atheïste is en gruwelt van alles wat met kerk en geloof te maken heeft, plaagt hem met zijn sentiment ervoor, en ja Brunetti loopt voor de rust en tegen de zon, nog weleens een kerk in om er te zitten nadenken.

In elk boek verheugt Brunetti er zich over om weer thuis met zijn gezin te lunchen en de Italiaanse gerechten die zijn vrouw dan bereid en die een goede kok is, worden uitgebreid beschreven. Net zoals signorina Elletra op zijn buro, een soort Miss Money Penny bij James Bond: iemand met wie hij altijd grapjes maakt en die heel goed is op de PC en stiekem allerlei dingen voor hem ontdekt door files te hacken. Dan heb je nog een ijdele ambitieuze baas, bij wie Brunetti precies weet wat hij moet doen en zeggen om hem te laten doen wat hij graag wil. Brunetti stelt zich bij hem dommig en onnozel op zodat zijn baas zich torenhoog verheven boven hem waant. Brunetti heeft ook twee kinderen, die gedurende de jaren allengs ouder worden en ook hun leefwereld is bron van vermaak, evenals zijn assistent Vianello die in zijn vrije tijd milieuactivist en vegetarisch is. De familie van zijn vrouw Paola hoort weer bij de Venetiaanse adel.

Al met al genoeg voedsel om je lekker te verliezen in een verhaal en me weer af en toe in Venetië te wanen, zeker met grijze dagen als deze.Ik ben net in eentje begonnen in het oorspronkelijke Engels en dan valt meteen op dat de Nederlandse vertaling aan ritme en compactheid heeft ingeboed. Wat de boeken ook sympathiek maakt is de notie dat bij elke misdaad de daders niet allemaal perfect gevonden en gepakt worden, Brunetti flink kan balen maar desondanks een levensgenieter is en van het leven houdt.

dinsdag 27 december 2011

Goddelijke dagen

- Dan ga je morgen weer het gewone leven in... zei zuster R. Ik reageerde een beetje nuchtertjes met : dan ga ik weer een ander deel van mijn leven in, iedereen leidt toch verschillende levens naast elkaar?
- Ja, daar heb je ook wel gelijk in, zei ze.

Maar gisteren, toen ik wegfietste van het klooster werd ik plotsklaps weemoedig en sprongen de tranen me in de ogen. Zuster R. had gelijk: ik scheurde me los van een wijze van leven die ongewoon is: leven binnen de muren van een klooster waar geheel en al plaats wordt gemaakt voor dat ongewone: God, het Geheim van het leven, hoe je het ook noemen wil. In het dagelijkse getijdengebed, de speciale vieringen voor de Kerst, een poging om consequent met liefde en aandacht met elkaar om te gaan.

Ik was uitgenodigd door de Clarissen om de kerstdagen bij hun door te brengen en Vrijdag 23 december vertrok ik al. Van binnen in het klooster maakte ik hun belevenissen buiten mee: twee hadden kerstboodschappen bij de AH gedaan, twee winkelwagens tot over de top beladen vol. Een meneer was tegen eentje aangebotst, ze schrok ervan, maar de meneer had er meteen bij geroepen: moet je ook maar niet zo'n volle kar laden.' Die weet niet dat het de boodschappen voor zestien mensen zijn... en dan nog de koekjes en kransjes voor de gasten...'

Zelf was het voor het eerst in mijn leventje dat ik me werkelijk geen enkele gedachte hoefde te maken over die westerse vraag rondom deze dagen: Wat eten we met de Kerst? Heel prettig. Ronduit mooi was het, om nu mee te beleven dat de hele liturgie, alle psalmen en hymnen die gezongen worden tijdens het getijdengebed, vier keer op de dag, langzaam toegroeien naar de komst van het Licht: de geboorte van dat kind in die stal.

In de vroege ochtend van kerstavond wordt er een hymne gezongen door een enkele zuster en die begint met zoiets als: in de oerdiepten waar het leven zich roert, daar is de mens ontstaan en uit die mens kwamen er meerderen, uit het een kwam het andere: het geslacht van Abraham, Mozes, David... en toen besloot het goddelijke zich te mengen met het vlees en is mens geworden. Zuster M. was verkouden en het stokte, een andere zuster viel uit de koorbanken in, de hymne ging voort, zuster M. nam het weer over en zo naderde het haar voleinding.

- Dat was voor het eerst dat zoiets gebeurde, hé, zei de ene zuster tegen de andere.
- Ja, welaan dan ik wordt ook een dagje ouder, het gaat niet zo makkelijk en soepeltjes meer, hoor! Ik vond het daardoor juist zo extra ontroerend, zei E. Het benadrukte nu zo erg dat we allemaal maar broos zijn en kwetsbaar, zo menselijk.

Hoe is het toch mogelijk dat het klooster bijna de enige plek lijkt waar een groep mensen welbewust willen buigen voor en zich willen buigen over het geheim, dat elk leven ten diepste is? Het waren goddelijke dagen.

donderdag 22 december 2011

Dresdener weihnachtsgeback

Ik begin al meer dan een week dagelijks mijn dag met een heel smakelijke hap: een of twee sneeën van de Dresdener Weihnachtstol die ik van U&U gekregen heb. Een heel compact kerstbrood die zo zwaar weegt als twee bakstenen en die ik in een koele kamer moest bewaren, zeiden ze. Een echte regionale specialiteit die al in september-oktober gebakken wordt en die je in de adventstijd pas mag aansnijden. Ik twijfelde wat: in de eerste week of de tweede? Het werd de derde en een stuk zal de Kerst nog overleven.

Het smaakt tussen brood en cake in, het zit vol krenten en rozijnen en sukade en amandelen en al aangesneden blijft het vochtig en korrelig, het droogt niet uit. Hoe blijft het zolang goed, wat zijn de ingrediënten vraag ik me allengs af. Al googelend weet je dan ineens een hele hoop meer. Een bakker vertelt alle ingrediënten en legt je stap voor stap uit, hoe je het zelf kan maken. Ik dacht dat speciale recepten meestal geheim gehouden worden.

Dat kan wellicht niet bij dit gebak, want het stamt al uit de 14e eeuw en heeft opgang gemaakt via het Saksische vorstenhuis. Keizer August de Sterke liet in de 18e eeuw een stol bakken waar bijna 25.000 mensen van konden eten. Elk jaar wordt er nu in Dresden een festival gehouden, waar bakkers stollen bakken van 3000-4000 kilo en aan de bewoners stukken uitdelen. De vorm is zwaar symbolisch: het lijkt op Jezus, net geboren, in witte doeken gewikkeld. Voorwaar, de eucharistie, waar het lichaam van christus genuttigd wordt, kondigt zich in deze weihnachtstol al aan!

Opvallende ingrediënten voor mij waren een citroen, een glas rum en ganzenvet. De korst van suikerglazuur wordt verkregen door het 'brood' als het nog warm uit de oven komt meteen in te smeren met boter en met poedersuiker te bestrooien. En nog eens en nog eens, net zolang totdat de suiker niet meer smelt, maar een witte laag als 'streichelen', witte windsels, het geheel bedekt. 'Het kindje omwikkeld' had ik bijna neergeschreven.

De Kerstmarkt in Dresden heet 'streichel'markt. U. zei dat ze in de koude donkere dagen voor Kerst daar altijd haar troost haalde. Als je in het donker naar je werk gaat en weer buiten staat na je werk en het weer donker is, dan is het heerlijk om je hart op te halen en te wandelen over de streichelmarkt, gluhwein te drinken en je door zoete geuren, warmte en lichtjes te laten beroeren. Ik dacht dat streichelmarkt, streelmarkt betekende, zo had ik het spontaan ingevuld. Ik hou het er maar in. Ik wil best wel graag regelmatig naar een markt waar ik me laat strelen.

The future is wild

Nog helemaal in de stemming van 'in de ban van de toekomst', zie blogje Kepler 22B, viel mijn oog op de dvd The Future is Wild. Hier heeft een heel team van wetenschappers (geologen, biologen, paleontologen, zoölogen etc. )zich gebogen over de vraag hoe de aarde er in een verre toekomst zou uitzien, als de mens en daarop allang verdwenen zijn. Die zijn dan vertrokken naar andere planeten zegt men hoopvol, en niet zonder meer uitgestorven.

Men kijkt vooruit naar drie episodes: 5 miljoen jaar verder, 100 miljoen en 200 miljoen jaar. Alsof je je wat kan voorstellen bij dit soort getallen. Eigenlijk lijkt pakweg 1000 jaar verder me al helemaal onmogelijk, maar vooruit maar. Ik heb het eerste deel bekeken: 5 miljoen jaar verder.Met een voortdurende glimlach op mijn gezicht. De aarde is dan in een nieuwe ijstijd geraakt en er leven allemaal nieuwe soorten. Een aantal wetenschappers doet daar verslag van: van die nooit volwassen geworden jongens, zo'n soort sfeer hangt er rondom hen, die heel serieus hun nieuwste Lego-bouwwerk laten zien.

Ook de animaties zijn met de ogen van nu alweer wat klungelig. De film is van 2003 en dan zie je hoe snel de huidige techniek nieuw verzonnen werelden nog veel reeeler dan 8 jaar geleden, als bijna niet te onderscheiden meer van echt, kan realiseren. In de film rennen bijvoorbeeld een heel groot soort nieuwe rat over de toendra en dan struikelt er eentje en die valt in ene keer als een kartonnen popje op een bordspel om en staat weer razendsnel op: alleen maar mogelijk omdat een onzichtbare menselijke hand dit doet. Tegenwoordig weet men ook al die minieme bewegingen daartussen levensecht te animeren.

Alle nieuwe soorten die er dan zouden kunnen ontstaan, zijn afgeleid van huidige soorten, waar men heel sympathiek ervan uitgaat dat soorten die nu bijna op uitsterven staan door toedoen van de mens, dan royaal zullen overwinnen en de krachten hebben gebundeld in een nieuw soort. Zo is er bijvoorbeeld een heel grote witte sabeltand wolf, een kruising van de sabeltandtijger, de ijsbeer en de wolf.

Omdat de film uitgaat van huidige evolutiepatronen en de onderlinge afhankelijkheid van alle organismen met elkaar, roept de film vooral verwondering op over het Nu. Dat is de grootste verdienste ervan. Hoe bestaat het: dat intens grappige, ingenieuze, royale, ongelofelijke diverse van wat er allemaal op planeet aarde te vinden is! De Nederlandse commentaarstem is van Midas Dekkers en dat geeft het daarbij precies de juiste ironische ondertoon.

Ik weet niet of ik die andere delen nog ga bekijken. Ik kan beter mijn oog richten op echte natuurdocumentaires. Dan zie je wat er zich ergens op onze aardbol in werkelijkheid afspeelt. Jezelf als mens daar dan weer in projecteren kan bron zijn van een grote dosis zelfrelativering. Mens, waar maak je je allemaal zo druk om, stel je zelf niet zo centraal! Leer van de wereld om je heen: elk levend organisme, elke diersoort van de eencellige tot de heel grote, we zijn allemaal onderling van elkaar afhankelijk.

Wanneer je dood gaat zal er niks van je overblijven, behoudens de momenten waarin je een ander echt geraakt hebt en je hebt laten raken.Wanneer je vooral verdriet en gebrokenheid en negativiteit hebt gezaaid, dan zal men geneigd zijn om je zo snel mogelijk te vergeten. Wanneer er liefde en mededogen en zachtheid was dan zullen die herinneringen lang gekoesterd worden en zullen velen je nog een lange tijd met zich meedragen. Want de menselijke soort voedt zich uiteindelijk met echte verbondenheid, onbaatzuchtigheid en gratie.

dinsdag 20 december 2011

Hatertse vennen

Onlangs wandelde ik in de Hatertse Vennen. Het is de natuur waarin ik me vroeger als puber al in terugtrok als ik eventjes helemaal genoeg van de wereld had. Vanuit mijn ouderlijk huis was het ongeveer een half uur over een rechte weg , de Hatertseweg en ik fietste daar dan in een noodgang naar toe, gooide mijn fiets neer, plofde in het riet en ging een gedichtenbundel lezen. Dat hielp.

Ik graasde plank naar plank van de poëzie-boekenkast af in de bieb. De hele grote rechthoekige kast tot schouderhoogte, met aan alle zijden gedichtenbundels is nu gereduceerd tot enkele planken. De Hatertse Vennen zijn tot 'serpentinenatuur' geworden: een nieuw woord, geloof ik, wat er naar verwijst dat Nederland geen aan een gesloten natuurgebieden meer kent en alleen maar kleine op zichzelf staande serpetinevlekjes.

Volgens mij heeft Nederland toch nauwelijks ooit wat anders gehad of vergis ik me? Nederland is een totaal ontworpen land, er is geen wilde natuur, dus in feite is alle natuur ook ontworpen. Mij maakt het niet uit. Jammergenoeg zijn de Hatertse Vennen wel heel erg een serpetinevlekje geworden, want halverwege mijn leventje tot nu toe, is er een grote snelweg langs gebouwd. De rust uit mijn puberale leven daar, is nu veranderd in een constant geraas van auto's, altijd wel ergens hoorbaar.

Mij maakt het niet uit, zolang de natuur aldaar maar helpt. Helpt om grote emoties tot rust te brengen, mij naar een ander punt van mijn ziel kan verwijzen. De Hatertse Vennen blijven dat voor mij doen. Misschien is het een pavlov- effect uit mijn jeugd. Liever denk ik dat het komt omdat het landschap zelf letterlijk bespiegelend is: het water in de vennen ligt stil en roerloos en levert al wandelend telkens een ander uitzicht en daarmee wellicht ook telkens weer een ander inzicht.

Ditmaal keek ik in het water en zag kronkelige breekbare takjes zonder begin en einde in het water zweven. Als een ingewikkelde krakeling met allemaal extra bochtjes, leek het tegelijkertijd in de lucht te zweven omdat het water de heldere lucht met wat wolken weerspiegelde. Je kon niet op de bodem kijken. Als ik er een foto van gemaakt had, zou je aanvankelijk niet weten waar je nou precies naar aan het kijken bent.

Zo is iets tegelijkertijd het ene en het andere en daarmee meerduidig en onbepaald en onbestemd. Er glinsterden her en der wat zilveren bolletjes, kwikzilverig maar wel heel stil. Toen ik beter keek, zag ik dat dit de contactpunten waren van de echte tak met het water. De andere kant ervan was dus het spiegelbeeld. Door die heldere puntjes kon ik ineens echt en spiegelbeeld onderscheiden. Ze hadden ook wat van tranen, zoals die kunnen opwellen en heel lang in een ooghoek blijven staan. Soms zijn er tranen nodig om van onecht naar echt over te kunnen stappen. Soms mooie poëzie.