donderdag 31 maart 2016

Voor de ogen

Ik voel me er heel 'interessanterig' bij: nu ik in het Wijkcentrum een computerbril heb, die bungelt aan een roze touwtje als ik een drankje in schenk of een leeg kratje wegbreng. Het voelt als wijs en belegen, verstandig voor mijn jaren. Ik weet echter nog niet hoe je die nu het handigst omhangt: met de glazen naar je toe en de pootjes eronder? Of omgekeerd?  Want  het touwtje raakt vreemd verstrikt met de brillenpootjes, af en toe.

Van brillen en prijzen snap ik niks. Ik moest andere glazen en dacht eerst die gewoon in mijn oude montuur te laten plaatsen, ik wilde nooit meer van mijn randloze lichte alleen-glas-Sillouette-bril af. Maar dat bleek best duur en ze gaven géén garantie, voor wanneer het glas zou breken bij de montage. Ik ging langs meerdere opticiens, overal hetzelfde verhaal. Even wist ik niet meer wat te doen. Helemaal uit het niets meldde toen iemand die niet wist dat ik op zoek was naar het goede voor mijn ogen, dat hij vier brillen had aangeschaft voor een prijs die 200 euro onder het mij geoffreerde was, voor alleen-maar-glazen!

Nou moe. Ik naar die winkel en ja, het bleek te kloppen. En dan kon ik de computerbril ook nog declareren bij mijn baas en dan zouden ze de rekening zó schrijven, dat dit meteen de duurste bril was. En nu heb ik dus: een computerbril, een licht paarse metalen gewone bril , waar ik alleen maar complimentjes over krijg, een randloze glasbril, een exacte kopie van mijn oude bril, die ik nu binnen draag én een zonnebril op sterkte met grote ronde glazen met een blauw gemarmerde dikke rand.
Wat zie ik in ene keer veel en wat een luxe. Voor die prijs!

Nog iets heel anders voor de ogen, waarop ik me nu verheug: bij de Action zag ik een tuinlampje met een zonnecel met gekleurd mozaïek. Daar kocht ik er gisteren één van, om het uit te proberen. Zo leuk! De hele avond tot het slapen gaan een klein,  sprankelend, betoverend  lichtje. Vandaag heb ik er zes bijgeplant, dus nu heb ik er voor elke dag één. Ze staan bij het Boeddhabeeldje en het beeld van Franciscus van Assisi en verder verspreid langs het pad en bij het terras. Zou zo meteen mijn donkere tuintje als een sprookje zijn?

Het stille leven

Ik zag een mooie ontroerende en ook wel heel stille film met iets gelijksoortigs in de titel: Still Life. Het begint met een aantal shots van verschillende begrafenissen: rijkelijk katholiek met wierook, Russisch-orthodox, een kale en sobere crematiezaal,  waar alleen een voorganger is en één man. Die man werkt bij de gemeente en regelt de uitvaart van mensen die helemaal alleen zijn,  geen nabestaanden, geen familie, geen vrienden.

Hij komt dus vaak in verwaarloosde huizen en dan zoekt hij in het huisraad naar iets persoonlijks. Dat neemt hij mee en maakt daaruit een overweging, die voorgelezen kan worden. Bij een foto van een vrouw met haar poes en een kerstmutsje op laat hij dan de voorganger zeggen, dat ze ervan hield om de kerstdagen in stijl door te brengen. Van een ieder bij wie hij zo als laatste aanwezige mens aanwezig was, plakt hij een foto in een groot blauw foto-album. Al is het maar met de verfrommelde en vervuilde stadspas van de desbetreffende waar vaag een pasfoto op te zien is. Elke avond na zijn werk bladert hij in zijn grote boek.

Zelf kent hij ook niemand. Zijn leven is omringd met al die doden die voor hem blijven leven, en de as van velen, die hij nog niet kan laten uitstrooien, in de hoop dat hij toch nog een bekende of een familielid kan opsporen. Ze kennen hem bij het crematorium en ze sporen hem aan om toch wat meer urnen mee te nemen: de planken raken vol.

Dan wordt dit kalme, sobere, aandachtige bestaan, gefilmd in stille close-ups, bijvoorbeeld  hoe hij zijn tafel dekt, met een vierkante, gestreken doek en servet, een appel aan de ene kant, het bord en zijn maaltijd: elke dag vis uit een rond blikje met een geroosterde boterham ernaast, ruw verstoord. Hij is te duur, hij doet veel te lang over alles, het kan allemaal efficiënter. Met lede ogen moet hij aanzien op zijn laatste werkdag dat zijn opvolgster alle urnen uit het crematorium in een kuil leeg strooit.

De film zet je aan het denken over al die onzichtbare handelingen en draden die het leven werkelijk levenswaard maken. Wat werkelijke zorg voor elkaar is. Niet de efficientie en het nut en dat wat financieel het aantrekkelijkst is. Niet omdat wat je doet, goed of snel of zichtbaar is. Maar omdat je altijd durende aandacht oefent voor hen die er zijn en niet-meer-zijn: het stille leven.

woensdag 30 maart 2016

Bearded Lady.

Nee! Ik ben géén vrouw!, dacht ik hartgrondig toen ik gisteren liep op de tentoonstelling Queen-size in het gemeentemuseum van Arnhem. Het leek me wel een leuke tentoonstelling om op je verjaardag te gaan bekijken, omdat het zou gaan over de levensloop in vrouwenlevens: vanaf de geboorte, het ontwikkelen en in de wereld aanwezig worden en het sterven.

Het zou de innerlijke belevingswereld van vrouwen blootleggen, door 40 vrouwelijke kunstenaars uit de verzameling van Olbricht. Laat ik het voorlopig maar wijten aan de blik van de verzamelaar: van grote kunstenaars als Marlene Dumas, hing daar uitgerekend een heel aantal vrouwen in 'pornografische houdingen', en van Louise Bourgeois hing iets uitzonderlijks anders: een waterverfschilderij met daarop het woord yes, yes, yes, steeds maar herhaalt: bij al het ander werk eromheen kreeg het voor mij iets pathetisch.

Ik kan niet zo goed tegen dat emotionelerige. Door twee zalen heen lag er een 'bloed-ketting' grote kralen of droppels van glas, dat leek op gestold bloed. Waarom toch die verwijzing naar menstruatie en cyclussen? Vreemde foto's en schilderijtjes van bruidsmeisjes in suikerzoet roze en vrouwen in bordeelachtige kamers, bedoeld als een aanklacht tegen de opgedrongen rollen aan vrouwen, die heden ten dage nog steeds zo gespeeld worden, van een masturberend meisje: so what?, ik vond het vooral passen in de een beetje hijgerige blik van de verzamelaar...

Uitzondering voor mij, blijft het werk van fotografe Rineke Dijkstra. Puberende meisjes van over de hele wereld en Annemieke, een meisje dat op een video een discoliedje aan het karaoken is. I want to be in the world... O, al die expressie van lachen tot bijna huilend, twijfelend, doorzetten, verlegen en zelfbewust. Dan zie je wat de mens definitief van het dier onderscheid. Geen aap kan in 4 minuten tijd zo'n scala van emoties tonen...

Het enige werk dat me werkelijk aansprak was Vrouw met Baard van Hope Ginsberg. Een foto van een vrouw met een baard die gemaakt is van levende  bijen. In de begeleidende video blijkt het de kunstenares zelf te zijn, die ook imker is geworden en ze produceert Bearded Lady Honey. Een bijenbaard is ook de benaming van een opeenhoping van een zwerm bijen buiten de korf, om de koningin te beschermen. In dit werk komen natuur en cultuur samen, en is een vrouw degene die zichzelf ook ironiseert en deel wordt van die natuur.

Zoiets vind ik inspirerend: een oproep om out of the box te denken en te doen. Dat wil ik wel als motto van mijn komende levensjaar. En toen op naar de slakken en het etentje met Moeder en Zusje. Het was heerlijk.


dinsdag 29 maart 2016

Rondom Pasen

'O, het is Pasen vandaag... misschien voor het eerst dat ik daar helemaal niet aan gedacht heb', zei B. bij het begin van het Paasvuur. Ze doelde natuurlijk op het aloude verhaal, in de evangeliën verteld, over de Verrijzenis van Jezus. Want ze was wel op het Paasvuur en dat heeft hetzelfde woord in zich, maar is meer geassocieerd met vuur en het begin van de lente, enzo.

Dan gaat het door me heen, dat het toch wel heel erg jammer is, dat mensen dat hele Passieverhaal, en de tijd ervoor, De Veertigdagentijd, de woestijntijd niet meer meebeleven. Want dat kleurt al die dagen en maakt ze intens: niet om te gaan geloven dat Jezus jouw redding is en de wereld van de zonden heeft verlost door aan een kruis te gaan hangen, maar om te geloven en te ervaren dat ditzelfde verhaal voortdurend in de wereld en in jezelf gestalte krijgt.

In de Vigilie-vieringen in het klooster, elke zaterdagavond in die Veertigdagentijd was het thema opgebouwd rondom Psalm 103. Daar word alleen maar geaffirmeerd dat God, de Heer zeer nabij is, barmhartig is en dat de ervaring van genade aan  jou en mij altijd geschonken is. Dat is:  Leven met gratie als je jezelf en de mensen om je heen probeert te vatten in het hart, als je je overgeeft en je laat dragen en kunt loslaten. Zuster E. had een zeer raak 'beeldvignet' gemaakt: een gestileerd mens en een kruis omhelzen elkaar en vormen tezamen een hart. Je dus ook kunnen verbinden met verdriet en de pijn: en een grondsymbool daarvan is het kruis. De vieringen waren van een grote  milde  stilte en intensiteit.

Maar ook de gesprekken rondom het Paasvuur, dat aanvankelijk niet wilde branden door de stromende regen en urenlang klein brandend was gehouden door er met de riek in te slaan en , elkaar ondersteunend, op de takken en het vuur en de gloeiende kolen daaronder te gaan staan  en uiteindelijk rond middernacht wel geheel,ontvlamde, hadden intensiteit.

Wellicht ook door de heldere sterrenhemel erboven, en het gegeven dat er zowel Duitsers en Nederlanders waren en er drie Syrische families waren uitgenodigd, die J. op de fietsenmakerij had leren kennen, en die toch niet zijn gekomen... over onmacht, maar ook over mooie kleine resultaten, over pogingen tot, op allerlei gebied, wat wel en niet lukt, over de lange tijden ooit, eens, nu en dan.

En ook daarin wordt datzelfde Passieverhaal verteld en beleefd, in heel andere woorden en gestalten. En toch: elke keer weer... onderwijl zag ik de gele en witte bloemen waar zuster H. het altaar mee versierd had, rondom een spiegel die in de Veertigdagentijd kaal tussen het zand en de stenen stond, dansen.

donderdag 24 maart 2016

Voorschot

Gisterenavond was het weer volle maan. Ik liep een paar keer naar buiten, dat gaat vanzelf, en toen stond ik ineens onder  een gemarmerde hemelkoepel. Zo mooi en ook wel onwerkelijk.  Door het patroon van de wolken heen, kwam het licht in wittige slierten en de wolken werden daardoor allerlei tinten tussen grijs en blauw. Alsof je als verassing voor een andere in een mooi doosje was gestopt en nu maar wachten tot je wordt ontdekt en wordt uitgepakt.

Deze vergelijking werd waarschijnlijk ingegeven omdat ik een voorschot op mijn verjaardag aan het nemen was. Van vriend E. kreeg ik een legpuzzel, een tekening van Jan van Haasteren, vol dolkomische, cartoon-achtige scenes, een kamer propvol met mensen op een verjaardagsfeest. 'Omdat je zo dol bent op verjaardagsvisite', zei hij erbij. Maar niet heus.

Ik had al lang niet meer gepuzzeld. Nu weet ik weer dat de reden is, dat ik almaar niet opschoot met 'Het Laatste Avondmaal' van Da Vinci. Ja, Jezus en zijn leerlingen aan tafel, wat vandaag op Witte Donderdag weer herdacht wordt, die had ik heel fijn al gelegd. Hun kleurige kleding en de gezichtsuitdrukkingen. Maar toen bleef de rest over: de donkere gestreepte gewelven waaronder ze zitten en het witte tafellaken. De laatste keer dat ik er aan puzzelde schoot ik maar enkele stukjes op.

Dat is niet leuk: puzzelen moet voor mij een goed evenwicht zijn tussen gedachteloos zoeken en het resultaat: plots dingetjes zien, hoe ze aangelegd moeten worden met dat gevoel van voldoening daarbij. Dus gisterenavond heb ik de puzzel opgeruimd: oude kranten voorzichtig onder de al gelegde stukken schuiven, want dat lukt me nooit: iets weer uit elkaar halen wat al in elkaar gepast is.

Met breien heb ik dat ook: uithalen is er niet bij, ik maak nog liever een pannenlap van het gebreide stuk. Alsof ik zoveel brei... Deze winter helemaal niet. Breien is bij nader inzien een onschuldig voorbeeld van mijn behoudzucht.

Ik heb dus de rand gelegd van de 'Verjaardagspuzzel' met  de vrolijke vlaggetjes in de regenboogkleuren bovenin. Al puzzelend dacht ik: wat grappig, ik denk nooit van te voren aan mijn verjaardag en nu wel, alsof ik er een voorschot opneem. Misschien komt het ook omdat Moeder mij uitnodigde om dan een hapje te eten in de bistro op de hoek van het straatje waar ze op uitkijkt. Dat gaan we dus doen: ik, Zusje en zij. Ik heb speciaal gevraagd of ze ook slakken hebben, dat had Moeder er onlangs met Broertje gegeten. Ja, die hebben ze. Ik verheug me erop.

dinsdag 22 maart 2016

Metselaar van de wereld

Sinds gisterenavond zit ik helemaal in het leven van Andreas Burnier door de biografie van Elisabeth Lockhorn Metselaar van de wereld. Mijn boekenaankoop in de Boekenweek om met het boekenweekgeschenk gratis te kunnen treinen. Daar liep ik voor het eerst vanuit het Gemeente en Fotomuseum in Den Haag zomaar richting Scheveningen. Dat zou 800 meter zijn, ontdekte ik.  Ik kwam Scheveningen binnen via een onbekende kant en verwonderde me over de grote, riante villa's.

Nu is dat precies waar het boek begint. Andreas Burnier, die geboren is met de naam Irma en sinds de Tweede wereldoorlog als Ronnie door het leven ging, heeft hier de eerste tien jaar van haar leven gewoond. In Scheveningen was een heel bloeiende Joodse gemeenschap en het was voor de oorlog een feest om er te wonen, bijna elke week vuurwerk en een dynamische badgasten-sfeer met veel culturele evenementen.  Ik wandelde door de Haarlemmerstraat , heb dat onthouden omdat ik dacht: Hoezo? is er vanuit hier dan een directe aansluiting met Haarlem?, en nu blijkt dat Ronnie hier gewoond heeft. Zonder het te weten ben ik dus langs haar huis gewandeld.

Hierdoor gaf het lezen van het boek me meteen iets 'magisch 'mee, alsof het heden en de toenmalige realiteit helemaal niet ver van elkaar afstaan.Dat komt ook omdat er in het boek veel foto's zijn opgenomen. Op één ervan flaneert Burnier er met haar geliefde Daniël en dat voelde ook als heel bekend, alsof ik er pas zelf gelopen had. Toen ik goed keek bleek het te kloppen: het is het straatje achter de vrouwenboekhandel, waar Moeder vanuit haar kamer in Bethlehem op uitkijkt. En 'Bethlehem' is ook de naam van de kraamkliniek, waar Irma geboren is, verteld in de eerste zin waarmee het boek begint.

Alsof cirkels van verleden en heden zich in elkaar sluiten, van een begin en een einde... Dit alles werd nóg eens versterkt, toen ik in mijn boekenkast Een tevreden lach opzocht, de debuutroman van Andreas Burnier. Er viel een in vieren gevouwen papier uit, geen idee hoe het daar in gekomen is, behalve dat ik dat ooit zelf zo  heb gedaan. Jammer dat ik nu niet meer weet op welke bladzijde, misschien had het een betekenis. Het bleek een briefje van Frater Albertus, mijn peetoom, geschreven twee dagen na mijn eerste verjaardag. Alsof ik in het begin van mijn eigen biografie keek. Hij schrijft:

Mijn hartelijke gelukwensen bij de eerste verjaardag van Mirjam. Moge Gods  zegen van Maria's voorbede steeds op haar blijven, zodat jullie ook veel vreugde en geluk aan haar mogen beleven. De H.mis is op haar verjaardag in onze kapel gelezen. Ik had gehoopt dat 't een Hoogmis zou zijn, maar dit kon niet toevallig. 
Hebben jullie mooie feestdagen gehad? Op eerste Paasdag kon ik  niet komen, op de tweede ben ik wel geweest, maar begrijpelijk waren jullie gaan toeren en van 't mooie weer profiteren. Ik vond het wel jammer, maar verder gaf het niets. Als 't maar een fijn uitje voor jullie geweest is, vind ik 't goed. Ik kom nog weleens aan en dan breng ik een speelgoedje voor Mirjam mee. Zij zal dat wel even best vinden. Is ze al weer verder gekomen in haar lopen en babbelen?

Ach... en zo komen er levens en gaan er levens, wat was is soms zo herkenbaar en nabij, herhaalt zich in nieuwe generaties en vernieuwt zich. We zijn allemaal metselaars van de wereld..

zondag 20 maart 2016

Jan Toorop

Weer even kicken: een blogje schrijven op een bankje in het Gemeentemuseum in Den Haag op de tentoonstelling van Jan Toorop. Wát een verrassing.Ik kende alleen maar zijn donkere tekeningen, uit zijn latere jaren blijkt nu. Vrouwen die met dreigende blikken de diepte in kijken en broeden.

Het is zijn zoektocht naar de innerlijke wereld van de geest. Hij is ook nog katholiek geworden, heeft de kruisweg geschilderd, die nu uit een kerk uit Oosterbeek hierheen is gebracht. Hij had grootse plannen voor een groot Laatste Avondmaal, de leerlingen met expressieve gezichten, nooit voltooid.

De verrassing is voor mij, zijn veelzijdigheid. Hij schilderde ook doeken vol licht en leven, op pointillistische wijze, doeken waar de verschuiving te ervaren is van de buitenwereld en zijn mededogen voor het zware arbeidersleven en de armen, naar die binnen wereld die geen kleur meer nodig leek te hebben. Gezichten en profil, die bidden, mediteren, hoe een ongelovige en een gelovige er volgens hem uitziet, werk vol symbolisme, waar het haar van vrouwen zich verstrengeld en vertakt in boomstammen, aan elkaar, geen idee wat de exacte betekenis daar van zou zijn...

Dat je die gang van hem meemaakt, van de ene wereld in de andere, dat maakt het zo boeiend. Goed om te ervaren dat een mensenleven altijd gelaagd is en niet te vatten in één vorm.

Zo, mijn voeten zijn niet moe meer, voort gaat mijn weg.