woensdag 28 februari 2018

N.a.v. Mies Bouwman

Ik kan het bijna niet geloven, maar toch is het zo: ik heb een deel van Open het dorp gezien, waar Mies Bouwman zo bekend mee is geworden, maar ik was pas vier jaar en nog geen acht maanden oud! Ik heb er heel sterke herinneringen aan. Dat Moeder zo enthousiast was, allereerst over het doel: dat gehandicapten nu in eigen huizen konden gaan leven. En dan het commentaar wat ze overal bij gaf.

Ze vond het geweldig als er een kind opkwam die de spaarpot ledigde en ze deed misprijzend als een bedrijf een groot geldbedrag gaf, vooral als de zaal dan heel hard klapte. Die man had zelf niks gedaan, die ging met de eer strijken. Het meest duidelijk herinner ik me dat de Zangeres zonder Naam opkwam. Die verkocht stukjes van heur  haar. Moeder vond dat verschrikkelijk, je eigen haar aanbieden wat niks kost, wie denkt ze wel niet wie ze is en dan ook nog tot tranen toe geroerd over jezelf. 

Ik weet nog dat ik dacht: Ja maar ... je vind haar zo erg, maar je lijkt ook een beetje op haar... Moeder kon ook wel een drama-queen zijn... Maar dat kan toch bijna niet? Dat ik dit als kleuter dacht? Ik heb geen herinnering aan broertjes eromheen en dat kan dan kloppen, want de eerste na mij is twee jaar jonger. En Zusje bestond nog helemaal niet. Hoe kan dit? Ik dacht echt dat ik toen tien jaar ofzo was, maar het programma was in november 1962. Ik weet nog dat ik mocht kijken zo lang ik wilde tot ik zelf wilde gaan slapen.

En dat roept een andere herinnering wakker: dat ik dol was op De Wrekers, en ik de ene keer wel mocht kijken, maar een andere keer naar bed moest. Als oudste mocht ik als laatste naar bed en voelde toen heel intens: ik wou dat ik groot was, dan kon  ik zélf bepalen wanneer ik ging slapen. Ik snakte naar die  vrijheid, die er nog niet was. Ik was helemaal dol op Emma Peel. 

Ik heb even gegoogeld: Emma Peel was er van 1965-1967. Toen was ik dus 7 tot 9 jaar! Haar opvolgster was Tara King, maar daar vond ik niet veel aan, ik vond het toen niet erg meer om de Wrekers te missen. Dus op die leeftijd waarvan ik had gedacht dat ik elf of twaalf zou zijn, wilde ik om Emma Peel heel graag volwassen zijn. 

Mies Bouwnan droeg als eerste presentatrice een broekpak en ja, Een van de Acht, daar keken we met zijn allen naar met frisdrank en Golden Wonder chips, precies zoals de afgelopen dagen Nederland zichzelf voor de tv-buis in herinnering bracht. Emma Peel droeg ook broeken. En dat wilde ik ook als kind, hoe oud?... Daar durf ik niks meer over te zeggen. Ik weet dat ik op zondag een kriebelige petticoat aan moest en dat niet wilde.  Moeder vond dat raar, de meeste meisjes zouden  jaloers zijn op zo’n mooie petticoat.  Waar je jouw eigen voorkeuren vandaan haalt, geen idee.

dinsdag 27 februari 2018

Klooster-crashen

Dit bevalt me heel goed: het contrast dat ik nu zelf geschapen heb tussen de maandag en de dinsdag. Gisteren de hele dag mediterend en reflecterend binnen doorgebracht. Eens gesnuffeld aan de Geestelijke Oefeningen van Ignatius van Loyola, de oprichter van de Jezuïeten-orde. Of je een zonde van je zelf drie keer op een dag wilt overdenken. Maar ik kon niet op een zonde komen en denk dan dat dit om het begeren van een vrouw gaat, omdat mannen meerdere keren op een dag aan seks denken.

Ik  heb de online kloosterbibliotheek van de monniken op Schiermonnikoog gevonden, die in januari 2019 een zo te zien prachtig pand, nu in gebruik als herberg, gaan bewonen. Ik kwam maandelijks  in het klooster dat ze verlaten hebben, Abdij Sion in Diepenveen. Die bieb is nog niet af, de ambitie is om er alle teksten die er zijn in op te nemen. Ik las er ooit de Collatio van Cassianus en heb goede herinneringen aan de gesprekken die we daarover in Sion hadden.

Online komen al die namen van abten langs die vanaf de derde eeuw in de woestijn hebben geleefd, allemaal maar met één doel: bij God willen zijn, écht leven, niet lauw. Iets in mij begrijpt dit volkomen en iets in mij zoekt deze teksten op en neemt waar dat ik misschien ten diepste een soort van monnik ben, maar dan in de wereld en ook zo’n beetje tegen wil en dank. Ik heb kinderen gewild, niet alleen, maar in een relatie, en het is er allemaal niet van gekomen. Ooit heb ik wél besloten om parttime te werken zolang als dat kon, om niet opgeslokt te worden.

Als er kinderen waren gekomen dan was ik fulltime gaan werken, misschien was ik dan leraar levensbeschouwing geworden omdat dit beter verdiende dan beheerder zijn en dan had ik auto leren rijden, om tijd te winnen en dan was mijn leven nu vol geweest. Nu is mijn leven leeg en hark ik bladeren... Wat ik bewust wilde en waar ik op heb aangestuurd is niet gebeurd in mijn leven, maar waar mijn diepste verlangen was, dat is nu uitgekomen...

Handarbeid, een onderdeel van de traditie van de Cisterciënzers, is heel voldoening gevend. In een ander taalspel: de ene dag zit ik in mijn hoofd en de andere dag zit ik volkomen in mijn lichaam en mag na acht uur buiten werk bij -1 graad Celsius thuiskomen en crashen. Geen uitgebreide maaltijd bereiden, want daar ben ik dan  te moe voor, dus iets eten wat ik al eerder heb klaargemaakt, een warme douche en dan liggend een filmpje.

Niet echt monnikachtig? Dat klopt. Ik ga ook niet zes keer per dag bidden in een kapel. Maar de innerlijke stilte is wel een groot goed in mijn leven. En dat geef ik vorm in alles wat er in de wereld naar mij toe komt, ik crash mijn zelf de wereld in. Met andere woorden, ditmaal uit de Franciscaanse traditie: heel de wereld is mijn klooster.

maandag 26 februari 2018

Fragile world

Het leven is zo kwetsbaar. Van de hele eindspeech van IOC-voorzitter Thomas Bach, zijn me alleen maar deze drie woorden bijgebleven: Our fragile world. Want dat is het: je ziet fantastische sportprestaties van mensen op het toppunt van hun kunnen en vitaliteit, maar dat is alleen voor enkelen weggelegd. Je ziet de wereld bijeen in een eindceremonie vol technische snufjes vol hoop en belofte, maar dezelfde wereld is ook gebroken, vol oorlog, ramp en pijn.

Ik was op bezoek bij N. Ze heeft veel energie gestopt in mijn laatste wijkcentrum om mensen bij elkaar te brengen, mensen met allerhande beperkingen en ‘gewone’ mensen en ik ondersteunde dat van harte. Zelf had ze door een aangeboren afwijking een kans om een hersenbloeding te krijgen, die dan het meeste voorkwam tussen je twintigste en je veertigste. Daarna zou de kans dat het nog gebeurde gering zijn.

Deze kennis deerde N. niet. Ze had een volle baan in de zorg, deed aan couchsurfing tot in Zuid Amerika, blablacar en ontmoeting met mensen daarin, stond centraal. En nu is het gebeurd:  ze heeft een hersenbloeding gehad en de ballonnen van haar dertigste verjaardag die ze wél gevierd heeft, zweefden aan het plafond aan weerszijden van de relaxstoel met automatische bediening om die van zittend naar liggend en weer teug, te krijgen. Ze moet weer leren lopen met een rollator, die ze vol bloemen en bloeiende takjes tot een tuintje heeft gemaakt. 

De kans dat er een hersenbloeding terug komt is nu veel groter en ze vraagt zich af waarvoor ze het dan eigenlijk doet: een heel intensief revalidatie-programna elke dag van de week, dat  de hele dag duurt. Bij 40 op de schaal mag ze zelfstandig fietsen, ze zit nu op 21 en een maand geleden was het 9. Ze vindt het veel te lang duren en heeft ook het idee eigenlijk nauwelijks vooruitgang te maken. 

Wat zeg je dan? Ik begin te vertellen over mevrouw S. die een zware hersenbloeding had en ook niet meer kon praten, het spraakvermogen is bij N. niet aangetast, en dat die uiteindelijke rondscheurde in een elektrische rolstoel en ik dan achter haar aan holde als ze achter een konijntje aanging in de tuin van Dekkerswald. N. moet erom lachen. En dat mevrouw S. in die tijd al, toen het nog ongeveer taboe was, 25 jaar geleden, al een euthanasieverklaring geregeld had, want dat betekende vrijheid, maar dat ze die niet heeft gebruikt, al had ze op het einde ook standaard een zuurstoffles met een slangetje aan haar neus verbonden.

Ik weet dat ik het vertel omdat ik ook denk: stel dat je nou niet meer kan gaan lopen...‘Je hebt me nog gewaarschuwd’ zei N. tegen me, ‘toen we op dat bankje zaten in de zon: of ik voorzichtig wilde zijn...maar ik draafde maar door.’ Ja, ik zag dat ze richting burn-out raakte, omdat het project in het wijkcentrum niet gelukt was en er op haar werk ook allemaal obstakels waren... Ik zag dat ze iets moeilijker liep. En nu? .... Alle woorden die je zegt zijn ook zo futiel, je voelt je zo machteloos.

zaterdag 24 februari 2018

Weekend- ochtend muziek

Vijf jaar leeftijdsverschil is, als je kind bent, heel veel. Zusje, vijf jaar jonger, zei eens dat het echt een kinderherinnering is: dat het zondagochtend was en dat ze dan uit de kamer van haar grote zus, altijd keihard Amália Rodrigues hoorde. Dat het haar vrolijk maakte: weekend!

Op de zondagochtend was het de gewoonte dat iedereen zichzelf vermaakte en dan kwam er een brunch waar moeder altijd uitpakte: er was gekruid gehakt met peterselie of gebakken champignons of broodjes uit de oven. Die gewoonte heb ik nog lang zelf zo voortgezet en de croissantjes opgerold uit een blikje waren bijna standaard.

Die zondagochtend thuis, was natuurlijk al nadat de kerkgang was afgeschaft. Ik was daar als eerste mee begonnen, op straffe dat mijn ouders de hele zondag niet met mij praatten, maar enkele jaren later gingen ze ook niet meer. Zusje kan zich waarschijnlijk helemaal geen kerkgang meer herinneren. Nu ga ik doorgaans zelf op de zondag naar de kerk, dus mijn weekendochtend beleef ik nu op de zaterdag.

Fijn, tijdloos in mijn leesstoel in de zon uitgebreid de krant lezen en tijdschriften en vanochtend deed ik dat met de muziek van vroeger: alle platen van Amália Rodrigues zijn op de draaitafel geweest. Hoe je na zoveel jaar gewoon weer alles kan meeneurieën. Wát ze zingt heb ik nooit geweten en nu natuurlijk ook niet, maar ik hoor dezelfde levenslust.

Daarna draaide ik de pianomuziek van Alicia de Larrocha: Iberia van Albeniz. Dat is de weekend-ochtendmuziek van ex-vriend H. en mij... Pas wandelde ik toevalligerwijze over het oude studentencomplex Hoogeveld, waar we beide woonden. Hij op de vierde verdieping aan de kant van de kloostertuin, ik een ingang verderop, op de derde verdieping, ook aan de kant van de kloostertuin.

Nu was er een hek geplaatst en dat is fijn, want toen al waren er verhalen van gluurders die meisjes op de begane grond bekeken en die hun raam niet meer open durfden te zetten. Dat werd toen toch niet helemaal serieus genomen, want zolang als dat ik er woonde, is er toen geen preventief hek geplaatst. Maar de tijden zijn harder geworden: Nu waren er ook hoge hekken rondom alle ingangen, zodat de bewoners hun fiets veilig achter slot en grendel kunnen zetten.

Ik woonde dus aan de kant van de kloostertuin van het Albertinum en heb daar altijd van genoten. De kloosterlingen die er doorheen ambuleerden, soms met een boek, de natuur tegen je raam aan, het was het bosgedeelte van de kloostertuin,  en soms een rode specht pal voor je neus, sneeuwval, de grond vol sneeuwklokjes. En helemaal vrij! Geen inkijk en dan in de ochtend in het weekend in je bed luisteren naar Amália Rodrigues of Iberia. Dit kan nooit meer avondmuziek worden, het is muziek van verwachting en dingen die gaan komen...

vrijdag 23 februari 2018

Tim Walker

Gisteren naar The Garden of Earthly Delights,  hele grote schilderachtige foto’s van de Britse modefotograaf Tim Walker in het Noordbrabants Museum. Hij had carte blanche om te maken wat hij wilde en greep terug op de drieluik van Hieronymus Bosch (1450-1516) die hij als kind al gezien had en grote indruk op hem maakte: De Tuin der Lusten.

Een tentoonstelling waaraan ik moest wennen, toen ik midden tussen de meer dan levensgrote foto’s stond van veel naakte lichamen of gehuld in sprookjesachtige kleding bij grote bloemen, in mosselen, ingeklemd in glasachtige bubbels, een parel in de mond, een slang kronkelend om het roze, glanzende lichaam, een bloem bij de blote billen. Al  die rekwisieten stonden ook aan zijkanten tegen de muur. De sfeer is aanvankelijk wat beklemmend en duister en tegelijk kan je niet om de intensiteit van de blikken, de urgentie van het aanwezig-zijn van de geportretteerden. En daarom is er ook een grote vitaliteit.

Ik heb met de wereld van Hieronymus Bosch altijd hetzelfde gehad. Ik was nooit razend enthousiast en toen die grote overzichtstentoonstelling van hem enkele jaren geleden een landelijke hit werd, viste ik dus, door te lang te twijfelen of ik daar wel heen wilde, net naast het net, toen er een run op de kaartjes ontstond. De wereld van Tim Walker spreekt me bij nader inzien, ook door zijn modefoto’s die ik nu achteraf zie, wel meer aan.

Zijn mensen worden ontdaan van het allerdaagse: ze worden een nieuw soort wezens die zich bewegen in een nieuwe wereld waar niks vanzelfsprekend is en er telkens iets op de kop wordt gezet met een zweem van humor erin. Hij heeft de actrice Tilda Swinton vaak op de foto’s gezet en het is het soort type mens dat ik altijd intrigerend vind: androgyn, net niet helemaal en toch eigenlijk ook wel, van vlees en bloed.

Ambigue? Grensvervagend en overstijgend? Dat hij juist in de modewereld zulk soort foto’s daar ook maakt, dat brengt mode, jezelf omhullen met kleding, op een ander plan, dan die van het geld en  de rijkdom. Je kunt ook een oude kapotte bruine pij met een wit touw eromheen verzinnen als je dagelijkse outfit en dat kan dan de traditie ingaan als het toppunt van armoede, zoals Franciscus van Assisi ooit verzon. In feite is zo’n dracht even buitenaards als de wijze waarop Tim Walker zijn modellen op de foto zet, met hetzelfde beoogde resultaat: Mens, maak je eens los van de gewone tred en transformeer!

woensdag 21 februari 2018

Als een roodborstje?

Ik had in de koffiepauze van het blad harken in de speeltuin al een blogje geschreven met bovenstaande titel. Geen tijd meer om het rustig over te lezen, dus dat deed ik na het werk. Verbeteringen aangebracht en toen heb ik waarschijnlijk een verkeerde knop aangedrukt, want het hele blogje was plotsklaps weggevlogen... Dat herproduceren gaat niet meer... Dus nu maar een herinnering aan dat blogje (zo beweeglijk is het leven, iets is ook meteen alweer herinnering...)

Het begon ermee dat ik weer erg genoot van de rijp op het lichtgroene mos en dat ik het op de woensdagochtend rustiger aan doe dan op de dinsdag en nu met mijn iPad een roodborstje heb gevolgd en op de foto had gezet, hippend in het blad en op een twijg. Mijn werkweek begint nu op dinsdag, en de maandag wil ik voortaan invullen met intensief lezen aan mijn tafel, boven. Misschien een beetje lectio divina: dat is geestelijke lezing, een tekst meditatief lezen ter verrijking van je innerlijk leven. Toen ik leesgroepen in het klooster begeleidde en meditatieteksten schreef, gebeurde dat vanzelf. De laatste tijd is dit er bij ingeschoten.

Dan is na de woensdagochtend mijn werkweek alweer voorbij! Zal ik nou de tijd gaan invullen  met vrijwilligerswerk? Ik weet bijvoorbeeld dat men in de kerk versterking zoekt voor in de ochtenden; dan is de kerk open en dan kunnen degenen die het nu doen vaker vrij hebben... Maar iets in me, wil het zo leeg mogelijk houden en verlangt naar iets van een kluizenaarschap. Ik zag bij BBC News een filmpje van een koptische priester in Ethiopië die elke dag om 6 uur opstaat en dan om 9 uur de rots op klautert, 250 meter steil omhoog, zonder trap.

Daar is een rotskerk met rotsschilderingen uit de zesde eeuw. De man blijft er de hele dag en leest er. Ja de stilte en door niemand daar gestoord kunnen worden... dat is het helemaal voor hem. De camera zoemt uit: je ziet een zwart gat van de ingang in een massieve rotswand hoog in de bergen en verder is er alleen maar ruimte en vergezichten... Zo iemand werkt als een rolmodel voor mij, in een stadse wereld waar het zo gewoon lijkt om je agenda vol te plempen met afspraken en activiteiten... ik wil dit  niet en mijn nieuwe werkomstandigheden geven me ook de mogelijkheid om het anders te doen. 

Misschien is zo’n roodborstje wiegend op een twijg, zingend in het ochtendzonnetje ook wel een rolmodel? En zo eindigde ik dat blogje. Ondertussen kon ik na het werk niet stoppen met wandelen. Met de zon in mijn gezicht en een lichte wind in mijn rug, zoals in die Ierse zegenwens, ben ik uiteindelijk helemaal naar huis gewandeld. Het is heel fijn om de tijd haar gang te laten gaan en daarin te bewegen zonder een direct doel of een nuttigheidsprincipe. Misschien een beetje zoals de man op de rots of als een roodborstje, dus.

maandag 19 februari 2018

Arirang

Ik voel me toch het meest een vis in het water als verschillende culturen, tijden en leefwijzen zich mengen met elkaar en in zekere zin, in het moment Nu, allemaal aanwezig zijn. Je brein als een tastend orgaan dat voeling houdt met veel, heel veel en in het centrum daarvan dit alles waarnemen en daar dan tegelijk ook deelgenoot van zijn. Klinkt dit als geheimtaal?... Zó zag het er gisteren voor me uit.

Ik werd wakker en dacht: Arirang. Waarom weet ik niet, eerder is het opgeslagen en misschien had ik er net over gedroomd ofzo. 'Arirang' is een oud volksliedje uit Korea en is ook de basis van het huidige anthem. Het is ontstaan in de velden en bergen en drukte toen vooral het levensgevoel Han uit: dat is bijna verpletterd kunnen worden door zorg en zwaarte en dan dit zingen en er zo doorheen komen. Zowel Noord- als Zuid Korea hebben het laten opnemen op de werelderfgoedlijst van Unesco, vertelde men bij de opening van de Olympische Spelen.

Maar het lied is nu populair in alle lagen van de bevolking, bij jong en bij oud. Op internet zie je het allerlei soorten van mensen uitvoeren, de hele ouden met het Han-gevoel, jongeren op de dansvloer in discotheken, a capella, jazzy, met symfonieorkesten, klassiek gezongen, enzovoort. Toen de regisseur Kim Ki Duk in 2012 de  de Gouden Leeuw in Venetië ontving voor de film Piëta, zong hij dit lied in plaats van een speech. Korea heeft de ambitie dat dit lied een lied van de hele wereld wordt en nu vooral hoop, optimisme, levensenergie uitdraagt, vandaar dat het zit in de openinsgstune van de Olympische spelen en is het verwerkt in het Olympisch Lied: Let everybody Shine.

Fijne info en toen ging ik naar de kerk. Daar werd het Vietnamees Nieuwjaar gevierd, het wordt het Jaar van de Hond volgens de Chinese astrologie, en de Vietnamese priester meldde in de overweging voor een bomvol publiek, meer Vietnamezen nu, dan ‘witte mensen’, eerst in het Nederlands iets over de trouw, het luisteren van de hond, om vervolgens nog drie keer langer in het Vietnamees door te gaan.Ik hoorde slechts twee Nederlandse woorden: niet-weten en dankbaarheid. Een Vietnamees koor zong en in die liedjes was God de glorieuze en schitterende lente en dat zou ik nou ook in het Nederlands willen zingen.

Voor het altaar een afbeelding van de voorouders en een grote mand met vruchten en dat wordt er altijd geofferd bij de voorouders, weet ik, want dat staat voor vruchtbaarheid. En vroeger, in Indonesië, waren Hollandse appels en peren daarin natuurlijk veel beter en bijzonderder dan tropisch fruit. Na de dienst mochten alle kinderen tot twaalf jaar naar voren komen en kregen ze bij de voorouders een rood zakje met geld. Ik zag het gebruik uit mijn jeugd voor het eerst in een grotere, levende context: ook wij kregen van mijn grootouders Empal met het Chinese Nieuwjaar. In een envelopje zat een mengeling van metalen:  koperen stuivers en ‘zilveren’ guldens, en heel oneerlijk vonden mijn broers en zusjes, de oudste kreeg meer dan de anderen, zo was nou eenmaal het gebruik. Iedereen wenste elkaar Gelukkig Nieuwjaar en dat is leuk, om nogmaals het jaar opnieuw te kunnen beginnen.

Toen kuierde ik onder een bijna lentezon de stad in en ging een antiquariaat binnen. En soms heb ik die stemming: dat ik verwacht er een onbekend boek te vinden, dat als het ware door het universum naar mij toe gezonden is, dat zich door mij wil laten vinden. Ik vond Elected Silence, de autobiografie van Thomas Merton uit 1949. Helemaal raak, wist ik na enkele bladzijden gelezen te hebben. Het motto zijn dichtregels van Gerard Manley Hopkins:
Elected silence sing to me
And beat upn my whorléd ear,
Pipe me to pastures still and be
The music that I care to hear

Het boek stond bij de literatuur bij de M, ik was eigenlijk op zoek naar iets van Murakami, en de man bij de kassa zei: ‘O, spiritualiteit, hè voor vijf euro? Dat is door zo’n nitwit, die van niks weet er per ongeluk ingezet...’ Thomas Merton is wereldwijd een bekende trappist, die veel gepubliceerd heeft en tot mijn verrassing blijkt zijn vader Owen Merton uit Nieuw Zeeland te komen en schilder te zijn, Thomas vergelijkt hem met Cézanne. Door het zwervend leven van zijn vader woont hij rondom New York, in een dorp in Frankrijk, in Groot Britannië. Zijn familie heeft een hekel aan katholieken. Een leuke cliffhangers dus: hoe wordt Merton uiteindelijk een monnik?

Dit bedoel ik dus, het water waarin ik me het beste voel: oost en west door elkaar, het gewone leven en de religieuze wereld en in de avond keek ik naar 'De Luizenmoeder' en naar 'Het hart van China' en dacht nog eens aan 'Arirang': dat lied en de geschiedenis ervan draagt toch ook iets uit van de weerbaarheid en wendbaarheid van de menselijke geest. Leuk, als het over de hele wereld in allerlei versies zou worden gezongen.

De opening van de Olympische Winterspelen 2018: