donderdag 3 december 2020

Almalgamation Choir: meerdere werkelijkheden inéén

Ja! Ze komen weer tevoorschijn door de algoritmes van YouTube: het is het Amalgamation Choir; Live at the Library, wat mij gisteren zo aansprak. Hé, hé, nu is het genoteerd. Vanochtend vroeg waren ze ook zichtbaar, maar later op de dag verdwenen ze weer en nu kwamen ze weer op. Het blijkt een koor uit Cyprus te zijn en ‘Amalgamation’ betekent zoiets als: het mengen van twee of meer dingen bij elkaar. Dat doen ze dus en dat sprak mij ook aan: ze zingen en ‘verstoren’ dat, door ineens ook andere geluiden te maken. Het is een vrouwenkoor en dan zingt er ineens ook één man. Ze hebben een samenwerking gedaan met het museum waar ze bij verschillende objecten zongen om  deze zo een andere, ruimere context te geven.

Ja, het is bijzonder, ik kijk nogmaals naar Ksenitia tou Erota dat begint met het wrijven van handen en geluiden van de wind, dat in gedruppel en regen verandert. Wat ik ook leuk vind om te zien is dat het allemaal vrouwen zijn van ongeveer dezelfde lengte, donker haar, een postuur en gezichten die zo duidelijk níet West-Europees zijn. Onder hen een krant en een bellenblazer, die ze in een ander ‘lied’ zullen gaan gebruiken. ‘Lied’ ofwel een mix, een mengvorm van meerdere geluiden en dus ook werkelijkheden...

Ik heb het nu wel nodig, deze oefening of beweging: om mij in meerdere dingen tegelijk te begeven en dus ook in meerdere werkelijkheden. Ik heb weleens geventileerd  dat ik last kan hebben van een teveel aan empathisch vermogen; ik leef me zó in een ander in dat ik daardoor opgeslokt wordt en daarmee vergeet om zelf te leven... Je ziet dit koor heel vanzelf van het ene in het andere springen, abrupt, maar er gaat natuurlijk veel oefening en daadkracht en discipline aan vooraf. En toch tegelijk een héél erg op elkaar letten en ingespeeld zijn op elkaar... Een combinatie van  eigenschappen die ik wel ‘begeer’.

Dus vandaag oefende ik mij in het ‘mijn zinnen verzetten’ en tegelijkertijd toch alles meedragen wat er zoal speelt. Ik wandelde in de mist die overging in regen en groef met een oud blikje een jonge loot van een dennenboom uit. Om vast kerstsfeer te creëren, bij wijze van. Het bedoelde kleine kerstboompje ging helemaal schuin staan in het kleine blikje, dus nu bungelt er een kersttakje. Met daarin twee uit elkaar geknipte bakjes van waxinelichtjes, zilverkleurige, want daarom gebruikt, als een soort van ‘bloemetje/zonnetje’ versiering omdat ik hier geen kerstversiering heb.  Dus ook maar dunne sliertjes geknipt uit een oud stukje aluminiumfolie. En rode hartjes, geknipt uit een verpakkingsdoos. Dit houdt een mens van de straat en  in het bos.

woensdag 2 december 2020

My Happy family. Gezang uit Georgië

Ik harkte de laatste eikenbladeren van mijn gazonnetje en toen stopte A. van de technische dienst met de auto van het terrein en draaide zijn raampje open: 'Hoe gaat het met de douche, alles droog?' Vorige week had hij er een ander douchescherm ingezet, ongebruikt weggehaald uit een nieuwe bungalow, want die mevrouw wilde per se een glazen scherm en hij had ontdekt dat het mijne er omgekeerd in zat waardoor, als ik douchte, het water door de kieren de vloer op liep. Alles uitstekend nu en er volgde een praatje.

Hij vierde vorige week zijn 63-ste verjaardag en daar was ook mevrouw B. aanwezig, nu 74 jaar, van wier familie deze camping oorspronkelijk was. Toen overleed haar man op jonge leeftijd, ze runde het vervolgens met haar zoon, maar die kreeg een ontsteking aan zijn hersenstam, kon bijna niks meer en loopt nu nog met een soort harnas omdat hij overgevoelig is voor prikkels op de huid. Ze kon het niet meer alleen aan en heeft de boel verkocht. Hij deed hier al klussen toen hij een 15-jarige jongen was, hij was hier altijd, de hele zomer lang en in al zijn vrije tijd en kwam na school hier eerst vijf jaar in dienst, heeft toen een poos her en der gewerkt rondom Hoenderloo en kwam toen weer in dienst, nu 20 jaar geleden. Hij is gescheiden, maar is in het zelfde huurhuis blijven wonen, zijn vrouw vertrok. Gelukkig wonen zijn twee kinderen ook in Hoenderloo, hij ziet ze vaak, zijn vrouw nooit meer en ook zijn zoon en dochter hebben geen contact meer met haar. Zo hoor je dan in een notendop het drama van twee families...

Later op de middag, ik zat op mijn campingstoeltje vlak achter het glas van een heel waterig zonnetje en wisselende wolkenluchten boven de bomen te genieten, met een boek op schoot, stopte E., ook van de technische dienst, die met zijn golfkarretje voorbij kwam. De tweecomponenten verf voor de douche was binnen, maar nu was hij druk met de bladblazer, maar binnenkort zou hij komen schilderen. Opnieuw een praatje: dat hij nu acht jaar een relatie heeft met H., ze wonen dus op het terrein, net als een van de dochters van H. met haar vriend. H. heeft vijf kinderen en het is een goede relatie, ze hoeven maar een blik op elkaar te werpen en ze weten wat die ander voelt. Hij was indertijd op zoek naar een chaletje en zij verkocht en ze mailden: wanneer kan ik komen kijken? Nou, dat kon wel meteen en toen deed zij open met een groot slagersmes in haar handen, ze was aan het koken en het was liefde op het eerste gezicht. Ik weet niet of dit hetzelfde chalet is als waar ze nu in wonen. Tevoren had hij een vreselijke relatie die vier jaar duurde met een verpleegster met twee gezichten: zorgzaam in haar werk, maar thuis wist hij niet wat hij aan haar had.

Familie en relaties;  ze bepalen jouw leven en je hebt het maar een klein beetje in de hand of dat allemaal gelukkig verloopt... 's Avonds keek ik naar de film My Happy Family, een film uit Georgië; een vrouw, docente in de literatuur blijkt, maar  je ziet haar aanvankelijk sloven in een huishouden waar haar ouders en dochter met vriendje inwonen, met een man die voor haar bepaalt dat zij haar verjaardag moet vieren, terwijl ze daar geen zin in heeft. Zij gaat alleen wonen en je ziet haar genieten van de kop thee die ze zet, Mozart in de kamer, zonlicht op de bladeren van de boom buiten.

   

Een film die het verborgen leven van een familie onthult en hoe zij instinctief de juiste beslissing maakte; alleen gaan wonen en dat het ook beantwoordt aan een diep verlangen in haar dat ze altijd al had. Ze gaat ook weer gitaar spelen en zingen en er wordt veel in de film gezongen:  door de mannen op haar verjaardagsfeestje en later op een reünie van klasgenoten van de middelbare school. O ja: Georgische zang, dat heeft wel wat, herinner ik mij uit het seizoen Wie is de Mol? dat zich  in Georgië afspeelde. Ik zocht op Spotify wat muziek op. Ik hoor weemoed en kracht inéén in de polyfonie. 

Vanochtend op YouTube tal van filmpjes bekeken waaronder een vrouwenkoor dat in een kring in een bibliotheek zingt, heel verfrissend en origineel: met het wrijven van hun handen en geknip met de vingers hoor je eerst de wind en het water en daarna heft het zingen aan. In een andere video pakken ze de kranten onder hun voeten op, gaan pratend door elkaar lopen, het geluid van een stedelijke omgeving, dan verstomd dat, ze zingen en eindigen met het blazen van zeepbellen. Zoveel geluid en muziek door verschillende regionen van het leven...

Maar na nog meer filmpjes waaronder mannen in klassieke folkkleding, gemengde groepen in de bergen, het lijkt erop dat zang in Georgië een echt onderdeel is van de cultuur in alle lagen, al vanaf de achtste eeuw zegt iemand in begeleidend commentaar, kan ik de vrouwen in de bibliotheek niet meer terugvinden... Ik zie wel mannen zingen rondom een eettafel, net zoals in de film en één filmpje wil ik wel bewaren in dit blog, alvorens het verdwijnt: Saqartvelo lamazo-sufraze namgeri. Wat de woorden betekenen, geen idee. Het doet er ook niet toe, het komt zó wel binnen en het past bij de verhalen die ik hoorde en bij mijn huidige stemming. 

maandag 30 november 2020

Panis Angelicus

Vanochtend vroeg werd ik wakker en leverde You Tube Panis Angelicus, Sissel & The Tabernacle Choir. Zo prachtig. Het brood van de engelen, dat je voedt... Troost en kracht geven; het zit in het menselijk brein als vermogen...Of betreden we hier het gebied van het niet-weten en het-maar-in-het-midden-laten? Je kunt wel nuchter en rationeel zeggen: als je dood gaat, dan is er niks meer, maar eigenlijk kun je zelf er geen voorstelling van maken dat je eigen bewustzijn stopt.

We gaan elke nacht slapen en ook dan stopt in zekere zin je wakend bewustzijn, je bent er even niet meer, je ligt laveloos, zonder controle op jezelf in je bed, je geeft je over aan de slaap in de vanzelfsprekende hoop dat je de volgende ochtend wakker wordt. In de laatste keer op een dag dat de zusters in het klooster in de kapel samenkomen, is er ook een gebed met de woorden:’leidt mij veilig door deze nacht heen’  en dat wordt dan aan God gevraagd. Elke keer als dat werd uitgesproken dan dacht ik: o, ja, zo is het, ik kan morgen niet ontwaken... Daarvan zeggen sommige mensen: het is wel een mooie dood, in je slaap sterven. Alhoewel er anderen zijn die het verschrikkelijk vinden, zij willen liever bewust afscheid kunnen nemen. 

Ik hoor bij de eerste lichting: laat mij maar ongemerkt door mezelf, gaan. Maak dan een ronde door mijn huis, huizen, moet ik nu zeggen,  om eruit te halen wat je wilt en daarna een opruimdienst en klaar. Ik hoop en wil dat het degenen op wiens bordje dat komt zo weinig mogelijk moeite kost.  Vrijwilliger R., zou hij nog leven?, van wie bijna niemand wist, ook zijn vrouw niet, dat hij heel ernstig ziek was, zei: ‘Gooi mij maar in de klikobak, klaar’ en dat is ook mijn motto.

Ze zeggen wel dat je zó moet leven alsof elke dag je laatste is en iets in mij heeft dit van jongs af aan wel in de oren geknoopt. Leven met intensiteit, in alle schakeringen die er op het dagelijks kleurenpalet kunnen ontstaan en soms mengt de verf zich vanzelf en begeleidt het en kleurt het je dagen. Misschien is het wel aan jou en ligt dat in je eigen vermogen: Kiezen of je je dagelijks voedt met hamburgers of met het brood van engelen. 

Loenense waterval. Mondo

Na twee dagen dichte mist in het bos brak gisteren de hemel en het uitzicht weer open, zon met heldere luchten.  Dat noopte mij om de omgeving te gaan verkennen, op de fiets, mijn horizon te verbreden.Dus ik fietste richting de snelweg en ging op weg naar de Loenense Waterval. Dat is de grootste waterval van Nederland. De waterbron ligt in de bossen en dat water is geleid naar beneden, om het Apeldoornse Kanaal in 1889 van water te voorzien zodat daar scheepvaart mogelijk werd. Die waterweg is de Vrijenbergerspreng gaan heten. De beek is 15 kilometer lang en heeft onderwijl een verval van 6.5 meter en om te zorgen dat er niet teveel zand zou meekomen, zijn er stenen trappen gebouwd en dat is dus bezienswaardig:  de waterval.

Nieuw: eerst langs de snelweg fietsen, die oversteken en meteen in een heel andersoortig bos komen: glooiender en lieflijker. Het fietspad volgt het water, waar je ook nog de muur van de achterkant van het Ereveld van Loenen passeert, waar veteranen uit allerlei oorlogen in het bos hun laatste rustplaats vinden. Ik werd mij bewust dat het bos waarin ik vertoef veel woester is, met hoogte en laagteverschillen en allerlei boomsoorten door elkaar en begreep nu de namen die er bij mij circuleren: de Woeste Hoeve en de Woeste Hoogte. Als locatie van mijn boshuisje vind ik dat wel leuk, aan de rand van wat grilligheid. Het watervalgebied is helemaal ingericht om nu ook wandelaars te laten flaneren en dat ga ik vast nog eens doen.

Ik kwam weer thuis via Beekbergen en Appie, waar ik in het begin van de week bonusaanbiedingen zag die ik wel mee wilde nemen, maar wat niet handig was omdat ik te voet was, zoals twee netten mandarijnen voor de prijs van één. Nu scoorde ik deze alsnog. Ik zag de maan opkomen, ha!, het was weer volle maan, mijn toptijd. Met nauwelijks een lichtje aan keek ik eerst naar podium Witteman, even landen in de klassieke muziek waar Edisons werden uitgereikt en daarna het kunst- en cultuurprogramma Mondo dat ik vorige week voor het eerst ontdekte.

Nu was Adelheid Roosen gastsamensteller, gaat dat zien!. Het motto dat zijzelf ook ten zeerste bezigde over haar eigen keuze. Haar gasten en zijzelf grijpen je bij de lurven. Het begon met pianospel van Joop Beving waarvan zij zegt dat ze deze vaak keihard in haar atelier heeft aan staan omdat de muziek haar naar een ander plan brengt. Terwijl de intensiteit van de noten groeiden, zag ik alle gasten aan tafel plastic handschoenen aantrekken, elkaars handen vastpakken en strelen en elkaar dichtbij aankijken met een spatscherm tussen hen in. Het ontroerde mij.

En er volgt nog zoveel meer: zang met een oosters snaarinstrument, een ode aan vitaliteit en levenskunst gericht aan vrouwen die allemaal in de haarvaten van de samenleving actief zijn in Rotterdamse wijken en die via Zoomschermpjes aanwezig waren, een Tunesische vrouw die sprak over erotisch kapitaal en de sappen die vanuit je benen kunnen vloeien, een prachtig dansduet van een vrouw met een schaduw. En dan zat daar, met een geheel andere sfeer om zich heen, ook Maxim Februari, die als enige niet mee danste om die sappen tot leven te wekken, ik kon zijn ongemak wel goed begrijpen. Maar toen bleek hij voor Adelheid de koning te zijn, waarvoor zij diep boog. Hij was het die met al zijn eruditie in gewone taal haar elke keer weer de juiste richting wees. 

Wát een goede en enerverende aflevering, die ik zeker in herhaling weer ga bekijken. Een andersoortige waterval dan die van overdag. Een energie die stroomt terwijl de maan steeds hoger naar de hemel klom en rond middernacht de sterren deed verbleken, zo fel scheen zij. 

Terugkijken Mondo:

- https://www.vpro.nl/programmas/mondo/video/afleveringen/2020/29-november-2020.html


zondag 29 november 2020

Chai drinken enzovoort

Ik lees de column Megastad in Trouw altijd. Journalisten vertellen over dingen die ze zien en meemaken in het leven van  alledag in de metropool waar zij gestationeerd zijn. In de zaterdagkrant nu een bericht van Aletta André vanuit Delhi over ‘chai’ dat is de thee die je overal kunt drinken en dat je pas een echte inwoner bent als je een favoriete plek hebt waar je het drinkt. Zelf proeft zij niks bijzonders, maar voor anderen is de smaak uniek en gekoppeld aan strengen herinneringen.

Ik dacht prompt aan ‘mijn’ theestalletjes in Mahabalipuram. Er was er één op de hoek bovenaan de straat bij de hoofdweg. Daar ging ik later in de ochtend heen, na mijn lange strandwandeling. Niet te laat, want ik ontdekte dat theestalletjes in de ochtend en in de namiddag open zijn, ertussen in staat de grote pan omgekeerd op een tafeltje naast het gas, het wordt dus dagelijks twee keer vers bereid. Het bestaat uit een mengsel van minstens zeven kruiden, waaronder kardemom, gember, kaneel, steranijs, kruidnagel. Het smaakt zoet en kruidig ineen en het wordt voor je neus gemengd met hete melk in een smal hoog glaasje.

Er is ook een grote keten die 12.000 smaken aanbiedt, door de computer-robot gebrouwen. Toevallig had ik de dag ervoor gekeken naar de film Miss India, waar een jonge ondernemende vrouw haar chai in Amerika wil positioneren, de koffiecultuur doorbreken. Een heerlijke Indiase film, waar het verhaal met muziek en ‘morele’ reflectie ertussendoor verteld wordt: dat je tegenslag onder ogen kunt zien, je bedrog kunt overwinnen en de doorzetter wint. Ik zou graag overal op de hoek van de straat thee kunnen drinken zoals in India, maar waarschijnlijk zit het aangename van de herinnering erin, zoals Aletta observeert, dat je het ergens op een betonnen muurtje dronk of op een plastic stoel tussen willekeurige anderen. Dus niet keurig netjes op een terras.

Ja, voor mij geldt dat zo: laat op de ochtend dronk ik het op een wankel bankje en ik zie nu steeds een oude man haaks op het andere bankje zitten, met zijn tanige dunne zondoorstoofde benen en  blote knieën en stoffige slippers. Iedereen in India drinkt chai. 's Avonds als het al donker was dan dronk ik er eentje vlakbij het busstation voordat ik verderop in de straat naar Wiki en Sunjay ging, om te eten. Daar ging ik zitten op de stoeprand bij de grond, terwijl onder mijn benen een afvoer liep en  vaak keek ik direct in een paar grote koeienogen of ik bekeek het afval dat in een hoopje vlakbij geveegd was. De theemaker had een zorgelijk, gepijnigd gezicht waar je de ‘hardship’ van af kon lezen. Soms probeerde ik zijn blik te vangen en keek hem dan breed glimlachend aan, op zoek naar die andere, die ik er ook vermoedde en dan kon ik een stralende rustige glimlach terug ontvangen... dat is India...

Al die mensen die je nu door de winkelstraten ziet schuifelen, zodanig dat de burgemeester vervroegde winkelsluiting moet verordenen... Ik kan het ondertussen niet meer zien als alleen maar kooplust, ik zie de behoefte om te schurken aan elkaar, eindelijk weer meer mensen om je heen, een massa vormen, een groep zijn, anoniem onderdeel van een groter geheel... op straat, in winkels, cafés en restaurants, theaters en concertzalen, circustenten, in een stadion... Soms denk ik dat pas over een paar jaar de impact zal blijken, wat dit betekent: dat de mensheid al zo’n poos dát niet kan: zonder nadenken en argeloos  mens-zijn. 

vrijdag 27 november 2020

Among the Birks

Ja, het was mistig in het bos, maar het had wel wat. Dat grijze, grijze, grijze om mij heen, met de steeds dunner wordende boomstammen en takjes in al hun fragiliteit. Nee, de stammen worden niet dunner, maar alles verliest aan massa en volume,  een ijlheid blijft over, die in de nevel nog eens extra verdunt. 

Ik begon in  de autobiografie van Barack Obama, A Promised Land. Hij kan schrijven, meteen vanaf het begin hoor je een persoonlijke stem, een klankkleur, wellicht omdat je zijn echte stem kent; warm en betrokken. Het Witte Huis ademt ineens weer van leven, dat er een mens heeft gewoond van vlees en bloed die elke dag bewust dat stukje in de buitenlucht liep, van de privévertrekken naar The Oval Office en weer terug. Dat hij genoot van de rozen tot in de winter uit de kassen, een sterrenhemel, de tuinmensen die alles lieten groeien. Dat het de entourage was van belangrijke persmomenten, maar ook de plek waar hij met zijn dochtertjes over het gazon rolde. Wat een contrast met die laatste beelden van nu: het Witte Huis gebarricadeerd met grote hekken, een bewoner die zich daar nu in verschanst en alleen naar buiten komt om ergens anders golf te spelen.

Ik maakte een wandeling door het mistige bos en de regels vielen mij binnen: Moments come, moments go, but it’s moments such as these that mean a light. Dat komt uit een liedje van Gallagher & Lyle; 'Among the Birks' en dat speelt zich in de lente af, heel anders dan de diepe herfst van eind november. O... dit is gek, ik zoek het liedje op bij YouTube en er komt helemaal geen lente in voor... Ik heb er altijd een berkenbos bij voorgesteld met van die heel lichtgroene, tere blaadjes. Maar het gaat over het bewaren van momenten in de tijd.

Dus nu heeft het liedje er een kaal berkenbos bijgekregen, dunne, iele berkenstammetjes zoals ze hier in de bossen te vinden zijn. Het is zoals bij dat Witte Huis, een gelaagd en dubbel beeld geworden. Er kan een bewoner zijn die het huis ontvlucht en golf gaat spelen ter ontspanning, opgesloten in zijn eigen gelijk, de Corona crisis in zijn land negerend, of het kan bewoond worden door iemand die in zijn eigen toekomst zal gaan  schrijven  over A Promised Land. Of die ooit zal komen weet hij niet. Maar het begint ergens door in het hier-en-nu te blijven ademen, je bewust te zijn dat elk moment telt en gekoesterd kan worden, een berkenbosje te ervaren te midden van het stenen Witte Huis.

donderdag 26 november 2020

Patchwork van verleden en heden

Als ik hier de bossen in loop of eruit fiets dan is er ook altijd een bewustzijn van een lichte weemoed. Dat ik dit hier mee mag maken, zo midden in de natuur zijn, de vrijheid van beweging en adem. Weet hebben van de fragiliteit van geluk en het leven, zien dat alles altijd maar in beweging is, niks blijft. Alleen in je eigen geest blijven dingen bewaard, ze leven voort en het kan goed zijn dat jij de enige bent die ook gedeelde ervaringen heeft opgeslagen, een ander kan zeggen: ik weet daar niks meer van, is dat echt gebeurd? 

Ik fietste gisteren door park de Hoge Veluwe naar de andere ingang, naar Otterlo. Zo mooi en herinneringen werden kleine kleurige lapjes in een patchwork. Bij het slot van St. Hubertus, zag ik mij én als kind voor het eerst op het ijs van de vijver, én met de hele familie op de fietsen, Vader en Moeder in bakfietsen, én met Moeder alleen in de auto op een prachtige winterse dag met een dik pak sneeuw. Bij het monument van De Wet dronk ik nu thee op een natte picknicktafel, maar daardoorheen verweven zag ik Moeder en Zusje op die warme dag in de zomer, de laatste keer dat zij in het park was.

Pas kwam ik een oud blog tegen van 12 september 2010, met nichtje L. en haar moeder in het park en ook toen  herinneringen ophalend. Nu is dat zelf een dierbare herinnering geworden: ik dacht eraan dat ik in het Kröller-Müller Museum aan L. ‘kunsteducatie’ gaf door haar te vertellen dat je kon zien dat Vincent van  Gogh soms vrolijk was, maar niet altijd; kijk maar naar de donkere woeste dikke verf van deze grillige pijnbomen. Zij was toen nog acht, nu een jonge vrouw van negentien. Pas stond ik er weer naar te kijken: er staan twee vrouwenfiguren onder, het kunnen twee zussen zijn met achter hen het ongrijpbare van het gevoelsleven...

Terwijl ik net weer even dat blogje van 12 september opzocht, haakte mijn oog aan een andere: het is de woensdag erna, leesgroep bij de Clarissen, die ik begeleidde. Ik laat het gaan over communicatiepatronen; over insluiting en uitsluiting. Dat degene die een patroon van uitsluiting bezigt, dat ook kan doen uit honger om juist gezien  en erkend te worden... Wat ben ik zelf weinig veranderd in tien jaar tijd... In het patchwork dat ik leg, zie ik mezelf met dezelfde draad de boel steeds aan elkaar naaien... Exclusief in mijn eigen brein en het is voor mij, geloof ik, een heel belangrijke activiteit, het houdt mij levend. 

Zo kan het dan gebeuren dat ik van het Hoenderloo  met de kauwgumballenboom toen ik kleuter was, terecht ben gekomen op rijpe leeftijd in het Hoenderloo  van mijn boshuisje.