donderdag 31 maart 2022

Wonderlijk ochtendgesprekje

O! Wat verrassend om wakker te worden in een witte wereld. Gauw de ochtendkoffie opslokken, met cake en dan naar buiten, om nog alle sneeuw op de dunne takjes en twijgen te zien en als eerste je voetstappen te zetten op een wit bospad. Vers brood halen bij het supermarktje in het park hiernaast, dat sinds 19 maart weer open is.

Bij de kassa een wonderlijk gesprekje. Zij vertelt mij dat ze op het park woont en met haar man de eigenaar is van de winkel, gepacht, dus. In november zijn ze nog bezig de winkel schoon te maken voor de winterstop en dan gaan ze in december naar familie in Barcelona. Veel familiebezoek, uitgaan in de stad daar komt ze nauwelijks toe, haar zoon woont er. Dan zegt ze ineens: 'Jij doet mij herinneren aan mijn tante… Ze woont op een boerderij, niet met dieren maar met planten. In de bergen van Montserrat. Anderhalve week ga ik bij haar op bezoek. Zij is alleen, heeft geen man en geen kinderen… Zij is stil, grote persoonlijkheid, veel kracht… jij ook.’

Nou, gek hoor, ik had niks over mezelf verteld, alleen maar geluisterd en ze begon uit zichzelf te vertellen na mijn vraag, hoe ze de winterstop doorkomt, van oktober tot maart. Ze zit dan in haar chalet, met haar hond, en man natuurlijk, maar het mooiste moment vindt ze als ze 's ochtends vroeg wakker wordt, haar man slaapt nog. ‘Dan heb ik alles voor mezelf…  een kopje thee, ik kijk naar buiten en dan voelen, goed voelen, diep in je… dat is belangrijk… genoeg voor de hele dag, geeft…’ Ze roffelt met haar handen, als Tarzan op de borst. ‘Energie’, zeg ik. ‘Ja!’ knikt ze. Ze spreekt Nederlands in korte haperzinnen.  Ik kan niks anders zeggen: zo’n gesprekje geeft mij energie en maakt mij blij.

woensdag 30 maart 2022

Ook dieren komen en gaan

Goh. Je kunt je zo hechten aan dieren om je heen. Realiseer ik mij. Ik kreeg het bericht dat Sam, een van de twee poezen waarop ik pas als ik op de boerderij in Kranenburg ben, dood is. Ze hoorden vroeg in de ochtend een harde ‘Boem!’, bleek dat hij naast de tafel lag, nog warm. Sam kwam altijd meteen naar mij toe als ik arriveerde, deed een welkomstgroet en bleef ook altijd in mijn buurt, terwijl hij als schuwste van de twee bekend stond. Bah. Het is wel de mooiste dood als je mens bent, realiseer ik mij exact tegelijkertijd, alhoewel voor de omgeving wel heftig.

Ondertussen vier ik elke dag mijn leven, speciaal op mijn verjaardag, maar eigenlijk elke dag wel ben ik mij bewust dat alles zomaar kan eindigen; het geeft een soort urgentie aan alles, ik wil geen tijd verspillen. Gisteren fietste ik door een stille Hoge Veluwe waar de ochtendzon heel langzaam door de dichte wolken brak, naar het Openluchtmuseum. Daar bezocht ik allereerst mijn nieuwe ‘roots’: De Molukse barak, waar  hele families woonden in een kamer, op een oppervlakte van mijn huisje: drie stapelbedden aan de kant, in het midden een tafeltje met wat stoelen, een kachel aan de zijkant, de was die door de kamer hing en dan  gezamenlijke wc’s, een douche, een keuken. 

Mijn nieuwe roots: omdat er op dit terrein hier, ook zulke barakken hebben gestaan, ik kan mij nu nog beter voorstellen hoe voor de hoofdwegen hier,  het eerst het bos is weggehaald en dan aan weerszijden tussen de bomen deze barakken zijn gebouwd… Nee, de Molukken zijn niet mijn roots, integendeel, ik had een vader die nationalistisch voor Indonesia was en het had over de wrede indoctrinatie van Molukse kinderen. Maar er was een interview met één van de treinkapers in Drenthe, die hiervoor 9,5 jaar in de gevangenis heeft gezeten. Hij is in de barakken hier, groot gebracht: veel buitenspelen met andere kinderen hoort bij zijn dierbare herinneringen... En ik zag dat dit géén indoctrinatie is: dat is verlangen naar een écht thuis, notabene ook beloofd, in plaats van twintig jaar leven in een barak, waar alleen het matras waarop je slaapt van jou is. 

Een buurvrouw had afgelopen week een keer zeven everzwijnen rond haar huisje gezien en de andere keer twaalf, ze draven hier gewoon voorbij, zei ze. En ik werd wakker van gestommel en hoorde echt geknor naast mij. Dus ik sta op met een lantaarnlamp, loop mijn huiskamertje in, doe het lichtje weer uit, laat mijn ogen wennen aan het donker en staar naar buiten. In de hoop dus, om een rijtje everzwijnen voorbij te zien lopen. Dan zie ik ineens het absurde van deze poging: als ik ze eerst achter mijn huisje hoor schuifelen en knorren, dan zullen ze geen U-bocht maken om voor te verschijnen! 

Deze anekdote plopt en nu tussendoor omdat in mijn achterhoofd waarschijnlijk toch vooral die plotselinge dood van Sam, die niks mankeerde,  zit… En ja, gisteren brak ook de zon door en was het weer helemaal lente, waarvan ik op meerdere bankjes genoot in dat Openluchtmuseum. Uitzicht op Zaanse huisjes, een kruidentuin. Een roodborstje kwam heel dichtbij en bleef om mij heen huppen.

maandag 28 maart 2022

The Magic Fish. Beowulf

De meeste graphic novels die ik bestel komen de dag erop of anders binnen één tot drie weken. Dan stel ik me voor dat de eersten uit een magazijn in Nederland leverbaar zijn en dat die anderen dan elders besteld moeten worden. Nu zijn er tot nu toe twee, die er meer dan een half jaar over gedaan hebben, alvorens te arriveren. Tussendoor komt er dan telkens een bericht met de nieuw verwachte levertijd. Moet ik mij hierbij voorstellen, dat er ergens in het algoritme van het boek genoteerd is, dat deze ergens op de wereld nog bestaat, alleen weet men even niet waar, en daarom echt wel een weg zal afleggen naar mijn handen? 

De eerste is van een Vietnamese kunstenaar uit het enigszins alternatieve circuit:  The Magic Fish van Trung Le Nguyen. Het belang van taal, tekeningen en ‘het narratief’ dat betekenis geeft aan het leven: het zit allemaal in dit boek. Drie kleurensoorten worden gebruikt: rode-roze voor het heden, zandkleurig bruin voor het verleden, blauw-paarsachtig voor de sprookjes en verhalen die moeder en zoon aan elkaar voorlezen. 

Het is meteen ook een verhaal dat ook nu weer een nieuwe versie zal krijgen: Moeder is een Vietnamese vluchteling die op een bootje hiernaartoe is gekomen, onverwacht, omdat zijn vader die al opgesloten was in een kamp en bevrijd, een kans kreeg om direct te gaan. Ze moest haar oude moeder achterlaten. Haar zoon blijkt ‘gay’, maar dat woord bestaat niet in het Vietnamees en hij weet niet of hij ooit aan zijn moeder duidelijk kan maken wie hij is. En dan blijkt dat de sprookjes die ze aan elkaar voorlezen, hen uiteindelijk te kunnen verbinden, mengelingen van De Kleine Zeemeermin en Assepoester zijn erin terug te vinden. In beide het thema van transformatie, de vraag bij wie je hoort, wie je bent…

Moeder gaat halsoverkop terug naar haar geboortedorp, haar moeder ligt op sterven. Ze ontmoet daar haar oude tante en ze zegt: ‘My past and present selves speak two different languages. It feels like I died on that boat. And I’m still stuck in the middle of the oceaan’ En dan denk ik aan die miljoenen vluchtelingen nu: zoveel verscheurdheid… De eerste stroom kwam met hun huisdieren, kinderen krijgen nu online les van hun schooljuffrouw vanuit Oekraïne, wier huis weggebombardeerd is, vaders die vechten aan het front en dat heeft iets van een middeleeuwse ‘allure’, of zoals je het kent uit  The Lord of the Rings: één-op-één, nu mens tegen mens,  en tegelijk de angst dat het oog van Mordor uiteindelijk totaal vernietigend zal toeslaan.

Vorige week kwam Beowulf binnen, zo’n klassiek, episch lang gedicht uit ongeveer de 10e eeuw, over de strijd tegen een monster, waar je dan vaag wat van weet, maar waar je nooit aan toekomt om het te lezen. Totdat ik dus tekeningen zag van David Rubin, en de expressie en de dynamiek spatte ervan af. Dus dit leek me het moment om toch kennis te maken met Beowulf, dacht ik, heel lang voordat de oorlog in Oekraïne uitbrak. En nu lijkt het één op één werkelijkheid. Een monster dat verslagen moet worden met heel weinig middelen, gedreven door innerlijke kracht en noodzaak. En dat monster is veraf, buiten ons, maar kan ook  dichtbij zijn: in jezelf, de kaft toont dit. In de oorlog van Oekraïne lijkt voor een deel ook het lot van de westerse ziel besloten. Wie wint: het monsterlijke of het menselijke? 

vrijdag 25 maart 2022

Geloofssprong

Vroeger leerde ik dat in de theologiestudie: Dat er een Leap of Faith zou bestaan. Dit houdt in dat er enerzijds een rationele en weldenkende mens zou zijn, die het leven baseert op feiten, calculatie en aantoonbare bewijsvoering en onderzoek en dat er anderzijds als het ware een geloofsmens zou zijn. Wie zich christen wil noemen en onderdak wil krijgen bij de heilige katholieke moederkerk, maar ook bij haar vele afsplitsingen, die moet op een moment die geloofssprong maken: overgave aan wat niet zichtbaar en concreet  is, maar aan God. En wie en wat God is, dat vind je vervolgens terug in de geloofsbelijdenis.

En zo kan het gebeuren dat ook in deze tijd iemand als Stephen Sanders zich in het openbaar in allerlei gedachtekronkels begeeft, om die geloofsbelijdenis te beamen. Zijn intellectuele vrienden begrijpen hem niet meer, hij wordt weggestoten. Maar ook dat hoort op een vreemde wijze bij dat geloof: dat je offers moet brengen: Jezus is tenslotte ook aan het kruis genageld. Helaas, vanuit een ieder met een beetje intellectueel vermogen, kun je niks anders concluderen dat Stephen Sanders in een ‘fabeltjesfuik’, zoals Arjan Lubach dit woord verzon, is gezwommen, gelegitimeerd en van een basis voorzien door de theologie, die ooit een koninklijke positie had in het gebied van de wetenschap…

Is het nu dan een kwestie van of… of? Ofwel je bent een weldenkend mens ofwel je neemt die geloofssprong, waardoor je ‘andersoortig’ wordt en in eigen ogen en beleving, eindelijk een thuis vindt, troost, een echt zinvol en betekenisvol verband? Je zou bijna denken dat dit een reëel dilemma is. Totdat je je realiseert dat je alleen maar meegaat in een verhaal, ‘een narratief’ heet dat tegenwoordig, dat mensen zelf hebben verzonnen. Je creëert een fantasie, een droom en omdat die er dan ineens is, komen daar bijhorende vragen, problemen en acties die gedaan moeten worden bij.

Stel dus, dat er geen ‘geloofssprong’ is, wat is er dan wel? Dan ontstaat er een nieuw onontdekt terrein waar je stap voor stap op onderzoek gaat, hoe te wandelen op andersoortige terreinen, ook met hindernissen die telkens opnieuw eigen uitdagingen geven. En daarin moet je keuzes maken. Als ‘naastenliefde’, ‘zorg voor de armen en kwetsbaren’, kernwaarden zijn van de christelijke boodschap, dan is het nú in deze tijd, welhaast een morele plicht om afstand te doen van het instituut katholieke kerk, waar geen plek is voor deze waarden, getuige de uitsluiting van vrouwen, homoseksuelen en de wijze waarop dit instituut verbonden is aan macht, de Wereldbank etc. Niet voor niks kan de Paus wel vanaf zijn balkon in Vaticaanstad oproepen tot vrede, maar niet naar de grenzen van het Westen reizen om vluchtelingen daar te gaan troosten, want daarmee kiest hij als het ware partij, hij moet toch ook de banden met de Russisch orthodoxe kerk openhouden.

Deze tijd laat zien dat er ook wél een geloofssprong nodig is. Zelensky laat dat in zijn 'narratief' zien: geloof je in de overwinning van Oekraïne en daarmee ook in de overwinning van westerse waarden als vrijheid en democratie? Wat hebben we over voor dat geloof? Zelensky zegt dat zijn land doorgaat tot het wellicht heel bittere einde, hij vraagt steun van het westen. Dat deze geen no-fly zone kan  geven, dat is te begrijpen uit het oogpunt van escalatie. Maar het Westen kan wel besluiten om zelf ook een concreet offer te brengen: Nu Poetin wil dat de uitbetaling van geleverd gas en olie in roebels moet, zou het Westen kunnen zeggen: Oké, dan maar niet, en daar zullen we zelf zeer onder lijden, maar dat moet dan maar, voor ‘de goede zaak’. Dit is een geloofssprong: zonder de afloop te weten, neem je een sprong of een duik in onbekend water. 

Zo is het op wereldniveau, maar in het persoonlijke leven is het nét zo. Niet bang zijn voor afscheid en verlies, want naïef toedekken van wat in de grond niet juist is, dingen vergoelijken, wat krom is recht proberen te praten…  Dat kan niet. Dat gaat ten koste van eigen integriteit en waardigheid, het maakt je kleiner dan dat waartoe we uiteindelijk geroepen zijn (door wie? De ene noemt het God, de ander ‘het morele geweten’ of het menselijke bewustzijn): in vrede met elkaar leven met empathie en mededogen als verbindende knooppunten en die knoopjes zijn er om dagelijks te maken, zelfs als dat ook snijden en strijd betekent. Omdat je hoopt op een ommekeer.

Een cellist die speelt in een kapotgeschoten stad, een pianist die Chopin speelt te  midden van haar eigen woonkamer in puin, de violiste in de schuilkelder, dat meisje dat ‘Letting Go’ zingt en toen in een feestjurk het Oekraïens volkslied zong in een concertzaal vol lichtjes…  Er is geen één enkele geloofssprong naar een geloofsbelijdenis die je een toegangskaart en garantie verschaft naar een blijvend thuis: er zijn de hele dag talloze geloofssprongetjes te maken, die een caleidoscopische waaier geven, waar je in fragmenten soms géén thuis vindt, integendeel. Maar soms ook zal er een kleurig patroon ontstaan tussen mensen en soms kun je daar zelf mee gestalte aan geven. Een wereld waar even alles klopt; eindelijk thuis, op je bestemming gekomen, even een wereld van verbinding en vrede.

woensdag 23 maart 2022

Lente-activiteit; citroenvlinder

Dit zijn natuurlijk geweldige dagen: om in de ochtendvroegte, met het dauw nog op het gras, buiten te kunnen ontbijten, terwijl de vogeltjes steeds harder van zich laten horen. De diepte en hoogte van dat geluid, de variatie aan deuntjes, dat het overal om je heen weerklinkt: Zo heel anders dan die enkele mussenkolonie op het dak van mijn stadhuis. En dan de warmte van de zon op je huid…  heerlijk.

Gisteren, liggend op het bankje in de zon, kwam ik op het idee, om ook de overgebleven dennentakken, die nog in het achtertuintje bij de buren liggen, van de storm uit de hoge dennenboom, te gaan gebruiken als natuurlijk schuttingsmateriaal aan de voorkant. Daartoe knipte ik eerst al de groene dennenaald-takjes weg en daarna plaatste ik de kronkelende takken in de laurierkers-struikjes. En dan met ijzerdraad het aan elkaar bevestigen. Dat voelde als oeroude handelingen: want zo heb ik ook de gehele schutting aan de zijkant van mijn stadsachtertuin in de loop van vele jaren opgebouwd. Uit restmateriaal van snoeiwerk, voornamelijk  bamboe.

Dan is er weer een cyclus doorlopen: want onderwijl kwam er een bericht van mijn huisgenoot, dat de woningbouwvereniging langs was geweest en vond dat na het broedseizoen de bruidssluier aan de zijkant wel moest worden uitgedund. Aan de ene kant opbouw en ergens anders weer inperking… Je kunt er niet omheen dat het in het leven altijd weer een komen en gaan is.

Er daalde een dagpauwoogvlinder op mijn knie, de eerste die ik hier zie, en die voor mij aan Moeder is gekoppeld, omdat die op de dag van haar uitvaart ook neerstreek, binnen in mijn slaapkamer en daarna weer, op cruciale momenten, zoals haar verjaardag. Was het nu weer zo’n speciaal moment? Bij mijn weten niet. Toen fladderde er ook ineens een grote gele citroenvlinder, die heb ik in al geen jaren gezien. Ik dacht aan Broer. Ik kwam in de eerste klassen van de middelbare school vaak bij een gezin die in de citroenvlinderstraat woonde,  bevriend met M. met meerdere broers om haar heen.

Één van die broers leerde mij Simon en Garfunkel kennen. Die twee liederen in het begin van de gelijknamige albums: Sound of Silence en Bridge over Trouble Water… Ze passen bij deze tijd. Door die broer heb ik waarschijnlijk het overgenomen, denk ik nu, om muziek weer vanzelfsprekend  met mijn broer te delen. Citroenvlinder: hopen op verzachting en verzoening hoe onbereikbaar dat soms ook lijkt, hoe machteloos je je soms kunt voelen, terwijl je dat zou willen kunnen: Like a bridge over troubled water, I will lay me down. Citroenvlinder, die zich hier ergens heeft genesteld: verlangen naar metamorfose.

maandag 21 maart 2022

I got life


Vanavond kan ik voor de tweede keer eten van de resten van het kleine buffetje dat ik voor de boekenclub gemaakt had. Na een wandeling over de hei in de late middagzon, begon meteen het smikkelen en dat ging door tot het einde, toen als laatste de tiramisu naar binnen werd gewerkt. In de tussentijd, vóór het opdienen van het kastanje-champignonsoepje  deden H. en I. nog een workshopje, waarvan te voren over de mail werd opgedragen dat de rest, B. en ik, wél mee moesten doen en dat het met zingen te maken had.

Nou, zingen is een hartstochtelijke wens van mij, om dat te kunnen, maar ik kán het niet. Ik veroorzaak chaos en dat anderen uit de toon raken. Dat was toch bekend? Toen we alweer bijna vijf jaar geleden een liedje gingen zingen voor B. die toen 55 jaar werd, op een tekst die ik gemaakt had op het liedje Fifty Ways to Leave your Lover van Paul Simon, moest ik uiteindelijk toch maar mijn mond houden en met gebarentaal en uitbeelding bijdragen aan de feestvreugde.

Maar nu zou het oké zijn, als ik meezong en ja, het was bijzonder om in deze tijden juist dit liedje eerst te beluisteren, was de bedoeling, maar waar iedereen als spontaan al meezong en toen nóg een tweede keer, bij kaarsen en het licht van het computerscherm: Ain’t got no, I got life van Nina Simone. Als toegift, op aanvraag,  bekeken en luisterden we naar Missisippi Burning, uit het begin van haar carrière, waar ze uit haar tenen met zoveel kracht en verzet zingt over de segregatie in haar land. Zij heeft een opleiding tot klassieke pianist gehad en bleek daarna in het witte Amerika niet aan de bak te kunnen komen.

Verzet, trauma, pijn, het is helaas van alle tijden. Levenslust en levensmoed ook. Dat lees je ook in alle literatuur  die wij in de loop van al zoveel jaar tot ons hebben genomen, onderwerp van veel gedachtegangen en discussies.  Het was weer een gedenkwaardige  boekenclub.

vrijdag 18 maart 2022

Niets is waar en alles is mogelijk

Gisteren was het een dag met contrasten, die gelijk opliepen met het weer. De dag begon bewolkt en een beetje koud en ik besloot boodschappen te gaan doen en ook even te snuffelen in de kringloopwinkel, dat is twaalf kilometer verder op de fiets. Ik heb nu een kleine diepvries in mijn schuurtje, weer zomaar uit de lucht komen vallen. We aten met de familie in het restaurant hier, ik zei dat ik weleens een  diepvriesvakje miste in mijn koelkastje, E. de buurvrouw hierachter bediende, een baantje dat ze ooit scoorde en waar ze veel lol aan beleeft, en die zei: 'Hoor ik diepvries? Ik heb er binnenkort wel eentje voor je, want ik neem de grote diepvries van S. over!’. Zodoende.

Ik had niks in huis voor een diepvriesje, met drie laden, zo bleek, en het eerst wat ik wilde is ijsklontjes maken, dat had ik actief gemist, ijsklontjes in je mond zijn een soort van snoepjes, ik hou van die koele, frisse  tinteling. Ik vond een zakje waarin de mogelijkheid om zes ijslollies te maken, dat vond ik ook altijd zoiets geinigs, maar dat paste nooit in mijn klein diepvriesvakje en ook een plastic bakje waar je ijsklontjes in de vorm van kleine flesjes kunt maken.

De zon begon te schijnen, gauw naar huis, ik heb ijslollies gemaakt met limonadesiroop met passievruchtensmaak, die ik vandaag ga uit proberen. En toen las ik in de zon het boek Niets is waar en alles is mogelijk; Het surrealistische hart van het nieuwe Rusland (2014) van Peter Pomerantsev uit. Hij heeft Russisch bloed, maar is opgegroeid in Londen, waarvan ik door het boek nog beter een besef kreeg dat dit voor rijke Russen een soort van buitenwijk van Moskou is, met acht vluchten per dag, gewoon op-en-neer wippen is de praktijk.

Hij heeft een opleiding tot film en programmamaker en ontdekt tot zijn verbazing dat alle deuren bij de Russische staatstelevisie wagenwijd openstaan. Waar hij hier moeizaam zich een weg omhoog had moeten promoveren, kon hij daar, met de toverwoorden ‘ Westerse opleiding en Londen’ meteen programma’s op prime-time maken en werden programma-ideeën met open armen ontvangen en kreeg hij zomaar een dubbele opslag op zijn salaris, zelfs nog voordat er iets van was uitgezonden. Alles wat Westers is, is geweldig, maar gaandeweg ontdekt hij dat dit alleen maar zo is om aan de buitenkant een gigantische camouflage op te trekken. Niet alleen de Russen, maar het gehele Westen is daar in getrapt, blijkt nu. Ik begreep ineens waarom mediatycoon Derek Sauer, nu gevlucht naar Nederland daar een goed leven had en zijn gezin daar groot heeft gebracht.

Veel geld,  veel privileges, mooie huizen, reisgelegenheid enzovoort is waarmee de paarden gaan rennen, hoe kun je dat afslaan zo’n leven waar je waarschijnlijk nooit aan toe was gekomen in het Westen? Voor deze Peter dus het leven à la John de Mol. Hij ontdekt dat alle wijzen van leven in Moskou mogelijk zijn, want Russen zijn het gewend om met meerdere persoonlijkheden tegelijk te leven, moeiteloos switchend en ook in de bouw van Moskou is dat terug te vinden omdat er woonwijken zijn met, zeg een Parijs of een middeleeuws of een barok aanzien, alle smaken zijn mogelijk, er is ook een bubbel met transgenders, een homoscene, zeer avant-garde intellectuelen en bohemiens en daar mag hij zelfs verslag van doen op de tv, mits er de subtiele saus omheen zit, dat dit ook verwerpelijk en in de grond staatsgevaarlijk is… maar dat is er op het allerlaatst door een redacteur in de ‘onderste regionen ‘, dan aan toegevoegd 

En zo geldt dat voor alle programma’s die hij maakt, veelal van al bestaande westerse formats. Tot zijn verbazing slaat ‘Hello Goodbye’, in Nederland gepresenteerd door Joris Linssen , waar mensen bij de ontvangsthal gevraagd wordt wie zij ophalen, niet aan omdat de Russen denken dat dit gemanipuleerd en onecht is! Dat was het maar een beetje in de keuze van wie wel en niet, het criterium was dat het vooral vrolijk moest zijn, maar lang niet zo erg als in al die andere programma’s waar Poetin en de staat onzichtbaar en dus onbewust voor de kijkers, een wereld voortoverden, waar het in Rusland het beste is om te toeven en het Westen de vernieler van waarden is. En het gáát ergens om in veel programma’s: de diepte, de schoonheid, de passie van de Russische ziel, waar getormenteerd zijn je ook sterk en waarachtig maakt.

Ik dacht aan de film The Truman Show, waar hoofdrolspeler Jim Carrey ontdekt dat zijn hele leven in scène is gezet. Zó geldt dit dus voor de hele Russische bevolking: Poetin heeft in het begin van zijn regime al het gigantisch belang van de tv gezien. Dat las ik dus in de zon op mijn bankje, afgewisseld met het nieuws over de oorlog bij CNN…  Het deed  mij hardop zuchten… De dag eindigde met een heel bijzondere lucht: de ene helft was oranje, de andere blauw en daardoorheen kwam er een volle maan op, een speciale weersomstandigheid leerde de weervrouw mij op het NOS-journaal dat ik mag geloven, hier geen subtiele manipulaties en machinaties, daar ga ik vanuit. Maar net als in de film The Matrix, het beeld dat ook in het boek wordt gebruikt, wie zegt mij dat het niet waar is en waarom zou ik iets anders geloven? Zo denkt dus de gemiddelde Rus.

De hemel had dus twee kleuren en laat op de avond nam ik een heel bakje met ijsklontjes-flesjes tot mij, gemengd met nep-Baileys. Water wordt ijs, ijsflesjes worden weer water, het werd nacht en het werd ochtend, het begin van weer een nieuwe dag, ik sta op.