Zó was de lucht aan de East River bij zonsondergang. Het Vrijheidsbeeld leek in een gigantische ruime wereld te staan: de wolken achter haar werden als een bergketen en het verkleurend licht daaronder werd als een zee die van heel licht oranje kleurde naar intens oranje-rood; het beeld leek te zweven en naar alle kanten vrijheid uit te stralen, terwijl alles eromheen in toverbal kleuren in beweging was, roze, paars, oranje…enzovoort. Het zicht op Manhattan, al die wolkenkrabbers, leek dichtgeklapt en in elkaar gevouwen; dat achter dit front zoveel leven is, groots en intiem tegelijk, dat ik weet hoe het is om daar te zijn… Tevoren waren de wolkenkrabbers aan één zijkant ook belicht door die ondergaande zon en kleurden ook de gebouwen in schakeringen van blauw en spiegelgroen en The Empire State Building in de verte op rechts was kort felroze.
Ondertussen zat ik daar met letterlijk lege handen. Ik had mijn iPad in de wc achtergelaten, kwam erachter toen ik een foto wilde maken van het Vrijheidsbeeld in dat nieuwe licht, liep snel terug, het lag er niet meer…Géén eerlijke vinder dus, maar op het einde van de avond toen het geheel donker was en er een koude wind opstak dacht ik: misschien is de iPad er toch terug gelegd, want wat moet je met zo’n vergrendeld ding? Beetje onzinnige gedachte, dacht ik tegelijkertijd, maar ik ging toch kijken. En daar lag het in een hoekje bij de wastafel, misschien lag het daar eerder ook al, heb ik de IPad zelf getransporteerd van wc naar wastafel.
Hé, gelukkig, terug!, uit puur plezier maakte ik foto’s van de feestelijke tuin met lichtjes naast de Brooklyn Bridge.
Ik weet ook wel hoe ik IPad bijna verloren heb; ik was op de Brooklyn Flea Market en had er aankopen gedaan, dus ik had een extra tas in mijn handen, waar anders alleen de iPad is, dus het geheugen van mijn lichaam is dan verstoord; het heeft iets vast, maar niét iPad.
Een jaar later, kocht ik nu wél magneetjes die op casino-fiches zijn geplakt, in elkaar geknutseld in Manhattan, want ergens in de winter in mijn boshuisje kwamen ze ineens weer binnen; dié had ik wel moeten kopen. Maar de grotere tas werd veroorzaakt door een pagina uit de Rolling Stones uit 1996.
Zo’n pure foto van Patti Smith met Robert Mapplethorpe, ‘Just Kids’, terwijl zij in het interview praat over haar overleden man Fred en dat zij New York ook miste terwijl zij met hem een toptijd beleefde en ze in goedkope motels aan zee woonden, al reizend door Amerika; I’ve always found New York City extremely warm and loving.
Leuk souveniertje.
Op de terugweg in de metro, weer zo’n typisch NewYorkaans tafereeltje; de ene met een tas die Palestina steunt, de andere leest intens en ontroerd, gezien zijn gelaatsuitdrukkingen, in Maurice, ik weet dat het gaat over een homoseksuele vriendschap. Boven hen het motto waar MTA haar reizigers mee aanspreekt.






