Toen ik in New York was, bedacht ik dat ik wel zin had in een nieuwe ring aan mijn vinger, om iets van de sparkeling en dynamiek van de stad bij mij te dragen, ik snuffelde waar het kon, maar vond niks.Thuisgekomen keek ik per toeval in de oude sieradendoos van moeder en zag een ringetje dat het helemaal was, met een felroze steen, mijn lievelingskleur.
Het was waarschijnlijk toermalijn, al die betekenisgeving aan stenen neem ik niet écht serieus, maar vind het wel grappig dat het bestaat; al die beoogde werking en invloed van stenen. Ik ben de steen dus kwijt, zag ik gisterenavond op de bank.
Ik had overdag flink met mijn handen in de aarde gezeten, oude grassen en onkruid wegtrekkend uit bloembakken en nieuwe gevuld met grond, om ze straks te gaan vullen met bollen. Daar ligt het steentje nu ergens…Het was natuurlijk een beetje onzin om vanochtend erbij te gaan kijken in de hoop dat deze wellicht zichtbaar zou zijn. Nu bedenk ik er maar bij, dat dit huisje en tuintje extra kostbaar is geworden, letterlijk. En de ring blijf ik dragen, het lege gat in het midden is op zich ook een aardig symbool.
Altijd maar bezig in dat proces van loslaten en verlies, naar een poging van behoud en wederkeer; die cyclus die in de seizoenen is en als drijfveer en verlangen in het menselijk hart: vernieuwing en bevrijding…Dit dacht ik toen ik in de ochtendzon het gezicht van Che tussen het gordijn en de muur zag piepen.



