Morgen en overmorgen zijn het Franciscus van Assisi-dagen; 3 Oktober wordt er elk jaar in de avond zijn Transitus gevierd; dat hij sterft en een overgang (transitus, dus) maakt naar een ‘ander leven’; de volgende dag is het dan feest en ook nog eens Werelddierendag dat aan hem gelinieerd is. De verhalen gaan: hij praatte met de vogeltjes, zocht vriendschap met een wolf, raapte een worm op en bracht het weer naar de aarde…enzovoort. Hij is zeer natuurminnend, getuige zijn Zonnelied, maar net las ik dat daar geen enkel dier in voorkomt, dat heb ik mij nooit gerealiseerd. Hij brengt een ode aan zon, maan sterren, de wind en de lucht, het water en vuur, de aarde en de vruchten die zij voorbrengt en tenslotte ook aan de dood.
Járen en jarenlang vierde ik het van harte mee, ik heb ook een transitusviering mee vormgegeven, wanneer ik in mijn eigen blog Franciscus van Assisi opvraag, komen er twintig blogjes tevoorschijn, vanaf 2011. In leesgroepen lazen we de geschriften van Franciscus zoals zijn Testament, Psalmen, de Regel én de Fioretti, zijn bloempjes, wat ook in de naam van mijn blog verwerkt is. Kleine kleurrijke verhaaltjes uit de 14e eeuw, waar Franciscus een hoofdrol in speelt, ze horen bij de legendevorming.
Dit jaar ís speciaal want een jubileumjaar, het is 800 jaar geleden dat hij gestorven is. Dus de kranten besteedden aandacht aan hem. Vast staat dat hij het christendom mede vorm heeft gegeven, met als focus zijn aandacht voor de armen, kwetsbaarheid en nederigheid: hij wilde zelf geen priester worden en verbood dit ook aan zijn broeders. Leuk om te lezen dat al in de 14 eeuw een stad zich pas volwaardig een stad noemde, als er ook een Franciscaanse kloostertje gesticht was. Zélf heb ik iets daarvan geïnternaliseerd; ik herinner me mijn verrukking toen geheel toevallig in New York, in het eerste jaar dat ik er was, ik tegen het franciscaanse klooster aanliep, ze staan altijd in een armere wijk, en ik ruik nestgeur omdat er plantenbakken zijn, het er ietwat slordig is en de deur open is, zodat je rond kunt lopen; ja, ja dit klopt! gaat er dan door mij heen.
In mijn mail de uitnodiging en aansporing van de Franciscaanse Beweging, waar ik lid van ben, om ergens in het land mee te gaan doen. Ik ga dit niet doen. Misschien komt het door de zin: ‘Vier het Franciscusfeest met ons mee’ Uuuh? Bevreemding. Er is dus een ‘ons’, hoorde ik daar vroeger dan bij, omdat ik verbonden was aan kloosters? … En nu mag ik mee vieren? Ik dacht dat het een feestje was van iedereen, zonder een eigenaar.
Enfin. Ik eer de vruchten in mijn stadstuintje en het bloempje dat tussen de takken van de appelboom naar de zon reikt, dat is genoeg.





