vrijdag 5 september 2008

Het hart gaat door

Slapjes, na dagenlang geen complete maaltijd met lekker veel vet gegeten te hebben (mmm, wat heb ik daar eigenlijk zin in: geurige frieten met gele mayo en een frikandel met uitjes, curry en nog meer mayo), ben ik vandaag maar eens voor de tv gestrekt gegaan.

De dvd Titanic bekeken, geschreven en geregisseerd door James Cameron, alweer uit 1997. Ach, ach, wat heerlijk om met bijna een brok in de keel de hele lange film uit te kijken. Leonardo diCaprio als armoedzaaier en kunstenaar op het derde dek languit kijkend in de sterrenhemel, redt Kate Winslett, rijk meisje en slavin van haar milieu.

Je weet de afloop, de Titanic gaat zinken en zij overleeft het want het verhaal wordt verteld door de 101-jarige Rose (de jonge Kate Winslett) op het dek van het schip vlak boven de gezonken Titanic, die in het wrak op zoek is naar de kostbare blauwe diamant Het Hart van de Zee. Van jaren terug in de bioscoop wist ik nog dat zij die stiekem bij zich heeft en op het einde van de film terug in de oceaan gooit, eer gevend aan die eerste liefde, die haar in alle opzichten gered heeft, zoals ze zegt.

Gered uit het standenmilieu, uit de onderdrukkende rol van de vrouw omdat zij hem beloofd tussen de ijsschotsen om nooit los te laten. Wat? Dat mag je zelf invullen: Zichzelf, de wil om te leven, haar temparament, haar wildheid en onafhankelijke geest.

'Ik beschouw het leven als een gift, elke dag telt', zegt hij, nog voor het schip op de ijsberg gebotst is bij een diner waar hij uitgenodigd is op het upperclass dek. Om haar weer te zien stopt hij een briefje in haar hand: 'Zorg dat het telt, kom naar de klok'.

Op de boeg van het schip laat hij haar vliegen en samen zingen ze: Come Josephine/in my flying machine/ up she goes... en zij zingt het opnieuw terwijl hij al dood is, vlak voordat zij roept om hulp van de sloep die tussen de stille 1500 doden drijvend in reddingvestjes, zoekt naar nog levenden.

Door zo'n film weet ik weer waarom er helemaal geen behoefte is aan kerk, religie en godsdienst. Alles wat telt wordt in zo'n verhaal ook verteld. Het meest roerende eraan is de levenlange trouw aan deze levenwekkende herinnering. En dan zingt Celine Dion uiteindelijk tijdens de aftiteling My Heart goes on: 'Near, far, wherever you are/ I believe my heart will be open... you are saved in my heart and my heart will go on...' Lekker hoor, zo'n film.

donderdag 4 september 2008

Droom (2)

Een verhaaltje dat op jonge leeftijd mijn werkelijkheidbeleving deed kantelen, eén van de eerste keren, is over Chuang-Tsje een leerling van Lao-Tse, de grondlegger van het Taoïsme. Die schreef de Tao Te Ching , dat begint zo:

De Tao waarover je kan spreken
is niet de echte Tao
welke naam je het ook geeft
het is niet de echte naam

Je kan de Tao niet zien, je kan de Tao niet horen
je kan de Tao op geen enkele wijze kennen
want Tao is verborgen en heeft geen naam.
Alles beweegt in Tao.

Als het erop aankomt, in mijn roots, ben ik taoïst... Een soort van OER, vergelijkbaar wat F. vanochtend zei, toen bleek dat hij de eerste 22 jaar van zijn leven in Amsterdam gewoond heeft: 'Mirjam... weet je wat de gelukkigste momenten zijn in mijn leven, behalve als jij me een bak koffie in schudt, als ik het Centraal Station uitloop over het Rokin... dat voel ik ja, tot diep in mijn aderen. Ik weet niet hoe dat komt, alsof je helemaal terug komt, tot in je jeugd...'

Anyway. Het verhaal over Chuang Tsje: Hij ontwaakte uit een droom waarin hij een vlinder was. Hij keek zo ontdaan dat een van zijn leerlingen hem vroeg wat er aan de hand was. Chuang Tsje antwoordde: 'Ik weet niet wat waar is. Ben ik nu Chuang Tsje die vannacht droomde dat hij een vlinder was, of ben ik een vlinder die droomt dat hij Chuang-Tsje is?

Een eerste vermoeden dat de werkelijkheid meerdere lagen kent. Langzamerhand geloof ik dat het de kunst is om alle lagen waar te nemen, en ze tegelijkertijd zowel te relativeren als serieus te nemen. Het leven is een wonderlijk spel, dat met ernst en overgave gespeeld dient te worden.

Droom

Meestal val ik als een blok in slaap en maak dromenloze nachten door. De enkele dromen die ik me herinner, de volgende ochtend, hebben meestal een betekenis. Nu, met die vage griep, droom ik wel van alles en word ik wakker met het idee dat ik hele avonturen heb mee gemaakt. Waar haalt je brein het toch allemaal vandaan?

Hierbij een in kijkje in mijn hersenpan met een bijhorende analyse, voor zover ik kom: ik droomde dat ik vastzat aan een rolstoel en in een mistig moerasachtig water bijna aan het verdrinken was. Ik zag in een enkel shot mijn handen naar boven, naar het daglicht reiken en als kijker naar een film wist ik: zo meteen staat ze weer op het droge en kan ze toveren, maar ze weet het zelf nog niet. Dit beeld komt uit Harry Potter, die als proef een diepduister moeras in moest zwemmen. De rolstoel koppel ik aan de oude Capucijnen en sowieso aan het voorbijgaan van de dingen.

Ik stond weer in het zonlicht, in een beschutte tuin. Ik dacht: zometeen gebeurt er iets en dan ontdekt ze dat ze toveren kan. Ja, ik was het beide, degene die het leefde en degene die toekeek.
Vervolgens slingerde ik een rood touw over een balk en wonderwel wikkelde het koord zich prachtig strak erom heen. Vaag wist ik: hé, dat is uitzonderlijk, hoe kan dat nou? Een rood koord staat sinds de Dokumenta 2007 in Kassel, waar deze metafoor ook gebruikt wordt, voor een levenslijn, de belangrijkste bloedader naar het hart, de rode draad in je leven.

Vervolgens ging ik als experiment een oude sok over een waslijn 'bedenken': kijken of er wat gebeurde. En ja, de sok kwam aanvliegen en vouwde zich, alsof het keurig gestreken was, scherp over het lijntje heen. Nu wist ik het zeker: ik had toverkracht! Tja, hier houdt mijn analysevermogen op, waarom die sok?

Tot slot ging ik vliegen. Ik maakte een enorme sprong opwaarts en zag toen dat de beschutte tuin een deel was van een liefelijk dorp, met allemaal moestuinen om de huizen, midden tussen groen heuvels. Yes, that's oké! Toen werd ik wakker.

woensdag 3 september 2008

Poes met drie pootjes

Het wijkcentrum heeft ondertussen bijna een huispoes. Het is een kat met drie pootjes, rood gedekt, een wit befje en donkere aanhankelijke ogen. Ze is geheel niet mensenschuw. Pontificaal zit ze voor de ingang en aanschouwt het komen en gaan van het gepeupel.

'Misschien moeten we toch maar de dierenambulance bellen', zegt T. al 24 jaar vrijwilliger en behorende bij het meubilair. 'Waarom?' vraag ik, 'ze ziet er toch goed uit, volgens mij hoort ze ergens, ze is in ieder geval niet ondervoed of verwaarloosd.' Dat is T. met me eens.

'Misschien schooit ze overal wat rond en komt ze zo aan haar kostje', zegt hij. 'Nou, dat is toch mooi', zeg ik, 'dat betekent dat ze in ieder geval overal goed ontvangen wordt, anders zou ze zich niet op haar gemak voelen. Ze heeft zo een beter leven, dan dat ze ergens opgesloten zit in een hokje in een dierenasiel.' T. is het met me eens, dus we laten het maar zo.

Poes met drie pootjes heeft eigenlijk iets van Franciscus. De échte revolutie die hij ontketende, was dat hij rondzwierf en niet in een klooster wilde wonen, een hekel had aan alle kerkelijke goederen en rijkdom die toen al aardig aangewoekerd was. Zo praatte hij tegen de vogels en ging hij op bezoek bij de Sultan temidden van de kruistochtentijd.

Wat er precies gebeurd is, dat kan je nu natuurlijk niks van zeggen. Maar dát hij een speciale affiniteit had met de natuur om hem heen en dát er door heel Europa gepraat is over die vreedzame ontmoeting, daar kun je niet om heen.

Poes met drie pootjes: dat lijkt me wel een aardig beeld voor mijn deelname aan het klooster.

Voedsel

Een oud Indiaans gezegde luidt: je wordt wat je eet. Stop je dus heel veel onrust en agressie in je buik, dan wordt je ook zo'n soort mens. Voedt je je daarentegen met mooie, heilzame dingen, dan zal dat vanzelf een werking op je hebben.

Nu ik met een vage buikgriep bij elke hap eten ervaar wat nu voedzaam is voor me, twee slokken koffie veroorzaakt buikkrampen, twee droge beschuitjes met een kop thee en er is niks aan de hand, vraag ik me af hoe het zou zijn als je ook op geestelijk terrein, precies dat zou kunnen eten wat goed voor je is.

In Trouw van vanochtend las ik dat wolven als het kan, zalm preferen boven ree. Er is in British Columbia een onderzoek gedaan en daar blijkt dat de wolven, als de grote zalmtrek begonnen is, massaal overstappen naar zalm. Ze hebben er maar 6 ons van nodig, en door de rest van het jaar hebben ze 2,7 kilo ree per dag (!) nodig om dezelfde voedzame bestanddelen binnen te halen. Bovendien is het ook een kwestie van lijfsbehoud: de jacht op het ree brengt veel verwondingen teweeg door steken van de geweien.

Hoe zouden wolven dat nou besluiten of ontdekken? Hoe vertellen ze elkaar dat door: Hé, we gaan voor de zalm, veel handiger, kost minder moeite, spaart tijd en energie uit? Ik zou het alle mensen gunnen om zo om te kunnen gaan met hun geestelijk welzijn.

Acute geestelijke buikkramp gebeurd maar zelden: burn out, heet het. De mensen die het mee hebben gemaakt, zien achteraf de jarenlange signalen ervan. Ze gunnen het niemand: 'Van het ene moment op het andere ging het licht uit', zei iemand ooit tegen me. Het licht weer aanmaken is vervolgens een jarenlang proces. Sommigen komen dan voor het eerst dat echte voedzame voedsel tegen. Moeilijk te ontdekken zo blijkt, door de massiviteit en massaliteit van al het junk-food.

Dat geestelijk voedsel... het meest voedzaamst bestanddeel ervan: daar blijken woorden en namen vaak tekort voor te schieten... 'Ineens ervaarde ik vrede, een diepe rust, licht doordrong me, grenzeloze liefde, God.' Mensen gaan ervan stamelen en stotteren. Wonderlijk, is dat.

dinsdag 2 september 2008

Ruimte voor zachtheid

Ik zat pas in de bus met vier andere vrouwen. Ze hadden allemaal een hoofddoekje om. De een kwam uit Somalië of een ander aanverwant land, want verder was ze gedrapeerd in kleurig Afrikaanse stoffen. De ander had een grijs broekpak aan, het had wat stoers, alleen vergeet je dat bijna te denken, door het hoofddoekje erboven. Weer een ander had een zeer flitsend zwartwit hoofdoekje om en was verder gehuld in moderne, trendy zwartwit kleding: ze straalde jeugd en dynamiek uit. En de vierde, die leek heel blank en was eigenlijk het meest het clichébeeld van: traditioneel.

Hoofddoekjes verwijzen in het algemeen naar moslima zijn. Binnenkort begint de ramadan weer. Ook de jonge interieurverzorger praat daarover met een grote rust en vriendelijkheid. Het feestelijke ervan: om na zonsondergang iedereen te zien en voedsel met elkaar te delen.

Soms vraag ik me af hoe volkomen bevreemdend en gek ze die Nederlanders wel moeten vinden. Doen over het algemeen niet aan godsdienst en religie. Vinden wel dat het gerespecteerd moet worden. Laten zich dol maken met real-life televisie, mediums, astrologie, geest en spookverdrijvers. Vinden Sinterklaas een typische Nederlands stuk erfgoed, terwijl dat toch eigenlijk een soort verklede priester of imam is.

Die vrouwen in de bus kwamen zo érg van alle windstreken, dat ik me daar goed in vond passen. Ik maakte de multiculturaliteit compleet, met mijn Aziatische bijdrage. Drie vrouwen stapten na mij in, ze kwamen op het nippertje aangehold en de chauffeur wachtte geduldig. 'Bedankt', zeiden ze, ieder op een eigen wijze. Lachend, half buigend zonder veel woorden en eentje met een echt Nijmeegs accent. De chauffeur wuifde de bedankjes weg. Natuurlijk wacht ik wel even!

Ach, dat is nou écht samenleven met elkaar. Al die technische discussies over wel of geen handdruk. Het gebaar kan er een van agressie en overweldiging zijn, jij moet zo zijn als ik, ofwel van hartelijkheid en tegemoetkoming. Dat geldt ook voor het weigeren ervan onder de noemer van écht respect hebben...

Samenleven blijft geven en nemen. Wat in de lucht hangt aan ruimte en zachtheid, daar gaat het in feite om. Laten we alle woorden nu eens weggooien en alleen maar aftasten, voelen. Zoeken naar ruimte en zachtheid in het sociale verkeer.

maandag 1 september 2008

Zooitje ongeregeld

Ik liep langs een klasje babbelende, kletsende lachende kinderen, een amorf groepje dat zich over het trottoir bewoog. Plotseling riep de juffrouw: 'Dit is een WIJ, dit is een zooitje ongeregeld!' Wat leuk gezegd, dacht ik, een WIJ. Hoe je met een groepje wel of niet een WIJ kunt zijn, gezellig samen op pad. Dat 'zooitje ongeregeld', dat klonk mij aanvankelijk als een positieve bevestiging van dat WIJ.

Ik had me natuurlijk vergist. Ze riep: 'Dit is geen Rij, dit is een zooitje ongeregeld.' De stemmen van de kinderen daalden, het werd stil, beduusd schuifelden ze naast, voor en achter elkaar. De beklemming uit mijn lagere school jaren kwam over me. Hoe je je ineens opgesloten, betrapt en schuldig om niks kon voelen.

'Een, twee in de maat / anders wordt de juffrouw kwaad / maar de juffrouw wordt niet kwaad, want ze is van ijzerdraad', zongen we dan hees giechelend achter haar rug. De eerste stappen op weg naar recalcitrantie en verzet. En hoeveel jaren heb je daarna nodig om dat verzet op te geven en het plaats te doen maken voor een vrijwillig soort van overgave.

Levert dat wat op? Die Rij? Rijtjes zijn er voor de ordening en het overzicht. Voor de controle en de efficiëntie. Rijtjes, dat is hoe we onze hersentjes hebben leren vormen: rijtjes vol plannen, boodschappen, klusjes, geboden en verboden. Rijtjes die het leven keurig overzichtelijk maken en hanteerbaar.

Maar het leven is niet hanteerbaar. In ons woelt het en groeit het en we kunnen helemaal niet zien waar alles toe leidt. We zoeken naar WIJ. Iéts in ons zoekt naar WIJ: naar niet alleen zijn, samen met anderen op weg gaan: elkaar steunen, versterken, troosten en weet ik al wat niet meer. Kunnen we dat écht als we ons vasthouden aan alle rijtjes in ons hoofd? Zorgen rijtjes niet eerder voor strakheid, slaaf worden van de rij, zoals vroeger op het schoolplein alle levendigheid en vrolijkheid verdween als de juffrouw bulderde?

Juffrouw bulderen nog steeds, zag ik net. Maar ik geloof in het zooitje ongeregeld. Dat daaruit creativiteit ontstaat en iets nieuws. Ik hoef alleen maar even mijn eigen hersentjes nauwkeurig te monitoren om een glimp te zien van wat daar allemaal daar elkaar heen groeit en woelt. Dat vind ik positief.

Maar je moet wel durven loslaten: met enige regelmaat een schoffelbeurt, een zelfverkozen pas-op-de-plaats, niets doen en alleen maar luisteren naar het zooitje ongeregeld en je eraan overgeven: dat is het ware leven, het goede leven, om het maar eens in heel ouderwetse termen te zeggen.