maandag 20 september 2010

Memling

Het zou niet moeten mogen, tenzij je alle boeken naar dat soort prijzen nivelleert, want ik kocht in de Slegte het prachtige plaatjesboek De portretten van MEMLING voor vijf euro. Vijf euro: een catalogus naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling die in 2005 van Madrid naar Brugge (Memlings belangrijkste werkstad) naar de Frick collection in New York heeft gereisd. Een eenmalige tentoonstelling waar de schilderijen van Memling van over de hele wereld bij een gegaard zijn.

Hans Memling was een schilder uit Brugge uit de 15e eeuw, tijdgenoot van Jan van Eijk, waarvan in Gent in een kerk het heel bijzondere Lam Gods triptiek te bewonderen is: mijn toegang indertijd tot de schilderkunst van die tijd. Ook Leonardo da Vinci is waarschijnlijk beïnvloed door Memling in zijn Mona Lisa: De wijze waarop Mona Lisa je aankijkt, met zeven-achste van haar gezicht in beeld, met een landschap op de achtergrond: dat heeft Memling uitgevonden.

Wat ook erg des Memlings is, volgens een essay in het boek, is de combinatie in de portretten van een geïdealiseerd gezicht dat tegelijkertijd een grote individualiteit uitstraalt. Ik vind ze heel mooi. Ze raken me stuk voor stuk. Het lijkt alsof de gezichten betrapt zijn in een soort weerloosheid en bewust-zijn tegelijkertijd. Ook de handen die hij er meestal bijschilderde, biddend, rustend als het ware op de lijst van het schilderij, met een bloem of een veer of een munt of een schriftrol of een gebedssnoer in de hand, lijken een eigen taal te spreken.

Nou heb ik een geheugen als een zeef, maar toen ik het boek in de schap zag liggen met de naam Memling, wist ik dat ik het in moest kijken. Nu weet ik ook weer waarom: Deze zomer zag ik in Venetie in de Galleria dell Acedemia het Portret van een jongeman voor een landschap. Zo mooi, ik heb er lang voor gestaan. De harmonie van de landschappen achter de portretten, het aparte licht dat niet helemaal van deze wereld is, typisch Memling weet ik nu.

Het brengt je in een andersoortige tijd. Een tijd die tijdloos is en waarvan je ergens weet dat dat waar al die gezichten naar kijken, hetzelfde is als waar jij naar kijkt, als je je blik op oneindig zet.

vrijdag 17 september 2010

Alzheimer

- Hé, hallo, Mirjam ! hoorde ik achter me terwijl ik tussen de schappen van Xenos stond. Het was iemand uit het wijkcentrum, die ik al zo'n 20 jaar ken. Gek eigenlijk hoe je sommige mensen langzaam oud ziet worden, zoals zij jou... De volgende dag zag ik haar bij de cursus volksdansen: 'En heb jij gisteren nog iets bij Xenos gekocht?' vroeg ik haar.

- Uuuh, Xenos? Was ik gisteren bij Xenos? O ja, daar was ik... maar ik weet echt niet meer wat ik er heb gekocht! Heb ik er iets gekocht?
- Ach ja, je geheugen... ik weet het toevallig nog zo goed omdat ik er kaarsen had gekocht en die meteen dezelfde avond heb aangestoken, maar anders...
- Nou ja, ik weet zoveel niet meer, maar ja wat maakt het uit? Ik woon toch alleen, niemand heeft er last van, ik hou het nog wel een poos zo uit hoor, zolang als het me lukt om een beetje op de been te blijven, dan is het oké toch? Ik maak me er maar niet druk om wat ik allemaal vergeet...

Toen ineens herinnerde ik me dat ze me voor de zomer verteld had, dat haar moeder gestorven was en dat die Alzheimer had en dat ze nou meedeed aan een onderzoek om te kijken of ze het zelf ook had. Slik. Dit klonk als dat ze het ook heeft, maar ik durfde haar het niet meer te vragen.
In dezelfde week kwam de voorzitster van een andere vereniging, die een bibliotheekje houdt in het wijkcentrum naar me toe.
- Zou je misschien een nieuw huurcontract voor me kunnen maken? ... Het is een rommeltje bij me thuis, ik ben het denk ik kwijtgeraakt.
Nu ken ik haar als aardig precies en systematisch netjes, dus het ging allemaal nog eens wat puzzelend door mijn gedachten. Toen kwam degene die zij als 'assistent' van het biebje beschouwt bij me op kantoor, deed de deur half dicht en fluisterde wat paniekerig:

- Sttt, ja ik wil niet dat ze me ziet, maar je moet je maar niet teveel van J. aantrekken hoor... Ze is wat in de war, ze heeft er medicijnen voor, maar het helpt niet zo. Ik doe nu alle financiën en wikkel alles af, zij heet nu bibliothecaresse, voortaan zullen we altijd met zijn tweeën zijn, dan weet je het, want ze gaat steeds meer vergeten, nu al vraagt ze soms 5 keer achter elkaar hetzelfde, maar we laten haar zo lang mogelijk haar eigen gang gaan...

Alzheimer, dus. Gisteren vroeg ze om een plastic zak, om haar computer in mee te nemen. Ik liep naar het magazijn op zoek naar een vuilniszak, ze liep achter me aan en toen vroeg ze het weer: Voor de computer, tegen de regen, ja een vuilniszak dat kon ook. Zoekende ogen, een vage onrust. Ik stond wat onhandig de huls van de nieuwe rol vuilniszakken te trekken. Ze klaarde helemaal op en hielp me het karwei te klaren, opgelucht bijna; dit was weer helemaal wie ze is: kordaat en resoluut.

Alzheimer. Er start een landelijke campagne over Alzheimer: een op de vijf Nederlanders wordt erdoor getroffen. Véél, vind ik dat. Dus ik ook misschien, ooit. In de PC Hooftstraat hangen nu allemaal gele borden met daarop: 'Dit is een muur', 'Dit is een winkel', enzovoort. Alles zul je gaan vergeten, onvoorstelbaar en uiteindelijk zul je niet meer voor je zelf kunnen zorgen.

Er lijken me twee manieren, hoe hier mee om te gaan. Ofwel het is allemaal verschrikkelijk, en dat is het ook, maar is het ook mensonwaardig? Kunnen we maar beter voortijdig een einde maken aan het leven? Of... maakt het gevoelig voor het vergaan van de tijd, voor het leven dat voortdurend aan het veranderen is, voor die vreemde kern in je die 'ik' kan zeggen, maar die tegelijkertijd zo vluchtig en ongrijpbaar is en die al je stemmingen, gevoelens en handelingen bepaalt? Een 'ik' die altijd tegelijk in het verleden en het heden leeft, er kan zoveel door je heen gaan op een dag, als je het goed en wel bekijkt.

In 'Iris', over het hele proces van de langzame aftakeling, ook Alzheimer dus, van de zeer erudiete schrijfster Iris Murdoch, geschreven door haar man John Bayley, daar lees je en zie je in de film( met mooie rollen van Kate Winslet als de jonge Iris en Judy Dench als de oude) hoe er ondanks alles toch, tot heel lang een kern aanwezig is, die onmiskenbaar 'Iris' is. Raadselachtig. Ik hoop dat ik daar zo naar kan blijven kijken. Het menselijk brein, de geest, is méér dan een machine alleen, die kapot kan gaan. Ergens blijft er Iets heel anders aanwezig.

donderdag 16 september 2010

If it be your will

Het is natuurlijk niet anders, dan dat het in je leven niet altijd zo loopt, als dat wat je verlangt. Dingen gebeuren er niet, verlangens blijven verlangens, ziekte of andere lichamelijke kwalen worden niet beter al doe je nog zo je best, je had andere dingen gewild, gehoopt, gedacht, enzovoorts.

Hoe toch om te gaan met dat leven, dat je tegelijkertijd eenmalig geschonken is, dat tegelijkertijd elk moment wéér zo kan veranderen, zoals je dat oók alweer niet gedacht had? Berusten is zo'n, akelig inactief woord. Accepteren heeft al iets positievers. Het omhelzen, dat is natuurlijk het mooist, als je dat elk moment weer kunt. Dat heeft dat liedje van Leonard Cohen, Song of Bernadette (zie blogje 27 oktober 2009, 'Omhelzing'). Het kwam weer bij me te binnen door een ander liedje van hem dat ik al de hele week in mijn hoofd heb: If it be your will, gezongen door Antony in de documentaire over Leonard Cohen I'll be your man.

Het liedje is niet eenduidig. Er zit een zoektocht naar schoonheid in. Er zit een confrontatie met het donkerste donker is. Het gaat over pijn en geen-pijn tegelijkertijd. De you in het liedje is niet gedefinieerd en dat maakt het zo aangrijpend. Het gaat over het leggen van een web van mildheid over alles heen. Het rauwe en verdrietige blijft daarin bestaan. Maar het is niet alleen. Iets in je kan je elk moment transformeren naar een andere tijd. Ergens anders... dáár... waar?... De woorden verstommen.

Dit filmpje kan niet ingesloten worden en is alleen op YouTube zelf te zien: 'If it be your will'

Herfstmaaltje

De natuur is op dit moment een rare mengelmoes met van alles. Omdat het pas laat zomer is geworden, gingen ook pas laat alle zomerbloemen bloeien, dus de berm heeft die nu nog vol op. Maar dezelfde berm heeft ook al zwammen die uit natte boomstronken stulpen, grote stinkboleten die gigantisch kunnen ontploffen als je er op gaat staan. Ik heb al vliegenzwammen gezien, maar die waren niet rood met witte stippen, mijn verrukkelijk begin van de herfst, maar bruin.

Gisterenmiddag hetzelfde fenomeen: er waren harde, koude windvlagen, maar ik lag in een windstil hoekje van mijn tuin te zonnen. Onderwijl was ik een echt herfstmaaltje aan het bereiden. Fruitchutney, van de pruimen uit de moestuin van vriend T., gemengd met een gevallen appel uit mijn eigen appelboom en wat pitloze druiven van de aanbieding bij de AH. Het recept is vrij eenvoudig: Bij het hoofbestanddeel, bij mij de pruimen dus, snij je evenveel uien. Dan zet je het geheel onder de azijn en je doet er evenveel suiker bij. Dus 1 kop azijn = 1 kop suiker. Knoflook erbij en ongeveer 2 uur laten sudderen totdat het geheel is ingedikt. Een zuurzoete geur vulde het huis. Herfstheerlijk.

Herfstheerlijk is ook een inktzwammensoepje: men loopt het plantsoen in en ontwaart in het gras witte paddestoelen in de vorm van kleine langwerpige gloeilampjes, waarbij de sporen eronder inktzwart zijn. Je plukt ze, wassen, in stukken snijden, aanbakken in de roomboter, bloem erbij, een bouillonblokje, wat versgemalen peper, paprika, wat water, even op het vuur laten, klaar.

Gisteren ook voor het eerst pompoen uit de oven klaargemaakt. Meestal maak ik er pompoensoep van, maar een soepje had ik nu al en ik had wel zin in de smaak van pompoen. Ook al zo simpel. Pompoen in stukken snijden, in een ovenschaal met een bodempje water, besprenkelen met olijfolie. Halverwege, na ongeveer 25 minuten ze nog eens insmeren met een sausje van olijfolie, honing en kaneel. Mmmmm... nog een zoet geurtje vulde het huis.

Toch een soort beginnetje van de herfst, al wil ik er nog niet aan. Op de drempel tussen zomer en herfts, die weer richting een winter gaat, dat is zoals het maaltje dat ik at: zuurzoet. Toch wel een lekker smaakje.

woensdag 15 september 2010

Poce de deo

Gisteravond weer de eerste Franciscaanse leesgroep van het seizoen, ditmaal over Fioretti 21, de bloempjes van Franciscus, het verhaal van de wolf van Gubbio. Het is een van de bekendste en meest stuk gelezen verhaaltjes. Een wolf bedreigt een dorp door de inwoners te verslinden en Franciscus gaat erop af en o, wonder!, hij weet deze te temmen. Aan mij de uitdaging om toch weer eens iets anders uit het verhaaltje te halen.

Ik vroeg of men wilde kijken naar de werkwoorden en andere woorden, die enerzijds verwijzen naar een communicatiepatroon van insluiting, en aan de andere kant: die van uitsluiting. Dan blijkt het verhaaltje er stikvol van te staan. Aan de ene kant: verslinden, aanrennen met open muil, beklagen, tegen je gekant zijn, roepen, schreeuwen etc. en aan de andere kant: vol vertrouwen, zachtjes, mak, rustig, vriendelijk, knikken, voorzichtig een voorpoot geven, te doen hebben met, bek sluiten, vrede sluiten, etc.

De twee communcatiepatronen zijn een aardige spiegel voor jezelf. Welke bezig je, als je naar jezelf durft te kijken? Hoezeer is er een wolf in je, die daardoor een patroon van uitsluiting heeft ontwikkelt, waardoor je zelf een wolf wordt of van een andere een kwade wolf maakt? Maar Franciscus zegt daarover: De wolf heeft HONGER en daarom doet hij zo. Kunst dus, om naar je eigen honger te kijken, je eigen behoefte die ervoor zorgt dat je soms een patroon van uitsluiting bezigt, terwijl je eigenlijk het omgekeerde wilt.

Er kwamen weer mooie verhalen op tafel. Ik had er een stukje uit de Kleine Prins van Antoine de Saint Expury bijgelegd. Daar is geen wolf in het spel, maar een vos. Een stukje daaruit:

- Kom met me spelen, stelde het prinsje voor, ik ben zo verdrietig...
- Ik kan niet met je spelen, zei de vos. Ik ben niet tam.
- O, pardon, zei de kleine prins.
Maar bij nader inzien vroeg hij:
- Wat is dat "tam"?
- Jij komt niet uit deze buurt, zei de vos, wat zoek je hier?
- Ik zoek de mensen, zei 't prinsje. Wat betekent "tam"?
-De mensen zei de vos, hebben geweren en ze jagen. Dat is erg lastig!
Ze houden ook kippen. Dat is hun enige nut. Zoek je kippen?
- Nee, zei 't prinsje. Ik zoek vrienden. Wat betekent "tam"?
- Dat is maar al te zeer een vergeten woord, zei de vos. 't Betekent "Verbonden".

Iemand in de leesgroep zei, dat de vos kon praten, dus eigenlijk een mens was. Dat is een mooie invalshoek. Want dat betekent dat de vos ergens in zijn diepste wel weet, dat hij tam kan worden, dus zich verbinden kan met mensen: vrienden kan worden.

Ik dacht aan de kleurige grafzerk van Vader, die deze maand is opgeleverd. Het is mooi geworden. Blauwe, zeegroene golven aan de ene kant, zand en sawah kleuren aan de andere kant. Er zwemt een vis van glas. Onderaan staat zijn levensspreuk: Laat ons een poce de deo zijn. Een stukje van God; dan voel je je als een vis in het water, dan verbindt je je met anderen. De wolf in jezelf temmen, de stem van de vos kunnen horen en naar andere mensen gaan: dan word je 'een beetje van God'.

dinsdag 14 september 2010

Vleesjurk

Ik vind het toch wel kicken, die vleesjurk die Lady Gaga aan had bij de uitreiking van de MTV video awards, waar ze met liefst acht prijzen naar huis ging. Op de foto ziet het er prachtig uit: verschillende tinten rood, de rafelige randen van het beige en witte vet, de onregelmatigheid van het oppervlakte, het lééft, maar o, nee: het is Dood.

Het is dood vlees, net zoals de supermarkten en de slagers vol met afgehakte, in stukken gesneden, in blokjes, schijven, lappen, dood vlees liggen. Dat vinden we maar heel gewoon. We nemen zo'n stuk dood vlees mee naar huis, braden het in de pan en peuzelen het lekker op. Waarom is een jurk en schoenen van vlees, nu dan ineens een sensatie?

Waarschijnlijk om dat laatste woord: SENSATIE. Het komt heel dicht bij onze senses, onze zintuigen. Het doet iets met het mixen van categorieën. Een kledingstuk hoort droog aan te voelen, het hare is waarschijnlijk vochtig. Het hoort niet te ruiken, alleen naar de wolken parfum er om heen, maar hier zou een vleeslucht aanwezig kunnen zijn. Een kledingstuk heb je onder controle, je stopt het naar believen in de was en strijkt het; deze niet. Het gaat jaren mee, deze is na een avondje of zo al bedorven.

We kroelen ons hoofd niet in een lekker stukje vlees, zoals je dat wel kan doen in een pas gewassen blouse die het lichaam van een geliefde draagt zoals in dat gedicht van Herman Gorter:

Zie je ik hou van je
ik vin je zoo lief en zoo licht
je oogen zijn zoo vol licht
ik hou van je, ik hou van je

En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar ervoor

Lady Gaga bekende bang te zijn dat nou net dít niet door haar fans geaccepteerd zou worden. Waarom? Omdat ze ergens verwijst naar onze sterfelijkheid, we zijn van hetzelfde bederfelijke vlees en bloed. Het heeft iets ongemakkelijks. Zoals de kunst van de Nederlandse kunstenares Christl Rijkeboer die objecten, waaronder twee gebreide mensen, maar ook truien en broeken, maakt van menselijk haar. Het komt gewoonweg heel dicht op de huid. Ik vind het fantastisch.

maandag 13 september 2010

Vrijmetselarij

In het kader van het Open Monumenten Weekend toog ik naar een laat 19 eeuws pand aan de rand van de stad dat door de Vrijmetselaars daar is gebouwd. In Amsterdam ben ik daar ook ooit binnen geweest. Ik herinner me dat het ergens in de buurt van het Museumplein lag, een tempel die nog geheel in gebruik is. De Vrijmetselaars en Weefsters, de vrouwelijke variant, waren aanwezig onder het alziend oog, de sterrenhemel en de passer en de winkelhaak, die hun hoofdsymbool is.

Ik vond het toen ook iets engs hebben: dat hele idee dat elk mens als een ruwe steen uit een groeve komt en dat je die zelf hebt te houwen tot een perfecte kubus. Dit gaat samen met een soort idee dat je Ingewijd wordt in een exclusief Geheim en hun rituelen zijn met een soort archaïsche geheimzinnigheid omgeven. De tempelzaal boven had middeleeuwsachtige troonallure, terwijl onder, het voorhof, een heel sjieke ruimte was waar je Jan de Metselaar nou helemaal nooit in kunt visualiseren.

Engs, maar toch ook iets aantrekkelijks, vandaar mijn gang er naar toe. Maar in mijn stad bleek de Vrijmetselaarsloge niet meer in gebruik: het was een kantoorpand geworden. Mooi verbouwd, waar alle elementen van de vroegere tempel weer onder het systeemplafond en de verknoeing van de NSB die in de grote hoge zaal, verhoorkamertjes had gemaakt, tevoorschijn zijn gehaald. Er was naast het trotse architectenbureau ook een vrijmetselaar aanwezig en om 13 u was er een lezing aangekondigd. Er was aardig wat belangstelling, maar de lezing was nu een doorlopende voorstelling geworden, waar de vrijmetselaar niet te stuiten was in zijn woordenstroom.

Wat ik wel een aardige anekdote vond, zeker nu in het kader van de polarisatie van Islam en joods-christelijke waarden, was zijn verhaal over zijn visitatie aan de Loge van de Vrijmetselaars in Istanboel. Elke vrijmetselaar kan overal ter wereld zijn broeders bezoeken en deelnemen aan de 'tempelrituelen'. Hij werd in de Loge geïntroduceerd als 'een broeder uit het Westen' en dat betekende dat alle vrijmetselaars aldaar hem meteen een christelijke broeder beschouwden. Je kunt vrijmetselaar zijn en tegelijkertijd ook iets anders van nominatie.

Hij had het maar zo gelaten, want om de Nederlandse samenleving uit te gaan leggen, met alle secularisatie, het humanisme, atheïsme enzovoort, dat zou te ver reiken. In de Loge gingen toen de grote deuren weer open en de grootmeester ging weg. Hij kwam terug met een grote opengeslagen Bijbel en legde die op de al opengeslagen Koran. Dat is de Vrijmetselarij ten top, glunderde hij, het basisidee is, dat je samen de wereld opbouwt!

Vroeger waren bijna al de burgemeesters van Nijmegen ook vrijmetselaar. En andere hoge Pieten aan de Universiteit. In het geheim, want het kon je je baan kosten in het katholieke bolwerk, Vrijmetselarij was verboden. Ze schijnen elkaar te herkennen aan de soort acties die ze ondernemen. Een heel hoge landelijke politiefunktionaris is het ook en die heeft een project ontwikkeld waar Marokkaanse en Turkse en autochtone Nederlandse jongeren samen goede doelen realiseren.

Zou Job Cohen vrijmetselaar kunnen zijn, met zijn Samen-bruggenbouwidee? Maar Mat Herben van de LPF is het ook. Zou Femke Halsema een weefster kunnen zijn, met haar metafoor van Ventje Wilders die als puber op de achterbank van de auto, de hele sfeer en toon bepaalt? Je weet het niet, je weet het niet, ze lopen er meestal niet mee te koop.

Het intrigeert me wel, die vrijmetselarij. Jezelf als een bouwsteen zien is best wel construktief. Zou ik er zelf eentje kunnen worden? O, nee, dat kon niet. Als Weefster ben je ineens een lapje stof, dat is toch echt iets anders. En zo zie je maar, dat elke doctrine op zijn best een goddelijk spel is met hele rafelige randen.