maandag 9 januari 2012

Schepping

Pas wanneer je de stad uit bent en gaat toeren in de buitengebieden, dan zie je dat het écht waar is: Nederland is afgelopen weekend op allerlei plekken overstroomd. De rivier is uit zijn oevers getreden en weilanden zijn spiegelend geworden met halve boomtoppen, eenden en ganzen die drijven, wolkenluchten op de grond. Nederland is ineens wijdser geworden, zo. Ik geniet daar wel van.

Het is een hele kunst om goed met dat water om te gaan en Zusje heeft daar een schoolvoorbeeld van ontworpen: het retentiegebied Woolde en waterpark Genseler. Als zij er niet was geweest, dan waren daar nu drie grote weilandbakken met water, want een retentiegebied is daar het vakjargon van: overtollig water dat we nu in overvloed hebben moet ergens heen, ook al is het er grote delen van het jaar niet. Nu pas begint men te bedenken om het water niet te bevechten door het tegen te houden met dijken of daar weilandbakken voor te reserveren, maar te gaan leven mét het water.

Drijvende huizen, zodat twintig centimeter hoog water geen angst meer hoeft aan te jagen van ondergelopen kelders en dergelijke. Spelen met het wassende en weer verdwijnende water; en dat is wat Zusje gedaan heeft. Het staat zelfs in de Bosatlas van Nederland als voorbeeld hoe het kan: nieuwe natuur scheppen , zó dat het ook een belevingswaarde krijgt voor recreeerend Nederland. Pas kreeg Zusje een schilderij van een kunstenaar die zich had laten inspireren door haar ontwerp.

Ze googelde voor het eerst op retentiegebied Woolde en waterpark Genseler en ontdekte tot haar verrassing dat het door haar ontworpen gebied nieuwe vogelsoorten trekt, mensen maken natuurfoto's of andere fotogenieke plaatjes van ondergaande zonnen en dergelijke, aldaar. Lijkt me een machtig gevoel. Zie! Wat ik geschapen heb! Zelf ondervond ik een slap aftreksel van dit genoegen, toen bleek dat wanneer je mijn adres intypt bij Googel Maps, je zomaar mijn huisje in het groen ziet.

Ik was ineens best heel tevreden met mijn oerwoudhuisje, zeker als je de kale nieuwbouwhuizen rondom ziet. Big Brother is watching you: vanochtend toen het wat lenteachtig was, voelde ik me in ene keer bekeken en heb langs de zijkant van mijn huis oude vogelnestjes uit de klimop opgeschoond, blad en takken met veel vogelpoep verwijderd. Kunnen de vogeltjes weer verder bouwen. Geen schepping zonder begrenzingen en beperkingen.

In het klooster zei iemand: Wacht niet tot het noodweer voorbij is, leer dansen in de regen. Dat is weer een andersoortige schepping.

zaterdag 7 januari 2012

Winkel-buurtcentrum

Nou kom ik al twintig jaar in dit winkelcentrum.. En al twintig jaar doe ik de boodschappen bij de AH. Gewoon een anoniem winkelcentrum, niks aan het handje, waar ik niemand ken en niemand kent mij. Ik dacht dat gewoon was bij winkelcentra in een stad: je kent niemand en niemand kent jou, alleen af en toe kom je er eens een bekende tegen: Hé, jij ook hier? Maar gisteren ging er voor mij een volkomen andere wereld open.

T. en R. zijn buurvrouwen. Ze wonen al 29 jaar naast elkaar in de flat boven dit overdekte winkelcentrum. Ze zijn de twee vaste vrijwilligers in mijn buurtcentrum en ik ging boodschappen doen met ze, hapjes, kaas en worst en zo voor de Nieuwjaarsreceptie. Ze zetten hun fietsen voor de deur en ze hadden die ochtend al, ook in het winkelcentrum gelopen. 'Ach dat doen we altijd, we kennen iedereen.'

En dat was niet overdreven. Twee mensen die op hun rollators een praatje met elkaar maakten, iemand die voorbij liep, een echtpaar voor de AH, de kassajongen, het kassameisje in de Co-op, de vegende man. Er ging een wereld voor me open. Al die mensen die praatjes met elkaar maken, die doen dat daar elke dag, die staan daar niet toevallig, die weten wie er wellicht ook weer is. Dit winkelcentrum is al een buurtcentrum voor deze wijk, geloof ik. In de bieb werd ik in ene keer ook achterna geroepen met naam en toenaam. Ik had mijn agenda daar laten liggen.
Kent u mij? Ach ja, U komt hier zo vaak!

Juist ja. De Nieuwsjaarsreceptie bestond uit tien mensen en die kennen elkaar allemaal, al heel lang. Lang voor dit buurtcentrum geopend is. Degene die vijf wijkbladen in dit Stadsdeel schrijft en een direct lijntje heeft met hogerhand, dat wil zeggen,wijkmanagers die over subsidiestromen gaan, had een grote blunder gemaakt. Vertelden de andere, nadat deze weer gegaan was, op weg naar een vergadering.

Er zijn twee dingen mis met vrijwilligers, zei T., die van zichzelf zei altijd in de luwte te opereren, maar nu toch zijn stem had verheven: 'Ze krijgen teveel te doen en hun ego. Dat ego groeit maar en dan gaat alles wat opgebouwd is weer kapot'. Dit worden nog interressante tijden...

vrijdag 6 januari 2012

Ischa Meijer Box

Ik heb een begin gemaakt in de Ischa Meijer Box : Het beste uit Ischa, 5 dvd's, 840 minuten tv-interviews. Het was tussen 1993 en 1995 dat hij allerlei bekende Nederlanders interviewde in zijn late night-programma I.S.C.H.A. en ik bleef er indertijd voor op. Scherp, doordringende vragen, mensen op een ander been zetten door, via een afleidingsvraag, ineens de échte vraag te stellen, die vaak in de kern van iemand boorde.

Ik begon te kijken naar Ischa en Hans van Mierlo. Dan kijk je dus tegelijk naar de twee mannen in het leven van Connie Palmen, die allebei dood zijn. Ischa stierf in 1995. Het staat me bij dat Palmen in I.M. iets meldt dat ze valt op teddybeer-achtige mannen, een beetje mollig met een hoog knuffelgehalte. En dan zie je ze zitten: die twee met dezelfde soort neus, hetzelfde soort gegrinnik, je ziet ze met gemak genoeglijk grommen in de armen van Connie. Wisten zij veel dat dezelfde vrouw hun ooit zou verbinden? Zij weten van niks, de kijker van de toekomst wel.

Ik keek naar Renate Dorrestein en naar Jan Marijnissen. Dan zie je wat tijd doet met mensen: je wordt bedaagder en zelfvoldaner als je ouder wordt, tenminste als je leven tot dan toe een beetje gelukt is. Dat is bij beide zo, want het zijn nu de oudgedienden van respectievelijk feministisch schrijvend en socialistisch politiek Nederland. Maar ongeveer 18 jaar geleden ofzo, zijn beide nog rustelozer, hopend dat hun dromen uitkomen: een betekenisvolle stem zijn in Nederland. Jan Marijnissen is nog beginnend bezig om socialisme en het falende communisme van elkaar te scheiden, Dorrestein weet al van haar vermoeidheidsziekte. Maar beide hebben dat krachtige wat hoort in ongeveer het midden van een mensenleven: Wij zullen dóórgaan!

Gisteren zag ik het intervieuw met Jos Brink. Die ken je niet als veel ouder dan toen, want ook hij is gestorven. Dan lijkt het alsof je naar iets kijkt dat pas lijkt te zijn opgenomen: je kent beide niet als ouder dan dat ze toen waren. De tijd verglijdt niet meer als mensen dood zijn, ze blijven eeuwig jong.

Opvallend was hun overeensteming over de jaren zestig. Beiden vonden het een vreselijke tijd, met vreselijke mensen. Mensen die arrrogant en over het paard getild waren, hard. Ze vonden de jaren vijftig veel beter en mooier. Dat was een generatie van na de oorlog: hoopvol en ondernemend. 'We zijn beide oorlogskindjes', zei Jos Brink. Hoe anders kijkt men daar nu naartoe: de jaren zestig zijn juist mooi, met hippie, flower-power en peace en iedereen-had-nog-tijd-voor-elkaar en de jaren vijftig staan nu voor saaie, begrensde burgelijkheid.

Alles is relatief, blijkt maar weer. Gerelateerd aan plaats en tijd en persoon. Mij viel weer op dat de scherpte en de bijna onbeschofdheid van Ischa indertijd, nu heel gewoon is geworden. Hij lijkt zelfs vriendelijk in al zijn directheid. Daar keek ik indertijd anders naar. Zo is mijn eigen beleving van de tijd ook alweer veranderd.

Deze dvd-box is razend interressant omdat het je een kijkje gunt in verschillende soorten hoofden, die ook commentaar geven op hun tijd en hun plaats in de samenleving. Je reist door verschillende tijdslagen tegelijkertijd.

woensdag 4 januari 2012

Nieuw

Mijn eerste dag op mijn nieuwe werkplek zit erop. Gek, gek. Ik ben er verstoken van internet, eventjes hopelijk, want mijn token is nog niet binnen. Al had ik daar nu natuurlijk nog net niet de rust of de tijd voor: om ook nog een blogje te schrijven. Nieuwe mensen, allemaal nieuwe sleutels, die op allemaal andere kastdeurtjes passen, nieuw soort koffiezetapparaat, nieuwe kassa, enzovoort. Ik ben meteen de keukenlaadjes gaan herorganiseren, dat zijn het soort dingen die je doet om iets tot éigen te maken.

Natuurlijk begon ik maar meteen over mijn droom te vertellen: dat dit een gezellige huiskamer van de buurt kon worden, dat het zo leuk centraal lag, dat het toch geweldig was, als je gewoon maar binnen zou lopen, niet persé om wat te DOEN, gewoon maar. Sommige gezichten begonnen wat te glimmen: Ja, leuk als ik er een 1000 stukjes puzzel zou neerleggen! Ja, het is zo dat je vaak in je flat zit en denkt: wat nu dan, weer een rondje door het winkelcentrum? Het woord "spelletjesinloop' viel niet goed: dat is voor eenzame mensen, verplicht spelletjes met elkaar moeten spelen, zei eentje.

Maar ik mis dat juist zo! Ik wil wel spelletjes spelen, gewoon lekker simpel rummicubben of scrabble: dat ligt er overigens al. Het is wel grappig om te doen: dat aftasten van elkaar. Een mevrouw. J. had een buitenlands accent. Toen ik haar daarnaar vroeg, ontweek ze wat. Dit vindt ze geen leuke vraag, dacht ik. Maar halverwege de middag kwam ze aan de bar en zei ineens: Ik kom uit Hongarije... 45 jaar geleden. Wat was daar ook al weer? Opstand? Is ze wellicht op de vlucht geslagen? Opende ik aanvankelijk een bord vol ellende, door mijn vraag?

Wordt vervolgd. Raar om het met deze mensen te zullen gaan doen, de komende tijden. Wat zit er aan potentie om werkelijk wat te laten onstaan? Het is net alsof ik iemand ben die gestrand is in een dorp, ergens ver weg van de buitenwereld. En dan maar kijken wat er geweven kan worden aan samenhang.

dinsdag 3 januari 2012

Saul Leiter

Ik begin een sentimenteel mens te worden. Nu mijn periode in Amsterdam er op zit en ik weer de terugreis aanvaard naar mijn eigen kleine provinciestadje, is er ook weer wat weemoed. Het vertrek uit een klooster (zie blogje 'Goddelijke dagen', dec 2011 ) of een vertrek uit een mij zeer geliefde stad, maakt ergens niet veel uit; ik scheur me los van plekken die me dierbaar zijn.

Plannen zijn er om weer doorkruist te worden door dat wat mogelijk is: ik had het plan om de andere kant van Amsterdam te befietsen; bij de Westergasfabriek, de Spaarndammerbuurt, misschien met het pontje het IJ over. Harde storm en regen weerhielden me daarvan. Ik bezocht met terugwerkende kracht opnieuw het Scheepvaartmuseum, het Verzetsmuseum en begon de dag in het Joods Historisch Museum.

Amsterdam lijkt net een dorp, want de mevrouw in het Verzetsmuseum begroette me met: Ben je teruggekomen? Ik stond gisteren buiten te roken: Je hebt zo'n leuke hoed! Allemaal dankzij zuster B. die mijn gewoonte had overgenomen om veertjes op te rapen tijdens wandelingen en die heb ik allemaal in mijn winterhoed gestoken.

In het Joods Historisch Museum is een tentoonstelling met foto's van Saul Leiter: New York Reflections. Het was een heel, heel rare ervaring. Ik zag niks nieuws. Ik zag precies de dingen die ik altijd zie als ik door een stad rondzwerf. Veel van zijn foto's heb ik precies zo in mijn hoofd gemaakt. Vaak denk ik als ik rondzwerf: klik, klik, klik, ik kan wel doorgaan, er is zoveel mooi, er is een stille harmonie tussen dingen en mensen, het lijken soms abstracte schilderijen. Het landschap van een grote stad is zo verrassend en rijk en de mensen gaan daarin op zoals boten op een rivier, of vogels in de lucht.

maandag 2 januari 2012

Geluksmomenten

Zo'n dag, die een aaneenschakeling van geluksmomenten is:
- Tromgeroffel in de Nieuwmarktbuurt te Amsterdam: twee Chinese geluksdraken dansen door de straten. Ze stoppen bij een Chinees winkeltje, leggen er een rode sliert van vuurwerk bij de ingang, met de vingers je oren dichtstoppen,oorverdovend geknal, alle boze geesten zijn weer verjaagd, de straat kleurt rood, de kleur van de liefde, alles mag opnieuw beginnen.

- Fietsen naar de Dappermarkt, in een Indiase veelkleurige stoffenwinkel precies de kleur paars van dit blog tegenkomen, een soort zwaar tule, wat doorzichtig, met zilverwitte glinsterende bloemen erop en ranken en knoppen die me wel aan passiebloempjes doen denken en na enig getwijfel, daar 3 meter van kopen. Zomaar. Misschien drapeer ik er een muurtje mee in mijn toch al bonte kamer.

- Een hagelbui laat witte pareltjes dansen in de waterplassen.

- Ineens op het idee komen om gericht te zoeken naar een lap stof voor de meditaties in de kapel bij de Clarissen. Die hebben een hele plastic kist vol lappen, maar sommige kleuren ontbreken. Welke ook alweer? Ik vind een licht olijfgroene soepele stof met een vleug glans daarover. Ja, dat is het! Ik koop twee meter. Dat heet: Domweg Gelukkig in de Dapperstraat.

-Ik fiets het Oosterpark in. In dankbare herinnering aan broeder J. die hier een groot deel van zijn leven in gewerkt heeft. Besluit te fietsen naar het Flevopark. Door de Javastraat. O! Wat heerlijk, al die kleine winkeltjes van mensen uit allerlei windstreken. Wat maakt de straat een mooie bocht, wat doen het ritme van de grote verhuishaken boven de huizen, wellicht in de Gouden Eeuw van Nederland allemaal pakhuizen, denken aan eeuwen en eeuwen van bedrijvigheid. Ik wil langs de camping op de Zeeburgerdijk, maar vind die niet, wel een wijdsheid ineens: boten, water, een brug; de rand van Amsterdam.

- Ik volg zomaar wat bordjes: langs Artis naar het Verzetsmuseum. Wil ik daarin? Nee toch maar niet, de zon schijnt net. Een brugje over en een meneer passeert: 'Wat heb jij een leuke hoed!' 'Dankjewel!'

- Kom langs het Scheepvaartmuseum. Het begint te regenen. Gauw naar binnen, dan maar. Wat een verassing! De zee loopt door het gebouw heen, de boten varen over. Een sterrenhemel, alsof je op het dek staat, globes van de aarde en van de hemel, schilderijen vol Hollands Welvaren en ik weet: een lijn waaruit ik voortgekomen ben, is ooit op zo'n stoomboot de zee overgevaren. Een schilderij met alleen maar zee daarop, grijpt me ineens aan: dat was het uitzicht, maanden lang... hoe ontheemd kan men daar van worden? Weg uit het vertrouwde naar iets volkomen onbekends. Er hangt een schilderij van Charlotte Mutsaerts: een vrouw op de kade bij de haven van Oostende: alsof je in het hart kijkt van iemand met een groot verlangen... Het verzoent me een beetje met al het ongerijmde.

-Tot slot nog naar FOAM. Prachtige foto's van fotograaf Joel Sternfeld. Hij was een van de eerste fotografen die in kleur werkte. Mooie kleuren, korrelig zacht. Mensen in steden en op het platteland van Amerika. Soms een beetje absurd en mild tegelijk. Plekken die onschuldig lijken, maar geladen blijken omdat daar ooit eens iets ergs is gebeurd. Plekken waar wat resten van menselijke bouwsels over zijn gebleven, getuigenissen van een ideaal, een visie van ooit, de mensen zijn al weg. Elke foto nodigt je als het ware uit, om het beeld te lezen, een beetje als poëzie, waar een detail in eens het centrum kan worden.

Zo'n dagje met geluksmomenten, die zich rijgen aan een snoer van ... vrede? Ja, ik geloof van wel.

zondag 1 januari 2012

Altijd weer nieuw

Soms zou ik wel een engel willen zijn. Dan vloog ik gisterenavond tijdens het uitbundige vuurwerk, zo de kleuren en de fonkelingen in. Dan maakte ik een rondgang door de wereld en zou zorgeloos vliegen van het ene vuurwerkfeest in de andere. Maar wacht eens, dat is wat de tv bij het binnenluiden van het Nieuwe Jaar doet: beelden van over de hele wereld komen naar je toe, de wereld verbindt zich een paar uur per jaar, feest op alle gezichten: het oude jaar is over en voorbij, er gloort een nieuw begin. We zijn daarin allen dezelfden, op ons aardbolletje waar de tijdzone langzaam opschuift en het oude als een grauwsluiertje, eventjes maar, weggetrokken wordt: Gelukkig Nieuwjaar!

Soms zou ik een engel willen zijn om geen moeie voeten te krijgen van het almaar blijven dwalen in een stad. Mijn voeten kennen soms geen rust, ik wordt van het ene naar het andere getrokken. Vooruit maar, ik kocht een kleine houtsnede van Frans Masareel(1889-1972) op de Noordermarkt in Amsterdam. Ik weet niet of het echt is, maar als ik met mijn vingers voel over het papier, voelt het wel ribbelig aan. Het komt uit een klein boekje dat iets heet van 'op weg naar La Lumiere', aldus de verkoper. Dat thema gaf de bonte verzameling houtsneden, zo groot als wanneer ik een rechthoek zou kunnen maken van mijn duim en mijn wijsvinger, een onderlinge betekenis.

Wat ik zag was een mens die worstelde met het licht. Op sommige zat hij in de takken van een boom en ging er een straal van zijn handen naar een ster, op anderen leek zij centrum van een explosie met vuur, maar het lichaam was nog heel. Sommigen op een omgekeerde boot of onderzeeër op zee. Op eentje probeert hij Jezus op het kruis te omarmen, kaarsen branden om hem heen, een ander kijkt er naar. Masareel was geen gelovig mens, maar noemt zichzelf wel algemeen religieus. Al zijn zijn beelden soms dreigend, met strijd en grote gevoelens, in de grond is hij een optimistisch mens, die gelooft in het goede van de mens. Een bezonnen socialistische samenleving, waar zowel gemeenschap als vrijheid voor het individu gewaarborgd zijn, is zijn ideaal, zegt hij in het boek Ik houd van zwart en wit. De basis daarvan zijn gesprekken uit 1968 en is geïllustreerd met heel veel werk van hem.

De houtsnede die ik uiteindelijk koos is eigenlijk uitzonderlijk anders dan de rest van wat ik voorbij zie komen. Het speelt zich onder water af. Twee mensen staan tegenover elkaar. De ene in een ouderwets duikpak met een bol over zijn gezicht voor de zuurstof. De ander staat er gewoon met broek en colbert en strekt zijn hand uit naar de ander. Bubbels zuurstof drijven bij beiden naar boven. Boven de man met het pak is iets wat het midden houdt tussen een spin, of een inktvis, of een kwal of een buitenaards wezen met zes tentakels. Die lijkt weer uit het licht te komen, want er is ook nog een maansikkeltje te zien. Achter de man een grafzerk. Een heel geheimzinnig, dubbelzinnig tafereel: associaties met de christelijke opstanding uit de dood, het vreemde element water, waar de ene wel in kan ademen en de andere niet.Dat het zich afspeelt op de bodem van de zee en niet zoals het meeste werk van Masareel, in de moderne stad, het industriële landschap of in de eenvoudige natuur van bloemen , wat blad en gras en de zon en de maan, vind ik bijzonder.

Als er water voorkomt, dan lijkt het het element van transformatie: op een houtsnede uit 1920 uit het boekje Le soleil, springt er bijvoorbeeld een man van een groot schip vol mensen de zee in, terwijl de zon opkomt. De boot heet 'bonne esperance'. Op een houtsnede uit 1928, de Sirene geheten, verrijst er een naakte vrouw met de handen naar de hemel uit het water bij een schip in de haven.

Mijn kleine houtsnede zegt me iets over een alchemistisch proces dat zich binnen in elk mens, elke dag kan spelen: we maken uit onze eigen donkere, onbestemde materie steeds weer wat anders en nieuws. De keuze is aan ons of dat iets moois of iets doms en lelijks is. Wij maken de wereld: ook op de paar vierkante meters of kilometers waarin ons leven zich afspeelt.

Zoals op mijn, altijd welbewust heel simpel gehouden, kerst en nieuwjaarswens; gewoon een fotokopietje met op elk wel een menselijk spoor, mijn eigen, in de vorm van wat verf en ditmaal een geel draadje: Kom! spin een draad van licht, geef licht een menselijk gezicht.

Soms wil je een engel zijn en soms daal je af tot op de zeebodem... laat het nieuwe jaar maar brengen, wat het brengt.