vrijdag 8 februari 2013

Zij bidt mussen

Vanochtend een verrassing bij de krant: een gedichtenbundel met een selectie uit het werk van Judith Herzberg. Leuk formaat, mooi strak uitgegeven met een ribbelige kaft en het ruikt zo fijn naar gloednieuw papier. Je kunt een box met 10 dichters bestellen voor 49, 95 euri. Het eerste gedicht dat ik opsloeg paste heel erg bij mijn stemming, die ook gevoed werd omdat ik opnieuw Rapture op herhaling beluisterde. (zie eerder blogje).

HIJ BIDT
Hij bidt maar niet tot God
niet tot, maar bidt.
Dan moet hij plassen en staat op
maar komt, vóór kleren, auto, weer in bed,
omhelzend verlangt hij naar omhelzen, haar.
Een hemlsbreedte rekt zich in hem
om haar, dagelijks, omhelsbaar.

Toen ging ik de krant lezen en onbijten en sloeg daarna weer de gedichtenbundel open. Nou moe! Hoe kan dat nou? Wéér zo'n volkomen toepasselijk gedicht op wat er komen ging. Mijn mussen en vogelkolonie is vandaag bezocht geworden door iemand van de vogelbescherming Nederland. Die maakte een heleboel foto's en vertelde aan de mensen van de woningbouwvereniging dat er, om alles weg te snoeien, een officiële ontheffing moet worden aangevraagd. Waarvan maar de vraag is, of die zal worden toegekend, voegde ze er aan toe. En zó ging het gedicht dat ik net tevoren las:

MUSSEN
Als ik oud ben, echt oud, niet als nu,
dan een gladhouten tafel, geen teak, of mahonie
geen chique , geen antiek maar een glad-
houten tafel, als hier.

Maar waar vind ik het simpele,
niet efficiënte maar ook niet verwende,
het ongetrainde, onaangeleerde.

Waar vind ik een uitzicht
dat geen uitzicht wil heten
en stilte zonder gebeier
of trommels
met stemmen
die praten en roepen
maar niet schreeuwen
of commanderen.

Een kussen dat ruikt naar zon
op katoen, en zijn er nog
mussen die ik kan voeren
zoals op dat bankje Abel
en Thea dat deden
in het Weteringsplantsoen?

donderdag 7 februari 2013

Voor mannen?

Wat was dat lang geleden! De hele avond uitgezakt tv liggen kijken met een zak chips bij de hand. Het was op RTL7, die tot mijn verbazing als onderstromer heeft: Voor mannen. Ik dacht eerst dat het een grapje was, maar nee hoor, als je het de hele avond voorbij ziet komen, voor en na elk reclameblok, dan moet je eraan geloven: er is een zender die er voor mannen is. Nou ja, wellicht vergelijkbaar met het 'damesblad'.

De eerste film die ik bekeek klopte titelmatig wel met het aanbod: Men in Black. De film heeft nog twee andere vervolgen gehad, dus dat moet ergens een beetje een soort van kwaliteitje hebben. Het is héél grappig. Het speelt zich af in New York, alwaar allerlei buitenaardse wezens vanuit het hele universum incognito leven als mensen en een veilige haven hebben. Veel van die buitenaardsen staan op voet van oorlog met elkaar en weten sporadisch dat de andere er ook is. Mensen zijn voor de buitenaardsen van het meest primitieve soort. De 'men in black' (zonnebril, zwart pak, zwart stropdasje, wit overhemd) vormen een speciale eenheid, die alle strijdende buitenaardsen te vriend moeten houden en tegelijk ervoor moeten zorgen dat geen enkele New Yorker van het bestaan hiervan afweet. Lukt het niet, dan blazen de buitenaardsen eenvoudigweg, de aarde op.

Hé, wat kan het leven simpel zijn, is dit wat mannen willen? Pal daarop volgde de eerste bioscoopfilm die van de tv-serie Star Trek is gemaakt. Je kunt dus niet in de verleiding komen om de tv maar uittezetten, want voordat je het weet zit je weer in een heel ander avontuur. Zou men daar onderzoek naar gedaan hebben voor deze zender? De man moet direct weer bezig gehouden worden, dan blijft hij. Onlangs heb ik een testje gedaan waar men kijkt of je een mannelijk dan wel een vrouwelijk brein hebt. Welnu, U raadt het wellicht: ik heb een mannelijk brein.

Nu ben ik al fan van de oude Star Trek en deze eerste film kende ik nog niet. Er is maar één ding over te zeggen: de film is van 1979, maar de hele Matrix-trilogie is hieraan schatplichtig. Mens en machine verenigen zich op het einde met elkaar, op weg naar...? Ik ga nu ineens denken dat mijn fascinatie voor sci-fi wellicht ook hoort bij dat mannelijke brein. Je ziet in een damesblad toch nooit sci-fi als onderwerp? Er waren in de vooraankondigen nog wel meer films die ik wilde zien. Zometeen wordt RTL7 mijn favorietje. 'Voor mannen'...O, nee, gelukkig maar: ik hou absoluut niet van sport, van geen enkele sport: niet om te doen, om naar te kijken of over te praten. Dat laat de balans weer een heel andere kant opgaan. Heb ik dan toch een androgyn brein?! Dat vind ik fijn.

Rapture

Ik heb weer een mooie cd in de bieb gevonden, van Antony & the Johnsons, Cut the World, een live registratie met het Deens Nationaal Kamerorkest op 2 en 3 september 2011. Zijn/haar stem weeft en vervlecht zich met de instrumenten van het orkest. De sfeer is bij Antony altijd al specifiek... noch het ene, noch het andere... van beide wat, in één beweging door en gisteren had ik het lied Rapture op de repeat-knop gezet.

'Rapture' betekent geestverrukking, verheffing en in het oude christendom van de eerste eeuwen stond het woord voor verrijzenis: van Jezus of bij de Dag des Oordeels wanneer het Rijk Gods zal gaan komen.Ik heb dat even opgezocht omdat ik door de woorden van het lied ook in verwarring raakte: Anthony zingt aanvankelijk over 'vallen', het omgekeerde dus. Eyes are falling, lips are falling, hair is falling to the ground, slowly, softly... Tegelijk wervelt de muziek naar boven.

Het lied, dat zich nu zonder onderbreking herhaalde, kreeg iets bedwelmends. Het heeft iets klagends, maar ook iets troostends: all the world is falling, all the blue from me and you, teardrops falling to the ground, I 'm talking about your teardrops... Tranen die ook kunnen louteren, die maar één weg op kunnen gaan bij mensen van de zwaartekracht: naar beneden, de grond in.

Het lijkt een natuurlijke loop, maar wanneer hij zingt dat zijn vrienden vallen, dan denk ik ook aan de vele vrienden die Antony verloren heeft aan aids, I've watched them falling, falling softly to the ground,o the leaves are falling, down in silence to the ground. Is this the rapture? Why don't you tell me, is this the rapture?

Dan eindigt het lied, toch vrij onverwacht met het begin van het Onze Vader. Our father who art in heaven, for the kingdom, the power, the glory, yours, now and forever. Alsof je op associatief nivo de onbegrijpelijkheid van de dood toch naar een ander plan trekt.Ik geloof dat de handeling van dat zeggen en doen, troostend is. Of die Vader nou wel of niet écht in de hemel is, dat doet er niet meer toe. Het magische van taal, die de mensen van de zwaartekracht tot hun beschikking hebben: De kracht en de glorie wordt waar in het hier-en-nu: Rapture.

woensdag 6 februari 2013

Wonderlijke verhaaltjes

Nou! Dat is een verrassing; om vanochtend naar buiten te kijken en weer een witte wereld te zien! Wat is dat toch mooi. Gisteren in de leesgroep twee verhaaltjes die wat mij betreft over 'licht' gingen, al zijn het tegelijk ook twee middeleeuwse wonderverhalen. Van Bonaventura, een grote geleerde in zijn tijd. Des te meer opvallend is het dat dit soort verhalen met grote vanzelfsprekendheid in de levensbeschrijving van Franciscus van Assisi komen. In onze tijd zouden zulke toevoegingen zo'n levensbeschrijving juist ongeloofwaardiger maken.

Het ene verhaal bevatte een Harry Potter-scene, zoals zuster M. zei: Er rijdt een grote wagen met vuur en een bol van licht boven de hoofden van de broeders en daarna kunnen ze in elkaars geweten kijken en niks is meer voor elkaar verborgen. Voor mij verrassend was, dat meerderen reageerden dat ze dat nou helemaal nooit mee wilden maken: Waar blijft de privacy? Het doet denken aan elektronische patiëntendossiers waarvan het gevaar bestaat dat Jan en Alleman die in kan gaan kijken. Je wilt toch wel wat verborgen kunnen houden? Toch herkende iedereen wel de ervaring dat het je soms kan gebeuren dat je  met iemand of met een groep mensen de hele avond met elkaar gepraat en gediscussieerd hebt en dat je elkaar op het einde ineens glimlachend aan kan kijken: wat er gebeurd is en wanneer weet je niet precies: maar je begrijpt elkaar, zonder woorden: er schijnt een licht.

Het ander verhaaltje is wel een mooie, voor als je ziek bent. Het gaat over iemand van de orde van de kruisheren die ziek is en een bode stuurt naar Franciscus, of die niet iets voor hem kan doen. Franciscus bereidt dan met olie uit een lamp die brandt bij het beeld van de moeder Gods, Maria dus, met wat brood een brij en laat die brengen. De man eet en wordt geheel gezond van lichaam en van geest en hij besluit om zijn orde te verlaten en zich aan te sluiten bij de broederschap van Franciscus. Dat die olie uit dat Marialampje kwam, dat gaf voor mij aan het verhaal een zacht, teder, beschermend licht, zo heel anders dan het overdonderende licht uit het eerste verhaaltje.

Wat is nu het werkelijke wonderlijke in het verhaal? Dat zit eigenlijk in die kleine, menselijke handelingen die ontstaan zijn uit het vertrouwen dat je in elkaar hebt. Die zieke man had al een vertrouwen in Franciscus om aan hem te vragen of die iets voor hem had ter genezing. Franciscus maakt in vertrouwen iets klaar. Die wederzijdsheid, die heeft op zich al iets genezend.

En soms gebeuren er onverklaarbare dingen die buiten de verwachtingen om gaan en die door dit soort verhaaltjes weer in je herinnering komen.  Iemand vertelde dat haar oom vol toeters en bellen ziek lag in het ziekenhuis. Hij was opgegeven. Ze haalden alle apparaten weg. 'En toen bleef hij gewoon doorademen! Nog vijf jaar lang!'. Hoe kan dat nou?  En zo beëindigden we de avond, met dat ene woord: 'wonderlijk".

dinsdag 5 februari 2013

Kijk! David Hockney

Zijn geschilderde teckel Stanley, staat al meer dan 15 jaar als ansichtkaart ingelijst ergens tussen de boeken in mijn boekenkast, slapend in het middaglicht op een blauw kussen. David Hockney schilderde het in 1995, hij schilderde een wand vol teckels, het was het enige wat hij kon schilderen toen, nadat zijn partner overleden was. In mijn keuken hingen ook de ansichtkaarten van een geschilderde forel op een schaal, een waterfles met een zonnebloem daarbij. Alleen maar de dingen vlak bij, dat kon hij aan, het intense waarnemen en schilderen gaf troost, zei hij.

Die milde, troostrijke sfeer is voelbaar in elke penseelstreek. Maar nu: zoveel jaren later is David Hockney als een krachtige, sterke phoenix herrezen uit de smeulende as die hem warm heeft gehouden: hij is uitgevlogen in het landschap van zijn jeugd en afkomst,  Yorkshire. Ik was Zondag 5 uur lang betoverd door zijn schilderijen in Keulen, het was de laatste tentoonstellingsdag van A Bigger Picture: een daverend succes in Londen en nu gaat het als geheel nog naar het Gugenheimmuseum in Bilbao.

Ik heb David Hockney eigenlijk altijd wel gevolgd want wat hij doet en hoe hij kijkt is zo bijzonder: hij ziet altijd meerdere perspectieven tegelijk en hij gebruikt het beeld zelf en de moderne techniek om je die ervaring te geven. Vroeger was het de Xerox kopieermachine, en de snapshots uit zo'n candid cameraatje die hij aan elkaar assembleerde tot wandgrote collages en nu is het de iPad en de schilderdoos daarin, waardoor je nu elke streek die hij zet en weer weggumt en vervangt kan meemaken. In het Ludwigmuseum zie je het gebeuren: een hele zaal aan alle wanden gevuld met zeer uitvergrote schilderijen uit de computer o.a. van het Yosemite Park in Amerika. En in Yorkshire schilderde hij het komen van de lente in 52 iPad tekeningen van Januari tot en met April en een wand bestaande uit 32 olieverdoeken aan elkaar, tesamen 144-385 groot: The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire in 2011.

Op Holland Doc, onder Kunst en Kultuur op p.8 is een documentaire te zien die drie jaar werken in Yorkshire bestrijkt en toen ik de tentoonstelling opliep, toonde de eerste zaal dat ene landweggetje die een tunnel lijkt en die hij in alle seizoenen geschilderd heeft en waar je hem bezig ziet met een opklapbare pichnicktafel vol penselen en verf. Iets heel anders is de installatie van 9 camera's op een truck, waarmee hij op wandeltempo een bospad ingaat, 4 keer op een rij, in elk seizoen 1 keer, alle 4 tegelijkertijd op elke wand in een zaal afgespeeld. In één keer wordt het je dus mogelijk 4 seizoenen tegelijkertijd te beleven in haarscherpe beelden, je wordt het bospad ingezogen en erdoor geabsorbeerd.

David Hockney tekent, aquarelleert, schildert in felle, heldere kleuren, maakt composities, kijkt zowel op de grond naar  de grote verscheidenheid aan blad, grassen en planten, als in vogelvlucht, over een heel gebied heen. Ach, het beschrijven heeft niet zoveel zin: kijk! Een levensmotto dat vitaliseert en gelukkig maakt. In zijn eigen woorden: Alles heeft natuurlijk ook een donkere kant; uiteindelijk is het bekijken van de wereld iets positiefs; ik vind de akt van het kijken wonderbaarlijk mooi. Daarom is de wereld voor mij mooi, omdat ik ernaar KIJK. 


zaterdag 2 februari 2013

De Warme Winkel: Villa Europa

Theatergroep De Warme Winkel doet elke keer haar naam volkomen eer aan: O! hun voorstellingen zijn warm, in de zin dat ze je bloedstromen, je hoofd, hart en ziel verwarmen en dat doen ze door te winkelen binnen genres, stijlen, gevoelslagen, theatrale middelen, haarscherpe dialogen, gedachtespinsels die almaar verder spinnen, je denkt soms te verdwalen en ingesponnen te zijn, maar de acteurs weten dat ook en dan plotsklaps dan gaat het van ernst en gedragenheid, naar een postmoderne blik naar het publiek: U onthoudt toch wel, dat we in deze tijd zijn, hé, een tijd waar alles onder vuur staat, waar we zoeken naar wat echt is en authentiek en dat vaak vinden te midden van het absurde?

Of we vinden het een moment maar, in een scene, maar ook die heeft altijd meerdere kanten, wat helder is en ondubbelzinnig kan alleen maar eventjes gevonden worden, en jij kijker, die dit ondergaat, jij kiest zelf het moment wanneer dit gebeurt. Alhoewel? je kiest niet: het gebeurd aan je: momenten van ontroeringen en lachen en ernst wisselen elkaar voortdurend af.

Ze speelden Villa Europa in mijn stad. Een onderzoek naar het zielleven van Stefan Zweig, die in 1942 in Brazilië zelfmoord heeft gepleegd, tezamen met zijn tweede vrouw, hij was een Jood die de glorie van het cultuurleven van het fin de siècle rondom Wenen en Salzburg beleeft heeft. Toen het oude Europa op het toppunt van zijn kunnen leek en de Europa bewasemt was van een rijk geestelijk leven. Hij kenden Wittgenstein en de beeldhouwer Rodin.

Waarom heeft hij zelfmoord gepleegd vragen de twee zich af, die tegelijk ook Stefan Zweig en zijn vrouw spelen. Ja, hij was altijd al depressief. Of miste hij zijn vrienden en het culturele leven daar ver weg in Brazilië? Maar kunnen wij ons voorstellen hoe het is om uit dat vanzelfsprekende oude geestrijke Europa mee te moeten maken dat Joden als kakkerlakken werden en dat er boeken verbrand worden? Dit soort vragen stellen ze, kruipend, zich ingravend, zittend, zich laten vallend op een enorme berg oude boeken, ze slaan ze hysterisch open, willekeurig, zogenaamd als illustratie, maar de plaatjes kloppen niet met het verhaal.

Onderliggend aan deze vraag over Stefan Zweig ligt een andere vraag: wat is nodig een land, een continent, een individu, menselijk te houden? MEDELIJDEN, daar komen ze op, ja, het is medelijden die de kern is van elke beschaving. Maar er zijn twee soorten van medelijden: de ene lijdt mee, zwelgt mee in verdriet en leed, maar je blijft een buitenstaander. En je hebt het medelijden dat zich inlaat met het duistere en donkere, en om dat te blijven leven, dat vraagt geduld en uithoudingsvermogen.

Dat laatste: is dat wat het nieuwe Europa ontbeert? Is dat wat Stefan Zweig ontbeerde, en hij heeft hij daarom zelfmoord gepleegd? Zijn dood, die ook gespeeld wordt, is een mooie, hij neemt het gif legt zich neder op een bed en sterft. Maar zijn vrouw die naast hem is gestorven had een ander soort gif: haar dood was zeer pijnlijk, een worsteling. Op het toneel zie je haar twee keer sterven: de ene keer zoals Stefan Zweig denkt dat het gebeurde, kalm en vredig naast hem. Maar de tweede keer, dan trekt zij langzaam haar kleren uit, legt elk kledingstuk over de dorre en dode planten, alsof ze daarmee het oude , gestorven Europa bekleed, trekt haar doodskleren aan en dan sterft ze kermend en kronkelend van de pijn.

Ach, ik bericht hier maar een van de vele verhaallijnen en sensaties die Villa Europa teweeg brengt. Er zit een prachtig stukje in waarin de man Rodin is en laat zien wat het moment is dat inspiratie in je komt en hij een beeld tot leven wekt. Er wordt gespeeld met snorretjes, kleren die opgehesen worden en weer afvallen, er wordt gemimed, dansbewegingen wisselen zich af met vallen, gefluister wisselt zich af met geschreeuw. Soms staat het beeld stil, zoals in stills in de film, soms druipt de dramatiek eraf en lijk je in een goedkoop slecht theaterstuk te zijn belandt.

Daarom is hun video van de voorstelling op hun site heel bedrieglijk. Wat je ziet lijkt een overdosis aan overdrevenheid en het fijnmazige en zinnige net dat dit alles opvangt en draagt, dat zie je niet. Alleen als je gaat kijken en je het ondergaat. Prachtig, steengoed.

vrijdag 1 februari 2013

De kunst van het reizen

Leuk boek heb ik gelezen: De kunst van het reizen van Alain de Botton. Het stond al lang op mijn verlanglijst en dan is het ineens binnen handbereik. Het concept is leuk: hij begint in zijn eigen wijk in London, hij wil naar de zon en gaat naar Barbados, een zonnig eiland met strand en palmbomen en hij neemt als gids J.K. Huysmans mee, iemand die juist naar Londen wilde reizen. Zo reist hij naar andere plekken, met steeds een andere gids: naar de Provence, met Vincent van Gogh, die hem voor het eerst de kleuren van het gebied laat zien, naar de Sinaï, waar een ervaring van het sublieme woorden krijgt door Edward Burke en het boek Job in de bijbel, naar het Lake District waar de poëzie van Wordsworth hem het simpele geluk leert van een bloem, een landschap, een boom.

De vragen voor Botton zijn: Waarom reis je? Wat heeft dat voor zin als je liggend in de zon in dat paradijsje telkens weer denkt aan beslommeringen thuis? Wat als je omgekeerd, door te lezen en schilderijen te kijken je  je zelf veel beter kunt verplaatsen naar die plekken, dan wanneer je er bent en je allerlei lichamelijke ongemakken gewaar wordt? Wat betekent het wanneer je steeds maar leest in een reisgids hoe geweldig en bijzonder het is wat je ziet van grote culturele en historische waarde enzo, maar je het ter plekke maar saai en oninteressant vindt? Enzovoort.

Het lijkt erop dat Botton diep in zijn hart een romanticus is. Reizen moet verheffen, je gelukkig maken, je uitzonderlijke en diepzinnige ervaringen brengen. Je hoort je in ieder geval op reis niet te vervelen. Ik moet bekennen dat ik tijdens het reizen juist altijd zit te wachten op het moment dat ik me verveel. Het lijkt dan alsof ik dan pas echt daar ben aangeland, of ik dan pas kan ervaren dat het exotische, juist ook gewoon is en in jezelf aanwezig is, en dat wie je bent zich werkelijk helemaal thuis voelt op die vreemde plek, en het dus mogelijk blijkt om overal te wonen en een thuis te maken.

Die momenten van verveling herinner ik me ook heel goed. Bijvoorbeeld op een zondagmorgen op Fidji. Er was niemand op straat, er hing een zondagsrust, heel saai, ondanks alle palmbomen en een eilandsfeer. O ja, ik herinner me ook die spectaculaire zonsondergang en maanopgang in vlammende kleuren, en de diepzeevissen, en het witte zand onder de kokosbomen. Maar die verveling op die Zondag: die geeft me het gevoel dat ik er echt geweest ben en niet alleen maar in een plaatjesboek bladerde.

Ben ik hier nu uitzonderlijk in? Dat ik je-vervelen best wel een positief gevoel vind? Waarom moet je altijd wat beleven, doen, meemaken? Zit de kunst van het reizen niet in de kunst beoefenen om waar dan ook, op elke plek ter wereld, je voor te kunnen stellen dat je daar ook zou kunnen leven? Je vervelen hoort bij het leven: het is de ongelofelijke luxe dat alles, eventjes helemaal goed en in rust is. Uit het moment van verveling ontspringen alle nieuwe mogelijkheden.