zaterdag 9 maart 2013

Meditatie alweer

Uitzonderlijk, gisteren bij de meditatie: vier nieuwe mensen en die zeiden alle vier bij de koffie dat ze het fijn hadden gevonden, dat het precies was wat ze zochten en dat ze terugkwamen. Ik ben benieuwd. De ene had al een mindfullness-training gedaan van acht keer, en ze wisselden wat uit over loopmeditatie, Zen en Vipasanna-meditaie, maar dat was het allemaal toch nét niet. Je moest er weer zoveel voor dóen. Ik wil alleen maar stilte!, zei eentje.

Dat is wel grappig. Dat gevoel dat je dan wéér iets moet doen, als je dan op zoek bent naar rust, meditatie, reflectie. Nou, dat hoeft niet 'bij mij'. Alleen maar een beetje ontspanningsoefeningen en je bewust worden van je lichaam, wat woorden aanhoren die je ook het ene oor in en het andere oor uit kunt laten gaan, en dan maar stil zijn. De context waarin het gebeurd die spreekt al uitzichzelf, zonder woorden: een kapel, lichte glas-in-lood- ramen en  het besef dat er zusters leven die 'werk maken'  van de stilte en het niets-doen. Zorg hebben voor de wereld zonder daarin actie te ondernemen, behalve er-te-zijn.

Nu ging de meditatie over Psalm 39, waar een zoekend mens, de ene keer stopt met communiceren en gaat zwijgen en daar ongelukkig van wordt en de andere keer zich herneemt en zich toch  weer opent naar de wereld. Ik zelf voel een soort van dankbaarheid, na zo'n meditatie, dat het je lukt dat mensen het wat vonden, dat mijn eigen woorden van de Zegewens, een beetje een kant raakten, al is de wal wellicht niet zomaar in zicht:

Moge je je openen naar de wereld
temidden van alle vergankelijkheid
en onvolmaaktheid
ervaren dat het mogelijk is
om verbinding te maken
gericht op het goede

Moge je blijven spreken
dat je woorden vindt
die de wereld verlichten
vol warmte en vuur
een wakkere vlam van de hoop.

Zegen van God, de Levende
het licht van deze wereld,
vrede en alle goeds.

Gender & performance

Als ik nu in Amsterdam was met deze regen,  dan zou ik wel weten wat te doen: ik zou naar de OBA gaan, de prachtige bieb die uitzicht heeft over de rand van Amsterdam en het IJ. Daar is nu een fototentoonstelling van Chris Rijksen: Gender and Performance geheten. In een bijlage van Trouw waren heel wat foto's te zien. Het zijn zelfportretten, staande gemaakt met een zelfontspanner en ze speelt hier met vrouwelijkheid en mannelijkheid.

Héél subtiel: alleen iets in de blik en in de houding geeft je de neiging om de ene keer te denken dat je met een jongen te doen hebt en een andere keer met een vrouw. Het opvallende is, dat dit dus niks met kleding te maken heeft: Op een foto poseert ze in een rode kort jurkje en dan denk je dat je toch kijkt naar een man en op een ander staat ze in een 'mannelijk' colbert, maar is ze onmiskenbaar een vrouw. Het is opwekkend om te zien omdat ik me hierdoor des te bewuster werd hoe expressief het menselijk lichaam eigenlijk is.

M. Februari is nu in het nieuws omdat z(h)ij een boek heeft geschreven ove het  transgender-thema en zelf getransformeert is van Marjolein naar Maxim. Hij vraagt zich af of hij als man anders zal gaan schrijven. Nou, dat begrijp ik dan toch weer niet: ga je pronter en krachtiger schrijven, zoals z(h)ij  nu ook niet opzij gaat, als een man passeert? Openbaart zich hier niet weer dat al-al oude cliché over mannelijkheid en vrouwlijkheid, waar we nu juist van af willen?

Ik zag M. februari en haar vriendin in het vliegtuig naar Venetië, ik heb ze zelfs aangesproken want ik dacht dat ze op mijn plaats zaten. Vriendin antwoordde meteen, M. keek een beetje onhandig omhoog. Tja, vrouwen zijn nu eenmaal communicatiever, ahum.

Ik zat dus pal achter ze en ik dacht meteen dat ik M. veel mannelijker vond dan ik had ingeschat en ik verbaasde me hoe ze met een zwaai van lichtheid en gemak hun koffers uit de bagageklep boven me haalde. Toen wist ik nog niks van de geslachtsverandering. In het eerste interview met haar dat ik erover las, werd ik lichtelijk jaloers: je wordt toch ook maar van een vrouw rondom de overgang, sterker dan je ooit was met meer lichaamskracht en bij de mannen ben je ook ineens een mooie fijnbesnaarde jongens-man. Nou, ja, het zit 'm uiteindelijk toch niet in je uiterlijk, zal ik maar denken, maar in je performance.

donderdag 7 maart 2013

De pijp uit

- Ik zei toch dat ze nog iemand mee zou nemen zegt J. Er hangt een rare sfeer in het wijkcentrum. A. is toch nog plotseling overleden, A. met wie ik vorige week nog even een praatje maakte. Ze schuifelde altijd binnen met haar rollator. Ze voelde zich niet zo best, zei ze. Een dag later is ze overleden. Het blijft gek: iemand die er ineens niet meer is.

Ik liep het winkelcentrum uit en zag een bekende. Die vroeg aan mij of ik wist wat er gebeurd was. Er stond net een massa mensen bij het spoor. Nu hoor ik dat er iemand voor is gesprongen. Pal boven de visboer. Een jongeman van 25 weet de ene te vertellen. Nee, hij was veertig, zegt een ander. Armen en benen lagen overal. Er stonden een paar jongeren bij, die niet meer konden stoppen met spugen.

Een oud-collega loopt binnen. Tien jaar geleden ofzo voor het laatst gezien. Ik herkende hem bijna niet. Ach ja, hij was een achterneef van A. Hij was net bij haar geweest. Ze lag mooi opgebaard. Het was druk. A. heeft een weekend boven de grond gelegen en dan zegt de volksmond dat er nog een sterfgeval in de buurt zal zijn. Die jongen dus, die voor de trein is gesprongen.

Poe, het voelt als een dunne lijn tussen leven en dood. Leven is vanzelfsprekend, totdat... 'Ben je wezen kijken, bij A.? Nee, R. was niet geweest. 'Dit zijn al drie doden in de maand', zegt B. Mischien moet ik maar effe  hier niet meer komen. De ene na de andere gaat de pijp uit.' De kaarters zitten bijna in een grote kring met elkaar: 'Misschien motten we nu maar een foto maken. Als er eentje dood gaat, dan weten we wie het is.'

Even maar een ander onderwerp. Het cliché is het enige wat waar is; het leven gaat tenslotte dóór: het is ontzettend verleidelijk om steeds maar met Sammie bezig te zijn. Zo heb ik mijn smartphone maar genoemd. Hij woont in een zelfgebreid hoesje, een soort slaapzakje, aaaah.... In feite doe ik vooral maar eén ding: hem volladen met mooie muziek en stemmen. Nou heb ik er bijvoorbeeld weer Anouar Brahem opgeladen. En Jessy Norman. En zomaar wat liedjes van vroeger. Luisteren en soms is een keertje genoeg en dan wis ik het weer. Er is een soort van criterium: wat ik behoud, is muziek die ik in de natuur wil blijven horen: In een bos lopen, in mijn tent zitten, op een duinpan staan met... Zolang het me gegeven is.

woensdag 6 maart 2013

Lalala-lente

Wat word je daar toch vrolijk van: thuis een bosje veldnarcissen voor 1 euro uit de AH en in het wijkcentrum ook. Van in de knop staan ze een dag later al geel te stralen. John Denver zingt ondertussen: Spring is alive. En zo is het, het is weer bijna zover. Gisteren een stralende dag, windstil, een blauwe lucht en ik heb met mijn blote voeten in het water van de Bisonbaai gestaan! IJskoud, maar heerlijk; twee uur liggen zonnen met een deels ontblote buik, een merel die in een hoge boom kwinkeleerde: dit is geluk.

Ondertussen had ik mijn smartphone mee, mijn nieuwe vriendje Sam Sung geheten, ik maak hem maar bekender aan me dan hij is, want elke keer weer brengt hij een verrassing. Ik had een mooi liedje gevonden van Marlene Dietrich: Auf der Mundharmonica.

Alle Worter die wir sagen
rauschen dan die Bäume nur,
und das Lied, das uns erklungen,
auf der Mundharmonica,
wird dereinst von Wind ersungen
und heisst nur noch lalala

Alte Wegen der wir wandern
werden neue Wegen sein,
unser denkmal ist ein andern,
dann ein Klilometerstein

Een liedje waar ik de adem van woorden hoor veranderen in het deuntje van een mondharmonica: woorden die muziek worden, een lalala waarin alles gezegd is. Lalala-lente-lalalala: alles wordt weer opnieuw geboren, de cyclus van het leven.

maandag 4 maart 2013

Op het padje

Ik blijf me verwonderen over mijn eigen brein. Pas deed ik een quizje en toen was de vraag: wat is de Amerikaanse stad waar de housemuziek vandaan komt? En ik zei: Geen idee, maar doe maar Chicago. Het bleek het juiste antwoord te zijn. Wanneer heb ik die kennis opgedaan? En waarom weet ik het 'onbewust' en niet bij bewustzijn?

Gisteren liep ik met vriend E. de Scholtenpadjes rond Winterswijk. Tot drie keer toe passeerden we de onderduikershut, een soort uitgegraven kuil met een deurtje ervoor, waar de boerin uit de boerderij van 180 meter verderop, in een half jaar tijd een engelse piloot, een duitse 'deserteur', en twee Nederlanders die de Arbetseinsatz waren ontvlucht omdat zij daarop tegen waren, van voedsel had voorzien. Ondertussen hadden we het over het beleg van Stalingrad, waar men kop aan kop heeft gevochten om de nazi's niet te laten overwinnen.

Hoe kom je drie keer te lopen langs hetzelfde padje? Welnu, we volgden de rood-gele plakkaatjes van het Scholtenpad en we keken tegelijk in een boekje naar de kaart van hetzelfde pad. Hoe kon dat nou? We liepen elke keer verkeerd, waar waren we ook alweer, zijn we wel op pad, welk pad eigenlijk, we werden er melig van. Wat bleek? Het boekje van vriend E. dateerde van 1995. We liepen dus een antiquarisch, zeg maat tweede hands pad, dat geen pad meer was. Waar nu bos was, dat was er toen wellicht niet, waar een pad was aangegeven, daar was nu iets heel anders, maar wat? We raakten aardig van het padje.

Zo ben je met je hoofd, overal en nergens, en zo was het ook met de wandeling in dat lege landschap. Zo ben je op pad en je weet helemaal niet waarheen en waartoe. Ik stapte in mijn stad uit de trein, fietste naar huis onder een heel heldere sterrehemel, bedacht dat ik nog woorden zocht voor de meditatie van vanochtend, ik gooide mijn jas uit en krabbelde het volgende op. Waar komt het vandaan? Had het iets met die dag te maken? Geen idee, maar ik voelde me aardig op het juiste padje:

Misschien is het mogelijk
om binnen de grenzen
van wie wij zijn
en wat we doen
een oneindige ruimte te creeëren
wanneer ik contact maak
met de ruimte in mij
en mij voorzichtig verbind
met de ruimte in ieder ander
ruimte
die groeit in de stilte
en gevoed word door
oneindig licht.

zaterdag 2 maart 2013

Samsungssleutelgat

Dat is me toch ook wat. Ben ik helemaal bezeten van mijn Samsung Galaxy Y, ongelofelijk hij koste maar 60 euro en dan wie weet krijg ik via hun site nog eens 20 euro terug, is dit apparaatje wat ik de afgelopen uren alleen maar in mijn handen heb gehad, gisterenavond en vanochtend, heerlijk in bed met koptelefoon naar gedownloade muziek luisteren, kom ik beneden, sla de krant open en zie drie lachende meisjes met zo'n Samsung-ding in de hand. Met het bericht dat Samsung beschuldigd wordt van omkoping van rechters en politici. Hmm.

Gaat dat mijn plezier in dit apparaat bederven? Dat kan welhaast niet. Hoe is het toch mogelijk. Alleen de mp3-speler is in werking, maar dit ding schijnt ook een telefoon te zijn maar hoe weet ik nog niet. Het is ook een kalender en een rekenmachientje en een klok en er zit een radio op en...En dan is internet erop uitgeschakeld, maar met wi-fi in de buurt is het er wél gewoon. Dus meteen na het onbijt naar de bieb om daar ook te gaan proberen of ik muziek kan downloaden. Ja, dus.

Nu heb ik vele nummers van Nils Frahm, Antony and the Johnsons, de langzame trompet van Eric Vloeimans, Arvö Part met Alina en Spiegel im Spiegel, het mixte prachtig bij het ontwaken. En nu daaraan toegevoegd: Yo Yo Ma en een 'wind-blokje; wild is the wind, windsong, blowing in the wind. Ach, ach, de wonderen der techniek en dat ik nu met al die muzeik binnen handbereik, al velen malen de aankoop van cd's daarbij geldelijk heb gewonnen, wat een soort van onbeperkte wereld opent zich hiermee.

Nu zie ik mezelf ineens oók zo zitten in een stoel: turend op dat rechthoekige platte dingetje, proberend wat in te typen, ingespannen. Zo'n apparaatje is als een sleutelgat op werelden en werelden. Nichtje L. zei gisteren tijdens het uitleggen van louter de handelingen zodat ik muziek kan downloaden: 'en nu heb ik gesprekjes met drie tegelijk....en mijn vriendin die ruzie heeft met B. die daar net wat over zei, met die B. zit ik nu ook te praten en dat weet zij weer niet'. Multitasken heet dat dan. Voor het eerst typ ik een blog en luister ik tegelijk naar Nils Frahm. For the record. Maar eerlijk gezegd weet ik niet hoe ik de muziek uit moet zetten. Er is nog heel wat te ontdekken.

vrijdag 1 maart 2013

Op de wereld ?

Raar is dat, om een meditatie gemaakt te hebben, die niet zelf uitgevoerd´te hebben, en nu alweer een nieuwe te moeten maken. Het is alsof die andere eerst nog moet komen, alsof die op de plank ligt, klaar om uitgezonden te worden. Behalve de Zegewens, want die werd gevraagd om mee te nemen, maar zuster R. die vond dat ze die niet zomaar mee kon geven, dat wilde ze eerst aan mij vragen. `Dus ik kan het zó aan haar meegeven ?´  Ja hoor, zei ik. Wat moet men er anders mee.

Dus zag ik in de kapel zuster R. uit de koorbank naar de desbetreffende gaan, toen die binnen kwam en haar het papiertje overhandigen. Daarna knikte de desbetreffende weer naar mij, als dank. Kijk, dan weet je dat iets verbruikt is, aangekomen, als het ware. Die zegewens ging als volgt±

Moge je niet wegvluchten
van pijn en angst en verdriet
maar het onder ogen zien,
het aan het licht brengen,
het Licht dat loutert en doet hopen.

Moge je blijven verlangen:
dat de drang naar het goede
je zal bevrijden uit doofheid en beklemming.

Moge je ervaren dat God de Levende
jou tegemoet gaat en je te hulp komt,
jou doet leven.
Vrede en alle goeds voor jou: Zegen.

Hoe komt men aan zulke woorden? Welnu, psalm 38 bericht over de donkere kanten van het bestaan, de plekken van pijn en verdriet, de fouten die we maken, het verwoesde gebied waarin we soms staan. De psalm laat zien dat God daarin betrokken wordt. Eerst vanuit het menselijk mechanisme om ´hem´de schuld te geven voor alle pijn en ellende. Maar gaandeweg de psalm wordt ´hij´de kracht om te durven verlangen en in dat verlangen zit de kracht om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Op het einde durft de psalmist ook te gaan  hopen  en God wordt daarbij degene die betrouwbaar is, die je trekt naar het goede en nabij is.

Zie hier een uitreksel van de meditatie in een notendop. Zo, dan kan ik die hopenlijk toch wegleggen, als zijnde gebruikt. Wat nog niet gebruikt is, is mijn nieuwe smartphone, die als een hete aardappel in mijn broekzak brandt. Ik wilde dat de verkoper hem weer in het doosje zou stoppen. Dat zou ik niet doen!, zegt hij, het is klaar voor gebruik en je bent er nu bereikbaar mee! Uuuh, voor wie, hoe kan dat nou, niemand weet van dat ding in mijn zak. Hij gaf het me mee, in de hand, zo vanzelfsprekend, alsof ik een levend iets zou begraven door het in het doosje te stoppen. Het lijkt net die psalm: wel en niet al op de wereld.