donderdag 13 maart 2014

Misplaatste Batman

Gisteren zag ik de lange film The Dark Knight Rises, van de regisseur Christopher Nolan.Het was het laatste deel in de Batman-Trilogie, waar je mag meekijken in het brein van Bruce Wayne, de rijke miljardair, die als kind zijn ouders vermoord zag worden en wat dat met hem gedaan heeft. Volgens de psychologische theorie is hij toen uit woede Batman geworden: zijn strijd tegen de onderwereld van Gotham City is dus niet ingegeven vanuit een echt rechtvaardigheidsgevoel, maar uit wraak en om zijn pijn en onmacht te temmen.

Dus het gaat steeds slechter met Bruce. Leek het dat hij in deel twee nog zijn grote liefde te hebben gevonden: als deze ook vermoord wordt, valt hij in verbittering en een soort van kluizenaarschap, met een gebroken en kapot lichaam. Batman was de onoverwinnnelijke buitenkant, maar daaronder schuilt een zeer kwetsbare man met een bijna op lichaam. Nooit meer wil hij Batman worden: alles is tenslotte toch tevergeefs.

In dit deel heeft het kwaad het definitief gewonnen, zo lijkt het. Heel eventjes wordt hij dan toch weer Batman, maar hij wordt meteen verslagen en in een gevangenis gegooid, een diep grotgebied met een groot gat waardoor je de lucht kan zien. Geen enkele gevangene heeft ooit kunnen ontsnappen. Bruce Wayne doet een poging, maar die mislukt. De man die zijn wonden verzorgd en hem opgekalefaterd heeft zegt: je moet het zonder touw aan je lichaam proberen, alleen de angst om dood te gaan, zal je de kracht geven om die sprong naar buiten, naar het leven, uit de gevangenis te maken.

Dat is een krachtig beeld, vind ik. Je zit nog dieper dan letterlijk in de put: als je de klim tot de top hebt gemaakt, is er nog één richel die je moet kunnen halen door een sprong omhoog en dan ben je bevrijd uit je gevangenschap.Maar die kracht, die ontbreekt je. Tenzij je anders dood gaat omdat je naar beneden zult vallen.

Maar misschien is het omgekeerde beeld veel interessanter: je weet dat er ergens een gat in de grond is, en als je daardoorheen valt zul je dood gaan. Dus je doet alle moeite om dat gat te vermijden en je bewust te zijn waar dat gat zit. Dan duwt iemand je in dat gat. Je knijpt je ogen dicht en je denkt dood te gaan. Maar daarvoor in de plaats belandt je in een een zacht bed. Zo gebeurde me dat vroeger in een droom: ik viel de diepte in en dacht dood te gaan. Zo wist ik uit dromen te ontwaken: door heel hard mijn ogen dicht te knijpen.

Wat is het dan fijn om wakker te worden. En te ervaren dat het gat in de grond waarvan je dacht een ander en jezelf van te zullen gaan redden om er niet in te vallen, een soort van misplaatste Batman-actie was. Batman is tenslotte een masker, een buitenschild van onkwetsbaarheid. Wie naar zijn eigen kwetsbaarheid kan kijken, heeft geen Batman nodig. Dan heb je gewoon vaste en betrouwbare grond onder je voeten.

De trotse bedelaar

Zomaar blindelings een gedicht opslaan, nog even zittend in de zon, om deze dag te markeren. Dit gedicht kwam tevoorschijn onder mijn vingers. Van Hans Andreus:

Je ottomane lippen
leven liggend kijkend
en vragend en bevend van pijn.

ik zeg je weer metaphoren voor
ik geef je woordmom

ik zeg dat je zo zuiver en fel bent als
de spitse hoektanden van een herdershond
ik breek in de tempels van je slapen in
ik steel de offerandes.

je draagt twee vlezen oorlelbellen
je blikken breken in ellipsen raadsels
je bloed kiest de zigzagwegen
er zijn geen viersprongen meer

(...)

en wij bestaan
van het nachtelijk oogledenrood
en de wijdopen ogen der verschrikking

maar jij

de straten zien je lopende heupen
en liggen op hun knieën

en ik

ik ben van sterren en wolken en aarde
de trotse bedelaar.

Wat kunnen gedichten toch troostrijk zijn. Dat er in enkele woorden over een wereld kan worden gesproken, waar in het dagelijkse leven geen woorden voor zijn. En dat zovele ervaringen universeel zijn.

maandag 10 maart 2014

Lente en kou

Wat viert de lente toch haar groeikracht deze dagen! Ik fietste langs de verkeersrotonde waar drie dagen geleden nog niks te zien was en nu waaien er narcissen in de wind,een stralende,felgele cirkel. Ondertussen beleef ik in mijn hoofd ook ijzige perioden. Dat komt omdat ik in de drie delen verzeilt ben geraakt van de IJslander Jon Kalman Stefánsson, respectievelijk: Hemel en Hel, Het Verdriet van de Engelen, Het Hart van de Mens. Sneeuw: dat is het verdriet van de engelen en alles speelt zich voornamelijk af in de winter, in het ruige landschap van IJsland, bij de zee, in kleine gehuchten.

Hoofdpersoon is 'de jongen'. Je volgt hem op zijn zwerftocht naar?... De zin van het leven, wat echt is...? Het woord God duikt regelmatig op, als een soort van onzichtbare medereiziger, maar dat ben je als lezer ook. In Hemel en Hel lees je de oorzaak van zijn op drift raken: voor zijn ogen, op een bootje op zee sterft zijn beste vriend Bardur een vriesdood. De reden is, dat deze een gedichtenbundel, mee op de boot nam , om aan de jongen voor te lezen, maar daardoor zijn dikke jas vergat. Het filosofische thema, dat steeds weer terugkomt is, de verhouding tussen je lichaam en je geest: je vult je met geestelijk voedsel, en als gevolg ben je zó dood; een boek dat de dood veroorzaakt, de macht van woorden.

Een andere thema is, hoezeer dood en leven dicht bij elkaar ligt. En hemel en hel,en geluk en wanhoop: elke keer gescheiden door een heel dun lijntje. Hoe waar is dat elke keer weer. Zo ook vertrouwen en wantrouwen, afstand en nabijheid: warmte en kou. Allemaal vervat in mooi proza en een heel eigen stijl: het landschap en de sneeuw en het ijs lijken al deze gevoelens in te vriezen of te laten ontdooien. Ergens is het heel fysiek geschreven en tegelijk ook abstract en etherisch.

Je kunt de delen ook los lezen en zo begon ik in deel drie: Het Hart van de Mens, omdat deze het eerst bij de bieb voorradig was. Het verhaal begint met deze woorden op een verder lege pagina: IN EEN OUD ARABISCH MEDISCH HANDBOEK STAAT DAT HET HART IN TWEE KAMERS IS VERDEELD, DE ENE HEET GELUK, DE ANDERE WANHOOP, OP WELKE MOETEN WE VERTROUWEN?

Tja, wat een vraag. Ik zou antwoorden: op welke wil je vertrouwen? Wat wil je de doorslag laten geven? Maar het vraagt geestkracht om hierin iets te willen. Voor jezelf is zoiets wellicht te bewerkstelligen. Maar kennelijk kun je nooit meekijken en meeleven in de diepte van de wanhoop van een ander. En je kunt zo'n wanhoop ook nooit voor die andere veranderen in geluk. Helaas. Soms zou je zo'n toverkracht willen kunnen bezitten. Zoals de groeikracht van de lente. En dan samen in een stralende gele cirkel staan van geluk.

donderdag 6 maart 2014

De weg van het hart

Het is natuurlijk helemaal waar, dat er geen ene werkelijkheid is, maar honderden, duizenden, miljoenen, triljoenen. Wanneer je dat tot je door laat dringen, dan zou je daar toch wel wanhopig van kunnen worden. Elk mens vertegenwoordigt al een eigen werkelijkheid en heeft in zich ontelbaren anderen. Dat gaat zo door: over elke plek, gebeurtenis, tijd, land , hoogte, diepte, toekomst enzovoort: het houdt niet op wat je daarover kunt denken, voelen, herinneren, doen. Alles kan tot micro-nano niveau gereduceerd of kan astronomische proporties verkrijgen en exploderen.

Zou dat de reden zijn, dat men in meditatie zich juist gaat richten op één punt? Wie alles tot één punt kan brengen, die heeft in ene keer iets heel overzichtelijks bij de hand. Eén punt, dat ook nog eens verdwijnt in zichzelve: het ego lost op, het omgekeerde van het zwarte gat waar niks is, onstaat dan: eén plek waar ineens ALLES aanwezig is.

Wat doe je toch eigenlijk, als je aan het leven bent? Je scheert langs alle veelvoudigheid, al die nooit tot hapbare brokken te herkauwen werkelijkheden heen en je schept elke keer weer een werkleijkheid met deze of gene, waarmee je op dat moment, verkeert.Daarin ben je totaal afhankelijk van elkaar. Niks is er, alleen maar door jezelf. Niks blijft er alleen maar door jou toedoen. Het is een kwestie van wederzijds vertrouwen dat wat je gedeeld hebt en samen geleefd hebt, op welk niveau en waar en hoe dan ook, blijft.

Wie dit vertrouwen in zichzelf en een ander niet kan bewaren, wordt gek. Dan heb je als het ware een emotioneel korte termijnsgeheugen: elke keer weer moet je een gezamenlijke werklijkheid creeëren, zonder te kunnen vertrouwen op iets wat blijft. Staat je pet verkeerd, dan creeër je onverhoopt een nachtmerrie-achtige werkelijkheid. En daar blijkt de kracht van elke persoon: wie dit maakt, sleurt ook altijd een nabije andere daarin mee.

Ik ben het type van het ene punt: ik geloof erin dat je alles wat ingewikkeld, verward, tegenstrijdig en verknoopt is, terug kan leiden naar één punt. In dat ene punt telt het alleen om aandachtig waar te nemen. In die aandacht kunnen die triljoenen werkelijkheden voorbij komen, maar ze lossen op in eenvoud. Dat is: blijven ademhalen, licht en liefde door dat ene punt naar binnen laten stromen: de weg van het hart.

En dit is de zegenwens die hoort bij psalm 55 en die ik morgen zal uitspreken:

Moge je de weg van het hart gaan:
angst, verdriet, woede en pijn
als een last van je afleggen
en toevertrouwen aan de Levende, de Ene.

Moge je stil worden
wachten en waken
jouw hartsvrienden ontmoeten
in Gods huis.

Moge je als een duif kunnen opstijgen
over de woestijn heen, de ruimte ontdekken
en verborgen spelonken en holen,
waar je ziel kan schuilen en rusten.

Licht op je weg,
de weg van het hart,
vrede en alle goeds.

Formidable

Nichtje L. blijft mijn kennisbron rondom leuke nieuwe liedjes en opvallend nieuwe dingen. Van die dingen dus, van de jeugd van tegenwoordig. Zonder haar is het telkens die oude hap en blijf je steeds maar hangen in wat je al kent. 

Ze liet me een liedje zien van een man die Stromae heet. Hij zingt 'Formidable' en doet dat als een dronken man en gaat op de tafel bij Umberto Tan in de late night talkshow staan. Op een ritmische beat zingt de man over zijn ellendig dronkenmansleven, dat ergens toch een uitweg kent. Hij doet dat goed. Hier acteert iemand en zingt tegelijk: het is niet uit effectbejag: dit is oprecht en eerlijk.

Thuis zie ik dat ik al over hem gelezen had in Vrij Nederland, hij staat op de voorpagina van 30 november 2013. 'Een Franstalige Belg bezingt het verdriet van Europa. En wordt een wereldster.' Hij wordt de nieuwe Jacques Brel genoemd, en wat mij vrolijk maakt, is dat hij verschillende stijlen door elkaar heen mengt. Ik hou steeds het gevoel dat dit de toekomst is: mensen nemen hun wortels serieus, hij is een mix-kind van het zwarte Rwanda en het witte Europa, en ontwikkelen van daaruit hun eigen visie, onbevangen em vrij. Wereldburger zijn, zonder dat dit eenheidsworst betekent.

Nichtje vertelde ook over de nieuwe Walt Disney-animatiefilm FROZEN. Ze liet er liedjes van zien en vertelde het hele verhaal. Uit haar mond hoor ik het ontstaan van een nieuwe, moderne wereldmythe met vrouwen in de hoofdrol. Nog nooit heeft een Walt Disney film zoveel geld opgebracht, lees ik later. Daar word ik enthousiast van! De kern van een mythe is, dat er helden zijn, die obstakels moeten overwinnen, in henzelf of in de grote, gevaarlijke wereld, en dat ze er dan gelouterd uitkomen. Ze begrijpen ineens meer wie ze werkelijk zijn en wat hun bestemming in het leven is. Elk mens maakt op een bepaalde wijze deze levensgang mee: van duisternis naar licht. Dat gaat nooit vanzelf: je moet er wat voor doen.

In FROZEN gaat het over twee zusjes. De oudere heeft toverkracht, waardoor ze van sneeuw en ijs mooie werelden kan maken, door met haar hand te bewegen. Maar er is ook een andere kant aan. Ze kan ook, per ongeluk, een vloek als het ware, realiseren. Zonder dat ze het weet verandert ze het koninkrijk waarvan zij troonopvolgster is in een altijd durende winter.En ze verwondt haar jongere zusje per ongeluk, zodat haar hart kan bevriezen met de dood tot gevolg, tenzij er werkelijk iemand van haar zal gaan houden, die haar hart weer kan laten smelten.Op het einde blijkt ze dat zelf te zijn.

Het oude zusje Elsa verstopt zich sindsdien in haar eigen vertrekken, bang om haar jongere zusje te verwonden, die van niks weet hieromtrent. Dan gaat Elsa de wijde wereld in en in het lied Letting Go, weet ze zich te bevrijden van haar last. Ze tovert trappen van ijs: zoals de Jacobsladder in het oude testament, bereikt ze zo haar eigen hemel, haar bestemming. De Nederlandse vertaling is nog sterker dan het Engels. Zie hier die aloude woorden in een nieuw liedje die over bevrijding van jezelf gaan:

Laat het los, laat het gaan
het roer moet om, ja dat moet...

Ik ga op zoek naar wie ik ben,
verleg de grenzen die ik ken
geen goed of fout geldt hier voor mij
ik ben vrij

Laat het los, laat het gaan,
voorbij is de storm in mij
Laat het los, laat het gaan
Geen tranen meer voor mij
Hier begint mijn nieuw bestaan
Onbevreesd en vrij

M'n kracht neemt toe en schept een zuilenrij van steen
Mijn ziel bouwt een kasteel van ijskristallen om me heen
In elk kristal weerklinkt de echo van mijn geest
Ga nooit, nee nooit meer terug; het verleden is geweest.

O! Soms zou je het mensen er wel in willen stampen: Neem een andere afslag, dan die je kent. Breek met oude gewoonten. Begin opnieuw. Dan wordt het zoals Stromae zingt: Formidable.

maandag 3 maart 2014

Nog eenmaal

Toeval: ik hou ervan. Dat er dingen gebeuren die toevallig bij elkaar passen, die je niet hebt kunnen controleren, maar het gebeurd, je vindt zomaar wat, als een kleurig bloemetje in een wei en dat is leuk. Zo vond ik in een rommelwinkel, de dag voor de crematie van Leo Vroman zijn dagboek: Misschien tot morgen 2003-2006. Dat neem ik serieus dacht ik, dus de volgende dag, die zich grotendeels voor mij uitstrekte, ben ik in dat dagboek gedoken. De kracht van de verbeelding: alsof je hem inderdaad mee maakt.

Het gegeven dat zijn lichaam nog wel of niet boven de grond was, hij werd in Amerika gecremeerd en ik wist het niet exact met die tijdsverschhillen, al dat DNA dat dan tot as verworden is, het drukte mij heel erg op de vergankelijkheid van alles. Dat is trouwens ook een thema van Vroman zelf. In een van zijn gedichten, die ik er ook bij had gepakt, heeft hij het over zijn DNA en dat dit DNA nu in iets anders doorleeft: van de snottebel van toen hij een kleuter was, tot een zaadlozing in het zomergras. Die laatste zin verzin ik zelf: ik heb de bundel nu niet bij de hand.

Op de achterkant van de 262 Gedichten, een foto van Vroman, op middelbare leeftijd, olijk kijkend met een vlinderdasje. Op de voorkant van het dagboek een zelfportret in de spiegel gemaakt met een cameraatje: een oude, oude man met de ogen helemaal ingevallen in de kassen.Ook de tijd verandert snel: in 2006 kon je nog geen selfies maken, alleen het spiegelbeeld was van zo dichtbij fotografeerbaar.En het past bij Vroman, die ook wetenschapper was en geinterresseerd in nieuwe techniek, om bijna een selfie gemaakt te hebben.

Wat een gedaanteverwisselingen maak je toch mee, van jong naar oud.. Ik was ronduit geschokt, toen ik onlangs naar Dokter Deen ging kijken, met Monique van der Ven als huisarts op Vlieland. En wie speelt haar moeder? Pleuni Touw! En die had ik kort daarvoor nog zitten te bewonderen in De Stille Kracht. Dat verleidelijke, wulpse lichaam, die zwoele stem. En nu? Dikkig en kromgebogen, rondschuifelend, een wit pagekapsel: je kunt het bijna niet geloven. Omdat in de wereld van de verbeelding en de gevoelslagen die daarbij horen, ze zó jong bij mij ingegraveerd is: Pleuni Touw is voor mij altijd die vrouw gebleven met dat vibrerende lichaam vol lust, ergens in Indonesië; het eerste naakte lichaam op de tv, wellicht.

Ik zag ook de film About Schmidt met Jack Nicholson, die een 66-jarige man speelt, net met pensioen en daar lijkt ook Nicholson, zó oud. Je ziet het allemaal: dat rimpelige lijf, de vadsigheid en misschien lijkt Nicholson daar ook weer zo oud, omdat hij in mijn verbeeldingslaag de leeftijd heeft van in The Shining: felle ogen, donker haar, vitaal met een bijl zwaaiend. Maar als Nicholson zo oud gaat worden als Vroman, dan heeft hij nog meer dan dertig jaar te gaan!

Als je zó oud wordt, dan ben je in je leven, langer oud, dan jong. En dan zegt Leo Vroman, met woorden uit 1974, zo vers van het internet geplukt:

Nog een maal een teruggekeerde
stem en verwaaide taal
van een tot mest verteerde vriend,
nog eenmaal.

Psalm 55 : Hartsvriend

Ik was van plan om naar de carnavalsoptocht te gaan en het weer was stralend zonnig, perfecte omstandigheden. Maar mijn stemming was naar binnen gekeerd, dus ik genoot maar van alle kleurige primula's in mijn bloempotten en de paarse krokussen die daarlangs groeien. Ook de roze ribes is al uit aan het botten en enige gele bolletjes van de Kerria Japonica: het is veel te vroeg voorjaar.

Een mereltjesstel hipte door de tuin, op zoek naar een nestelplekje wellicht. Misschien degenen die vorig jaar een nestje hadden vlak boven mijn leesstoel, maar daar is het nu te kaal wegens de winterschilder die alle klimop bij het raam heeft weggesnoeid. Hopelijk zijn ze kieskeurig, die merels: Ze mogen nu nog niet gaan nestelen en eitjes leggen, want dan zijn er zo meteen niet genoeg insecten en wormen voor hun jonkies.

En zo luistert het maar nauw: het bouwen van een nestje: in menselijke termen, het zoeken en vinden van een thuis. Bij een ander. Of bij jezelf. Ik besloot me maar te buigen over psalm 55. Wat is er toch ook veel leed en treurnis in de psalmen. Vaak is de psalmist het spoor bijster en teleurgesteld in anderen. Nu zegt hij bijvoorbeeld: 'Ze storten onheil over mij uit, ze bestoken mij met hun woede'. Hoe je het er koud van kunt krijgen:

Mijn hart krimpt in mijn binnenste,
doodsangst heeft mij bevangen,
vrees en beven grijpen mij aan
Ik huiver over heel mijn lichaam.

Maar meteen daarop slaat hij aan het dromen, hij zou een vogel willen zijn en weg kunnen vliegen, de vrijheid tegemoet:

Had ik maar vleugels als een duif
ik zou opvliegen en neerstrijken,
ver, ver weg zou ik vluchten,
overnachten in de woestijn,
haastig beschutting zoeken
tegen de vlagen van de stormwind.

Het zoeken naar een thuis, een nest: ver weg van anderen. Is dat wellicht ook het beste? Anderen kunnen je altijd teleurstellen, en op jezelf kun je wellicht wel altijd bouwen. In ieder geval is een vergaande modus tot controle mogelijk. Maar de psalmist heeft nog een heel andere ervaring in petto: het vinden van een hartsvriend, waar jij en ik kunnen genieten van het samen zijn. En dat is als een feest. In moderne woorden: daarin overstijg je jezelf en je eigen last en ongemak:

Maar jij die dacht en deed als ik,
mijn hartsvriend, mijn vertrouwde!
Wat genoten wij als wij samen waren
in het feestgedrang van Gods huis.

Kijk, dat is ook een soort van carnaval, maar eentje die niet ontstaat door dingen van buiten, een optocht van praalwagens, slingers en confetti. Maar eentje die gebeurt en opborrelt van binnen. Zo bouw je een nest, vind je een thuis bij elkaar met takjes van vertrouwen. Wat is het toch bijzonder, dat die psalmist deze ervaring aanreikt uit verre tijden. Dat je over de eeuwen heen elkaar kunt aanspreken met dat speciale woord: hartsvriend.