woensdag 14 oktober 2015

Herfst / zomer

Oei, wat is het ineens herfst-herfst-herfst. Geen haar op mijn hoofd, of op mijn armen of benen, denkt er nog over om even buiten te gaan zitten. Het is weer tegen de verwarming aan en naar buiten kijken hoe er vlagen regen en wind voorbij komen, die de bladeren van de bomen schudt. Ik had nog wat voor te bereiden voor in-het-klooster, het is 'kloosterweek': deze week kom ik er drie keer.

Gisteren in de leesgroep voor het eerst het gehele Testament van Clara van Assisi. Na haar vier brieven aan Agnes van Praag, toch ook weer een andere toon en ook best wel een hele lap tekst, die we als geheel lazen. Een geestelijk testament, te lezen als een route die je kunt volgen, met verschillende mijlpalen, zo zei ik, als inleiding, en het scheelt als je de taal leest als iets waarmee je iets kan doen: het kan je aanspreken, of niet en daarmee dan op weg gaan.

Als eerste vraag vroeg ik, wat voor een spontaan gevoel deze tekst je als geheel geeft. Ik beantwoord zelf natuurlijk ook mijn eigen vragen. Meestal laat ik er een week of meer tussen zitten, zo dat de vraag me ook als het ware nieuw overkomt. En dan merk je hoezeer je eigen gevoel van het moment uit kan maken, hoe woorden op je over komen, Ik was in de zomer al helemaal lyrisch geweest, zag hoe goed het Testament was opgebouwd, hoe ze je meeneemt in haar wereld.

Maar nu? De vluchtelingenstroom houdt me bezig, dat zoveel mensen vaak zonder veel keuze hun huis en haard verlaten hebben op zoek naar een beter en veilig leven. Ik dacht aan Clara, die geheel vrijwillig haar huis verlaten heeft en  42 jaar in dat kloostertje heeft gewoond in San Damiano, maar  wel ook  met haar moeder Hortulana en haar zusje Agnes, die haar gevolgd zijn. Dat ze een zeer gerespecteerd mens was, die met de paus onderhandelde en bij leven al bijna heilig was verklaard.

Dat is een beginsituatie waar werkelijk een vrijheid van keuze was. Ze spreekt in haar Testament dat haar leven en  dat van haar zusters een voorbeeld zou kunnen zijn voor anderen. Ik vond het in ene keer wel héél zelfbewust, dus ik kreeg nu een gevoel van irritatie. Ook dat de woorden zo ver van het gewone dagelijkse leven staan. Prikkelend, om zowel dit nu te voelen, naast mijn eerdere  belevingen.

Het blijft gewoon naast elkaar staan. Zoals de herfst bij mij op tafel nog even naast de zomer staat. Op de weg terug uit het klooster plukte ik in de berm een grote bos gele margrieten, korenbloemen, wit duizendblad en papaver. O! Als ik een geestelijk testament zou schrijven dan zou daar zeker instaan, dat alle dingen naast elkaar kunnen bestaan. Zoals dezelfde spiegel meerdere beelden kan teruggeven. De werkelijkheid is aan alle kanten gebroken. Maar je kunt de spiegel van je ziel heel houden en gaaf.

maandag 12 oktober 2015

Coming Out Day

Dat is toch leuk om zo de werkdag te beginnen: met het ophangen van de regenboogvlag! Vandaag is het Coming Out Day 2015. Ik weet eerlijk gezegd niet of dit door mijn  gemeente zo is ingesteld of dat het een landelijk of wie weet zelfs wereldwijd event is. Ik juich het toe. In de toelichtende brief staat: 'Iedereen moet zichzelf kunnen zijn, zich geaccepteerd en (sociaal) veilig voelen. De regenboogvlag symboliseert dit voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders.'

'Het' komt natuurlijk overal voor. Ineens realiseer ik me dat er op dit moment twee vrouwen in het gebouw zijn, wier dochter en zoon lesbisch en homo zijn. In alle sport- ,wijk-, buurt- en jongerencentra wordt de regenboogvlag vandaag dus gehesen. Of het nu ook op alle scholen gebeurt? Geen idee. Misschien dat een gemeente daar geen invloed op kan uit oefenen. In mijn gemeente zijn de bovengenoemde locaties een deel van het gemeentelijk apparaat.

Dat is mooi. En nu zou je hopen dat dezelfde sfeer ook ging heersen rondom de 3000 vluchtelingen in het bos, En dat het niet mogelijk meer kan zijn dat een landelijke politicus zomaar kan roepen dat vluchtelingen komen voor borstvergrotingen en oogcorrecties.

Ik doe nu maar de woorden die ik vanochtend, nog voor mijn werk, uitsprak bij de meditatie. Gisteravond laat, na de boekenclub, opgekrabbeld, na ook daar uitgewisseld te hebben dat er in het Westen op dit moment geen maatschappij gedragen zingevingssystemen meer zijn en alleen het consumptisme hoogviert en de nieuwe dienst is: naar de Hubo, Praxis enzovoort, op de zondag.

Voor mij zijn het woorden die alleen maar wat zeggen, als je de performatieve kracht van taal wilt erkennen en wilt leven:

Het is altijd zo geweest
licht
dat door de tijd heen breekt
verwachting schept
hoop voedt
pijn laat
kramp ontspant
licht
dat door de tijd heen breekt
naar
ruimte

donderdag 8 oktober 2015

Rizzoli & Isles

Jammer dat ik nu net alle seizoenen al gezien heb, nu de donkerder dagen weer komen. Ik heb ze dus opgebruikt, juist in de zomerdagen, net voor het slapen gaan een aflevering. Of meer. Ze zijn zo aanstekelijk met elkaar: Rizzoli & Isles. Ik las eerst een boek van hen, een thriller dus, van Tess Gerritsen. Daarin worden de karakters van de twee dames goed uitgetekend, met diepte. Ik vond het meteen goed en geloofwaardig: twee sterke vrouwen op verantwoordelijke posten in  de politiewereld van Boston: Jane Rizzoli is inspecteur Moordzaken en Maura Isles is patholoog anatoom.

Rizzoli voert een innerlijke strijd tussen onafhankelijkheid, het alleen rooien, stoer in de mannenwereld van de politie, terwijl ze  zich tegelijk bewust  is van haar behoefte aan warmte en geborgenheid. Isles is een scherpe en zeer intelligente vrouw, waar je al lezende in het boek een soort van vermoeden krijgt, dat ze wellicht wat autistische trekjes heeft.

Uit het boek had ik niet meteen het beeld dat het twee bloedmooie dames zijn, en waarschijnlijk zijn ze dat ook wel geworden voor het beeldscherm. Pas halverwege lezend bedacht ik me dat ik, geloof ik, iemand ooit lovend over een tv-serie hoorde vertellen, met deze twee niet alledaagse namen. Ik zag een seizoen liggen in de bieb en was vrijwel meteen verkocht. Rizzoli en Isles zijn elkaars beste vriendinnen en hebben elkaar ook op professioneel vlak nodig.

Jane Rizzoli komt uit een arme Italiaanse emigrantenfamilie, waar haar vader loodgieter is, een broer in de gevangenis zit en een andere broer ook rechercheur wil worden. Maura Isles is geadopteerd en komt uit een rijk milieu, houdt erg van mooie kleding en schoenen en doet alles perfectionistisch tip-top. Jane drinkt bier uit de fles, Maura dure bubbels. Maura  is een wandelende encyclopedie, kan niet liegen, snapt veel grapjes niet, doet aan diëten en yoga en allerhande meditatie-technieken, Jane is een alleseter, eet  vet en veel vlees en pasta.

Ik heb de series omgekeerd in de tijd bekeken en dat is wel grappig. Maura's biologische vader  is een maffiabaas en dat heeft ze geaccepteerd, maar ze heeft veel moeite met  haar biologische moeder, die een populaire arts is.Eerder in de tijd blijkt ze vooral te worstelen met het idee dat ze de slechte genen van haar vader zou hebben geërfd, waarbij ze nog niet weet wie haar biologische moeder is.  De moeder van Jane is een gelukkig gescheiden, zelfstandige vrouw, maar eerder in de tijd is ze nog getrouwd en erg gehecht aan het familieleven.

Ach, het is gewoon een ontspannen, hartverwarmende serie, ondanks de akelige moordzaken die beide oplossen en die ene enge man die Rizzoli blijft achtervolgen. Bijna jaloersmakend, hoe ze, na gedane zaken, samen op de bank of aan de bar hangen, zich blijvend verbazen over het anders-zijn van de ander.

woensdag 7 oktober 2015

Zo elke mens

Gisteren zo'n fijne herfstige dag, zodat ik rustig binnen kon blijven en het huis 'winterklaar' kon maken. Het komt erop neer, dat mijn huis ronduit een soort van onbewoond hol wordt in de lente en zomer. Ik pak er dingen uit en leg er andere weer neer en leef dan vooral buiten. Tijd om orde op zaken te stellen. Ook wel omdat binnenkort de Boekenclub bij mij komt eten, dus de lange tafel moest vrij gemaakt worden van alle spullen erop.

Verder kan ik dan ook ineens in kieren en verborgen hoeken in kasten kijken. Wat kan er allemaal worden weggegooid? En dan blijf ik ook hangen bij dingen die me weer voor de ogen komen. Kaartjes van iemand van lang geleden, die ik nu niet meer zie, oude brieven van vriendin W. uit Nieuw Zeeland, waarin ze mijmert over het emigrant zijn, alweer 10 jaar geleden...Wat gaat de tijd toch snel. En ik zocht in mijn gedichtenbundels naar een gedicht van een vrouw die me werkelijk ooit geinspireerd heeft, voor de Boekenclub.

Dan kom ik niet uit bij M. Vasalis of Ida Gerhardt of Elly de Waard. Van hen was het hun gehele oeuvre dat me aansprak. Ik vond een gedicht van Ellen Warmond, dat ik, bijna voorspellend kon lezen: Ik ken het dus net niet echt uit mijn hoofd.  Gelezen op het einde van mijn middelbare school en nog steeds, zoveel later, kan ik het van harte beamen: Ik maak van de mens een 'zij'. 

Zo elke mens
Zo elke mens als deze mens,
als ik,
die liefde tekent op een
eeuwigdurende kalender
en daarop telt de dagen dat zij
mens was
dat zij bestond als
bewoonde huid
waarop de adem stralende
verhalen schreef voor later.

Dagen, dat alle mensen - ook
de slechtste
ogen hadden, zeggen konden:
zie mij, dit ben ik: kiem en
kruid, een jong
voorjaar in een oud land
van belofte
en dat zij konden ruizen als
een boomkruin.

Dagen, dat alle mensen
luisterden naar wat
binnen in hun diepste vliezen
toch hun opdracht was:
geboren worden, vuur maken,
het wiel uitvinden,
goden verzinnen en de taal
ontdekken
waarin de woorden mens en
liefde synoniem zijn.

maandag 5 oktober 2015

Het spijt mij

Hij blijft maar in mijn hoofd zitten en af en toe staat hij weer voor me en moet ik glimlachen. Dus ik wijd maar een blogje aan hem, hij wil bewaard blijven. Wat gebeurde er? Ik was even binnen, weg van mijn campingstoeltje in het plantsoen vlak achter mijn huis. Ineens rook ik een sterke brandlucht, ik rende naar buiten en het hele achterpad stond vol rook.

Terwijl ik naar buiten denderde, renden er twee jongetjes weg. Ik donderde: 'Hé, hé, wat moet dat, wat doen jullie daar?!' Weg waren ze, maar de een riep naar de andere: 'Jouw fiets!!!' En ja, hoor, daar lag een jongensfiets, midden op het pad. Ze hadden een rookbommetje gemaakt. Van een oude vuurwerkkoker met gras en papier eromheen en ze hadden het dus aangestoken. Ik trapte alles uit, rolde alles in de aarde, maar het was best venijnig, het rookte flink na.

Nu had ik dus een jongensfietsje in mijn bezit. Ik tuurde het plantsoen in en zag in de verte, bij het bruggetje, een jongetje, spiedend, quasi-nonchalant mijn richting opkijken. Ik overwoog even om het fietsje bij mij in de tuin naar binnen te halen , maar besloot het fietsje tegen de struiken neer te zetten, een beetje verborgen en in de tuin rond te hangen. Ik gunde hem wel een escape, maar toch niet helemaal vanzelf. Ik zou hem toch wel even aanspreken, als hij zijn fiets weer in de hand had.

Ja, hoor, daar kwam hij aan. Razendsnel keek hij het gangpad in, zag geen fiets en rende weer weg. Hij had het dus niet ontdekt achter de struiken. Dus ik ging weer op mijn campingstoeltje zitten. Daar stond hij, bij het bruggetje, mijn richting op te kijken. Ik wilde hem al bijna wenken, maar toen kwam hij aanlopen. Met afgezakte schouders, zijn hoofd gebogen, in een rechte lijn, direct naar mij toe. Hij ging voor me staan, keek me aan en zei: 'Het spijt mij.'

Ik vond dat ergens zo mooi. Dat hij gewoon de moed had, om het zó te doen. En iets van een gezond realiteitszin: als ik mijn fiets terug wil hebben, dat zal ik actie moeten ondernemen. Niet bang en wel schuldbewust. 'Nooit meer doen hè',  zei ik, 'dat had best gevaarlijk kunnen worden.' Hij knikte luid, in zijn lichaamstaal, en duidelijk. Je moet iets van een helder zelfbesef hebben, om dat zo te doen. En tegelijk een vertrouwen in de ander, dat deze jou accepteert, zoals je bent, zoals je gedaan hebt.  Mooi.

De weg van het licht

Het was toch wel weer een beetje 'afkicken': een rare term natuurlijk als je daarmee wil uitdrukken dat je het gevoel hebt dat je vanuit het klooster weer de gewone, dagelijkse wereld ingaat. Voor niet-kloosterlingen moeilijk te snappen: dat er een beleving kan zijn van in-de-wereld- zijn en die wereld verlaten, als je intreedt in een klooster.

Dat laatste zal ik nooit doen, kan ik toch wel met enige zekerheid zeggen, maar de afgelopen drie dagen was ik ergens op die dag in het klooster en bleef ook bij thuiskomst in-de-stilte en dan  zijn er een soort van onzichtbare kloostermuren om je heen, omdat ik besluit die beschouwende stilte niet te verstoren. De reden was onder andere, het Franciscusfeest dat dit weekende gevierd werd. 'Het is Werelddierendag!"zei een Nichtje, ja,  dat was het ook gisteren, maar wel omdat het tegelijk het feest is van Franciscus. Raar, voor mensen die daar niks mee hebben.

Maar goed, het is er weer: de drukke wereld waar mensen op allerlei andersoortige dingen gefocust zijn, dan dat wat de hoofdfocus is in een klooster. Steeds vaker denk ik: hoe doe je dat , zonder enige andere focus die je kleine eigen zelf en wereld overstijgt? Ik word zelf onrustig, als ik me niet ergens op een dag ijk, ofwel thuiskom op een 'plek' die naar iets anders verwijst en waar dan dus ook 'ïets anders' is, dan al het reilen en zeilen van de gewone, dagelijkse, zichtbare wereld.

Hierbij dan maar mijn zegenwens bij psalm 77 die ik vrijdag in de kapel uitsprak. Gek om me te realiseren dat ik voor sommigen bij die meditatie wellicht wel heel erg 'bij het klooster' hoor, omdat ze me alleen maar van daaruit kennen.

Er is een plek in de stilte
waar Broeder Zon jou altijd verwarmt en verlicht
Moge de gloed van die liefde
jouw ziel, elke keer weer, doen ontvlammen.

Moge de warmte van het verlangen
jou, elke keer weer, brengen naar anderen
in een verbindende kracht.

Moge het pad zich zo vanzelf aan je openen
en  jouw weg zich vanzelf ontvouwen,
de weg van het licht en de vreugde,
vrede en alle goeds.

donderdag 1 oktober 2015

Les uns et les autres

Ik snap er niks van: ik heb tot twee keer toe deelgenomen aan een uitwisseling over de film Les uns et les autres. Beide keren in Amsterdam, de ene keer bij de filmkraam op de Noordermarkt op zaterdag en de andere keer in een speciaal-filmwinkel op de kop van de Haarlemmerdijk, vlak bij de Westergasfabriek. Bij beide wist de specialist, de verkoper dus, te melden dat deze film niet op dvd verkrijgbaar was.

Het waren leuke gesprekjes, want de omstanders begonnen als vanzelf herinneringen op te halen en liedjes te zingen uit de film en ook ik bromde vals mee. De film zit in het geheugen gegrift van mijn generatiegenoten. Ik heb de dubbel-lp indertijd grijs gedraaid en ik ben dus niet de enige. De Bolero van Ravel, voor het eerst gedeeltelijk gezongen. Dat liedje over Paris en Goodmorning Sarah.

En nu vond ik de dvd gewoon in de bieb! O. Ineens bedenk ik me, dat de tijd wellicht zó snel gaat, dat het wie weet alweer jaren geleden is, dat ik deze gesprekjes had en niet bijvoorbeeld afgelopen lente. Of misschien is de dvd nog niet zo lang uit en ziet het hoesje er zo oud en versleten uit omdat die de hele tijd achter elkaar uit wordt geleend in de bieb

Anyway: ik zag de film dus weer. Over die vier muzikale families, in Amerika, Duitsland, Frankrijk en Rusland voor, tijdens en na de Tweede wereldoorlog. Alles was precies zoals in mijn herinnering, de key-scenes kon ik zelfs van te voren voorspellen, dat die eraan kwamen. Misschien dat juist door de muziek, de film zo goed geconserveerd is in mijn geheugen.

De scene waar het Franse joodse jonge stel hun baby, tijdens het transport naar Auschwitz op de spoorrail leggen bij een dorpje op het platteland. Dat zij, violiste, dan later, viool moet spelen, terwijl ze haar man de gaskamer in ziet lopen. Het moment dat de Russische danser een sprong maakt op het vliegveld en in het Westen blijft. Het moment dat de Duitse pianist voor Hitler speelt en later marcheert in Parijs. Dat moment dat het Franse meisje wordt kaalgeschoren omdat ze met de Duitsers heulde. De eind- en beginscène: dat de Bolero van Ravel wordt gedirigeerd door de Duitser, de Russische danser erop  danst bij de Eiffeltoren en de Amerikaanse zangeres zingt, tezamen met de kleinzoon van dat Franse Joodse stel.  En nog veel meer.

Het enige wat écht anders was, en mij het gevoel geeft dat ik zelf verandert ben en de tijd met me mee, is dat ik het nu allemaal veel te filmisch mooi eruit vond zien. Haar kleren bijvoorbeeld, terwijl ze viool speelt  in het concentratiekamp, waren schoongewassen blauw-wit, terwijl ik dat toen, in 1981 één van de gruwelijkste scenes vond. Keek ik toen met meer onschuld? Of zijn er zoveel meer films daarna gekomen met hard-realistische beelden? En foto's in kranten van gruwelijkheden, nu. We zijn slimmer geworden en meer alwetend en alziend, dan in 1981 door de voortschrijdende techniek. Denk ik. Niet cynischer dan toen. Hoop ik.