woensdag 15 november 2017

Reddende engel

De eerste bladzijden van het boek, waar de hoofdpersoon Sabine, een vrouw van middelbare leeftijd die door haar man is in geruild voor een jonkie, dacht ik dat het zich Schotland afspeelde. Ze hobbelt in het donker in haar auto over een heuvelachtig landschap naar beneden. Het bleek Zuid-Limburg te zijn. Raar hoe meteen de beelden in je hoofd veranderen: van hoge hagen en woeste stromen en bergen rondom, naar het veel tammere Limburgse landschap.

Reddende engel, heet het boek. Ze moest nog één hoofdstuk schrijven toen ze het bericht al had ontvangen dat ze nog hoogstens een jaar te leven heeft... En dan de eindredactie nog: zou de titel van het boek wél al vast hebben gestaan? En het laatste hoofdstuk is een begrafenis van de oude moeder, hoofd van een apart familiesysteem: haar zoon Ennis en zijn twee dochters die ze tien dagen tevoren nog niet kende.

Mijn leeservaring bij Dorrestein is altijd dat ik het achter elkaar in één ruk, in enkele uren uitlees. Nu word je meegenomen in het hoofd van een verlaten vrouw, stikkend van jaloezie en verdriet, die als werk op zoek gaat naar oude locaties waar een dure B&B of hotel in gevestigd kan worden. Ze komt op een oude Limburgse hoeve en wordt daar meegesleept in een merkwaardig familiesysteem. Meisje Livia komt al twee jaar niet meer buiten, ze krijgt les van haar oudere zusje en gaandeweg blijkt er het verhaal te zijn dat Livia, de vrouw Alicia die in de opkamer woonde, van de trap heeft geduwd met dodelijke afloop.

Ze was minderjarig, dus nog niet strafbaar en ze heeft het verdrongen en met maatschappelijke hulp zal ze weer haar entree maken in de maatschappij. Maar is dit wel écht wat er gebeurd is? ... Elk ander gezinslid zou het ook hebben kunnen doen. Sabine wordt de reddende engel door hen genoemd omdat zij, hand-en-spandiensten verricht en door de familieleden in vertrouwen wordt genomen: elk met hun eigen versie van het verhaal.

Al met al gaat het ook over de futiliteit van jouw aanwezigheid te midden van anderen. En hoe enkele personen samen, die familie, zo'n krachtige werkelijkheid met elkaar in stand houden, dat wanneer je daar deelgenoot van wordt het lijkt alsof je er niet aan kan ontsnappen. Of kan Sabine er niet aan ontsnappen omdat ze zelf zo vol razernij en haat zit jegens haar ex? Op het einde van het boek zal ze, na tien dagen toch gewoon weer in haar auto stappen, weg van die familie, alsof het nooit gebeurd is...

Ik las in een interview dat Renate Dorrestein 'gewoon' gelooft in God. Dat ze elke dag bidt. Dat het gevoel van dankbaarheid daar een belangrijke component in is. Dat ze 'simpel' wel een beeld van de hemel heeft en dat prettig vindt. Ik wist dit niet en had het ook niet verwacht. De kracht van fictie: dat is wel haar adagio.

De krachtigste fictie speelt zich af rondom 'god'. Fictie? Er is een kracht in de werkelijkheid, bij Star Wars heet het 'The Force", die kan veroorzaken dat je je, ondanks je omstandigheden, toch dankbaar kunt voelen. Dat je zonder angst dood kunt gaan. Dat je jezelf een gelukkig mens noemt en dat zo kan ervaren, al lkan  het 'uiterlijk' gezien nergens op lijken. 'Fictie' wordt dan ook een woord dat verdampt in haar eigen betekenis. Woorden, gedachten, zinnen worden dan een reddende engel.

maandag 13 november 2017

Visje eten, computeren

In een aangename novemberzon op de markt een warm visje eten: dat is simpel geluk. Er kwam een vrouw naast me zitten, die in de vijf minuten dat haar vriend, zo bleek, de gebakken kibbeling bestelde, een heel stukje verhaal over haar leven deed. Ze had pas een hersenbloeding gehad, zij die nooit wat had en altijd actief en bezig was, maar gelukkig was ze heel snel hersteld. Zeg dat wel: daar zat ze nou toch maar mooi met haar nieuwe vriend, met de bus naar de stad, de auto was teveel gedoe.

Ja, haar kinderen vonden dat toch wel gek, dat ze een vriend had, maar ze trok zich daar niks van aan en ze waren van plan om binnenkort een groot feest te geven. Ze was ook pleegmoeder geweest, als ik het goed begrepen heb, want af en toe was het praten toch wel wat moeizaam, en die kwamen heel vaak over de vloer en daar was ze wat blij mee. Die zou ze ook allemaal uitnodigen. Haar vriend kwam aan met de bak met stukken kibbeling en ze gaf al haar concentratie aan het verorberen ervan. Af en toe veegde haar vriend met een papieren servetje haar mond af. Aan het routineuze gebaar kon ik zien dat hij dat vaak gedaan had. Misschien was ze echt meer nét hersteld.

Simpel geluk, een visje op de markt eten. Vooral als het bijna onbereikbaar was geworden, zoals de mevrouw naast me over getuigde.... Ik koesterde me in de zon en rekende uit dat ik vroeger, wel zestien jaar achter elkaar op de maandag vrij had en met E. en M., de oppaskinderen, vaak naar de markt ben gegaan en dan bij V&D boven iets ging drinken en eten. Geen eigen kinderen gehad, maar met deze herinneringen toch alle leeftijdsfases tot de middelbare school meegemaakt.

En dan zit je in de bieb en buigt zich iemand over je heen: He Mirjam! Blijkt het M. te zijn die bijna dagelijks in de stadsbieb gaat studeren, vertelt ze. Ze loopt nu stage met daklozen. Het doet haar veel. 'En jij, zit je nu hier te internetten, omdat je het thuis niet meer hebt?' Dat zij dat weet. Ja, dat wist ze nog, dat E. iets over de computer ging uit leggen..

Maar misschien is dat toch iets uit een andere  tijd: Ik herinner me weer dat broer Y. eens op bezoek was, met een computer en dat was ongeveer E's eerste kennismaking ermee. Broer Y. begon van alles uit te leggen en E. was intrigeerd: ik heb daar een foto van gemaakt: hoe geconcentreerd ze luisterde naar hem. daarom dat deze herinnering bij mij zo aanwezig is. M was toen nergens voor in. Ze heeft heel lang geweigerd om te lezen. En nu is ze in de bieb, met haar eigen computer in de rugzak. Of laptop, of iPad... en ik nog steeds maar dubben of ik uit de semi-middeleeuwen wil ontwaken...

donderdag 9 november 2017

Werk, wijkatelier, internet & kroeg

Mijn thema van deze week is 'oud-en-nieuw'. Nog steeds twijfel ik over een internetverbinding thuis en op de cursus Digisterker ging het nu over Veiligheid. Het oude gevoel bekroop mij, toen ik even een internetverbinding thuis had: jawel!, ik hoorde toen tot de avant-garde: ik had al heel vroeg internet. Tot dat gevoel me bekroop: die computer is een Aanwezigheid in huis: die bekijkt je, houdt je in de gaten. En nu brengt het alleen nog per boek me verdiepen in het bedienen van een iPad een soort haast-gevoel over me, een stress-hormoon ofzo, waar ik helemaal geen zin in heb.

Maar misschien wordt het stress-hormoon niet daardoor geactiveerd, maar door al het gedoe rondom mijn werk. Ben je beheerder-af en heb ik betaald verlof, maar in het gespreksverslag dat je dan krijgt word je afgeschilderd als een bijna werkweigeraar, vol eisen en wensen,  die zelf is afgestevend op een onwerkbare situatie. Dus energie steken in een aanvullende tekst. Dan ben je meer bezig met je werk, dan toen ik werkte. Maar ik had me voorgenomen om dat  welgemoed te doen. Maar ten diepste voelt het ook aan als: de mens die eigenlijk nooit verder is gekomen dan dierengedrag: territoriumdrift, machtsgedoe, lijfsbehoud... Waar is het mededogen, de welwillendheid? ... Het is zo'n schrale werkelijkheid...

Welgemoed: omdat ik dat dan doe in het wijkatelier, vlakbij mijn huis, na eerst een ontbijtje voor 1,50 verorberd te hebben: gekookt eitje, warme broodjes uit de oven, jus, koffie, gesneden tomaatjes en komkommertjes, allemaal klaargemaakt door een vrijwilliger. Gewoon gezellig kletsen aan een grote tafel. En dat voelt 'oud' aan: deze gemoedelijkheid, gewone mensen die over gewone dingen praten: dit was voor mij de honing bij het werk waarmee ik mijn dagelijks brood verdiende: beheerder zijn in een wijkcentrum...

Eerder in de week zat ik met M. in ons nieuw ontdekte wie-weet-stamkroeg-in-wording, op nog geen tien minuten fietsen van mijn huis. Een keer zaten we er op een zomeravond op het terras, de tweede keer deels binnen, waar aan de bar een paar vrouwen zaten en er alleen maar Nederlandse muziek werd gedraaid. Nu zaten er alleen maar mannen aan de bar. Bij binnenkomst meteen aanspraak, maar wij gingen zitten aan een andere tafel en toen we kenbaar maakten dat we het wel gezellig vonden, maar ook met elkaar wilden praten, werd daar zeer respectvol op gereageerd. We kregen wel na een uur een drankje aangeboden en halverwege die tweede Trappist-dubbel en wij uitgepraat waren, schoven  daar alsnog B. en S. aan.

Wat een ouderwets cafégevoel en ervaring: B. bleek in het woonwagenkamp te wonen, zijn leven lang al, hij is een Roma. M. bleek daar yogales gegeven te hebben aan vrouwen en vertelde dat iemand van de Pinkstergemeente uit Amsterdam die vrouwen bang had gemaakt voor yoga, zodat het klasje uiteen viel. Het bleek dat die Pinkstergemeente-man nog steeds daar rondliep... B. dronk nu teveel, dat wist hij, maar hij zat ergens mee, iets wat recentelijk gebeurd was. Hij liet foto's zien van zijn dochter en kleinkind en over zijn vrouw zei hij dat deze nu 'lief en bezorgd om hem was'.

Gewoon, een gelukkig huwelijk, hij was nu 53 en op zijn 19e getrouwd. Ik voelde bij hem een groot verdriet en zei hem dat ook. Het was zo'n ouderwets kroeggesprek: dat je heel persoonlijk en dichtbij elkaar kunt staan omdat je wildvreemden van elkaar bent. Op de fiets terug bleken M en ik precies dezelfde gedachtegangen gehad te hebben: eerst denken dat B erachter was gekomen dat hij homo was, toen dat hij misschien ooit seksueel misbruikt was en daarna dat hij zelf iets gedaan had waarover hij spijt had. Wat dan? Zijn vrouw wist ervan, maar begreep het toch niet echt, had hij gezegd. We vonden het beiden een heel bijzondere avond.

maandag 6 november 2017

No Nature

Een intrigerende tentoonstelling in Zutphen, deze week van vrijdag tot en met zondag nog te zien in Dat Bolwerck. Bij binnenkomst hangt er een brok smeltend ijs, misschien oorspronkelijk in de vorm van een hart, aan dunne draden. De druppels smeltwater worden opgevangen in een wijnglas op een grote boomstam. Dit is een gezamenlijk werk van de drie kunstenaars die exposeren: het kunstenaarstel Pieter van der Pol en Karin van der Molen en in de kelder zijn er video-installaties van Pat van Boeckel.

No Nature heet de tentoonstelling: dat is een ontkenning van dat wat er is: natuur. Hier word je dus in een wereld geleid, die wel wil verwijzen naar natuur, maar die het tegelijk wil ontkennen. Misschien is dat de gesteldheid, zoals wij die zelf leven: wij zijn allemaal natuur, want een sterfelijk lichaam, overgeleverd aan moeten eten, drinken, dat verwerken en weer opnieuw beginnen, elke dag weer. Maar we doen steeds meer of we met onze  wil alles kunnen controleren en maken en de natuur, die we dan buiten onszelf plaatsen, zouden kunnen bedwingen.

Kunstenaars máken dingen; dat is hun professie. Ik zie stoelen waar vleugels van takjes aan gemaakt zijn, een opgespannen ijsberenvel, die van witte veren gemaakt blijkt te zijn. Er hangt een vossenbontje over de vleugel, maar ook die is, als je dichterbij komt van veertjes gemaakt, er hangen een soort van ontvellingen van wit katoen: het lijken dierenhuiden, maar er zit wel een menselijke rode handschoen aan. In een fotoboek zie ik Karin van der Molen pogingen ondernemen om te verdwijnen in de natuur, bijvoorbeeld geheel bekleed door platte leistenen, gefotografeerd door Pieter van der Pol. Of helemaal bedekt met modderige aarde met daarbinnen wel een schoon spoor van witte huid. Er hangen geweien, wellicht gemaakt van was, aan een kleerhanger een broos wit kraagje van een meisjesblouse met daarboven een echt gewei, je trekt aan een touwtje en in het kistje achter glas gaat de deksel open met een oog dat open en dicht gaat: Now I see you, now I don't...

Pieter van der Pol verzamelt hout en maakt daar een engel van, vogels, menselijke gedaanten in een frame. Er staat een grote lange houten tafel met dertien boomstammen als stoeltjes, op de tafel zijn cirkels getekend als bordjes met daarop stukken kronkelend hout, er staan bekers bij die gemaakt zijn van smeltend ijs. Er hangt aan het hoofd van de tafel  een groot gouden kruis aan de muur, met een boomachtig figuur daarop. het geheel doet denken aan Het Laatste Avondmaal. Zie je een soort van doemscenario? Associaties met smeltende poolkappen, een naderende dood door een kruisiging? Nee, de sfeer is eerder verstild en beschouwend. Op de plaats waar Jezus zou kunnen zitten hangt een koptelefoon met muziek.

Dan is er nog de kelder. Het ruikt er muf en vochtig, de vloer is ongelijk, je schuifelt in het donker. Prachtige video's: het regent met sneeuw, er verschijnt een zwevend mens van gras en hooi die veranderd in een kleine boot. Het doet me denken aan de cargo-cultuur: mythen die onstaan zijn in de Amazone van een vracht met goederen van een goddelijke weldoener die komt als je goed leeft, waarschijnlijk is dit verhaal ontstaan omdat er ooit een missionaris met goederen aanmeerde. Een video van een vogelkooi in een berijpt landschap, die daarna hangt in een boom: er vliegen vuurvonken naar toe, er ontstaat iets van twee witte papieren vogels in de kooi.

Natuur, die geen natuur is en vervolgens wel weer natuur is. Ontstaan en vergaan. Daar tegelijkertijd een deel van zijn en het niet-zijn...Waarom maak je een gestileerd hertenkop met gewei zoals de echte er hangen in talloze landhuizen, wat wil je zeggen door een rots te belichten met een grote lamp? Of in een soort van roestige lantaarn waar het fragiele netwerkachtige skelet hangt van een oranje lampionplantje waarna er een filmpje verschijnt van een man met daaronder: 2+2=5, waarna de man als het ware opgaat in het rood-oranje van het lampionnetje?

Ik weet het niet. Een antwoord is ook niet nodig. Dit is verwijlen bij het raadselachtig van ons eigen menselijk bestaan te midden van natuur die soms ver weg lijkt en soms juist zo dichtbij is, In onze eigen aderen . In elke zucht lucht die we inademen en vervolgens weer afstaan.

zondag 5 november 2017

Kerk-ergenis

Ik was in de Molenstraatkerk, waar vanuit Vader en Moeder zijn begraven en dat was op uitnodiging, als het ware: er was een mail waarin gemeld werd dat er een soortement van Allerzielenviering was: er zouden kaarsen aangestoken worden: een voor elke overledene van dit jaar en de naam zou genoemd worden.

Zo geschiede ook: Moeder was al de derde naam van de vele namen, vast in chronologische volgorde van overlijden. 'So Djiang Nio, Christine', hoorde ik en iets algemeens over leven en dood. Gaandeweg de namen realiseerde ik me dat je zelf een intentie had kunnen inleveren. Er zong een koor, in de hoge: achterin boven bij het orgel en Piu Jesu van Faurë klonk: waarschijnlijk dezelfde vrouwenstem die het bij Vader ook gezongen heeft.

Dit was allemaal positief en oké. Maar het moet me van het hart: verder voelde ik dezelfde ergernis in mij opkomen zoals heel lang geleden in mijn jeugd. Het wereldwijde thema van de schriftlezing was dat nederigheid en je klein maken het ware heersen is en dé tool van de priester, bisschop en de Paus. Maar wat een zelfvoldaanheid zat er in de preek en wat een hoogmoed dat de Katholiek kerk de enige ware is. Werkelijk, ik had de neiging om op te staan en pontificaal over het middenpad weg te lopen.

Maar het lichtje van Moeder brandde daar voor het altaar, tussen al die andere lichtjes, nou nee, laat ik dat maar niet de rug toekeren... Ik besloot wel koffie te gaan drinken: gewoon uit nieuwsgierigheid, hoe de sfeer achter de schermen is, bovendien werden alle genodigden expliciet genoemd, dat zij ook welkom waren.  Ik zag de gegoede, oudere burgerij en dat klopt, die wonen in de binnenstad.  Moeder kwam veel in deze kerk en een aantal vrijwilligsters kenden haar ook, bleek bij haar uitvaart. Die vertelden dat ze een week tevoren nog geweest was: nét te vroeg want de de kerststal, die was nog niet opgebouwd.

Daar stond ik dan alleen met mijn kopje koffie. Ook bij de vredeswens was er niemand die ik de hand kon schudden. Nou, ja. Er waren veel genodigden maar die dronken geen koffie. In de viering maakte de priester heel veel fouten, want het was niet zoals gewoonlijk, zei hij. Je zou zo'n dienst met beide handen kunnen aangrijpen om er iets aanstekelijks van te maken. Ik vrees dat precies  het omgekeerde het geval was en dat er niemand van die genodigden ooi terug zal komen. Behalve voor een volgende begrafenis. Buiten op een bankje zat een zwarte vrouw koffie te drinken uit een thermosfles. Zij zat ook in de kerk

vrijdag 3 november 2017

Sweet sixteen, telkens weer

Het was gisteren Allerzielen en omdat ik toch in de ochtend in het centrum was waar de kerk staat waarvan uit Vader en Moeder zijn begraven, wipte ik even binnen in de Mariakapel om een lichtje te gaan branden. Bij binnenkomst kwam de orgelmuziek me tegemoet. Dat blijft zó apart: dat je van stadsgeluiden in een keer in een gewijde, heilige ruimte raakt. Wat dat dan ook is.

Ik deed dus een lichtje en na de cursus kwam ik wéér langs de kerk en zag dat er nu heel veel lichtjes branden. Aanstekelijk: toch weer even naar binnen. Maar  mijn lichtje was alweer opgebrand, het was enkele uren later.Zo snel gaat dat. En hier klopte het tenminste: In Venetië had ik een kaars aangestoken , die zeven dagen zou moeten kunnen branden. Maar enkele dagen later zag ik dat mijn kaars weg was gehaald. Dat is zo'n moment om weer helemaal de kriebels te krijgen van de katholieke kerk. Dat roept de aflatenpraktijken van de middeleeuwen op, waar Luther zich tegen in het geweer zette,  500 jaar geleden.

Nee, weer een lichtje aansteken, dat deed ik niet. Daarvoor in de plaats schreef ik iets in het intentieboek: 'Voor F en C en allen die uit hen zijn voortgekomen: verbondenheid' door de dood heen, naar nieuw leven'. En ik tekende er een groot hart bij.  Dit allemaal in de geest van Moeder, voor wie één HART en 'verbondenheid' belangrijke woorden waren, al liep het in de praktijk niet vanzelfsprekend. Zoals nu, ook. 'De erfzonde', zou zij dat noemen. Ik kan jaloers zijn op de familie van B. waar de rest van de broers en zussen 'gewoon' de boerderij hebben gegeven aan één van de broers, omdat hun ouders dat graag wilden... Zó zou het moeten zijn, vind ik: de goederen van je ouders eigen je je niet toe,  als zijnde van jezelf: je probeert mee te bewegen met de stromen van hun intenties, hopen en dromen...

Het was ook de dag dat nichtje L zestien is geworden. Sweet sixteen, wat gaat de tijd toch snel...'s avonds bij een etentje zag ik voor het eerst haar vriendje E. die over twee weken zestien wordt en haar een ring gegeven had met diamant-achtige stenen. Als verjaardagscadeau kreeg ze van haar ouders een nieuw gerenoveerde kamer met daarin een tweepersoonsbed. Kom daar in mijn tijd maar eens om, het kwam niet in je hoofd op!

Toen ik zestien werd, kreeg ik een tweedehands rode Puch Maxi en dat was de zelfde brommer als de jongen waar ik verliefd op was, had. Onze wederzijdse avances zijn nooit verder gekomen dan urenlang schuifelen in de feestkelder bij mij thuis, samen stijldansen op de zondagavond in de dansschool en maandag de klas tegenkomen met hun vraag: En is het al aan?... Wat een lieve onschuld.

Nichtje L krijgt honderden likes op Facebook voor een verjaardagsfoto waar zij en E opstaan. Zelfs van het vriendje waar ze vorig jaar verliefd op was, een 'mooiboy', achteraf: L had het uitgemaakt omdat hij helemaal niks gevraagd had hoe de begrafenis van haar Oma, mijn moeder dus, was geweest. En zo volgen de generaties elkaar op en is iedereen een kind van de eigen tijd.

donderdag 2 november 2017

Kabouteren

Gisteren een hele dag heel rustig, zonder kunstlicht thuis gebleven. En verhip: vannacht weer voor het eerst doorgeslapen tot 6.40 uur. Thuis genoot ik van de roze lelies die ik uit de bloemenbak van de 35% korting bij Appie heb gehaald. Wat ruiken ze ook lekker weeïg zoet. Dat is een nieuw voornemen: Om de hoge blauwe vaas van moeder voortaan standaard te vullen met 35% korting bloemen. De vorige bos waren grote roze rozen en zes daarvan konden weer mee in de nieuwe bos.

Ook heb ik lol van de grote blauw-purperen hortensia's en de oranje lampionnetjes die ik uit de bladerenbak, die in de herfst op sommige hoeken van straten worden neergezet, gevist had en in een grote vaas op de vensterbank staan. Extra leuk vind ik dat: genieten van iets wat al afgedankt is. Er klonken ook nieuwe vogelgeluiden in de tuin: dat zouden grotere merels kunnen zijn, die uit Scandinavië komen aanvliegen, las ik ergens. Vanochtend vroeg was het een roodborstje dat heel hard in de top van de bamboe zong.

Ik moest een beetje bijkomen van het 'kabouteren' met W. de avond ervoor. We dronken op het terras buiten, versgetapt La Chouffe-bier, kabouterbier noem ik het altijd. Het was lang geleden dat ik bijna de laatste trein naar mijn station nam, een beetje teut, licht schommelend; best een aangenaam gevoel, terwijl de 'gehaktballetjes-uit-oma's-tijd' in de buik je net genoeg standvastigheid gaven.

Onderwijl hebben we het dan best over zaken die ons aan het hart liggen. Voor mij is dat ook: weer horen over het reilen en zeilen in De Bron, waar ik zó lang mij zó verbonden mee heb gevoeld. Zo hebben W en ik elkaar ook leren kennen. Zij is ondertussen lid van de FLO, de Franciscaanse Lekenorde en binnen de Franciscaanse wereld is de lekenorde echt de derde poot van een driekruk: de Franciscanen, de Clarissen en de Leken.

W. portiert elke week een ochtend in het klooster, gaat naar de zondagse vieringen en alle andere, ze is het optrek-maatje van iemand die net is ingetreden, ze volgt er cursussen, danst er en gaat er binnenkort ook koken: een maaltijdsoep en toetje op de stille dagen in het klooster. Zij heeft een natuurlijke omgang gevonden in het klooster en dan ervaar ik ook, hoe mijn natuurlijke omgang ineens, zó abrupt verstoord is geworden, zodanig dat ik er nu niet meer kan komen...

Het roept weemoed op, maar het is ook een goed ijkpunt om weer te voelen dat dit voor mij echt voorbij is. Een tijd van toch meer dan 15 jaar, die in mijn interne huishouding gemarkeerd staat als 'mijn kloostertijd'. Het lijkt véél langer geleden dan dat ene jaar plus eén seizoen, toen alles barstte, door M en dit blog: M toen abdis, maar nu buiten het klooster op zoek naar haar levensweg...

Mijn nieuwe tijd noem ik vanaf nu maar 'kabouteren': met zonnebril en hoedje op, in plaats van een rood puntmutsje, struinen naar nieuwe mogelijkheden en hopelijk nog verborgen schatten.