dinsdag 23 oktober 2018

Werklust

Er is definitief een andere tijd aangebroken in de speeltuin. Ik kwam aangelopen en er zijn al graafmachines bezig om het terrein op te kalefateren, het talud dat helemaal weggesleten is weer op te heffen. Van een bedrijf van buiten, die weer hun intrek hebben genomen aan de ronde riddertafel, met hun grote lunchboxen en broodtrommels. Ze komen net allemaal binnen voor de eerste broodmaaltijd die naar binnen geschoven wordt.

Er is geen collega-beheerder te bekennen. Welk klusje zal ik mij zo meteen toedichten? Ik denk dat ik maar iets ga schilderen. Ik zou niet weten wat anders. Al het blad en eikeltjes, enzovoort, het mag nu allemaal blijven liggen . En dan ergens in januari al dat natte blad weer opscheppen en weg kruien, zo begon ik vorig jaar. De mannen om mij heen zijn zwijgzaam en kauwen op hun boterhammen.

En toen werd het toch nog een verrassend gesprekje. Een collega van hen reist nu de hele wereld rond. Hij heeft een tweede huis in Finland, waar zijn vrouw woont met haar kinderen. De ene keer zie je hem op Facebook gehuld in een berenvel in Alaska en dan weer in een uithoek van Argentinië. Of op een  Chinese bruiloft, een teken dat hij dus echt wel goed met mensen kan opschieten, anders wordt je niet uitgenodigd. Zijn laatste klusje was bij een rijke oliemagnaat. Deze had een jacht waaraan een uitschuifbaar paneel, waarmee hij met zijn jetski’s zo het water op kon. Maar hij vond dat te lang duurde, dat moest sneller kunnen. En toen werd hij ingevlogen. 

Hoe dat zo is gekomen? Nou, hij was altijd al handig met hydraulische dingen, reparaties aan hijskranen en zo. Toen heeft hij een opleiding gedaan om leraar te worden en de directeur van die technische school ging naar het bedrijfsleven en heeft hem meegenomen. Dat soort technische bedrijven hebben contacten over de hele wereld. Er zijn dus bijna geen mensen, die als er iets kapot gaat, het direct kunnen repareren. Met een koffertje met gereedschap en zijn laptop reist hij nu over de wereld.
Hij was altijd al een Einzelgänger, zeggen ze. Je moet het ook maar kunnen, zo’n leven als een vrijgezel, ik zou na twee dagen gek worden, zegt eentje. En die vrouw is ook zo, want wie wil er nou in de bossen van Finland het grootste deel van het jaar helemaal alleen leven?

Ik vind het wel een leuk verhaal en heb ondertussen de rode verf klaargemaakt en ga nu nu maar eens aan de slag.

zondag 21 oktober 2018

Fluister mijn naam

Ik had zonet een merkwaardige ervaring. Ik scrolde wat langs tekstjes en dacht: Hé, dat is wel aardig gezegd. Bleek  mijn eigen naam eronder te staan! Ik realiseer me dat ik dergelijke tekstjes  nooit meer maak, omdat er geen aanleiding meer voor is. M. met wie ik meer dan acht jaar elke maandagochtend mediteerde, heeft in de vastentijd voor Pasen vorig jaar de meditatie, die in haar huis plaatsvond, opgezegd.

Per mail. Na eerst per mail aangekondigd te hebben tot na Pasen in retraite te willen gaan, dus in die periode haar huis niet open te willen stellen. Oké, dacht ik. Uit die retraite kwam vlak voor Pasen het resultaat: ze zegde het op. Ik heb hier dus iets fundamenteels gemist, want ik dacht dat er met haar, ook buiten de meditatie, een groeiende vriendschap gaande was. Gaandeweg heb ik het maar mijn autistische inslag genoemd.

De laatste keer dat ik haar zag, om te gaan  mediteren, zei ze vlak van te voren iets dat aanvoelde als passieve agressie. En dat terwijl ze twee dagen ervoor nog bij me op bezoek was geweest om een dvd op te halen, die ze graag wilde zien. Ik klapte  dicht en ben naar huis gegaan. Na alles enige maanden later per mail opgezegd te hebben en natuurlijk heb ik nog met een mail geprobeerd het tij te keren, wist ik dat ik in mijn haast mijn schriftje met teksten nog bij haar had achtergelaten. Dat schriftje vond ik in mijn brievenbus toen ik terugkeerde uit Oerol, waarvan zij wel weet dat ik daar jaarlijks heen ga...

Enfin. Hoe het mogelijk is om wekelijks rond  hooggestemde woorden bij elkaar te komen en dat dit dan zo eindigt... Zoals zoveel in de kerk en kloosters gebeurt: de buitenkant vol ‘heiligheid’ zegt niks over wat er zich achter de schermen afspeelt. Ik vond mijn tekstje in de seizoenaflevering van deze herfst met inspirerende teksten die M. voor de kerk samenstelt, deze keer met het motto: De weg terug vinden. ‘Dat zou mooi zijn’, denk ik daar dan bij. Dit is het tekstje:

Fluister mijn naam

In de stilte
rimpelen de woorden
als een zachte bries over het water
ze tasten, verwijlen, verdwijnen
het water wordt glad 
als een spiegel
ik zie mezelf aan
fluister mijn naam
liefde en licht mij gegeven
geroepen om te bestaan.

vrijdag 19 oktober 2018

Uit het kabouterhuis

Gisteren zag ik vlak voor natuurgebied De Bruuk de eerste vliegenzwam van deze herfst, Een heel grote en dikke, zo eentje zoals je ze tekent, als er een kabouter in woont. Ja, hoera en nu is het fijn, echt herfst! Het ruikt overal ook zo geurig en zoet, je weet dat het de geur van verrot blad is, maar dat is niet erg, want het is een deel van de cyclus.

Toch jammer dat dit niet geldt voor jouw eigen leven. De herfst van je leven, ook als het meezit, met een oogst, geen noten, bramen of anderszins, maar iets van mildheid en ‘wijsheid’; in ieder geval niet meer die onrust zoals in de lente van jouw leven, die herfst, brengt wellicht nog iets van een mooie winter, maar géén nieuwe lente. Wel begrijpelijk om te geloven in een leven na de dood, dat iets toch voortleeft, en wie weet, niemand kan met zekerheid zeggen dat het niet zo is.

Bovenstaande gedachte wordt me vast ook ingegeven, omdat er zich gisteren een begrafenis rondom mij voltrok. Het begon al bij de ochtendwandeling, twee mannen waren blad aan het ruimen op het kerkhofje dat hier pal aan de moes- en bloementuin grenst. Er kwam een mevrouw de parkeerplaats oprijden en verdween in de deuringang van de sacristie en toen begonnen  de kerkklokken te luiden. Ik van bovenaf kijken,dat kan een bruiloft of een begrafenis zijn, maar aan de weinige auto’s vermoedde ik het laatste.

Ik zat in een rieten hangstoel aan een veer lekker  beschut te lezen onder de afdak van het terras van het gastenverblijf en ik hoorde het gezang vanuit de kerk. Ja, het had ook iets kloosterlijks, zo’n andere soort sfeer om mij heen, ik mis dat weleens, dat ik zó uit mijn kloosterkamer de kapel in kon lopen, alles aanwezig op enkele tientallen vierkante meters. 

De kerkklokken begonnen weer te luiden en even later hoorde ik de priester op het kerkhof zijn laatste gebeden uitspreken. Ik stopte met lezen, hier wilde ik me niet  van afsluiten. Weer een mens ten grave gedragen.

Ik herlas De Kinderwet van Ian McEwan en ook dat cirkelde rondom het leven en de dood en het geloof: een jongen van 17 is bij de Jehova's Getuigen, heeft leukemie, moet dringend een bloedtransfusie, hij en zijn ouders weigeren, het ziekenhuis wil via de rechter het doorgang laten vinden. Fiona een gevierde rechter, wier man aankondigt graag met haar toestemming een affaire te willen beginnen, hij mist de seks in hun huwelijk, moet een oordeel vellen. 

O, die strijd in mensen om je levend te voelen en de zoektocht naar authentiek echt leven. Maar wat is dat dan? Een eigen kabouterhuisje maken en onder een boomstam uitkijken naar de grote wereld om je heen ? Hoe subtiele gebaren onder mensen:  het aanreiken van een kopje koffie, een vluchtige kus, toch ook continenten kunnen verplaatsen. En je ziet het niet, die verplaatsing. Het is evenmin aanwijsbaar of te bewijzen als een leven na de dood... Je kunt er zo over heen stappen. Maar misschien was het wel een vitaal schakeltje en wordt het daarmee de missing link in de keten van de echte vitaliteit van jouw leven. 

woensdag 17 oktober 2018

Pelgrimsgebed, plotseling vrij

Ik zit buiten in het donker bij een warm vuurtje. Dat doet mij mijmeren. Ik luisterde nog eens naar die twee liedjes van Amanda Strydom: Pelgrimsgebed en Skielik is jy vry. De eerste is gezongen naar Vader en Moeder God. Dat elke pelgrim, elke zwerver thuis komt. Dat God je ‘binnengoed en buitenstaan’ kent, wat een mooie Zuid Afrikaanse woorden.... en de tweede gaat erover dat je je plotseling vrij kunt voelen, juist doordat je op niemand leunt, omdat niemand je kent.

Die twee houdingen lijken elkaar uit te sluiten. Tenminste in een verstaan van ‘God’ als een buitenaardse entiteit die alles kent en jou omvat. Maar stel dat ‘God’ nou juist werkelijk wordt als je jezelf kunt dragen, in alle eenvoud, zonder illusie kunt leven, je jezelf niet afhankelijk maakt van wat anderen van je vinden?

Stel, dat de ervaring van thuiskomen, die veel mensen kennen, thuis: niet bij een mens, niet bij iets of iemand dat je zomaar kunt aanwijzen, en dan toch écht diep thuis, helemaal in vrede met jezelf, je niks meer hoeft te worden of te zijn... stel dat dit zo’n ongelofelijk mooie ervaring is die je intens dankbaar maakt, waardoor je je werkelijk vrij voelt, stel... dat zo ooit het woord God daaruit is ontsprongen?

Zoiets moet het wezen, zo ongeveer is dat voor mij... Plotseling ben je vrij, omdat het pelgrimsgebed als vanzelf in je opspringt. En het vuur knettert en knapt. Het hout verteert en verdwijnt en  wordt warmte en licht.






dinsdag 16 oktober 2018

Oppassen

Niks zo leuk als buiten een vuurtje stoken. Ik kan het thuis in mijn achtertuintje ook, maar voel me daar minder vrij met een onvoorspelbare buurman, die een keer een scheldkannonade in het donkere gangpad op mij afvuurde . Nu zit ik op het grote terras, omdat het er twee zijn, onder een heldere hemel in het huis annex Bed&Breakfast in Horst, Groesbeek, van T. en P. Ik slaap in kamer één en pas op hond Mees, poes Tom, de vissen in de vijvers en de kippen.

Wat ik vooral niet moet vergeten is het luikje bij de kippen, wanneer de kippen al op stok zijn, dicht te doen, want anders kan er een waar bloedbad ontstaan, de vossen sluipen rond. Ze  leggen  hun eitjes heel netjes in een nest van stro, die je van  bovenaf kunt openen, om ze te rapen. Maar zonet waren er twee de eitjes aan het leggen, gezellig dicht tegen elkaar.

Tom, de poes blijkt een echte spinner en ronker te zijn, een best wat dikke kat, die onbeperkt brokjes mag eten. En Mees is het gewend om de resten  van het avondeten te krijgen, dus die hing om mij heen, toen ik een tweede bordje eten opschepte. ‘Sorry Mees, je krijgt niks’ is mijn motto, de oude bedrading van vroeger komt terug: een hond menseneten geven,  dat mag niet.

Elk half uur  geeft de kerkklok één slag en op het hele uur alle slagen van dat uur,  vlak hierachter, de B&B heet niet voor niks De Pastorie. En dan erbij denken, dat hier vroeger de pastoor met zijn dienstmeid, ik had bijna dienstmaagd getypt, leefden. Ik dacht dat het als een immens grote ruimte zou aanvoelen, om  op te passen, zoiets als een wijkcentrumpje, met drie slaapkamers, maar eigenlijk voelt het toch gewoon als een groot huis, die immers ook meerdere slaapkamers heeft. Alleen hebben alle kamers hier een eigen douche en wc  en tv-tje en is er een eigen ingang van buiten er naartoe.En dan nog een gezellige  binnenruimte  en een groot terras.

De omgeving is prachtig, ik heb er natuurlijk vaker gelopen, maar nooit met een hond die me rondleidt en bij dit  licht: een zonsondergang over de groene weiden en de rand van het Reichswald in al een beetje herfsttooi, langs sloten waar een witte kraanvogel opvloog. Zo landelijk en zo stil. De anderen keren dat ik er wandelde, was converserend met vriend T. En je bent ineens een mens met een hond, die andere mensen met honden tegenkomt. Een vrouw met een baby in een draagzak, waarschuwde voor haar kleine hondje, dat vroeger zo lief was, maar nu meteen in de aanval ging, sinds de baby er was.

Mees de hond heeft ineens een ontzettende kracht als hij een andere hond tegen komt, ik moet me schrap zetten om niet meegesleept te worden. Hij wilde per se afbuigen, ik wilde eigenlijk terug. ‘Ik ken die hond wel’, zei een man aan wie ik vroeg of er nog een pad was dat naar de grote weg zou gaan, ‘die is wat bang voor de mijne’ Toen heb ik Mees maar zijn zin gegeven, een stille bange hond, die toch niet met zijn staart tussen de benen gaat hangen, daar heb ik een zwak voor. En voor trouwe hondenogen....

zondag 14 oktober 2018

Wandelen, Amanda Strydom

Gisteren een perfecte wandeldag gehad met wandelclub Second Sunday, die al meer dan 25 jaar bestaat. De contactpersoon, die er van vrijwel het begin bij is, zei op het laatst, dat het elke keer weer anders is, je kunt nooit voorspellen hoe het gaat. Die beleving snap ik en deel ik ook wel, al wandel ik  op heel onregelmatige basis sinds twee jaar mee. Het is vrije inloop, dus je weet niet wie er komt en ik zie naast bekende gezichten, ook telkens nieuwelingen. En dan blijkt dat een ander je wel eerder gezien heeft...

Dit keer was het een rondwandeling, maar twee treinhaltes van mij vandaan vanaf station Ravenstein. Wat een verrassing! Door weiden waar ezeltjes en koeien stonden, langs de uiterwaarden van de Maas en dat alles in warm nazomerweer met laag herfstlicht  en een koel windje. Op een stukje op de dijk raapten fietsers zakken vol met walnoten en ook ik heb mijn diepe broekzakken vol gemaakt. 

Het aardige van zo’n grote groep vrouwen met allerlei achtergronden en soms een gedeeld vergelijkbaar verleden is, dat het ook herinneringsgebieden van je zelf weer tot leven wekt. Zo hoorde ik mijzelf vertellen hoe je wrijfletters met een lineaal stuk voor stuk, millimeterwerk, voor  de koppen van artikelen aanbracht en dat je dan met een groep ging stencillen, alle pagina’s in een lange gang op een rij lagen, het moest drogen en je het tenslotte ging rapen en ging nieten. Hoe voldaan je na zo’n dag was en dan allemaal aan het bier ging. Dit naar aanleiding van het verhaal van een vrouw die affiches had geplakt over De Verschrikkelijke Sneeuwvrouw, tegen sexueel misbruik van vrouwen, de actie werd in Amsterdam verboden, alles was geconfiskeerd en toen dook maanden later de verschrikkelijke sneeuwvrouw ineens in Hoorn op!

Dat was toen actievoeren, nu post je wat op Facebook of Instagram en het is al museumverleden; een jonge vrouw liet me een lila-paars affiche met alleen zwarte letters op een afbeelding op haar IPhone zien uit een  tentoonstelling van nu, ik geloof 1001 vrouwen in de 20ste eeuw in het Amsterdammuseum die op 4 oktober door de koning is geopend en tot 10 Maart 2019 duurt, en ik weet dan precies dat de vette letters wrijfletters zijn en dat het plaatje erachter eerst gebrand is. Ik kan het me toch moeilijk voorstellen’, verzuchtte zij, die 38 jaar is en ik voelde me welhaast een museumstuk...Toen liet ze me foto’s op Pinterest zien: kleurrijke tassen en schoenen: bleek ze schoenmaakster te zijn van beroep, ze had ze zelf gemaakt, en gelukkig kon ik mij dat maakproces op mijn beurt nauwelijks goed voorstellen.

Met een andere vrouw ging het tijdens het wandelen ineens over Ingrid Jonker en zij bleek ook fan te zijn en tipte me Chris Chameleon die gedichten van haar op muziek heeft gezet. Dat het Zuid Afrikaans zo’n mooie taal is en zij noemde  de liederen van Amanda Strydom. En zo eindigde ik de dag werkelijk ontroerd met liederen als Silver Somer, My Kamer, maar bovenal  Skielik is Jy Vry en Pelgrimsgebed.

zaterdag 13 oktober 2018

Catan, Sicilië, lobsters

Dat was lang geleden dat ik het gespeeld heb: het bordspel Catan. Het heette eerst ‘De Kolonisten van Catan’, maar dat eerste deel is kennelijk afgevallen, dat zal wel te koloniaal klinken in de huidige tijd. Het was meer dan twintig jaar geleden een ware hit, ik kende mensen in mijn omgeving die het wekelijks speelden, met rituelen, ik geloof drinkgelagen en verkleedpartijtjes, omgeven. En dan kwamen er uitbreidingen en werd het nog spannender. Zo fanatiek ben ik nooit geweest.

Gisteren speelde ik het met nichtje L. en haar vriendje E., die tezamen een team vormden tegenover haar moeder en mij. Het leuke is, dat het bord zelf elke keer er anders uitziet, je legt een landschap aan met zeshoeken, waar bossen, weiden, steengroeven en leem, je aan grondstoffen helpen, waarmee je hout, schapen, ertsen en bakstenen vergaard, zodat je wegen, dorpjes en steden kunt bouwen en die kunnen weer aan handelshavens aan zee liggen. Het is dus een vreedzame en landelijke wereld waarin je bent, heel anders dan monopoly of risk, dat om geld of wereldoorlogvoering draait. Je kunt proberen te onderhandelen met die ander, maar het hoeft niet.

L. en E. deden eerst hun verhalen over de cultuurreis met school naar Sicilië. Beide facultatief meegegaan met twee docenten naar de catacomben van de Kapucijnen en ze huiverden er nog van: 8000 staande en aangeklede skeletten, sommige half gemummificeerd, van monniken, bisschoppen, maar ook mannen, vrouwen en kinderen in resten van burgerkleding, het werd een eer om daarbij gezet te worden. 

Ach, ‘mijn Kapucijnen’...ik vond het indertijd wel aanstekelijk en aards hoezeer ze de dood ook bij het leven vonden horen, getuige het gegeven dat al hun eigen doden aanvankelijk in de binnentuin van het klooster begraven werden, en je ze dus dagelijks via de kloostergangen passeerde. In Rome maakten ze van alle botjes en schedels mozaïeken en meubilair, ik vond het wel een charme hebben, helemaal niet eng, maar dit op Sicilië is andere koek.

Nichtje L. deed haar hele referaat over de zeestad Selinunte en met de gedownloade Google Earth kon ik nu precies meemaken waar zij stond tegenover haar schoolgenoten in de schaduw onder een boom. Er staan daar de ooit grootste Griekse tempels ter wereld en ze hadden als enigen op het eiland een bondgenootschap met de Carthagen, maar die hebben hen verraden en de stad uitgemoord. De zwakke schakel was de noordelijke poort en nichtje vertelde heel beeldend hoe die veldslag gegaan is, ik zag allemaal scenes voor me uit Lord of the Rings, de slag bij Helmsdeep, dan realiseer je je, dat ver voor Christus dat echt zo ging, met pijl en  boog en stenen en katapulten, mens tegen mens.

Een gelukkigere afbeelding was een foto van hen tweeën voor een aquarium met levende lobsters. Waarom? Omdat lobsters maar één partner in hun leven hebben en ze met  de scharen met elkaar verbonden zijn en E. en L. deden dat voor met hun handen en vingers: twee keer een knipmes, aan elkaar geschakeld. Ja, ik vind ze samen heel leuk met elkaar, een lief setje, inspirerend. Ja, er zijn in de dierenwereld talrijke voorbeelden van éėn partner tijdens het leven, koningspinguïns, noemde ik. Waarom het mensen niet altijd lukt, kent tal van oorzaken, maar dat er onder de mensen ook een soort is, die wel een leven lang gelukkig is met elkaar, dat staat ook vast: op een schoolreünie zag ik ze ook en ze keken nog even verliefd en betrokken naar elkaar als toentertijd op het Stedelijk Gymnasium.

Indertijd haakte ik bij Catan af, omdat ik het eindeloos vond duren en je eigenlijk niks kon plannen omdat het hele bord met veel spelers daarvoor teveel verandert. Maar met maar twee teams is dat heel anders, je kunt anticiperen op wat die andere misschien gaat doen en zelf alvast vooruit denken. Het eindspel was spannend en wij verloren op het nippertje, maar eerlijk is eerlijk, die twee tegenover ons hadden ook veel geluk met de ontwikkelingskaartjes die ze kregen. Het zij ze van harte gegund!