donderdag 7 maart 2019

Thirukalukundram

‘Dat dit echt bestaat’, dacht ik, ‘en dat ik hier zo zit’. In het schemerdonker op de top van een rots, in het heiligste van het heiligste van deze tempel. Na een lange, lange klim omhoog over brede stenen trappen. Je betreedt dan eindelijk de tempel. Rechts een kleine ruimte met een prachtig uitzicht op de omgeving. Later werd er daar rijst op een palmblad uitgedeeld aan de bezoekers. Dan weer over de drempel van een deur en dan is plotseling het volle daglicht verdwenen en kiert er alleen wat licht door de smalle uitsparingen. In nissen uit de rots gehouwen, de altaartjes van Goden, met een enkel lichtje erbij, ik liep eromheen,  donkere pilaren, ergens stroomt er water en toen kon je nog een holte in, ik zag mensen op de grond zitten. Zou ik me bij hen kunnen voegen? 

Ik zag op de grond acht jonge vrouwen zitten, en ook een stel met een peutertje,een ander jong stel, een oudere vrouw... ja, ik kon er vast wel bij. Achter een rood gordijn waren twee priesters in oranje doeken bezig en voor walmde het van de wierook, door twee priesters rondgebracht en bij eentje zag ik een gouden Apple smartphone tussen zijn lendendoek en zijn blote huid zitten. Alle vrouwen in sari waren stil, maar ook niet overdreven devoot. En toch... het voelde aan alsof ik deelgenoot was van een oeroud ritueel en dat klopt ook wel: ook deze tempel is door de Pallava’s gebouwd in de 7e eeuw, zoals de grottempels in Mallamapuram.

Het is in Thirukalukundram, 17 kilometer verder, de bus reed over een eenbaans geasfalteerde weg, dus met een tuktuk vanaf de andere kant werd het passen en meten, door rijstvelden met palmbomen, een dorpje tussen de bananenbomen, de onderkant van de vierkante huisjes was van cement gemaakt, en daarboven was een puntdak van palmboomblad. De tempel wordt wel de Eagle Temple genoemd en Shiva wordt er vereerd in de gedaante van Vedagiriswarar. Shiva en het vuur: de priester met de smartphone ontstak alle lichtjes aan van een grote bergvormige kandelaar, belletjes klonken, het gezang verhevigd, iedereen ging staan en toen ging het gordijn open en was daar een muur van lichtjes van vuur met in het midden Shiva. De klim naar boven, de dagelijkse rituelen, de festivals: het wordt al 13 eeuwen zo gedaan...

Did you meet the Godhead?, vroeg de maker van het Shivabeeld, die ervaart dat beelden, een levende werkelijkheid kunnen worden, met glinsterende ogen. Van hem kwam de tip om naar deze tempel te gaan. Tussen één en vier zijn alle tempels dicht, weet ik ondertussen, en in dit geval is dat ook wel nodig, want bij de afdaling op blote voeten, kon je op de stukjes die geen overkapping hadden al bijna niet meer lopen, zo heet was de steen.

Ik heb nog wat gerelaxt in het voorgedeelte van de tempel, zoals er meerdere na de afdaling deden en daarna naar de enorme watertank er vlakbij. Trappen rondom de rechthoek, waar een vrouw twee uur lang zonder pauze de was deed, het regelmatige slaan van de kleding op de steen...ook dat wordt al eeuwenlang zo gedaan... Ik weet niet of het bassin eigenlijk een natuurlijk meer is geweest, ooit, ik vermoed van wel. Nu is het ook een tempel en dat was het wellicht ook al in de tijd van de Pallava’s. Wel jammer dat je er niet in mag zwemmen, zou lekker zijn voor de jeugd van de govermental school, die erbij lag, Alleen je aan de kant ook wassen, dat mag wel, want dat zag  ik later een oude man doen. Wat een landelijke rust en er woei bovenaan de trappen een aangenaam zeebriesje, schat ik zo in: dat deze over de vlakte komt aanwaaien.

Want ik wilde er nog een tempel bezoeken, die gewijd is aan Parvati, de metgezellin van Shiva. Vier grote hoge torens heeft het en O! , wat zag ik daar toch weer voor prachtige beelden in de pilaren, waarvan sommige bestonden uit een steigerend paard met een ruiter erop. Altijd leuk ook, als het aantal beelden van vrouwen het aantal van mannen evenaart of zelfs overtreft. Eindelijk eens een gehele tempel  aan een vrouw gewijd. Het was een heel mooie dag, die begon met een ochtendduik in zee.

woensdag 6 maart 2019

Lunchconflict, vijf Ratha’s, geschilderde tuin

Vandaag dan voor het eerst een werkelijk gestresste Indiër meegemaakt. Ik ging lunchen in mijn food center, ze serveren er een lunch met witte rijst, een Indiase kroepoek, zes bakjes met allerlei sausjes, sommige met groenten erin, eentje met vis, iets yoghurt-achtigs en een banaan voor 70 rupi, nog geen euro. Er komen voornamelijk mannen dan eten en ook tuktuk-rijders, te herkennen aan licht bruine kleding, het busstation is vlakbij, en één ervan ging naast me zitten en begon flink hard te oreren tegen een collega, schuin tegenover hem.

Geen idee natuurlijk waar het over ging, maar wat  opviel was, dat die collega helemaal niks terug zei en alleen maar naar hem bleef glimlachen en af en toe praatte met een vriend, naast hem. Beide keken  alleen maar terug, ze negeerden hem niet, en bleven lachen. Wat een conflictbeheersing. Ik wierp een blik naast me, hoe kwaad was deze man, hoe gespannen? Maar dat had hij meteen door, hij wilde al wat tegen me zeggen, maar ik boog meteen mijn hoofd naar de schaaltjes met eten. Toen hij opstond en wegliep, dacht ik: ja, zo lopen westerse mensen ook, vanuit hun hoofd, snel, met spanning in het lichaam. Hier is er het slentertempo, vanuit de heupen, het is geen zelf vergeten sloffen, mensen zijn tegelijk erg aanwezig in hun hele lichaam. Het tempo hier bevalt me erg goed, in Nederland ben ik altijd de langzaamste.

Ik kwam terug van de Vijf  Ratha’s, dat zijn strijdwagens, die in het verlengde van het food center, twee kilometer verder, in de buurt van de zee liggen. Het zijn vijf rotsen, die tempeltjes zijn geworden, in de vorm van strijdwagens, maar de wielen zijn verloren gegaan. En in maar eentje is een beeld. Er staat ook een levensgrote olifant van steen en een leeuw en Nandi de stier. Aangekomen daar was het geheel goed te aanschouwen vanaf de hekken, had ik nou zin om 600 rupi entree te betalen?

Een man kwam op me af, die afbeeldingen verkocht die hij op zijde geschilderd had. Eerst zeg ik nee, geen belangstelling, maar iets in het kleurgebruik en een heel heldere oogopslag, maakte me toch nieuwsgierig naar alle tekeningen. En alras zie  ik er eentje die ik toch wel heel mooi vond: in de stijl van de Noord-Indiase schilderkunst, een tuin vol met werkers, in een blauwe ondergrond, omlijst met goud en goudgepenseelde ranken met blaadjes, zoals bij miniaturen. Alleen is deze iets groter dan een A4. Er zitten er twee bij een bron onder, andere spelen een spel, doen iets  aan de  beplanting, bovenin is er een waterstroompje. En weer vertolkte, ook deze man mijn gedachten:’ als je naar binnen gaat is het enige extra, dat je het kunt aanraken, wég is het geld, als  je dit koopt heb je er voor  altijd plezier van.’ Dus ik ging overstag, voor 800 rupi. 

‘Kom, ik loop met je mee langs de hekken, dan weet je er alles van, je hebt echt niks gemist door niet naar binnen te gaan’ Daarna, bij het afrekenen, verzuchtte ik nog eens, écht niks te willen kopen. En natuurlijk werd God er weer bij gehaald. Die had voorbestemd, dat hij vanochtend dacht, laat ik eens op pad gaan ( dat deed hij niet elke dag, hij was het liefste aan het schilderen), en dat ik op het juiste moment hem tegen het lijf liep. Hier in India  lijkt het een uitgemaakte en duidelijke zaak, dat dit waar is.

dinsdag 5 maart 2019

Aparte ontmoetingen

De vrouw met de doeken op het strand vertelde er al over: het was gisteren een feestdag, ze had de hele nacht gezongen en gebeden, het had met de volle maan te maken. En zonet kwam ik erachter dat ik de belangrijkste feestdag van Shiva heb gemist, en ook nog eens de Shiva in de verschijningsvorm zoals ik die het liefste zie; de ene helft man, de andere helft vrouw. Maar ik heb er wel heel beeldend over horen vertellen door een man die op het einde zei: No problem! I will pray for you!

Wéér zo’n aparte, intense conversatie. Mijn oog viel op een dansende Shiva van rood marmer en ik pakte deze op. Er stond een man in witte kleding naast, die praatte met de eigenaar van het winkeltje, de maker van het beeld, zo bleek.  Waarom weet ik niet, maar ik vroeg hem wat hij van het beeld vond. Hij bekeek het zorgvuldig en hij zei dat het iets heel eigens had, de gebaren van de handen en het marmer van onder naar boven van donker naar het licht ging. Beide zeiden dat een beeld  niet zomaar een beeld is, maar levende werkelijkheid wordt, als je er een band mee krijgt, door er dagelijks aandacht aan te schenken. Het hoofd en de handen ervan zegent en dat er gisteren nog, het feest ervan was. Ik had nog niet eens opgemerkt dat het beeld mannelijk en vrouwelijk was.

Hij liet me, vanonder zijn kleding zijn mala zien: hij had het geluk gehad dat deze tot twee keer toe om de lingam was gehangen gedurende de nacht, de ketting had een modern gestileerd zilveren Ohm-teken met daarop een diamantjes, blauwe saffier en een andere soort steen, die helder en wit werd aks het goed met hem ging en troebeler werd in slechtere tijden. Alle sieraden van alle mensen, het goud, worden in die nacht  bij elkaar gebracht, gezegend en met bloemen en wierook omhuld en daarna weer aan een ieder teruggegeven. Hij had zelf een nieuwe lingam laten zegenen, die uit een ruwe steen die hij al heel lang had uiteindelijk deze vorm had gekregen, ‘het was in de wereld gekomen, om voor altijd zo te blijven bestaan’ en hij zou deze voor de rest van zijn leven altijd bij zich dragen. 

‘Maar het is best zwaar!', reageerde ik. Dat maakte niks uit, het zou nu altijd met hem mee gaan. Morgen zou hij naar Tirruvenalamai reizen, dat is de plek waar ik oorspronkelijk van plan was om daar enige tijd te blijven, daar is de berg van het vuur waar Shiva verschenen is als vuur, één keer per jaar wordt er op de top een groot vuur aangestoken dat dagen blijft branden en in de nacht de hele omgeving verlicht. Hij zou de rondgang van 14 kilometer rond de berg gaan wandelen, dat was ik ook van plan geweest, en daarna zou de lingam zijn ingewijd en daar zou hij ook voor mij bidden. Alsof een cirkel weer rond werd... Dan zou hij terugvliegen naar Koeweit. Hij bleek dus een steenrijke Indiër te zijn. De maker van het beeld zei: He is my guru, his mind is like a computer, so big! 

Ik lag de hele dag op het strand en daar gebeurde me weer dat ‘telepathische’ . Net terwijl ik aan het mijmeren was, dat het toch wel een gekke werkelijkheid was, waarvan ik nu deel ben, de westerlingen die daar een soort nieuwe economie veroorzaken, de Indiërs die om hen heen zwerven, met spul speciaal voor hen gemaakt, terwijl je zelf een hele dag alleen maar ligt en luiert, kwam de verkoper voorbij, we groeten elkaar al dagen lang vriendelijk, hij weet dat ik niks wil kopen. Maar nu  stevende hij op me af, zei dat hij een zware dag had gehad en zich zorgen maakte of hij zijn kinderen die dag zou kunnen voeden... hij vroeg me wat geld; je hoeft het me niet zomaar te geven, hier neem wat armbandjes, ieder voor 100 rupi. Onderwijl kwam er een andere verkoopster bij zitten die me een koekje aanbood. En er kwam een oude Franse dame langs die belangstelling toonde voor zijn koopwaar, hij sprong op, wierp me een blik toe van: Ha! Misschien gaat het me lukken! De dame koos een aantal items en toen... liep ze ineens kwaad weg! En ze vergat haar slippers, die hij haar hollend, nog ging brengen. ‘Wat gebeurde er nou?’ vroeg ik. ‘ Ach ik weet het niet... rijke mensen kunnen zo onvoorspelbaar zijn.’ Ik koos twee armbandjes uit en hij begon te neuriën en zachtjes te zingen, ‘Wat zing je nou?' vroeg ik, I was praying to my God.

En met de mannen in de food court, wéér kreeg ik een kommetje saus van de kok die de bryanis maakt en die mij voorstelde aan zijn vriend, ook een meesterkok, die verderop werkte, een local die niet neerkeek op alle import, zoals deze keukenstaf was, uit Nepal en uit Assam, opnieuw werd het uitgesproken: vriendschap wordt door God gegeven, het kijkt niet naar arm en rijk, het gaat direct van hart naar hart, vrienden vergeten elkaar nooit meer in het leven, ook al zien ze elkaar nooit meer. En we lachen naar elkaar.

De aanvraag voor de Exit Permit is verzonden. En nu afwachten. En o, ja: er waren drie honden op het strand die mij lastig vielen en mijn tas, waar koekjes inzaten, wilden weg graaien. Ineens was daar weer de vrouw met de doeken, die ze met een palmtak verjoeg. Ik bedankte haar. I take care of you, zei ze lachend.

maandag 4 maart 2019

PDF, waterflesjes, Arjuna’s strijd

Pff, zucht, zucht... Of beter; pdf... pdf... pruttel, pruttel. Deze dag stond veel in het teken van de Exit Permit. Eindelijk kwam ik dan op de FFRO-site, waar de aanvraag moet gebeuren. Ik ploegde het allemaal door met de invoer van mijn gegevens, en elke kreeg ik wel een nieuwe pagina. En toen niet meer en waren alle gegevens weer verdwenen. Nogmaals. Ik besloot het tussentijds te verlaten en dan werden de gegevens tot nu toe opgeslagen. Hoera, mijn Exit Permit heeft nu tenminste een dossiernummer.

Verder maar weer. En toen hoefde ik alleen nog foto’s van documenten, paspoort, visum, kaartje van waar ik nu verblijf, mijn foto te uploaden. Maar dat moet van jpg-bestand naar pdf. Op internet kun je het converteren, twee items gedaan en toen gaf de site aan dat ik een uur moest wachten, om verder te kunnen. Tijd om naar buiten te gaan, niet meer in het halfdonker in mijn nakie met de fan aan, achter dit schermpje. Ik had ook ontdekt dat ik hier gewoon NPO-progamma’s kan bekijken en had twee afleveringen van De Luizenmoeder bekeken. Zo ontzettend Nederlands.

Dan kom je buiten en dat heeft bijna iets onwerkelijks: die warmte, de zon, de blauwe lucht met de palmbomen. Dat ik hier echt ben. Ik liep langs de steenhouwer, waarvan ik nu echt denk dat hij mij probeert te versieren. Ik hoorde hem, geloof ik toch echt wel zeggen, dat ik het beeld zó mee mocht nemen als we ‘close friends’ zouden worden. Watervlug weet hij je aan te raken, op mijn buik, lachend, een sfeertje creëren. Toen veranderde hij van stemming, hij had al drie dagen niks verkocht en het ging niet zo goed met zijn moeder... Ik geloof dat ik nu afstand moet gaan houden. Jammer, het projectje ‘afdingen op god(in)’ nadert haar einde

Ik wandelde naar de andere kant van The Shore Temple, deze ligt op een punt en aan de andere kant is daar ook strand waar alleen maar Indiërs komen, had de vrouw met de doeken mij verteld. Wat een andere sfeer hangt daar! Een uitgestrekt strand, zo ver als je ook reikt en heel in de verte de contouren van een grote moskee. Dit is dus een andere zondaagse uitwaaiplek: overal lange stokken in het zand, waarboven doeken gespannen kunnen worden, voor kraampjes. Hier heel veel jongemannen met een paard, een ging ermee zwemmen, wat een machtig gezicht, zo’n paard dwars door de sterke branding en dan zwemmend, ik wist niet dat paarden konden zwemmen.

Hier dus geen Engels sprekende verkoopsters, met doeken, kleding, snuisterijen,  enzovoort: er werd alleen flessen water in een teiltje op het hoofd gedragen en komkommers en wat vruchten. Een vrouw glimlachte zo stralend, dat ik besloot een literfles water te kopen, ik had wel wat bij me, maar dan hoefde ik mezelf niet op rantsoen te zetten. Toen zag ik ineens dat ze bij zee, met een van de waterflessen haar gezicht waste! Potverdrie, er zat dus gewoon water in de flessen en nu begrijp ik waarom ik een beetje een onrustige stoelgang heb: die sinaasappelsap van gisteren, versgeperst, was dus ook aangelengd met gewoon water. Na ruggespraak met twee andere vrouwen die erbij kwamen staan, begreep ze wat mijn probleem was, ik wreef maar steeds op mijn buik, en kreeg ik het geld terug.

Aan deze kant van The Shore Temple, waar de kust onbewoond is en je het land in kan kijken en je weet dat die rotstempels daar verderop liggen, op de rotsen zag je die tempel aan de kust ook liggen, kreeg ik een beter gevoel in wat voor een ruimte met natuurverschijnselen, de rotsen, bos, de zee, die Pallava’s hun wereld in de 7e eeuw ontworpen hebben.In de hoofdstraat hier, in een rechte lijn met de rotsen, grote hoge pilaren in een vierkant. Er moeten processies geweest zijn van de grottentempels, helemaal naar de kust-tempel. Olifanten moeten er geweest zijn, want die zijn ook gebeeeldhouwd. En het rotsmassief aan het begin, voor de rotsen en grotten erboven, en dat Arjuna’s Penance heet, zit ook vol natuur, het gaat over De Ganges en een strijd die Arjuna hier heeft gevoerd, zoals dat in de Mahabaratta staat.

En ik voer hier mijn eigen ‘strijd’. Want toen ik me weer wierp op de pdf’s, ze allemaal gemaakt had en ze wilde uploaden op de site, nog éven en dan kon mijn aanvraag voor de Exit Permit weg, bleek dat het pdf-bestand niet groter dan 1000 Kb mocht zijn en de mijn waren 2,6 MB. Dit is deja -vu, zo was het met de visumaanvraag in oktober ook. Toen vond ik dus een site die het wel onder de 1000KB kon converteren. Maar hoe ik nu ook zocht, ik heb die nog niet gevonden... En de dag is alweer om, het wordt tijd om naar mijn food center te wandelen. Morgen is er weer een dag. Ik kan er niks anders van maken....

zondag 3 maart 2019

Tiger Cave, strand, kommetjes saus

Pas later op de dag kwam ik erachter waar men hier de zondag besteedt: in het aangelegde park rondom Tiger Cave. Gisteren had ik die tip al gekregen in de food court: neem een tuktuk voor 200 rupi. Vandaag kwam ik er toevallig. Ik wilde wandelen tot het einde van de baai en de laatste palmboom die je kunt zien. Dat bleek een wandeling van 4 kilometer, vertelde een verkoper mij later, dezelfde die zei dat Tiger Cave, nog maar 500 meter verder was, vanwaar ik was neergestreken op mijn nieuwe stranddoek, met een boekje.

Het strand is vrijwel leeg, met stukken waar aan de landkant soms stukken grond ommuurd waren, terreinen die verlaten leken en misschien ooit goede tijden als beach-resort hadden gekend. Het lijkt alsof er voor dit gebied ooit grote plannen zijn geweest, maar dat het ergens is gaan stagneren. Hier is bijvoorbeeld een helemaal door onkruid overwoekerd zwembad. De bewaker van dit terrein vertelt dat hij al 22 jaar in dienst was en het vanaf de eerste steen heeft zien ontstaan. Het geheel is gebouwd door vier broers. Het zwembad was vroeger ook open voor de locals en de politie. Die zouden meebetalen aan het onderhoud en dat gebeurde niet meer en nu is het zwembad al tien jaar dicht. Toen ik aankwam en vroeg naar het zwembad zei men: zit nu dicht, gaat met de moessontijd open. De Indiase waarheid is soms zo kneedbaar als was...

Het aantal toeristen neemt de laatste jaren af, heb ik al meerderen horen zeggen. En dat terwijl hun bestaan ervan afhankelijk is. Ik was zelf neergestreken in het zand, aan de rand van het enige functionerende Palm Beach Resort en restaurant. Er zaten veel witte mensen met gestreepte handdoeken, er klonk een aangenaam tropisch muziekje, een grote westerse vrouw joeg drie paardrijdende jongens furieus en scheldend van het strand af. Ik waande me even in koloniale tijden. 

Toch ging ik er in de buurt liggen, ze zijn dan mijn jas, want er ligt verder bijna niemand op het strand. Aan de rand dus, en het bleek ook de rand te zijn waar de verkopers bovenin zaten, iets verder van zee, wachtend tot iemand het terras afging richting zee, want het was ze verboden om daar te komen. De verkoper die mij aansprak met: come to my shop, doelde op de kleedjes die hij daar had uitgespreid. En dan zit je dus de hele dag alleen maar te wachten, tot een van die westerlingen het beschermde gebied verlaat.

Ik wilde hem nog even bedanken voor de tip van Tiger Cave, en hij en zijn collega’s zeiden uit  één mond: daar komen wij nou nooit, want daar verkoop je niks, er komen alleen maar Indiërs. Een vrouw zei lachend: wij moeten het van jullie hebben! Tiger Cave was zoiets als het IAMsterdam object dat verwijderd is bij het Rijksmuseum: een geliefd fotografie-object met mensen er bovenop in de nissen aan de zijkant, in het grot-tempeltje zelf, die omlijst was met vaag gebeeldhouwde tijgerkoppen. Iets verder op het terrein een lange dikke steen, die als een schuinomhoogrijzend phallus de hoogte instak.

Iets erachter het vermaakterreintje: drie kleine draaimolentjes waar ook volwassenen ingingen. Blikjes gooien, hoepeltjes rondom oude rommelmarkt-beeldjes, vanuit Wetsers perspectief, die op een groot wit laken, met dezelfde afstanden in het gelid stonden, er waren krakkemikkige sta-tafeltjes  gemaakt, waarvoor  weet ik niet, misschien dat tijdens lunchtijd je er iets te eten kan kopen. Ik dronk er een vers geperst  sinasappelsapje, aangelengd met water. De jongen naast haar, moest zijn stoel aan mij afstaan: This is my son, he goes to school, he is 15, zei ze trots. ‘De St Joseph school, vulde hij aan. Maar zij waren hindoe. En al die kraampjes hadden een bouwdorp of padvinders kwaliteit: van oud hout en grote dikke takken, met touw aan elkaar geknutseld.

Ik herinner me als 16-jarige, voor het eerst in Indonesië dit zo te zien: met wat voor weinig middelen mensen zich vermaken, geen grote elektriek,  geen toeters en bellen, machines waar je de hoogte mee ingaat, spookhuizen, achtbanen of een reuzenrad: het is met bijna niks, waar mensen zich mee vermaken. Ja, ze vermaken zich met elkaar, mensen praten zonder ophouden, zo lijkt het, de sfeer is overal licht en ongedwongen.... Ik kijk heel graag naar de mensen hier en ben, zonder daar moeite voor te hoeven doen, soms zomaar een deel van zo’n groepsgesprek met daarin één op één momenten. 

Vandaag bracht een man me zomaar een kommetje saus uit de keuken, en even later kwam hij met nog eentje. Zijn gezicht begon te stralen, toen ik de food court inliep, Hij kan geen Engels, het zijn losse woorden die hij bezigt. Maar hij maakt het namaste-gebaar en legt zijn hand bij zijn hart. Ik doe hetzelfde en we lachen alleen maar en kijken elkaar diep in de ogen.

zaterdag 2 maart 2019

Indiërs, Vahara Cave Tempel, Krishna’s Butterball

Ik kom teruggeslenterd van de food court waar ik vandaag zowel 's middags en 's avonds gegeten heb, met een groot glas lemon juice. Mijn hoofd tolt van de verhalen die ik er te horen krijg. Mensen vertellen graag over wat hen bezighoudt, direct, zonder schroom. Dat raakt me elke keer weer: de intensiteit van aanwezig zijn.

De food court wordt gerund door een familie, waarvan een broertje er drie avonden is, for the family, I have a good family. Op zijn ene arm is een Walt Disney-achtige vrouw getatoeëerd met de woorden I love my mom. Op de andere arm komen nog de afbeeldingen van zijn vader en zijn moeder. Zelf is hij 27 jaar, studeert voor mechanic engineer, maar in zijn hart is hij een danser. Hij geeft nu al les aan dertig leerlingen, alle stijlen, van hiphop, naar klassiek, hij laat filmpjes zien van zijn leerlingen. De vrouw van zijn broer zit in de bloemen in Chennai en zij heeft dit zaakje mee helpen inrichten: die palmbomen kosten ieder 15.000 rupie (200 euro) dit boompje 3000. Ik zei dat het wel hielp, want ik was ook meteen voor de inrichting gevallen, kleurig, met al die planten.

En dan is er een man uit Nepal, 45 jaar, ik dacht dat hij Chinees was, met wie ik uitgebreid over God praat, gisteren ook al. Hij is rooms katholiek, op zijn tiende is zijn hele familie bekeerd, nadat zijn vader heel ziek, na enkele weken weer beter was, nadat een priester gezegd te gaan bidden en in Jezus te gaan geloven. Zij werden opgelicht door de dokters, had de priester gezegd, ze waren maar een arme boerenfamilie. Ik kan het niet nalaten dan te denken: en wanneer heb je die dosis penicilline toegediend? Morgen, elke zondag gaat hij een kwartier naar de kerk. Sitting in silence, you know, everywhere it is my House, my This, my that...but with God everything is open, nothing to worry anymore. En hij ging zitten in meditatiehouding en werkelijk, zijn gezicht ontspande ter plekke, alsof er twee engelen op zijn schouders waren neergestreken. There is only one God, What you believe is up to you...

En ik zag de vrouw met de doeken weer op het strand, die me vertelde dat er een jonge vrouw met gestrekte armen zonder bovenkleding had gelegen en dat ze had gezegd: Niet doen... This is India... en dat die vrouw eerst kwaad was geworden, maar na langer praten het wel begreep en toch weer haar bovenstuk had aangedaan. En een andere man op het strand liep een stukje mee op, hij verkoopt zelf gekerfde hangertjes, die hij in een blikje bewaart: How are you? Je was hier gisteren ook, ik weet dat je niks wilt kopen... Bleek hij zelf,  minstens een keer per  week, ongeveer 30 minuten, op het strand te mediteren. ‘It gives you energy.’

Na vandaag begrijp ik ook waarom het in dit kleine stadje van nog geen 13.000 inwoners, krioelt van de Art Centers en de steenhouwerijen, ateliers en werkplaatsen waar aan de lopende band beelden worden gemaakt. Ze wonen allemaal aan  de voet van die gigantische rotsformatie, waar op meerdere plekken tempels uit de rots zijn gehouwen, met prachtige beelden daarin. Als je het even niet meer weet, wat de waarde van je beroep is, als je inspiratie zoekt: klim de rotsen op en verwijl in één van die tempels... Nederland was zompig veen en moddergebied, waar weinig mensen leefden, en toen waren deze grottempels er al uit de 7e eeuw, zoals de Vahara-tempel. 

India heeft, verspreid over het hele land zoveel grottempels... Voor mij zijn het bewijzen die gaan over de kracht van de menselijke geest. Hoe kom je erop, om in de wildernis, in een rots te willen gaan hakken, om daar dan de mooiste beelden van goden tevoorschijn te laten komen, en ze tegelijk een huis te geven door daar ook pilaren te hakken? Op een van die hellende rotsen was er een ronde rots die daar onbeweeglijk een evenwicht had gevonden om er zo te rusten, een natuurlijk fenomeen dat Krishna’s Buttrball is gaan heten. Het soort van evenwicht waar ik ook naar streef, op het soort van hellende vlak van mijn positie nu: hier zijn - me thuis voelen - niet naar huis kunnen.

vrijdag 1 maart 2019

Grottempel, vrouw met doeken, steenhouwer

Heerlijk, om op één dag zoveel verschillende indrukken op te doen. De dag begon laat, ik moest natuurlijk een beetje bijslapen, en ging eerst naar het strand, even de ruimte van de zee en branding ervaren. er lag een heel grote dode schildpad op het strand. Een vissersboot werd met een tractor het strand opgesleept. Ik zag een dode kogelvis en andere grote vissen liggen, de zee lijkt visrijk. Er lagen bloemenblaaadjes en  een bloemenslinger, er wordt geofferd op het strand. Ik liep met opzet een ander straatje in dan waar dit Guesthouse aan grenst.

Tot mijn verrassing bleek er achter het frontje van guesthouses en restaurantjes die uitkijk op zee hebben, een heel vissersdorp te zijn. Welvarend. Ik zag voor het eerst ook plantenbakken langs de huizen, veel bloeiende bomen, veel offertempeltjes bij voordeuren, veel kolams. Mannen zaten in twee kringen op de grond te kaarten. De boten op het strand zijn ook veel groter dan ik eerder zag, met grote motoren en wat scheelt het, als een dorp een tractor bezit om boten op het strand te trekken en de zee in. Maar ondertussen was ik weer op het strand en kon de juiste toegang naar mijn guesthouse niet vinden.

De vrouw die kleding en doeken verkocht gebaarde naar me. ‘Waar moet je wezen? Ik zie dat je aan het dwalen bent.’ Wat een heldere ogen waren het, waar ik in keek... Toen ging ik brunchen, en deed dat hier, bij de zoon van de eigenaar, ook om weer op internet te kunnen. Voor het eerst weer westerse toast, met een heel dun gebakken omelet, het duurde lang eer de koffie kwam, die koken ze op een bepaalde manier. Op internet bleek mijn e-mail-id niet geldig te zijn, om op de site van de Exit Permit-aanvraag te komen. Verdamme. Meteen een mail naar hen gestuurd.

Ik besloot wat boodschapjes te gaan doen, geld uit de ATM te trekken, het geheel even te verkennen. Dit guesthouse ligt in een zijstraat vol boetiekjes, heel veel steenhouwers die beelden van allerlei groottes verkopen, op westerse toeristen gerichte restaurantjes. Veel hogere prijzen dus. Zou er niet ergens op de hoofdstraat wat goedkopers zijn? Een beeldenverkoper wenkte me, gisterenavond had hij me ook al warm gegroet. Hij is al 36 jaar steenhouwer, hij was heel arm en komt uit Madurai, maar nu ging het goed met  hem. Meteen weer die filosofische inslag: ‘Je kunt over een half uur wel dood zijn’, zei hij, ‘nu is het de tijd om het leven te omarmen’. Hij vertelde dat er heel veel westerse vrouwen hier zijn, die korte affaires hebben met Indiase mannen, want in hun land werken ze alleen maar. Zat hij mij nu ook een beetje te versieren? Ik zei hem dat helemaal niet te willen.... Ondertussen zag ik wel een mooie marmeren beeld, door hem gemaakt van die androgyne God(in), half man,  half vrouw, dansend. ‘Don’t talk about money’, zei hij, ‘you are a social worker, so you do not have much money!’ 250 tot 300 euro vroeg hij voor dat beeld. ‘Money is not important, but you do not give it to me for 50 euro, zei ik lachend. Hij glimlachte terug. P ‘We talk about it later’, zei hij, ‘drinking chai’. Dit gaat misschien mijn afdingdoel worden. Ik kom elke dag langs hem, weet ik al, want ik vond een heel gezellige en goedkope food court op het einde van de hoofdstraat. 
En toen zag ik achter de hoofdstraat een tempel liggen en daarachter rotsen die wel gebeeldhouwd leken. Wat een verrassing weer, dichterbij gekomen! Grote olifanten in die rots gebeeldhouwd, hele taferelen vol figuren, pilaren uit de steen gehouwen, het was de Pancha Pandava Mandapa, een grottempel. Weer van een heel andere cultuur: de Pallava’s rondom 627-700 na Christus. En ernaast was de Krishna Mandapa. Binnen in de grottempel zie je Krishna de berg Govardana optillen, om koeherders en herderinnen te beschermen. Adembenemende,  vredige taferelen van koeien en mensen eromheen die melken en hoeden. En in de hoek, apart genoeg ook een groepje met een leeuw, griffioenen en een sphinx.. Prachtig! Het soort tafereel schijnt geheel uniek te zijn in heel India. 

Toen werd het tijd voor een duik in de warme zee, zo bleek. Maar van tevoren kwam ik de vrouw met de doeken weer tegen, ze kwam bij me zitten, we praten wat. Het bleek dat zij voor een baas werkte, en elke dag op dit strand kwam met de tuktuk uit een dorp hier drie kilometer vandaan. Ze was duidelijk niet aan het verkopen, ze zei weer dat ze dacht dat ik verdwaald was, die ochtend, omdat ik in die hete zon tot twee keer toe weer op het strand verscheen. Ondertussen dacht ik wel dat een grote katoenen doek, toch wel erg handig is voor het strandleven. Dus ik toonde mijn  interesse. Een van de vier was licht  van kleur met olijfgroene olifanten, bloemen en een mandala erop. Precies toen ik dacht: de kleur is mooi, zegt zij deze woorden! ...soms denk ik dat mensen hier een beetje helderziend zijn. Ik nam deze en ze hielp me het uitspreiden, iets verder van zee, dan waar ik zat, gebaarde ze, want de vloed kwam op. Terwijl ik met de golven aan het spelen was, er sprong een grote gele vis vlak voor mij op, kwam ze weer voorbij en ze wilde me iets zeggen. Ik uit zee: je bril! zei ze, kijk uit, de golven zijn onvoorspelbaar, je kunt die zó verliezen! 

Ondertussen heb ik opgeteld ook bijna een uur besteed aan het proberen te bereiken van de immigratiedienst, aan de telefoon. Eerst kom je er niet doorheen, want het is te druk en daarna neemt er niemand op, terwijl ze wel een mail stuurden, voor de tweede keer, of ik wilde bellen. Ik meteen naar de telefoon en mail dat ook per omgaande  Niemand neemt op. Ik vrees dat die mail automatisch worden gegeneerd... En morgen is het weekend en zitten ze twee dagen dicht... Meebewegen met de Indiase gang van zaken, er zit niks anders op. Bij de aanvraag van het visum stond er ook dat het twee weken duurde, maar dat kwam na enkele dagen. Meebewegen... en op een plek als deze, hier in Mammabalipuram, wordt me dat wel makkelijk gemaakt.