zondag 7 juni 2020

David Zinn

Op BBC News vandaag een filmpje dat me uit het hart is gegrepen. David Zinn is aan het woord, hij tekent met krijt op de straten en gebruikt daarbij de oneffenheden op de grond. Van dik gras tussen twee tegels maakt hij wenkbrauwen van een grappig mannetje, van oude palen de uiteinden van hoge hoeden, van putdeksels een chocoladekoek of het hart van een zonnebloem, hij laat uit barsten in het cement of baksteen een vliegend varkentje komen, of een draak of een muisje. Heel fijntjes getekend.

Hij wijst erop dat de wetenschap je denkvermogen aanspreekt, maar dat het creativiteit is op andere vlakken die je goed doet, of het nu bakken is, of bouwwerken van suikerklontjes maken of... en tekenen is iets wat iedereen gedaan heeft. Op de vraag: wanneer ben jij ermee begonnen, antwoordt hij graag met de vraag: Wanneer ben jij ermee gestopt? In andere filmpjes op YouTube vertelt hij dat hij een heel verlegen kind was, en dat tekenen hem het excuus gaf om niks te hoeven zeggen. Ook is hij het liefste buiten en op een dag kwam het in hem op: als ik nu buiten ga tekenen, dan maak ik zo een eigen bubbel, een reden om daar te zijn.

Hij verdient zijn geld met professioneel illustraties maken. Buiten tekenen, gewoon in zijn stad maar ook op festivals kan hij dus doen puur voor zijn genoegen. Hij vindt het juist fijn dat de regen iets weer wegspoelt, dan krijgt het geheel ook geen zwaarwegende pretentie, dat hij Kunst moet maken. Hij begint gewoon en vaak geven omstanders, met name kinderen hem echt goed advies. Zijn streven is ook, dat vanaf een bepaald punt het getekende driedimensionaal is: dan staat er ineens echt een groen wezentje met ogen op hoge steeltjes, die hij Sluggy heeft gedoopt. Als, al is het maar voor een nano seconde, iemand denkt dat daar echt iemand is, of door de bodem zakt of haar begluurt, dan is zijn opzet geslaagd.

Hij heeft al over de hele wereld gewerkt en ik heb wel het idee zijn werk in het echt gezien te hebben. Vraag me niet waar. Maar het schokje van: He, wat zie ik?!, gecombineerd met de fijnzinnige tekenstijl, die herken ik. Door dit filmpje snap ik ook weer beter waarom ik nu zo in beslag genomen word door de 'Graphic Novel'. Omdat het op een geheel andere wijze bij je binnen komt, dan het lezen van een boek. Dan moet je het helemaal zelf doen, het oproepen van beelden door woorden. Maar bij iets wat getekend is, word je op heel veel lagen tegelijk aangesproken: verrassing, vertedering, bewondering hoe iets getekend is, meteen meegenomen in de duizelingwekkende diepte van een fantasiestad of landschap, het meeleven met vreemde wezens, geen mensen maar wel menselijk. Het dwalen met oog en hart zonder woorden.

zaterdag 6 juni 2020

If not now, then when?



Het zou voor vandaag gezongen en gecomponeerd kunnen zijn.... maar ze zingt het al meer dan 32 jaar geleden, in tijdloze kleding en alleen met haar gitaar: Tracey Chapman If not now, then when? Het is de emotie die naar boven is gekomen, eindelijk toch die drempel over, het is genoeg geweest: Black Lives Matter. Er hangt een gevoel van urgentie in de lucht en ik denk dat de beperking die het Coronavirus aan iedereen oplegt, bijdraagt om ruimte en vrijheid te claimen, daar waar het eerder onder de tafel werd geveegd en men ermee leefde als 'a fact of life'.

Ondertussen keek ik vandaag maar gewoon in mijn tuin. Egel kwam voorbij schuifelen, vier voeten van mijn voet af. Een alweer vergeten aardappel die ik in de grond had gestopt, was groen uitgeschoten en opgekomen tegen de prille  rabarber en die heb ik uitgegraven en verplaatst, om beide ruimte te geven. De courgette die ik met enkel twee kiemblaadjes had gekocht en wel meteen had overgezet in een grote pot begint een stevige stengel te krijgen en uit de pot te barsten. Zo erg, dat ik deze niet die pot uit kreeg, gisterenavond, met een snoeimes heb ik de pot weg moeten knippen. Zo hard kan groei gaan, dat het barst uit de voegen als dat zou kunnen, maar bij gebrek aan ruimte vast komt te zitten: 'a fact of life'.

Ik had voor de courgette een diepe kuil gegraven, die tot drie keer gevuld met een grote gieter vol water: ja het klopt, hoe nat aan de oppervlakte,de bovenkant van al het blad van de bruidsluier en  klimop ook is, het gelige bamboeblad in de puntjes weer opgefrist, het water waar kikkers rond begonnen te springen toen ik op een zonnige warme dag er water in gieterde, en dat nu weer door regenwater bijgevuld is: de grond is verder nog kurkdroog. Die kuil vulde ik daarna met donkere grond uit het compostvat: dat groen blad en schillen en alles wat organisch is, uiteindelijk weer donkere aarde wordt: 'a fact of life'.

Zou de wereld nu echt kunnen veranderen, nu de president van Amerika zichzelf heeft gebarricadeerd in zijn Witte Huis? Laten we beginnen om het de eerst komende eeuw Het Zwarte Huis te noemen. Ja, dat zouden we zomaar kunnen regelen... we kunnen geen virus weghalen, het is 'a fact of life' dat ten zeerste voor onbepaalde tijd het sociale leven beheerst.. Vanaf nu wereldwijd elke week de straat opgaan naar aanleiding van de gewelddadige dood van George Floyd: ja dat kan, 'The people have  the power' zong Patti Smith, maar dat is  ook alweer lang geleden....

Uitgraven, verplaatsen, weg knippen; om ruimte te maken...wachten tot afval weer vruchtbaar wordt en er iets nieuws in planten,  je  verbazen hoe snel iets kan groeien en dagelijks verandert: If not now, then when?

vrijdag 5 juni 2020

Nationale Slagingsdag

Gisteren was het de dag die door minister Slob van onderwijs was uitgeroepen tot de feestdag voor alle eindexamen geslaagden, die vandaag het officieel telefoontje kregen. Maar de meesten wisten het al weken omdat niemand het landelijk schriftelijk eindexamen moest of kon doen. Geen stress dus de afgelopen weken, alles culminerend naar de uitslag van vandaag (eh, gisteren, dus...) Maar vervolgens ook geen ontlading: feesten, en een vakantie, vaker in het buitenland tegenwoordig. In mijn tijd was zo'n vakantie helemaal niet gebruikelijk, alleen MAVO-leerlingen gingen, geloof ik, naar Terschelling of Zeeland, veel bier drinken als overgangsritueeel naar een arbeidzaam leven.

Nichtje L. was dus ook geslaagd. Haar mentoren hadden stiekem geregeld dat ze bij verrassing bij iedereen persoonlijk kwamen aanbellen, met een roosje. En vervolgens was er laat op de middag een livestream met een disjockey, de hobby van een docent, die vanuit de aula een uur lang muziek maakte. Wat was het? 70 nummers, gemixt, in 1 uur. Tevoren een filmpje van alle docenten die een felicitatie deden, middels een glas dat vanuit de eigen huiskamer van de zijkant van het scherm werd overgenomen door een volgende, een Turkse leraar had thee geschonken vanuit een samovar, en op het eind deed iemand op school het allemaal in een vaatmachine op school. Leuk, al die moeite, ik zag ineens dat de school, naast thuis, de belangrijkste omgeving ter educatie en groot worden is.

Ik heb alleen het geluid van het filmpje gehoord, ik zag geen beelden, want ik zat buiten bij het raam tegen het glas, terwijl de rest binnen zat. Nichtje had haar nieuwe vriend C.  en een vriendin op bezoek, en dan haar ouders; de bedoeling was om een partytent buiten te zetten, maar die bleken uitverkocht. Ik vond met zijn allen aan een lange tafel binnen toch te risicovol voor mijn situatie, dus bleef buiten. Eerst een beetje zielig toen het ook nog begon te regenen, maar toen kwam het idee om  elkaar toch te kunnen verstaan via Facetime zonder face. De buitendeur die eerst openstond maar dicht, tegen de echo. Het zijn het soort ideeën waar ik nou nooit opkom.

Een roosje, terwijl Nichtje voor deze dag een gigantisch groot project door de hele school heen, ontwikkeld had in exotische sferen, waarvoor al voor de Coronatijd ze al materiaal bij de Gamma in de uitverkoop hadden ingeslagen en dat moest dus allemaal terug... Dat is wel sneu. Ik had daarom een exotische plant van crêpepapier in elkaar geknutseld, een grote blauwe bloem met een geel zonnig hart en drie oranje bloemetjes met een roze knop, die allemaal uit dezelfde steel kwamen. Het maken ervan gaf lol, maar het resultaat is wellicht toch wat magertjes in verhouding met de fantasie waarmee je het maakte...

Wat wel meeviel is dat ik vandaag om 8.15u naar de supermarkt in mijn buurt ben gegaan en het was er heerlijk rustig met net en rustig publiek. Dat is dus weer een drempel minder voor mij in deze Coronatijd. Als beloning zoek ik  naar Joan Baez die een lied had opgedragen aan George Floyd, zag ik vanochtend vroeg, maar besloot eerst naar de supermarkt te gaan. Nu kan ik het niet meer vinden... wel kom ik langs het liedje The President sang Amazing Grace en zie die beelden weer voor mij van Barack Obama. En dan denk je daar Trump naast en dan lijkt het net of je in het tweede deel van Back to the Future bent  beland. 

Ik zei: 'Op de toekomst!' tegen Nichtje, toen ik het taartje de hoogte in hief. Op de toekomst: zonder Corona, ooit hopelijk, en zonder Trump-types... al die wereldwijde demonstraties na de gewelddadige dood van George Floyd lijken dezelfde energie bij zich te dragen; een internationale wereld-slaagdag, een verlangen naar Amazing Grace.



donderdag 4 juni 2020

Jonathan, Caroline Baldwin, Peculia, Toeareg

Je zou een heel huis kunnen vullen met ‘graphic novels’, stripboeken, ‘Comics’ of hoe je  ze  ook noemen wil. Zowel met stand-alone’s zoals ze worden genoemd: boeken die geheel op zichzelf staan en series. Hoe kies ik nu zelf uit dit gigantische aanbod? Ik heb een paar criteria: het verhaal  moet mij aanspreken en ik ben dan nieuwsgierig wat er gedaan wordt met het thema dat in bijbelse termen de Exodus heet: het volk van God werd uit de Egyptische slavernij door God naar het beloofde land gebracht, na heel veel tegenslag. Hoe wordt dit nu dan uitgewerkt? In sci-fi is dit vaak het hoofdthema en ook SAGA van Brian Vaughan bevat dit.

Een ander criterium is de mengeling van culturen of genres die aanwezig is. Of ik val meteen voor de tekeningen en wil die ook voor mijn neus kunnen zien. Of ik vermoed iets origineels in het perspectief of de wijze  waarop het verhaal beweging krijgt, wat bij Japanners heel erg aanwezig is, niet alleen in de manga, soms hoor je in gevechtscenes met samurai het zoeven van de zwaarden en het gekletter van ijzer tegen elkaar. Of ik zie iets volkomen mafs en buiten proportie getekend, een fantasie die niks anders wil zijn dan dat: kleurig, humoristisch , hoe onrealistischer, hoe beter.

Ik heb al besloten géén hele series te gaan verzamelen, alleen als ik heel veel genoegen schep in de tekenstijl én het onderwerp, beide dus en dan vind ik het ook een sport om het tweedehands aan te schaffen. Bij bol.com moet je dan voor de bemiddeling €1,99  betalen, per bestelling. Dus dan loont het om er meteen een heel aantal bij elkaar te bestellen. Zo heb ik gisteren een aantal Jonathan’s  besteld van Cosey. Ze komen nog uit de tijd voor de computers, dus het zijn inkt en aquareltekenigen die zich in het berglandschap van Tibet afspelen en ook in kloosters, naast de dorpen, de plekken van menselijke concentratie.

Van sommigen weet ik dat ik het leuk vind om er nu één exemplaar van te hebben. Bijvoorbeeld Caroline Baldwin door André Tuymans; Nr 10, de Koning van het Noorden, heb ik nu. Zij is een journaliste met een relatie met een politieman, zij is half-indiaans en in één paneel breekt ze even, omdat ze geen bloed mag geven. Daarmee weet je dus dat erop persoonlijk niveau iets met haar aan de hand is, al bereisd ze de hele wereld. Earl Grey van Pannelogy vond dit sterk aan de serie: dat niet elk deel een happy end heeft. Maar ik vind de tekeningen toch van mindere kwaliteit, dus ik laat het hierbij.

Juist om de tekenstijl en de mengeling van genres, vind ik het nu leuk om Peculia te hebben van Richard Sala. De Indiër van For the Love of Comics besteedde er een korte video aan, als eerbetoon omdat deze onlangs onverwacht is overleden. Hij is duidelijk beduusd omdat hij al heel lang een groot fan is en steeds uitstelde om er de ultieme video van te maken, nog wachtend op een boek dat hij nog niet van hem had.Richard Sala mengt humor, met een beetje griezelig en ernst en ironie en toch ook iets poëtisch en melancholisch  allemaal in zijn tekenstijl : Ik zag meteen wat de Indiër  bedoelde en wilde prompt ook iets in handen ervan hebben. Maar ik laat het hier vooralsnog bij: het genoegen is daar, in één boekje, ik hoef niet telkens in nieuwe verhaaltjes meegenomen te worden.

Dan is er Sharaz-De getekend en verteld door de Italiaan Sergio Toppi, waarin hij verhalen uit 1001 nacht in penachtige tekeningen of grafiek, telkens de hele pagina gebruikend, in beeld brengt. Bijna geen tekst, het doet aan werk van Gustave Klimt en Egon Schiele denken en er hangt ook een Afrikaanse sfeer. Bij lezing kreeg ik een schokje: er komt een Toeareg in voor, een Afrikaanse nomadenstam uit de Sahel. Ineens wist ik de aantrekkingskracht van de blauwe voorkant ,een reden waarom ik het boek wilde aanschaffen. Het deed mij onbewust aan die ervaring in Niger denken: 

Ik was er op bezoek bij Broer, die daar woonde en werkte. Hij had mij voorgesteld aan zijn naaste collega, een vriendelijke man in sjofele westerse kleding, een blouse, een broek, met een riem vastgesjord...we werden uitgenodigd voor het bruiloftsfeest van zijn zus, dat gehouden werd in een grote tuin van één van de westerse villa’s die er daar zijn voor de expats en vroeger de Franse kolonialen. Wij wachten op hem en er kwam iemand de straat in lopen, recht op ons af, statig en gracieus in het lange blauwe gewaad van de Touareg. Het bleek deze collega te zijn, een metamorfose. In zijn ogen en verschijning, een kracht en androgyne presentie met de blik die ik nu zie op de kaft.

woensdag 3 juni 2020

Naar het water met een stripboek

Gisteren heb ik de proef op de som genomen: een zomerse dag iedereen weer aan de gang, middelbare scholen open, het openbaar vervoer weer met de normale dienstregeling, hoe druk zou het zijn op het strand van de recreatieplas De Berendonck? Een handdoek mee, twee stripboeken (een ouderwets gevoel van vroeger) die net waren binnengekomen, vier boterhammen, een liter water en dat was het. Mocht het te druk zijn, dan zou ik meteen rechtsomkeert gaan, of er gaan wandelen.

Het was er precies goed. Mensen lagen er elk op minstens vijf meter van elkaar en er waren veel peuters en ik keek met mijn snuit direct op het water, niemand voor mij tegen de vermaledijde ‘kleine deeltjes’, die besmetting zouden kunnen veroorzaken.  Wat heb ik genoten en wat heb ik dat gemist: mensen in ontspanning om je heen, spelende kinderen. Later op de middag kwamen de wat oudere kinderen, een meisje zat eindeloos lachend een eend achterna, zowel in het water als op het strand, iemand had een heel groepje kleuters onder de hoede en ging een zandkasteel bouwen, ik zag een scene naast me zich ontvouwen van een jong stel met een baby in een maxicosi, hij met een t-shirt van de Joker aan, baby naar het water gedragen, spetteren, hij naar maxicosi zijn mobieltje zoekend, foto’s makend, hij baby een schone luier willen geven, zij de blote billetjes ervan weer in de waterplas schoonspoelen, alles inpakken, weglopen en ze zegt:’ Zo, dat was genieten!’ en  dat deed ik ook.

Een van de stripboeken was van Cosey, een Zwitser Zelie Noord Zuid heet het, het speelt zich af in Afrika in Burkino Fasso waar ik geweest ben en dat is zo fijn aan een beeldverhaal, je ziet van alles op een tekening die direct je eigen herinneringen wakker maken. Het is Cosey’s specialiteit: hij tekent wat hij in het echt gezien heeft, zó dat er veel details in zitten en hij is bekend geworden met de serie Jonathan (geboren uit God betekent het, toen ik op de middelbare school Jonathan Livingston Seagull ontdekte, nam ik mij voor, dat als ik ooit een zoon zou krijgen, hij zo zou heten). Hij is gemodelleerd naar hemzelf in zijn twintiger jaren toen hij veel verbleef in Tibet en India. In deel drie komt hij een negenjarig meisje tegen, met wie hij verder reist en met wie hij avonturen meemaakt. Dit in een eigen gevonden vorm: geen rechthoekige afgebakende tekeningen op een rij op een pagina, maar vloeiende, ‘oosterse’ lijnen met Aziatische motieven.

Ik heb iemand anders op het internet ontdekt, naast de Indiase man van ‘For the Love of Comics’, hij noemt zich Earl Grey en hij is zelf nooit in beeld, je ziet alleen zijn handen en de boeken die hij voor je openvouwt, terwijl hij er iets over vertelt, zijn site heet Panellogy. Hij is lang niet zo analytisch scherp en doorvorsend als de Indiër, maar bij hem is het aanstekelijk hoe hij helemaal weg kan zijn van een tekenstijl, wat voor zich uit begin te praten en dan dingen zegt van : als ik deze video niet zou  maken, zou ik zó weer de hele serie willen lezen. Het is een Duitser, vermoed ik, met in ieder geval een zoon van zestien die hij ook aan de ‘graphic novels’ wil krijgen.

Hij weet veel over Europese ‘graphic novels’, die dan meteen weer stripboek heten, bij mij. Dat komt door de bekende vorm: 48-62 pagina’s dik en een verhaaltje daarin, ook getekend en geschreven door ofwel éėn en dezelfde, ofwel een schrijver en een tekenaar. In Amerika is er de traditie van ‘Comics’ die maandelijks verschijnen in afleveringen van 24 pagina’s veelal uit het DC & Marvel universum, met superhelden in de basis, die van alles meemaken, ook hun eigen ondergang en weer opkrabbelen, met allemaal eigen versies geschreven en getekend door allerlei artiesten, door de tijd heen. Helemaal  nieuwe  verhalen zoals SAGA  hebben ook vaak dezelfde vorm.

In Europa ontstaat  een stripboek vaker uit het succes dat een figuur heeft in verzamelbanden met meerdere stripjes die per week verschenen, zoals in Nederland het tijdschrift Robbedoes en Kuifje en voor meisjes vroeger de Tina. Zo is onlangs de schepper van Joop Klepzeiker overleden, die een miljoenenpubliek had, maar ik vond het te ordinair... Ik keek vroeger uit naar de wekelijkse Donald Duck waarvan ik een jaarabonnement had gewonnen bij de Biotex-kleurwedstrijd en ja, de Tina dus, en we vochten om Kijk, een blad met wetenschappelijke wetenswaardigheden, op kinder-niveau uitgelegd. Lucky Luke was een stripheld voor mij en Bessie en Billie Turf... En later Jan, Jans en de kinderen

Ik raak in nostalgische regionen, zoals het kinderspel aan het water en op het strandje... Vandaag nog zo’n dag en vanaf morgen verandert het weer in wisselvallig en dat is weer nodig tegen de zorgbarende grote droogte die er nu al is. (Ik betrap me er op dat ik dit detail hier wil melden, zodat ik ‘later’ als ik deze Coronatijd teruglees, weet wat er speelde...) Het is in deze tijd ook voor het eerst dat ik met steekwoorden in mijn eigen blog teruglees en dan dingen tegen kom verspreid over de al meer dan tien jaar dat ik dit doe. Ik ben dan vaak verbaasd over wat ik dan lees en tegelijk lijkt het vaak alsof ik het gisteren geschreven heb...




dinsdag 2 juni 2020

Grapperhaus versus Halsema: Hete sardientjes.

Er was een intelligente lock down, maar nu is er kennelijk geen intelligente ‘open up’. Want de minister van justitie Grapperhaus veroordeelt de drukte op de Dam van gisteren bij de demonstratie tegen politiegeweld naar aanleiding van de dood van George Floyd in Amerika. En een VVD-er meldt dat ze de beelden echt niet vindt deugen (van een volle Dam, dus). Burgemeester  Femke Halsema zegt overdonderd te zijn door het aantal, er waren er 250-300 verwacht en niet de meer dan 5000 die zijn toegestroomd. Er zijn geen boetes uitgedeeld omdat de 1,5 meter niet mogelijk was. Ik zie ineens heel klassiek rechts tegenover links staan: de eerste wil meer politie op straat en handhaving en links zoekt andere wijzen om een stad leefbaar te maken en dit lijkt zo’n moment waar even een linkse burgemeester de oren kan worden gewassen. Door beroep te doen op het disrespect dat er nu zou zijn tegenover allen die grootse moeite doen om die 1,5 meter vorm te geven, zoals de horeca.

Mensen! Ja, dat zijn we in deze Coronatijd, in een vrije democratie. Dus als er dan onvoorzien zoveel mensen toestromen voor een zaak die nota bene gaat over het willen de-escaleren van geweld en de schending en dood van één individu op straat vermorzeld door een politielaars, dan past mijn inziens hierbij alleen maar ruimhartigheid vanuit een besef dat het leven nu eenmaal niet te controleren is, het verlangen naar vrijheid en menselijkheid nu eenmaal blijft stromen, ook of juist in Coronatijd. Die demonstratie toont wie we zijn: mensen die niet alles onder controle kunnen houden, vooral niet als je juist elkaar  nodig hebt voor een protest, op zoek naar wereldwijde verbondenheid tegen politiegeweld en de onderhuidse segregatie die er in elke samenleving nog volop aanwezig is. Ik vind dat Grapperhaus zich zou moeten schamen voor zo’n makkelijke openbare ministeriële veroordeling in moeilijke tijden.

Zo, genoeg stoom afgeblazen. Het kan een hete zomer worden, zowel letterlijk zegt de weersvoorspelling, als geestelijk: als we niet wat meer mildheid als een verfrissende bries naar elkaar tonen. Ik hoorde de trompet in ‘Summertime’ uitgevoerd door The Hot Sardines in de sfeer van een oude  jazz nachtclub uit de twintiger jaren, de zangeres met een dikke buik in haar kwasi-smoking en losgeknoopt vlinderdasje, zwanger dus van nieuw leven. De groep is door en door New Yorks met meerdere nationaliteiten. New York, nog altijd in lockdown, terwijl Trump nu het leger het land wil sturen om de protesten rondom George Floyd neer te slaan.
Ik hoorde  de trompettist en dacht meteen aan Eric Vloeimans en hoe ik ooit, liggend in het gras tussen de mensen op Oerol helemaal door hem werd meegenomen; klanken, muziek die geen grenzen kent en overal kan komen... Zó dus.

PS: Het is nu 5 Januari 2025 om 6.25 in de ochtend. Het heeft gesneeuwd, maar het nog te donker om naar buiten te gaan. Ik lees dit blogje omdat iemand dat ook net heeft gedaan, dat kan ik zien achter de schermen. Wonderlijk om mijn oude ik tegen te komen die het heeft over New York en de vele nationaliteiten, de stad die het in Coronatijd heel zwaar en vreselijk had. Ik voeg nu zelf  The Hot Sardines toe. Summertime in het boshuisje in de sneeuw, ik wacht tot het iets lichter is. Het voelt aan als dat ik een tijdreiziger ben: even terug naar toen en naar NY en naar het hier en nu, waar de stem van Grapperhaus nu in de westerse wereld de boventoon is. Het filmpje is van februari 2015. De baby in haar buik is nu dus een kind van bijna tien jaar oud.



maandag 1 juni 2020

Sorolla. De geuren van...?

Het wordt vandaag weer een prachtige zonnige dag in mijn tuin, de lucht is klaar en helder en in de namiddag gaat het naar kamperfoelie ruiken, die heeft de buurman overgeplant uit zijn tuin in het plantsoen vertelde hij. Hij vond het een ‘ te slordige plant’ en tja, zij hebben een tuin waar al hun tien huisdieren, negen katten en een hond, die ik nooit heb mee gemaakt, in zijn begraven, heb ik onlangs vernomen. Sinds ik dat weet vind ik hun nette tuintje met vooral gras, een breed stenen recht pad en enkele lantaarns ook ineens de sfeer van een begraafplaats hebben. Ze zitten er ook nauwelijks in, P. rookt er alleen achterin regelmatig haar sigaretjes, waarvan ik de laatste week denk: o, ja zo vér reikt geur, toch wel tien meter van mij vandaan, en daarover zijn de virologen het niet eens of het Coronavirus zich ook zo vergaand kan verplaatsen en kan infecteren...Als hier duidelijkheid over is, kan ik met een gerust hart mijn quarantaine opheffen.

En ook de kamperfoelie, die voor mij helemaal wild mag gaan woekeren ruik ik tot heel diep in de avond...een zoete geur en een halve maan in een heldere lucht, dan wil ik eigenlijk helemaal niet meer naar binnen gaan. Je raakt gewend aan die blauwe luchten en neemt het voor lief , terwijl het toch echt zo was dat voor de Coronatijd de lucht troebel was. Ik heb ooit een boekje met reproducties van Sorolla meegenomen, een Spaanse schilder en daar in Valencia aan zee, daar was het zo klaar en helder als op zijn afbeeldingen. Maar niet thuis, in Nederland. Maar nu zie ik een filmpje met 38 schilderijen met muziek van Chopin en dit is nu dus ook de atmosfeer in mijn eigen achtertuin: die schone klare lucht waardoor het ook lijkt dat je veel beter ruikt. 

Douwe Bob zong bij M  ‘Wonderful World’ juist met opzet nú uitgebracht in deze Coronatijd en ik vind dat ijzersterk, temeer omdat ik zelf al actief gedacht had: nou, dat is dus een liedje wat nu even helemaal niet past in een wereldwijde pandemie en een wereld die zich zelf op slot heeft gezet. Juist wel is dus zijn statement. Dit blijven ervaren ondanks gemis en beperking en crisis, als vanzelfsprekende peilers in je leven wankelen of verdwijnen, dat is de kunst...: het is een wereld vol wonderen. Het is een nieuwe dag en ik volg het spoor weer van onverwachte ontdekkingen, al snuffelend, de zoete geur van er-gewoon-zijn; ademen, leven.