dinsdag 27 oktober 2020

Godtalk

Ik heb naar hier, het boshuisje, de Naardense  Bijbel meegenomen. Toen ik deze tweedehands flink afgeprijsd vond, kocht ik deze eindelijk, met de intentie om die van voor naar achteren te lezen. Dat kwam er natuurlijk niet van. Maar nu heb ik daar alle tijd voor, om tenminste wel delen te gaan lezen. Ik begon willekeurig met de profeet Zacharia, een niet al te dik boek.

Wat mij altijd weer opvalt in de Bijbel is de directe wijze waarop God aanwezig is. Hier heet hij de ENE. Die spreekt zonder omweg tegen de profeet en de belofte is dat hij aanwezig is en beschermt , als de gemeenschap naar hem luistert. En dan ziet de profeet dat het volk dat niet doet, de ENE riep, zij hoorden niet, en God zegt:

Ik zal hen laten verstuiven over al die volkeren die zij niet kennen en het land zal verweesd achter hen blijven liggen/ niemand steekt ernaar over of keert ervan terug; zij hebben een begeerlijk land tot een woestenij gemaakt! (Hfst 7:14)

In deze Corona-tijd zou deze stijl en taal in goede aarde kunnen vallen. Als ik Joods of christelijk was dan zou er nu toch wel door mij heen schieten: wat wil God van ons, met deze pandemie? Wie gelooft in een persoonlijke God krijgt vanzelf deze vragen, het zit in het taalgebruik besloten...God, de ENE, was en is zó duidelijk aanwezig in de Bijbel en wie het boek als richtsnoer gebruikt, hoort God nu dan toch ook spreken?

Godtalk: telkens opnieuw blijkt dat deze God de rechtvaardigheid zoekt en opkomt voor die bekende trits: de weduwen en wezen, de vluchtelingen. Vlak tevoren zegt God in hetzelfde hoofdstuk, in vers 9: Richt waarachtig recht/ bewijs ieder aan zijn broeders vriendschap en ontferming; weduwe en wees, zwerver-te-gast en gebodene zult ge niet verdrukken; kwaad van elk tegen zijn broeders zult ge niet in uw hart beramen!

Welnu, kijk naar de wereld...vol vluchtelingen, waar de ene de andere eeuwenlang tot mindere heeft gemaakt, zie in Black Lives Matter, een planeet die zucht en al gekeken heeft naar haar eigen ondergang, zie  de klimaattop en doeleinden waarmee steeds maar gesteggeld wordt... dan is het toch onvermijdelijk dat binnen deze Godtalk ,die ENE, God, heeft ingegrepen door een pandemie te zenden zodat we eindelijk wakker worden?

We redden het niet in ons eigen egoïstische zelf, iedereen blijkt van elkaar afhankelijk. Ik kan mij best wel inleven in die 300 jongeren die uit het hele land een feestje willen bouwen in een natuurgebied, onder een viaduct, je wilt toch wát in al jouw verlangen naar het ontdekken van de wereld, de expansiedrift die bij die leeftijd hoort? Beluister ik daar niet ook een verlangen in naar samen-zijn en het leven willen vieren, ondanks de Corona? Ik heb meer begrip voor hen, dan die kerkgangers die halsstarrig in Gods naam, blijven samenkomen in een dichte ruimte met méér mensen dan voor alle andere mensen, in hun ogen het klootjesvolk ver afgedreven van God, toegestaan is...

Ik blijf het beleid van Rutte en de regering waarderen, die blijft hameren op de eigen verantwoordelijkheid in dezen, alleen heeft het niet gewerkt: dat wij het in onze eigen hand hadden, om ‘samen Corona eronder te houden’ (En het is ook nog mogelijk dat het virus veel besmettelijker blijkt, dan tot nu toe werd aangenomen). Er is geen God voor nodig, juist niet, bij het wijzen op eigen verantwoordelijkheid. En dan heeft God ook geen COVID-19 naar ons gestuurd om ons bij de les te houden: bescherm de kwetsbaren.

Deze gedachten komen voort omdat mijn oog vanochtend viel op vers 9 in psalm 32, het lijkt mij de kernboodschap van de Persconferentie, die geen échte Persconferentie zal zijn, vanavond: Weest niet als een paard, een muildier zonder verstand, welks trots men moet breken met toom en bit.

maandag 26 oktober 2020

Wisselvalligheid

Ik had in de ochtend al buiten gezeten, lezend en kijkend in graphic novels. Heerlijk stil is het weer op het terrein, geen mens te bekennen, alleen vogeltjes fluiten en de zon scheen soms behaaglijk op mijn gezicht. Toen werd het daarvoor te koud, dus ik zette mijn praktijk binnen voort, nu met Radio 4 als mee-maak-muziek. (Wat bedoel ik daarmee, denk ik terwijl ik het woord typ... waarschijnlijk zoiets dat de muziek het beleven van een fijne ochtend mee-maakt; daartoe bijdraagt.)

Zon en bewolking wisselen elkaar af, volgens het weerbericht zou het droog blijven. Dus ik maakte mij klaar voor een fietstocht: thee en boterhammen smeren, mijn ‘buitenbroek’ aan. Maar toen ik naar buiten stapte was het zwaar bewolkt en hing er regen in de lucht... Niet voor een gat te vangen, sloeg ik een deken om mij heen en las weer in The Odd Woman and The City, van Vivian Gornick. Een waar genoegen. Vrijwel elke aantekening doet me glimlachen en ik herken haar beleving en waarneming ten zeerste. Het is het soort boekje om voortdurend met je mee te dragen en dan even iets lezen: Hallo zielsgenoot!

Ze schrijft over een foto uit 1948 van Robert Capa die ze al enkele jaren boven haar bureau heeft hangen, uit een tijdschrift. Het toont een lachende vrouw in een zomerjurk en een strooien hoed op een strand in Frankrijk, met achter haar een man die slaafs een grote parasol vasthoudt, die haar schaduw geeft. De vrouw lijkt onoverwinnelijk in het zich bemind weten... Het zijn Françoise Gilot en Pablo Picasso, en als je goed kijkt zegt Vivian Gornick, dan zie je bij Picasso ook een blik van iemand die wel slaafs lijkt, maar speels dienstbaar doet. Het is het moment waar de ene haar moment van glorie beleeft, terwijl de ander de door zijn appetijt gedreven koning is, nog even en hij heeft genoeg van haar.

Het blijkt dat zij tien jaar een relatie hebben gehad, nooit getrouwd, maar er zijn wel twee kinderen uit voortgekomen, waarbij  de oude Picasso plechtig beloofd had, altijd goed voor hen te zorgen. Niets van dit alles: de kinderen zullen later uit de opbrengsten van de biografie van hun moeder, Picasso voor het gerecht slepen om een deel van de nalatenschap. Françoise Gilot was zelf al een gevierde kunstschilder toen zij Picasso  leerde kennen en ook zijn muze werd. Na hun breuk heeft Picasso ervoor gezorgd dat zij nooit meer in galeries haar werk kon laten zien... lees ik op Wikipedia.

Wat Vivian Gornick dus ziet in deze foto van Robert Capa, die ook veel oorlogsfoto’s heeft gemaakt die ook meer dan dubbel gelaagd zijn en zij noemt deze foto ‘charged with emotional complexity , wordt dus ook ingegeven door wat je weet over het vervolg. Het is zo’n momentopname, zoals je ook naar oude foto’s van jezelf kunt kijken...er was wellicht meer aan de hand, dan je op dat moment weet van had...en toch, zo’n foto kan twee betekenissen tegelijk blijven uitzenden: wat je toen beleefde en wat je later te weten kwam... 

Vivian Gornick verwoordt het zo: The photograph is so richly alive, it is actually shocking: it both excites and appalls. Most days I don’t even glance in its direction, but on the days that I do take it in, it never fails to arouse pain and pleasure in equal parts. It is the equal parts that’s the problem. Ondertussen zitten er druppeltjes regen op mijn iPad. Niet gaan fietsen was dus de juiste beslissing. En nu naar binnen, de regen zet zich door. Niemand die voor mij een paraplu ophoudt. O, nu stopt de regen weer: Een aardige illustratie van de wisselvalligheid van de werkelijkheid...

zaterdag 24 oktober 2020

Boslust

Door een oranje herfstbos (aan die kant groeien meer beuken, die zijn al verder in hun herfstig verval) was ik naar de supermarkt gelopen. Voor de laatste keer tot het weer lente wordt, wel jammer de eerstvolgende supermarkt is in Hoenderloo, bijna vier kilometer verder.  Daar kom ik opnieuw de overbuurvrouw tegen, kon ik meteen haar naam vragen, die wist ik niet realiseerde ik mij onlangs, terwijl zij me steeds begroet met: Ha, Mirjam! Zij heet A. naar de engelen en dat is ze wel een beetje,want door haar stromen de spullen binnen. Eerst de grasmaaimachine en nu heb ik ineens vier witte plastic tuinstoelen, twee laat ik er buiten staan, fijn, want ik had dit al gemist  bij het sterren kijken.

Ik was door het bos weer teruggewandeld, en zij was al gearriveerd, want zij gaat met de auto. Het leek alsof ze mij opwachtte want ik kwam aangelopen en ze riep me. De buurman die na 23 jaar weggaat en van wie ik ook de grasmaaimachine had, had nog tuinstoelen in zijn schuur.Ik zag hem en vertelde hem hoe blij ik was met de grasmaaimachine omdat ik het anders met de  snoeischaar had gedaan. ‘Zie, nou wel  dat zei ik je toch!’, zei A. Die buurman verexcuseerde zich dat de stoelen niet gewassen waren en  bood  ook nog aan, ze naar mijn huisje te dragen. Het moet niet gekker worden. ‘Met een lach en een traan‘, vertrok hij, ‘Wij hebben hier zoveel goede herinneringen liggen, maar je wordt ouder en dan moet het weer anders’, zei hij. 

‘Als je van lezen houdt, dan moet je dit meenemen’ , wees A. in de winkel. ‘Het speelt zich af bij ons en de schrijfster heeft er ook een huisje. Boslust van Nan Adams, het is een detective.’ Natuurlijk nam ik het mee en Boslust blijkt de naam van de camping. Het speelt zich af midden in de zomer, zo ken ik het hier nog niet, waar het ruikt naar BBQ en het bij het zwembad en op het terras druk is. Het gaat over bingoavonden, die eindigen in een polonaise en over families die hier al generatie op generatie wonen, wier kinderen hier vriendjes waren en boshutten bouwen, ik heb er nu twee hier in de buurt gezien, die dan zelf ook weer een chalet kopen. Een sociale kaart die de mondelinge verhalen die ik al gehoord heb, bevestigen. 

Het is lekker vlotjes geschreven, het is een detective met uiteindelijk een nog ingewikkelder plot, dan ik verwacht had, die tot je komt middels een brief die in een klein bruin envelopje achter in het boekje geplakt zit. David is piloot en heeft hier een chalet gekocht omdat al zijn jeugdherinneringen hier liggen. Hij was vriendjes met Thom, maar die vriendschap is kapot gegaan, toen hij zag dat deze in de kantine wel erg vrijpostig om ging met zijn vrouw Miranda, ze hebben elkaar al zes jaar niet gezien. Dan komt Thom onverwacht op de camping om de caravan van zijn ouders leeg te ruimen, met zijn zoontje. De barman van de kantine flapt eruit dat David’s zoontje en het zoontje van Thom héél erg op elkaar lijken...Thom wordt die nacht dood gevonden in het toiletgebouw, is hier wat aan de hand? De politie constateert een hart stilstand. Het plot gaat veertig jaar terug in deze families.

De buren tegenover mij komen hier ook al 43 jaar en hun dochter heeft ook een chalet , iets verderop. Ze zijn de boel winterklaar aan het maken, het zeil van de grote partytent is weg, dus ik heb tot de lente ook geen felle kerstverlichting meer in het weekend. Voor hen geldt bijna  zo’n zin in het boekje: ‘in de jaren zeventig verliefd geworden op dit prachtige plekje aan de oostelijke rand van de Veluwe en nooit meer weg gegaan.’ Ik zelf verwacht ook niet snel weg te gaan. De titel van het boekje blijkt uiteindelijk dus érg dubbelzinnig, maar ik houdt het dan gewoon bij de naam van de camping, zo wil ik dit wel beleven: Boslust. 

vrijdag 23 oktober 2020

Snowpiercer

Het is een soort van krachtige metafoor, maar dan het negatief ervan,van deze Coronatijd: Snowpiercer. Het is als 10-delige serie op Netflix te zien, maar eerst was er de gelijknamige film uit 2013. Die was gemaakt door de Zuid-Koreaan Bong Joon-ho, die eerder dit jaar groot succes had met de film Parasite. Daar wilde ik naartoe en toen kwam Corona... De basis van Snowpiercer is een Frans stripverhaal: daar kijk ik niet van op: véél series en films met een science-fiction of fantasy-element zijn begonnen als beeldverhaal, strip dus of comic.

Misschien omdat je in weinig beelden zoveel kunt vertellen, waar je anders hele woordladingen voor nodig hebt, eindeloze beschrijvingen waarmee je wellicht de aandacht van de lezer halverwege al weer kwijt bent geraakt, Dit is de Snowpiercer: een trein van 1001 wagons, 16 kilometer lang die door een ijzige wereld raast, terwijl deze niet meer leefbaar is en de gemiddelde temperatuur 120 graden onder nul is.

De trein mag niet stoppen, want dan verliest het zijn energie en aan boord zijn de laatste mensen op aarde, verdeeld in drie klassen terwijl de achterste wagon De Staart heet: dat zijn de mensen die illegaal toch nog op de trein hebben kunnen springen, alvorens de deuren hermetisch gesloten werden. Aan boord zijn dieren, zoals een veestapel voor de biefstukken die alleen in de eerste klas geserveerd worden, er zijn kassen waar alle vruchten en groenten van de wereld gekweekt worden, er is een soort van oceaan, een aquarium, zodat er ook nog vis en sushi is. Maar helaas, de bijenvolken zijn drie jaar geleden al uitgestorven...

In De Staart is het leven grauw en hard, er wordt dagelijks een vies rantsoen aan eten uitgedeeld, de derde klas werkt vooral om de energie en voedselvoorziening  gaande te houden, de eerste klas bestaat uit de rijksten der aarde, die ooit de bouw van de trein gefinancierd  hebben. Er is geen ontsnappen mogelijk, voor niemand: de trein rijdt al zeven jaar rond de wereld, elke omgang heet een ‘revolutie’. De Staart zoekt naar bevrijding en wil opwaarts de trein in, maar hun verzet is al meerdere keren neergeslagen. De straffen bestaan uit lichaamsdelen buiten de trein aan bevriezing bloot te stellen, heel gruwelijk.

Iedereen in de trein, bijna, denkt dat Mr Wilford,de eigenaar van de trein, goed voor hen zorgt en het beste met iedereen voor heeft: ze zitten in een soort van Ark, zoals, die van Noah en moeten er het beste van maken. Er is voor de drie klassen wel een eventuele degradatie of een opwaarts gaan mogelijk. Maar Mr Wilford die bestaat niet meer, in feite wordt de trein gerund en is deze ook gebouwd door een vrouw, de stem die iedereen elke dag heel geruststellend een goede dag wenst, namens Mr Wilford. Met twee mannen, waarvan een haar geliefde is, besturen ze de trein. Daarnaast is er een vriendin, een Japanse in klasse twee, die weet heeft dat Mr Wilford een mythe is geworden. 

Waarom is die Snowpiercer het negatief van deze Coronatijd? Welnu, wij zitten nu ook met zijn allen in dezelfde trein, die maar voortraast en we kunnen er niet aan ontsnappen. In Snowpiercer bestaat privacy nauwelijks meer: alleen de eerste klas leeft ook nog in afzonderlijke vertrekken en het grootste geschenk dat een oudere in De Staart krijgt van zijn mede wagonbewoners is: afzondering:  iedereen propt zich bij elkaar...e n dan komen ze terug en blijkt de desbetreffende zich te hebben opgehangen. In Coronatijd is echte afzondering van een ieder, het enige wat direct resultaat zou opleveren. De hele wereld zou tot stilstand moeten komen, bevroren in het moment zelf voor een maand ofzo, dat zou zoden aan de dijk zetten.

Nieuw Zeeland heeft dat zo gedaan: iedereen binnen in de eigen bubble, ook met voedselvoorraden: maar de wereld dénkt dit niet te kunnen, want dan stort alles in: de economie, dat is alle beweging van geld en goederen en wat we voortdurend met elkaar bewerkstelligen: maken en consumeren op alle gebieden. En we zijn in strijd en concurrentie met elkaar, zoals de drie klassen in die trein en de Staart: als de ene stopt dan zal de andere er meteen gebruik van maken en sterker worden, dus geen land wil in een totale lockdown. We zijn dus als Snowpiercer, die maar doorraast, met het gevaar uit de bocht te vliegen...

Het leverde mij twee avonden bing-watching op: het is spannend en onderhoudend.Er is geen hoop op een vaccin, zoals waar wij op voortgaan, maar wel een groeiend besef dat, wanneer iedereen weet dat Mr Wilford niet bestaat, alleen door gezamenlijkheid, het menselijk zal worden in de trein...In de klassieke Top 400 draait men nu de negende van Beethoven met Alle Menschen werden Brüder...Hoe langer het duurt dat er een vaccin komt, hoe meer ook alleen dit besef onze redding zal zijn...

donderdag 22 oktober 2020

De mensen in het bos

Het is zo’n mild herfstweer! Ik heb de hele dag buiten gezeten, tussendoor geharkt met een klein handharkje, nog van oma geweest, en gras gemaaid en eikeltjes geraapt, onderwijl de klanken van de klassiek top 400. (Ook  las ik in het handzame boekje: The Odd Woman and the City van Vivian Gornick, een leuk contrast met het bos, vol observaties en ontmoetingen tijdens haar wandelingen door New York) Ik liep door het bos en er staan zoveel paddenstoelen, rood met witte stippen. Lange halmen kleuren goudgeel, een enkele eikenboom vlamt al op.

Er verscheen een man die een ladder uitzet en op mijn dak gaat kijken wat er ligt en hij harkte met een hark die ik ook altijd in de speeltuin gebruikte, berkentwijgjes weg, ‘Heb je dat ook gehoord, gisterenavond? Het leek wel oorlog!’ Hij doelde op het geratel van de eikeltjes op de daken. Het stormde, het loeide tussen de bomen. De opmaat ervan was er al laat in de middag. Een aparte sensatie: het was bijna warm, ik liep met open jas, maar de wind zocht zich een weg tussen de stammen en deed takken kraken. Ik vind het allemaal leuk om mee te maken.

E. blijkt hier ook op het terrein te wonen,  werknemers mogen hier permanent wonen. Hij werkte eerst als schilder in Apeldoorn, had hier al 25 jaar een huisje, vierde toen een familiefeest in de kantine, de eigenaar van alles was er ook, en vroeg of hij binnen een week een op te leveren huisje kon schilderen. Ja, dat kon. En toen kwam hij met nog meer klusjes. Toen kwam er een strenge controle met politie en boa’s, die dagenlang bij de slagbomen gegevens controleerden. Of mensen hier niet permanent woonden. Toen kwam de eigenaar zelf met een aanbod: een vast contract en dat hij hier kon wonen. Zijn vrouw werkt hier ook, al is nu dus het restaurant gesloten.

‘Als er iets is, je kunt altijd bij mij aankloppen’, zei hij. ‘We willen hier vooral aan iedereen een vakantiegevoel geven. En waar zit je beter dan hier, nu met de Corona?’ Ik vind dat wel een gerustellende gedachte, zo iemand hier vlakbij om de hoek. Ook vind ik het een aardig idee dat werknemers hier wonen, gefaciliteerd door de eigenaar, die Roma is: alsof deze iets van zijn cultuur wil transplanteren. Dan is je werkomgeving ook je woonomgeving en die wil je vast zo aangenaam en mooi mogelijk maken. Op het einde van mijn uitzicht bij mijn schuurtje waren ze enkele dagen  geleden bezig met een graafmachine: ook daar komt een werknemer wonen: ‘Die jongen met die staart, Surinaams ofzo, geloof ik, net als jij, hij is niet geboren in Nederland’.

Dan haal ik weer mijn oude anekdote van stal, dat de handen die koning Willem Alexander voor het eerst vastpakten, mij ook het eerst vastpakten, geboren in het ziekenhuis in Utrecht. ‘Zijn vrouw maakt ook  ontbijtjes op verzoek klaar en levert het dan af, mocht je eens een keer een hotelgevoel willen’,   vertelde een overbuurvrouw, die met een rijdende bladcontainer en een hark verscheen. ‘Je hebt geen auto, je kunt het hierin doen!’ Maar het is  zó weinig, dat ik het vooralsnog achter mijn schuurtje gooi. ‘Dat komt helemaal goed hoor, als je hier in de winter zit’, zei E. Heel grappig, tot nu toe: de mensen in het bos.

dinsdag 20 oktober 2020

Mix-dagje: o.a Soave sia il Vento

Gisteren had ik een mix-dagje: er zou iemand langskomen van de technische dienst voor wat klusjes, maar ik had geen idee wanneer, dus iets in mij staat dan aanvankelijk in de praktische doe-stand, ik ging een handwasje doen. Ik heb hier geen wasmachine, al is er wel een wasserette op het terrein, maar die is vooralsnog niet nodig. Ik heb al een methode ontwikkeld, zó dat in de loop van een dag iets gewassen is en ook weer droog opgevouwen raakt: ik was het goed in een emmer, hang het eerst in het schuurtje en een kleerhanger buiten de deur en breng het dan portie per portie naar binnen en leg het op de warme kachel.

Onderwijl luisterde ik naar de Klassieke Top 400 op Radio 4: heel aangenaam. Ik had dit vorig jaar al ontdekt, je wordt van de ene stemming en emotie in de andere gebracht en de aankondigingen gaan gepaard met anekdotes van luisteraars, de stemmers, waarom het desbetreffende muziekstuk zo belangrijk voor hen is en hen raakt. Ik had het gehele wasje gedaan, onderwijl zie ik dan ook altijd de vrouwen wassen, buiten in een meer of een rivier of bij stromend water bij de rijstvelden, zoals ik  dat vaak gade heb geslagen. Nu zat ik weer op de trappen bij een tempelcomplex in Kanchipuram waar een vrouw grote kleurige sari’s waste en ze op de treden te drogen legde.

De ‘klusjesman’ was nog niet gekomen, dus dan maar doorlezen in het boek met duizend pagina’s, die ik niet zie, want ik lees het als geleend e-boek van de bieb: dé oplossing hier in het boshuisje, er zijn ook veel luisterboeken en dat is heel genoeglijk; ik luister nu naar Josephine Rombouts in verschillende delen tegelijk, waar ze vertelt over haar avonturen rondom Clifford Castle in Schotland, waar zij huishoudster werd en met haar gezin, de twee zoontjes Raaf en Wolf en haar man Tjibbe, een musicus, naar emigreerde. Ik denk dat ik het al lezend niet volgehouden had, ze schrijft niet speciaal goed, maar voor tussen door, tijdens het koken of de afwas ofzo, wel vermakelijk. 

Maar dit terzijde: ik lees nu Max, Micha & het Tet-offensief van de Noor Johan Harstad. Je krijgt een ingang tot New York, via de immigranten-ogen van Owen of Ove, de oom van Max, die doodarm aankwam, uiteindelijk de kost kan verdienen door muziek te maken en zijn Amerikaans staatsburgerschap verdient heeft door in Vietnam te vechten, tijdens het Tet-offensief: de Vietcong’s grootse aanval op Amerika, waar veel soldaten sneuvelden en de omslag werd dat Amerika zich uit de oorlog terugtrok. En je krijgt inkijkjes in de theaterwereld, want Max is theatermaker, en in de kunstwereld, want Micha zijn vriendin zie je groeien van obscure kunstenares, naar wereldwijd erkend en gevierd. 

Het soort entourage, ook met de vele bespiegelingen over de betekenis van kunst op allerlei nivo’s, van abstract tot gedetailleerde beschrijvingen van de inhoud van theaterstukken, Oerol komt zelfs langs, en schilderijen en installaties in verschillende tijdsperiodes, dat heel goed past bij het luisteren naar de klassieke top 400. Onderwijl kwam de klusjesman  die ook weer even wegging, op zoek naar een cylinderslot in de werkschuur en ook weer terugkwam. 

Één muziekstuk zette ik even af: het Stabat Mater van Dvorák, te zwaar en voor één stopte ik met lezen: Soave sia il Vento van Mozart uit Così Fan Tutte. O!, wat mooi... twee vrouwenstemmen en een man, ze zingen: ‘Zacht zoals de wind’... Je hoort de rusteloze wind waaien in de strijkersmuziek, zo klinkt deze ook rondom mijn boshuisje, en dan die stemmen die elkaar dragen, mild en louterend. Zo kan deze Coronatijd beleefd worden: elke dag een mix-dag van voortgedreven worden door een wind die zich niet zomaar laat begrenzen, maar waar mensen wel ijkpunten en zacht kunnen zijn voor elkaar. 

maandag 19 oktober 2020

De W van Wonderlijk

Pal boven mijn huisje, precies tussen twee boomkruinen in, schijnt nu het sterrenbeeld Cassiopeia. Het heeft de vorm van een W en ik had op een plaatje gezien hoe deze schitterend fonkelde boven het hoofd van Wonder Woman, de figuur die bij DC Comics vlak na Batman het licht zag, en die weer na Superman, meer dan 75 jaar geleden. Zij zijn een soort van eerste heilige drie-eenheid van de superhelden-wereld.

Na hen volgden tal van andere superhelden met de meest onvoorziene en aparte krachten. En ze werden en worden binnen hetzelfde genre ook weer gedeconstrueerd, gerelativeerd, geïroniseerd, maar nooit volstrekt belachelijk gemaakt. Al lezende en plaatjes kijkend kun je toch in hen blijven geloven. Het lijkt op het universum van al die ontelbare goden en godinnen in het Hindoeïsme. Waar ook een buigzaamheid en vrijheid is om er eentje of meerdere uit te kiezen die speciaal voor jou wordt en die je mag aanbidden. Alles onder het besef dat deze allen overkoepeld worden door een en hetzelfde:  er is maar één God en die kennen we niet. Maar die verbindt ons wel, dus laten we houden van elkaar.

Jezus en het christendom passen daar heel makkelijk in. Maar de islam, een minderheid in India, moeilijker. Terwijl ze van oudsher, toen de islam het Indiase continent bereikte met elkaar hebben moeten sparren. Maar er zit een onverdraagzaam element in de islam dat moeilijk te verkroppen is. Toen ik Ganesh in Khajuraho, de plek vol tempels met de goden en godinnen en hun erotiek, vroeg over zijn geloof antwoordde hij: ik mediteer regelmatig, ik geloof, geloof ik wel, in één God, al begrijp ik soms niet waarom deze zoveel verdriet toe staat. Ik ben hindoeïst, kijk maar de goden zijn overal om ons heen. Ik begrijp niet dat moslims met opzet een koe slachten terwijl ze weten dat deze een heilig dier is voor de hindoe. Daarom ben ik voor de partij van Modi (dat is de nationale grote hindoepartij, die het hindoeïsme tot staatsgodsdienst wil maken), want dat moet stoppen.

Is hier een speld tussen te krijgen? ... De combinatie van praktisch bewustzijn, nuchterheid en besef van wat ‘geloven’ is? Vooralsnog krijgt voor mij, in dit denkkader, Wonder Woman mijn adoratie, omdat haar teken pal boven mijn huisje schijnt en ik, als er geen Corona was geweest, ik nooit op deze plek terecht was gekomen. Dat vind ik ook Wonderlijk. Elke nacht voor het slapen gaan kijk ik even de sterrenhemel in naar de W.