zondag 30 december 2012

Oud en Nieuw

Bijna in het midden van de nacht, net voordat de laatste dag voor het nieuwe jaar ingaat, muziekfilmpjes zoeken en luisteren op YouTube. Toch ook aardig, een internetverbinding bij de hand, soms. Ik las een lovende recensie en de naam is me daardoor bijgebleven: Jake Bugg, een jonge singer-songwriter in de traditie van Bob Dylan Een knisperend soort van heldere stem en een mooi een beetje droevig liedje: Broken. Om alles wat in het Oude Jaar niet ging zoals je wilde, om alles wat gewenst was, maar onvervuld bleef...

Vandaag was ik in Eye, het fantastische mooie filmmuseum en filmcentrum aan de Amsterdamse IJ. Wat een gebouw, wat een grandioos uitzicht over het water. Zo'n uitzicht gun ik me, op de drempel van alweer een nieuw jaar. Oud en Nieuw, altijd zijn de twee in worsteling of samenspraak met elkaar en tijdens het typen van dit blogje, begint de laatste dag van het  Oude Jaar, de seconden, minuten, uren tikken voort, en alles verdwijnt weer in de stroom van de tijd.

Ik leg zo mijn hoofd te ruste, ga de nacht in naar die ene unieke dag op het einde van het jaar: oudejaarsdag. En morgen om deze tijd is er weer een nieuw jaar begonnen, een schone lei.

Diane Arbus

Gisteren naar de grote overzichtstentoonstelling gegaan van de fotografe Diane Arbus in FOAM.Het was er bommetjevol. Een van haar bekendste foto's, is die van een identieke tweeling, twee meisjes met een haarbandje in, de met grote ogen je aankijken. Een ander die ik kende was die van die zoon van een reus, die op bezoek is bij zijn ouders in een piepkleine huiskamer. Dat ongemakkelijke, van verschillende proporties, verschillende leefwerelden die elkaar trachten te raken, terwijl het ergens scheurt tussen wat je ziet en de algemene grote buitenwereld, dat is wel zo'n beetje haar thema.

Ze zocht dwergen op en travestieten, circusartiesten, mensen met vreemde hoofddeksels op in New York, mensen in nudistenkampen, tienerstelletjes die zich als volwassenen gedragen, degenslikkers, getatoeëerden, zomaar een jongetje met grote verbaasde ogen die de straat oversteekt, een ander met een speelgoedgranaat in de hand in het park, een meisje op een landweggetje. Hoofden van babies, frontaal in beeld, babies bij een Diper wedstrijd, vrouwen op een 'vleeskeuring' in Venetie, bij een modellenwedstrijd.

Sommigen kijken je aan met grote argeloze ogen, een ieder lijkt zich voor haar camera wel op hun gemak en dat lijkt haar grote verdienste. Hoe kreeg ze die mensen rustig, hoe won ze hun vertrouwen? Al die mensen die als het ware leven in de rafelranden van de maatschappij, allen in een eigen subcultuur, allen thuis in hun eigen wereldje, maar niet zomaar thuis in de grote wereld?

Alle foto's hadden een zorgvuldig, vaak zakelijke ondertitel, totdat er op het einde een hele reeks kwam die Untitled heette: geestelijke gehandicapten in hun tuinen in de inrichtingen waar ze verbleven, carnavalesk soms, anderen in zwempakje, al spelend. Maar het hield iets van een bonte optocht van hen die bij elkaar pasten, maar niet wetend dat ze niet zomaar passen in het 'gewone leven'. Net toen ik las dat dit haar laatste foto's waren, vlak voordat ze stierf en ze daarvan zei, dat ze dit het beste werk van zichzelf beschouwde, en ik me verwonderde hoe dat zo kon, kwam ik erachter dat ze zelfmoord had gepleegd.

Het voelde aan als een anticlimax. Het leek alsof ze op het eind van haar leven niet meer in staat was om dat speciale contact te maken met de niet doorsnee mensen van deze aarde. Alsof ze dacht dat ze met die parade van geestelijke gehandicapten, haar beste werk maakte, terwijl het niet meer dan een afspiegeling was, een waterige karikatuur van haar echte werk.  Was het zelfbedrog? ... Ik weet het niet.

Maar de tentoonstelling is zeer de moeite waard. Het is alsof je de ondergrondse neemt, en telkens uitstapt op onverwachte plekken, waar mensen wonen en leven, die even verbaasd in de wereld kijken als mollen die het daglicht zien, zoals wanneer je zelf soms ook ineens op een onbekende en onverwachte plek bent en jezelf weer opnieuw aan het uitvinden bent.

zaterdag 29 december 2012

Jack Pollock

Altijd leuk om een boekhandel in te lopen en dan precies het boek te vinden waar je op dat moment behoefte aan hebt, dat een leemte vult waarvan je vermoedde dat die nog onontgonnen en leeg was. Nieuwe kennis die nog een ontbrekend schakeltje was en gisteren vond ik zo'n boek in de tweedehands boekwinkel vol Engelstalige boeken: Movements in art since 1945, new edition, van Edward Lucie-Smith. Uitgegeven door Thames & Hudson en dan weet je dat het goed zit.

Sinds de Dokumenta in Kassel een wederkeremd thema is en die onstaan is na de Tweede Wereldoorlog in een Duitsland dat op zoek was naar een nieuwe identiteit, had ik al bedacht dat het wel handig zou zijn om een overzicht of een ordening te lezen van de moderne kunst na 1945. De Dokumenta immers, buigt zich over de betekenis van de moderne kunst na 1945, zoekt eigen verbanden bij kunstenaars die bij het Dokumenta-thema of visie horen van dat moment, en put dus uit een bron van heel veel kunstenaars en stromingen.

 Gisteren was het zo koud en winderig en vol regen buiten, dat ik na het bezoek aan de boekhandel meteen weer naar binnen ben gegaan en in dit boek gedoken ben. En ja, hoor: dit boek doet precies wat ik zocht: het geeft een overkoepelend beeld van de bewegingen van de kunst na 1945. Ik lees er terug wat zich door de Dokumenta al vermoeden liet: de kunst is uit een ivoren toren gekomen en is steeds meer een van de peilers van betekenis geworden, in een kultuur die steeds minder wat kan met godsdienst en religie als betekenisgever.

Veel kunstenaars zoeken naar wegen naar binnen en houden zich bezig wat een innerlijke realiteit met een buitenwereld te maken heeft. Nu viel me de activiteit van Jack Pollock op: hij maakt grote 'schilderijen', waar hij dikke klodders verf laat druppen en  hun eigen weg laat zoeken. Als je voor een werk van hem staat, dan verzink je er als jet ware in, je voelt je meegezogen in een wereld die zich niet laat controleren en waar orde en chaos een spel met elkaar spelen. Je voelt dat er een dialoog tussen beide is, dat er een spel is, en dat brengt je dicht bij de eigen onbekende woelingen in je brein.

Een citaat kwam met name binnen. Jack Pollock bericht over zijn eigen activiteit, wanneer hij schildert: When I am painting I am not aware of what I'm doing. (...) I have no fears about making changes, destroying the image etc. because the painting has a life of its own. I try to let it come trough. It is only when I lose contact with the painting that the result is a mess. Otherwise there is pure harmony, an easy give and take, and the painting comes out well.

Mooi toch?  Het is ergens van toepassing op wat 'levenskunst' is, als je het woord 'painting' verandert in het woord 'leven'. Laat het leven door je stromen en er is pure harmonie. Als je bang bent voor verandering, bang dat de beelden van je leven dan niet meer kloppen, dan leef je niet en wordt het een zooitje. Laat het dus gaan, laat gaan...

vrijdag 28 december 2012

Chinese tempel

Gisteren ben ik sinds jaren weer de Chinese tempel binnengelopen aan de Zeedijk in Amsterdam. Meestal loop ik eraan voorbij, op weg naar het huis van broer. Nu niet. Wat is het toch een leuke plek, vol bedrijvigheid: er worden dingetjes verkocht, je kunt er wierookstokjes branden en de heel veelarmige Boeddha op haar of zijn lotusbloem kijkt mild naar beneden. Al die armen, verwijzend naar zoveel mogelijkheden, al die gezichtjes, die als een krans alle windrichtingen opkijken.

Er staat een fruitschaaltje met grote appels en sinaasappels, ja, ze zijn voor Boeddha, en in het Oosten in grote tempelcomplexen, staat er ook rijst, gerechtjes, koekjes, van alles wat. In Bangkok zag ik eens in een restaurantje, een meisje de gerechten voor Boeddha klaarmaken, ze trok zich weer terug in het keukentje en toen kwam er uit een groot gat een rat aan gekropen, die rustig van alles ging oppeuzelen. De Huisrat, Boeddha's rat, een levende verschijningsvorm die ook in zich de Boeddhanatuur draagt, dus gevoed moet worden.

Dit tempeltje is maar klein. Er staat buiten geen houtvuur in een grote ketel te loeien, waar mensen bossen wierookstokjes aan maken, om er vervolgens al walmend en rokend een rondgang door een groot tempelcomplex te maken. Langs meerdere Boeddha's, langs de voorouders, buigend en knielend en reciterend. Hier is het bescheiden, maar de levendigheid is er wel. Men kan er rustig net buiten de rode drempel iets anders doen, de gele daken bekijken, dingetjes uitwisselen, om dan vervolgens een stap over de drempel weer te buigen voor... Boeddha en het grote Geheim.

Zo noem ik dat maar even: dat doe ik als ik buig. Buigen vind ik fijn, of ik nu buig in de kapel van de Clarissen of in deze Chinese tempel. Je buigt voor wat niet in woorden te vaten is. je buigt voor het wonder van het leven, dat wat zich kan ontvouwen, als je stil en met verwondering kan zijn. Buigen is een lichaamstaal die dat vergemakkelijkt, of waarmee dat vanzelf gebeurd. Ik doe iets en dan buig ik, of : ik buig en daarna doe ik iets.

In de kapel bij de Clarissen was het ineens zo, dat de viering niet meer begon met een welkomstgroet. Ik vond dat altijd fijn en ook wel Franciscaans: welkom allemaal in de ze kapel, ik hoop dat je een mooie viering hebt.... en dan beginnen. Maar het was afgeschaft, ingefluisterd door een Deskundige: Jullie begroeten de mensen al uitgebreid in de hal en bij naam, begin gewoon!

Maar wanneer is een begin, een echt begin? Alles begint toch met het welkom heten en je welkom voelen? In de westelijke, christelijke kerk is er een groot onderscheid ontstaan tussen het aardse en het hemelse, tussen hieronder en daarboven. Dus groeten, terwijl je het over Daarboven gaat hebben, dat hoort dan niet. Geef mij maar zo'n Chinese tempel: boven en onder, de aarde en de hemel, ze horen bij elkaar, ze lopen door elkaar heen, welvaart en voorspoed gaan over het materiële en het immateriële, tegelijk. Zoals een armbandje aan een pols geen begin en geen einde heeft, maar als geheel spreekt over verbinding en verbondenheid.

zondag 23 december 2012

Kerst 2012

Sinds gisterenavond tot en met nu, deze middag, zing ik in mijn binnenste en af en toe vals naar buiten:

Wij zullen woning zijn en lied... Wij zullen leven.

Het zijn de woorden van het laatste lied dat vier keer op een rij gezongen is in de kapel van de Clarissen, op het einde van de vigilie/adventsviering. Vanaf morgen trek ik me in de Kersttijd terug op die favoriete plek in de stad, waar geen  internet is en geen buitenwereld.

Wij zullen woning zijn en lied... Wij zullen leven.

Daar, hier, overal: Kerst is waar het leven nieuw ontstaat, vol verwachting, verlangend naar licht en mogelijkheden.

vrijdag 21 december 2012

Kerst Inn

Nou, de Kerst Inn in het wijkcentrum mag wel een succes genoemd worden. Er waren in totaal zo'n 50 mensen. Mensen van de verschillende groepen die hier binnen hun domicilie hebben gevonden.  Tja, de echte onbekende eenzamen zie je niet. Alhoewel?  Er kwam eén meneer wankelend binnen, aanvankelijk met een hondje. Nee, die mocht niet naar binnen... Dan voel je je toch bijna: 'En voor jou is er geen plaats in de herberg...' 'Maar komt u alsjeblieft terug, breng het hondje even thuis', zei ik. En hij kwam terug.  'Ik weet helemaal niet wat de bedoeling is...ik ben hier nog nooit geweest, ik zag de aankondiging aan het raam hangen... ', stamelde hij. Koffie en kerstbrood in de hand geduwd en zo-even kwam hij voor een tweede pilsje.

Nu  zijn de meesten alweer weg en wat overblijft is de harde kern van de kaartclub. Zonet zongen ze allemaal: 'Christus geboren, zingen engelenkoren, venite adoremus, venite adoremus',  terwijl R. de kroeggemeente dirigeerde. Ik vind dat gewoon leuk.  Ik zie dan de oude resten van de volkskerk zitten, die nooit meer naar de kerk gaan, maar het wel goed hebben met elkaar: zij  kennen zo'n kerstliedje nog, dat kerklatijn is er ooit ingestampt en komt er zó uit volle borst weer uit. Ze zijn uitgelaten, de grappen vliegen over de tafel heen-en-weer.

Verder was er kerstbrood, gekregen van Appie Heijn, en een zelfgemaakte, goedgevulde kippensoep, drie salades en zo meer. 'Wat denk je, Mirjam, al die gekken bij elkaar?, vraagt R. mij net. Nou, leuk toch!, zeg ik, Ja leuk, zegt R. O, ze gaan nu met zijn allen opbreken. En zetten de tafels terug in de oude stand. En ze willen een doekje voor de tafels, in no time is alles weer van kant.

Nou... je houdt het niet voor mogelijk. De meneer met het hondje heeft aanspraak met een mevrouw die ook alleen naar binnen liep. Ze hebben samen een sigaretje buiten gerookt. Alles om hen heen is nu opgeruimd. Weg is de u-vorm waar iedereen omheen heeft gezeten, de witte papieren tafellakens, de goudkleurige servetjes, de zilveren slingertjes, de kaarsjes in gele waxinehoudertjes.

En nu zitten ze daar samen, in een zo goed als leeg wijkcentrum, de twee alleengangers, tegenover elkaar aan een tafeltje. Hij met een pils, zij met een wit wijntje. 'Mogen we nog wat bestellen?' Ja, dat mag.  Een mooiere afsluiting van een Kerst Innn is toch niet mogelijk?!  Getuige zijn, van een click tussen twee mensen, die zometeen met elkaar naar huis gaan lopen, de ene brengt de andere thuis.

donderdag 20 december 2012

Elly de Waard

Nou, dat voelt aan als een cadeautje! Gisterenavond keek ik een beetje moe de krant in en zag dat er later op de avond een documentaire zou zijn over Elly de Waard, in Het Uur van de Wolf. 'Als ik nou tv had, dan zou ik dat gaan zien,' dacht ik, 'ja, dit is zo'n moment dat ik de tv mis'. Maar vandaag zag ik op het blog van LucieTheodora, dat die gekeken had en ze had de hele documentaire van Uitzending Gemist, naar haar blog gehaald! In het wijkcentrum waren er de twee biljartende dames, die zo ongeveer doof zijn, dus ik heb gekeken, terwijl ik stickersterretjes plakte op de kerst en nieuwjaarswens van de Grondel die ik in de ontmoetingsruimte ga hangen.

Het voldeet helemaal aan mijn verwachtingen en bracht me ook terug in de tijd. Ik herrinner me dat moment nog goed: ik las al poprecensies van haar en toen ging ze ineens dichten. Ze sprak tot mijn verbeelding omdat ze woonde in een huis in de duinen dat later afbrandde, met de dichter Chr. J. van Geel, die ik eerder dan haar kende. En toen bleek in haar tweede bundel dat ze ook de vrouwenliefde toegenegen was. Die beide kanten, dat herkende ik. Ik kan me de reacties herinneren op het Hollands Dagboek dat ze schreef. Dat ze daarin vertelt dat ze met haar toenmalige vriendin aan het kaarten was en dat ze steeds won en die vriendin een grapje maakte: 'Ik laat jou maar winnen, want ik ben beter in bed'. O, hellup, dat kon nog niet in die dagen.

De documentarie is ook zo mooi doordat het op een ritmische wijze de natuurbeelden van haar tuin in Vogelwater vervlecht met haar stem en haar herinneringen. Ze vertelt dat ze het werken in de tuin zoals het afzagen van gote takken nodig heeft, omdat ze anders de hele dag achter de computer zou zitten. Hoe herkenbaar: de balans zoeken tussen denken en doen.

Toen kwam er een liedje van Dusty Springfield die, pikant detail, wel op haar viel. 'Ook met Janis Joplin had ik wat kunnen hebben', zegt de Waard nuchtertjes. Maar dan zoemt de camera in op haar gezicht, en zie je haar ogen vochtig worden terwijl ze luistert naar Going back van Springfield, The Queen of the white soul. Dit lied moeten ze maar op mijn begrafenis spelen, zegt ze. Doordat ze recensent was van popmuziek en daarover zelf zegt, dat zij ervoor gezorgd heeft dat er werkelijke waardering kwam voor die popmuziek omdat ze de diepere lagen, de betekenis wist te verwoorden, kijk je dieper naar de woorden. Dan  lijkt het alsof het liedje een extra laag erbij krijgt en ook ineens gaat over de terugkeer naar een oorsprong, nog verder weg dan de eicel en de zaadcel.

Now there is more to do, then watch my sailboat glide
and everyday can be my magic carpet ride,
and I can play hide and seek with my fears
and live my days instead of counting years

Let every one debate the true reality
I'd rather see the world the way it used to be
A little bit of freedom is all we lack
So catch me if you can I'm going back.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.