donderdag 31 januari 2013

In het moment zelf

Hoe het kan weet ik niet: ik blijk plotsklaps toch een aantal tv-kanalen te kunnen ontvangen, de commerciële zenders, CNN, National Geographic. Aanvankelijk voor de 'bewegende beelden van het nieuws' naar RTL4 gaan kijken, maar daar ben ik weer mee gestopt: hoeveel meer ruimer en vrijer sta je in de tijd, als je niet hoeft te denken: 'half-acht-journaal'.Een gevoel van altijd durende vakantie, ik kan het iedereen aanraden.

Maar gisteren zapte ik later op de avond, alvorens een dvd te gaan kijken en ik kwam in een eindeloze woestijn terecht, waar een man bezig was om een dode kleine kameel te villen. Ongelofelijk, er kwam 60 meter ! aan darmen en ingewanden uit, een blubberende bollende massa van ballon- en slangachtige vormen, glanzend glibberend, paarsachig, wit.  Alvorens hij dat deed, schepte hij met twee handen water van daaronder: zó overleven de Bedoeïenen dus, als ze helemaal alleen door een zandstorm worden overvallen, daar is water voor dagen. Tot en met in het half verwerkte voedsel in de maag: de stinkende drab die je dan uitperst, is ook drinkbaar.

Het ging nog veel verder: na uren had hij de hele vacht van de kameel gevild en dat zou zijn deken worden voor de koude woestijnnacht. En dan , ja dan: je sleept alle ingewanden tot zover mogelijk weg, voor de jakhalzen, en dan pis je een grote gesloten cirkel rondom de kameel en alle enge beesten, die gaan daar dan niet overheen. Als je een man bent. Want damesplas bevat te weinig testosteron.Sorry dames!, zegt de overlever olijk in de camera. Het fraaiste moet dan nog komen: áls er dan nu een zandstorm komt: wat doe je dan? Dan verstop je je dus in het karkas van de kameel! Je kruipt als het ware in de buik.

Ik vind dit vast leuk, omdat het me doet denken aan kamperen in mijn kleine tentje op het zand in de duinen op Vlieland onder een heldere sterrenhemel. Dat tentje bestaat uit één boog, pal boven me, ik ritst de tent dicht en in die donkere beschutting, waar je je niet eens fatsoenlijk kunt omdraaien: dat is dan je huis ; de plek waar je bent, de enige plek waar je je weer kunt opladen voor een volgende dag, door je over te geven aan de slaap.

En waarom is dat dan leuk, zo kamperen? Ik denk aan de oude woestijnvaders die zich terugtrokken uit de wereld. Volgens mij voel je pas echt dat je leeft als je alle franje en alle vormen achter je hebt gelaten. Als je je kunt laten volstromen met een besef van: Ja ! Ik adem, ik leef, hier ben ik, dit zal altijd duren. En het duurt en is er voor altijd omdat het in dat moment zelve zo beleefd is. De ervaring van onvergankelijkheid zit in het besef daarvan in het hier-en-nu: de intentie en het verlangen naar continuïteit: naar iets dat blijft wat je in het moment zelf leeft. Ook al word je de volgende ochtend gewoon wakker, sta je op en vertrek je: dit besef doet leven.

woensdag 30 januari 2013

Spiegelneuronen: Cloud Atlas

Ik wist niet dat Nederland ook zo leeg en stil kan zijn. Nou ja, ik wist het wel, want 33 jaar geleden heb ik er een maand lang ook rondgefietst: dikke witte sneeuw met een kind achterop die zijn armpjes om me heen deed en zijn hoofd dicht tegen me aan drukte. Ik werkte in een kinderhuis van Browndale in het hartje van Winterswijk, een oud gigantisch groot huis met een serre en een parkachtige tuin. Het bestaat niet meer, het is nu een industrieterrein. Maar wat gebleven is, is het landschap eromheen: de boerderijen met de typische puntachtige daken: toen staken ze als tenten her en der uit in het wit, nu waren ze de bakens in de mist en de regen.

Vriend E en ik waren weer erg content over deze wandeling: nee wij zijn geen mooi-weer wandelaars: juist zo'n soort weer, nu was het er veel specialer dan als er gewoon maar een zonnetje had geschenen. Het landschap had iets geheimzinnigs en verwachtingsvols: alsof er elke keer wat anders op het punt staat om te gaan gebeuren.

Ik denk nu aan de drie uur durende film Cloud Atlas, die ik Zondagmiddag zag, toen het weer ook zo druilerig was en alle sneeuw plotsklaps was verdwenen. Een film waarvan ik zou willen dat elke theoloog die zag:, want ook theologen houden zich met een soortgelijk verhaal bezig: De film vertelt dat alle mensen met elkaar verbonden zijn, dat elke daad die je doet goed of kwaad, de toekomst mee bepaalt, dat wanneer er op een plaats een deur dicht gaat, er op een andere plek weer een deur open gaat.

Maar de vorm is hier een web van verhalen, zes tegelijkertijd, door de tijden heen van de negentiende eeuw, tot in de 21 ste eeuw, met daartussen bijvoorbeeld de zeventiger jaren, met acteurs die zowel mannen als vrouwenrollen vervullen en in het ene verhaal de slechterik en in de andere de zoeker naar het goede.Hier is het letterlijk zo: de ene deur opent een deur naar een ander: van een houten deur in een avonturenfilm aan zee in de rimboe, beland je zo in een strakke witte metropool.

Ergens op de bodem van  zo'n werkelijkheidsbesef: alles gebeurt, alles is altijd in proces, alles weeft zich aan een en uit een, jijzelf bent de wever van vele verhalen, is zo'n leeg, mistig en toch intieme laag zoals het landschap van Winterswijk waarin ik gisteren liep.

Een ander besef in Cloud Atlas is, dat je als individu niet op jezelf bestaat: je bent wat en je wordt iemand middels anderen: je hebt elkaar nodig in de netwerken van verbindingen. Vriend E. bracht mij een nieuw woord bij: Spiegelneuronen. Onderzoekers hebben ontdekt dat er is ons brein neuronen zijn die het ons mogelijk maken om ons te verplaatsen in anderen, om ons te spiegelen aan anderen, om emphatie en mededogen te ontwikkelen. Autistische mensen bijvoorbeeld, hebben er te weinig van, maar wellicht kun je er ook teveel van hebben, zodat je je niet goed meer kan afschermen van het pijn en het leed van anderen?

Om een web van verhalen te kunnen weven met elkaar, heb je dus een wever nodig, en dat ben je zelf en een gevoel voor mooie patronen, alsof elke draad die je weeft uitstaat naar ...? En daar helpen die spiegelneuronen in je brein je mee. Mooie ontdekking: dat in dat levende brein dat zelf ook blijft groeien en afsterft, er zoiets aanwijsbaar is.

maandag 28 januari 2013

Mestkever en Melkweg

Wat een geweldig, geweldig bericht stond er afgelopen weekend in Trouw: 'Melkweg is de gids voor de mestkever' is de kop. Het leven van de mestkever is me voor het eerst opgevallen in de film Microcosmos, waar men tot zeer dichtbij het leven kijkt van kleine dieren. Zoals een vrijscène van twee slakken: de wulpse, langzame, kronkelende bewegingen, het in elkaar verstrengeld zijn, het wiegen, strijken en de streelachtige bewegingen, heel verleidelijk. Maar de mestkever: die zie je er elke keer weer een Sisyphus-arbeid verrichten: alle inspanning om als het ware een gigantische rotsblok naar boven te hijsen, en dan valt het weer naar beneden en dan begint hij gewoon opnieuw, net zolang tot het wel lukt.

Die rotsblok is in feite een bolletje poep en het is hun voedsel. En wat blijkt nu: de sterren zijn hun gids in het bepalen van hun koers. Ze blijken eerst een rondedansje te maken op hun poepbal en dan pas gaan ze op weg. Ze zoeken een orientatie punt om hun op het rechte pad te houden, want anders zouden ze in ene kringetje draaien en dan komen ze weer bij de mesthoop uit. Daar zijn de onderzoekers achtergekomen, door de ogen van een mestkever af te plakken, ze kregen een soort maskertje op. Jawel! Stel je dat eens voor: van die nijvere onderzoekers, die de minimaskertjes op de koppen van de mestkever plakken.

Ze richten zich dus naar boven was de eerste conclusie. Maar hoe? Ze zullen toch niet de afzonderlijke sterren kunnen waarnemen? Zouden ze zich wellicht richten op het melkwegstelsel, werd de nieuwe vraag. Je moet er maar opkomen, ik vind dat geweldig. Toen verzon men de volgende proef, ook al zo'n echte vondst: ze brachten mestkevers naar het planetariun, waar je naar believen de Melkweg kunt laten draaien en 'm dus op een andere plek kunt zetten. En warempel, na een kort dansje kozen de kevers de juiste weg.

Waarom vind ik dit nu zo geweldig? Omdat het kleine, een mestkever en het grootse, de Melkweg elkaar ontmoeten. Omdat dat aardse, laag-bij-de-grondse beestje zich richt naar zoiets groots als het heelal en in die ruimte zich laat leiden door een vlek van licht die bestaat uit zoveel sterren en planeten: de Melkweg. Omdat het me voorkomt dat wij mensen exact hetzelfde kunnen doen: We vinden onze weg en de juiste richting niet door naar de grond de blijven turen, dan blijf je in een kringetje ronddraaien, maar door je te richten op een zee van licht, een melkwegstelsel van sterren en planeten die bestaan uit het beste en het alle goede wat er in potentie bestaat.

vrijdag 25 januari 2013

Lemonade Mouth

Gisterennacht was het volle maan. Een volle maan die rondom middernacht mijn tuin bescheen. Ik rookte een sigaartje met een kaars op de grond en hoorde de vogels in de vogelkolonie genoeglijk met elkaar kwetteren. Dat is zo'n gezellig geluid. Ik visualiseer ronde nestjes vol donsveertjes, al die vogeltjes die elkaar warm houden, dicht tegen elkaar aan. 'He, slaap jij al? Nee, ik neem een vollemaansbad...' Wie nu wellicht wel al slaapt, is Nichtje L. voor wie ik nu de oppas speel. We hebben ge-wii-ed  (is dat ondertussen een vernederlands werkwoord geworden ?) en ze zette een film op, met de bordjes eten voor de tv.

Het was een film uit de Disney-stal, Lemonade Mouth geheten, zo'n film die mij het idee geeft dat de jeugd van tegenwoordig best wel de juiste boodschappen naar binnen gestouwd krijgt. Het gaat over 5 tieners op een highschool die zich alleen maar richt op sport als hoofdzaak en de daarbij behorende turbodrankjes die in de automaten op school verkocht worden. Zo is de nieuwe gymzaal bekostigd en alle andersoortige vakken of hobbies van leerlingen, schaken, scheikundige proefjes doen, lezen, toneel en muziek: het is allemaal naar de kelder verbannen.

De club van 5 is aardig gemeleerd: een blank meisje dat bij haar oma woont, wier moeder jong is overleden en wier vader in de gevangenis blijkt te zitten. Een Indiaas meisje met een strenge vader die haar zo Indiaas mogelijk wil houden, een jongen wiens gescheiden vader bij wie hij woont heeft te dealen met de nieuwe vriendin, een jongen die drumt met een broer die de perfecte is in de ogen van zijn ouders omdat die goed in sport is en een mix-meisje met een chinese vader en een blanke moeder: de felste en recalcitrantste. Ze beginnen een muziekband en worden beroemd en een symbool om voor jezelf op te komen en niet mee te gaan met de mainstream-sportsfeer. De limonade-automaat in de kelder moet weg om plaats te maken voor de turbodrankjes en daarom heet hun muziekband Lemonade Mouth.

Veel muziek in de film en het vinden van echte vriendschap en ouders die hun kinderen gaan begrijpen en kinderen die in het reine komen met hun eigen lot... heel ideaal, heel erg een glimlachend vollemaansbad.

De maan, de maan, de maan is rond... heeft twee ogen, een neus en een mond... zo gaat een kinderversje en tegelijkertijd teken je dat op de rug bij wie je het versje uitspreekt. En nu jij ! zeg je dan erachteraan. De andere doet het na, maar toch niet precies genoeg...want wat je zei, eindigt niet met 'mond'...Dus dan heb je verloren, volgens het spelletje. Maar in deze film win je, als je eindigt met 'mond' en anderen niet slaafs navolgt, zo vertelt de film Lemonade Mouth.

donderdag 24 januari 2013

Cats to go?

Plotseling, zoals dat gaat in het brein, kreeg ik die herinnering terug. Dat vriendin W. uit Nieuw Zeeland me ooit eens een foto stuurde (dat was dus voor alle mogelijkheden van het internet) en dat ik aankeek tegen een berg oranje herfstbladeren. O. Nou ja,  leuk stilleven, dacht ik, herfstbladeren in de zon. Pas tijden later zag ik het ineens: door het blad heen keken twee oogjes me aan en staken er twee spitse rode oortjes uit: Het was hun poes, die Poes heette, een leuke Nieuw Zeelandse naam.

Het kwam omdat ik  in de krant een klein bericht las: 'Het moet afgelopen zijn met vogelverslindende kat" staat erboven met zwarte letters. Het blijkt dat ene Gareth Morgan in Nieuw Zeeland een campagne is begonnen: Cats To Go. Volgens hem zijn katten roofdadige dieren die de inheemse diersoorten in Nieuw Zeeland bedreigen. Alle katten moeten dood. Mensen die nu een kat hebben moeten hun kat binnenhouden en mogen na het overlijden geen nieuwe meer nemen. Volgens onderzoek zijn er al  9 vogelsoorten uitgeroeid en zijn er 33 soorten bedreigd door dit moorddadig beest.

Enfin. Ik ben benieuwd wat W. hiervan vindt. Het heeft wel iets typisch Nieuw Zeelands: een overmatige controle proberen te houden op hun 'eigen natuur'.  Toen ik er was, dacht men dat men AIDS buiten de deur kon houden, door mensen die HIV besmet waren de toegang tot het land te weigeren. Mijn tent werd bij de douane in een apart kamertje binnenste buiten gekeerd, bang dat ik een uitheems 'iets' uit de natuur het land in zou kunnen brengen. Ik kneep 'm ondertussen want ik bedacht me dat in die zomer iemand een sjekkie met hasj in mijn tent had gedraaid: stel dat daar nu iets van gevonden werd, dat was een echt probleem geweest. Maggiblokjes in een glazen pot mochten het land ook niet in.

In dezelfde krant vanochtend las ik dat de HEMA, een groot succes aan het worden is in Frankrijk. De rookworst en Jip en Janneke niet, maar verder roemt men de hippe strakke opstelling in de winkel a la Ikea en Apple en het frisse, originele en trendy design uit het Noorden. Noord Europa dus, zo bekijkt La Douce  France ons dus.  Men versmaad altijd wat nabij is. Want ook W. wil , als ze in Nederland is, altijd shoppen naar de Ikea en ja, naar de HEMA en nu pas door dat krantenartikel bezie ik dat met andere ogen, ik dacht dat het studentennostalgie was.

Het leven van een emigrant is een status aparte, vond W. Je bent geen Nederlander meer en zou hier niet meer kunnen aarden, maar je wordt ook nooit  een echte Nieuw Zeelandse. Geen Hema en straks geen kat meer? Als nu Ikea en de Hema overseas gaan, zoals dat in Down Under in Nieuw Zeeland heet, ja dat trekt de boel wellicht weer recht.

woensdag 23 januari 2013

De stroom die voedt

In de kapel in het klooster legt men de hand aan de laatste verbouwing, dus de vespers werden in het kleine leeszaaltje gezongen. Dan is het gewoon  drie rijen van vier stoelen tegenover elkaar en aan de zijkant een tafel met een kleed eroverheen en twee kaarsen. Tien zusters en ik...en wat klinkt dat dan ineens kwetsbaar en broos. De ruimte van een kapel maken de stemmen ijl ze gaan richting de hemel,  een beetje zoals ik me engelenzang voorstel soms, maar in een rechthoekig zaaltje met moderne stoelen: ik ervoer iets van het ontmoeten van oude tijden, de bruine habijten vanuit de twaalfde eeuw en deze snelle, harde tijd.

In de leesgroep tevoren was het er nog over gegaan: 'Wat is altijd leven in de hoogste armoede voor jou ?', had ik gevraagd. en M. de jongste zuster en nu abdis antwoordde dat het steeds meer iets was van met lege handen staan, het ook niet weten, hoe en wat. Als de vorm van Claris-zijn gaat uitsterven en daar lijkt het op "zal er nog iemand zijn die mij mantelzorg geeft?" vroeg ze, maar je leeft nu wel in die vorm: dan heb je maar te vertrouwen dat er andere vormen zullen ontstaan en je kunt ook niet anders dan toch gewoon doorgaan op het pad dat je gekozen hebt, écht niet wetend wat de toekomst brengt.

De hymne die gezongen  werd zette ook in met woorden als: We zijn vluchtig als gras, een ademzucht... In het zaaltje hoor je veel beter wie de krakstemmen hebben en wie de dragende stemmen hebben. Je kunt ze tellen: als die wegvalt en die... kun je dan nog wel zingen als groep en de kapel met je zang vullen?

Doet het er wat toe? Is dat belangrijk? Wél als het zo'n groot deel van je levensinvulling is. Niet als je je bewust bent dat het uiteindelijk gaat om de stroom daaronder die de vormen voedt en doet leven.

Zoals altijd, bleef ik nog een half uurtje ofzo mediteren. Ook hier gingen de lichten uit en brandde er één kaars. De witte ongerepte sneeuw in de kloostertuin lichtte steeds meer blauwachtig op. Daar zat ik dan in het donker met enkele zusters in stilte en in die stilte gebeurt het: je voelt een zachte, fijnzinnige 'energie', een diep gevoel van thuiskomen en op-de-juiste-plek-zijn: ook dit rechthoekig zaaltje veranderde in een kapel. Of in Franciscaanse woorden: Heel de wereld is ons klooster. En een paar uur later werden deze woorden thuis, op een verrassende wijze, in weer een heel andere vorm opnieuw waar: Er is een levensenergie die alles voedt en overal stroomt.

dinsdag 22 januari 2013

The Town

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een roman heb gelezen. Tegenwoordig vind ik het wel lekker om me te laten onderhouden door een filmpje. Dat is als het ware zoals een kort verhaal die, zo stel ik me voor, een verhalenvertelller vertelt onder een Boababboom in de Afrikaanse droge vlakte aan een dorpsgemeenschap voor het slapen gaan, onder een heldere sterrenlucht. Zo'n verhaaltje dat de dingen des levens bevat en iets van wat wijsheid of troost dat je dan mee kan nemen, de nacht in.

Gisteren was dat voor mij de film The Town, met Ben Afflek in een van de hoofdrollen en het is bovendien de eerste film die hij ook regisseerde. Afflek is voor mij voor altijd binnen gekomen in zijn rol van de beste vriend van Will in Good Will Hunting. Will de briljant slimme jongen uit de achterbuurt die tegen Afflek zegt: Ik blijf voor altijd hier, we drinken en hebben het gezellig en we brengen later onze kinderen naar voetbal, dan hebben we het toch goed, samen? En Afflek reageert: Weet je wat voor mij de beste dag zou zijn in mijn leven? Dat ik naar je voordeur loop om je op te halen en dat je dan weg bent. Ik kan niet anders dan hier zijn, hier hoor ik, maar jij hoort ergens anders.' En dan komt die dag en de diep tevreden grijns op het gezicht van Afflek, als hij alleen in zijn auto stapt, die is onvergetelijk.


In The Town speelt hetzelfde thema een rol: The Town is Charlestown, een broeinest van criminelen, de zoon leert van de vader het vak, en Afflek is hier het brein van een bende van vier die een bank overvallen. Hij bedreigt het meisje dat de kluis moet openen, en dan later met de FBI op zijn hielen, gaat hij aanvankelijk op onderzoek uit om erachter te komen wat het meisje weet en kan door vertellen. En dan worden ze verliefd op elkaar. Afflek wil weg uit Charlestown en samen met haar, een nieuw leven beginnen. Maar met de dreiging van anderen in Charlestown, dat zij vermoord wordt, als hij niet mee doet aan een volgende bankoveral, doet hij toch mee.Het loopt gruwelijk mis, maar hij overleeft als enige van de vier. Het meisje weet ondertussen wie hij is, ingelicht door de FBI.

Affleck wil haar nog eenmaal zien, alvorens hij uit Charlestown zal vertrekken. Door een verrekijker aan de overkant ziet hij dat zij omringt is door FBI mensen en zij vraagt hem om naar haar toe te komen. In het telefoongesprekje gaat het Affleck maar om één ding: heeft ze hem verraden en verlaten of ligt het anders? Aanvankelijk lijkt het eerste. Maar dan zegt ze als laatste zin:' Luister! Ik wil heel graag dat je komt, dan zullen we zonnige dagen hebben zoals eerder.' Daarmee weet Affleck dat zij voor hem gekozen heeft: Op een zonnige dag is ooit haar broer overleden en elke zonnige dag is voor haar sindsdien gekoppeld aan de dood, heeft ze hem ooit verteld.

Ach, wat is dat weer een fijn verhaal: spannende dynamische actie en overvallen gekoppeld aan een inkijkje bij mensen in achterstandswijken en het zoeken en vinden van de liefde: Eens zullen ze elkaar weer zien, zo eindigt deze film. Waarom komt er dan weer zo'n smachtelijk mooi gezongen liedje, op het einde, bij de aftiteling? 'Jolene', heet het, ...Still don't know what love means... Ik smelt.