donderdag 27 juni 2013

Tangarine

Ik ben geen muziekfestivaltype. Dus Oerol is voor mij de plek om nieuwe muziek te leren kennen. Ik geloof dat ik daarbij erg kan vallen voor de intensiteit van het optreden ter plekke. Soms hangt er al wat, voordat je de eerste noten gehoord hebt. In de blikken van de muzikanten, de wijze waarop ze hun instrumenten stemmen of het publiek inkijken.

De drie vondsten voor mij deze keer waren Herrek, Broeder Dieleman en Tangarine. Dat laatste betekent 'foutgespelde mandarijn' heb ik van één van de eeneiige tweeling vernomen. Ze zochten naar een artiestennaam, bladerden wat in het woordenboek, kwamen bij het woord 'tangerine', dat dus mandarijn betekent, ze zetten dat op hun eerste demo die ze de wereld instuurden en de wereld maakte er per ongeluk tangarine van en dat hebben ze zo gehouden.

Ik had al wat liedjes van hen gedownload met Sammie, waarvan mijn lievelingsnummer veruit Beyond The Sake of Sound is. Perfect in harmonie zingen ze met kristalheldere en toch net niet zoetgevooisde stemmen, er zit een rafelrandje aan: When you wake up, I will hear you, beyond the sake of sound. In the cage you can't get out, all the choices turn into doubt, I will hear you beyond the sake of sound. Elke keer weer zijn het woorden die leiden naar de stilte, die me aanspreken.

Hun nieuwste cd, die een debuutcd lijkt, heet Seek & Sigh, mooi uitgegeven in een soort van boekje. Ik heb ze een paar keer zien optreden en ken nu dus al bijna alle liedjes. Ze liggen makkelijk in het gehoor, en toch... er is een onderstroompje van scherpte en donkerte en die balans tussen 'zoeken' en 'zuchten' bevalt me wel.

Ze zijn zo dun als een luciferhoutje, lijken soms een jong gereïncarneerde Bob Dylan, zeker toen ze als couplet in een van hun liedjes Blowing in the Wind zongen. Ze zijn zo mooi op elkaar betrokken en ingespeeld. Soms door één microfoon en dan verwacht je dat hun hoofden en gitaren een keertje tegen elkaar aan zullen botsen, maar dat gebeurt niet.

Bij hun eerste optreden zag ik de ene onrustig op het podium op en neer drentelen, hij pakte zijn gitaar, legde die weer neer, zette zijn hoed op en af en toen zag ik zijn evenbeeld de straat inkomen. De andere beende met grote stappen naar hem toe. Ze omhelsden elkaar niet, maar keken elkaar even diep in de ogen, met gestrekte armen, de handen op elkaars schouders. Het optreden kon beginnen, het was goed zo.

Oerol's expeditie

Terug uit Oerol en Terschelling. Ik zou er woorden aan kunnen geven, maar heb daar helemaal geen zin in. Nauwelijks gepraat daar, alleen maar met wat kunstenaars. Zo was daar Maurice Meeuwisse, de man met de kruiwagen op het strand die vanaf januari daar een ramp aan het maken is. Een andere toeschouwer dacht aan het Nederlandse 'ramp', en ja, dat lijkt het ook  wel... Maar hij  bouwde  in  weer en wind een ramp, dat is het Engelse woord voor een soort van voetstuk, waar een beeld of monument op kan verrijzen.

Zijn thema is:  geintrigeerd zijn door de Noeste Arbeid. Dus hakte hij ooit met een botte bijl in een stuk hout in een galerie, de hakslagen denderden door het gebouw in de oren van de bezoekers. Maar hier: bijna niemand op het strand en enkele dagen later zat ik op een duin en zag in de verte een stipje: daar kuierde hij nog steeds... tot zondagmiddag 17.00, had ie verteld. Maar daar dacht hij verder niet aan, want anders was het niet te doen.

'Wat een moed', zei ik tegen hem. Ik heb er bijna een soort van ontzag voor. Het doorzettingsvermogen, dat doen. DOEN. Kruiwagens vol zand naar boven torsen en weten dat bij een storm zo weer alles verwaaid is, en bij een springtij alles weg zal zijn. Je moet niet kuieren omdat je hoopt dat er  volgend jaar een nieuw duin op het strand zal zijn.

 In de bossen zweefden de windviolen van Ronald van der Meijs totdat ze beroerd werden door de wind en een toon zouden gaan geven en mensen wachten in volkomen stilte met hen mee. Negen stuks had hij er gemaakt, van hout, elk met een andere toon, maar geen enkele garantie dat ze zouden gaan spelen. Hoe in de stilte van de bossen elk ander geluid helder klinkt: een vogeltje, het kraken van takjes, dennenaalden op de grond, de voetstappen van de mensen. Hoe zo'n project de mensen stil laat zijn.

Men wilde mensen op expeditie sturen, was de intro van de progammamaakster van deze projecten in het landschap. Niet zomaar iets geinigs of lolligs, of groots: less is more, leek een onderliggende boodschap en zelf denken en onderzoeken, dat is het grootste avontuur. Kies je om mee te wandelen met de bioloog of de filosoof? En als je daarna de verhalen vergelijkt, wat levert dat op aan veelzijdig perspectief?

Maar het mooist en meest vervullends voor mij is, om zelf eindeloos te wandelen:  de verte in, het strand, de zee, de Boschplaat, de tijd vergeten, met je volle lichaam van een duin afglijden, worstelen met de koude wind, me koesteren in een duinpan in de brandende zon, bij nacht aan zee staan turen naar het laatste avondrood. Het was weer geweldig.

woensdag 12 juni 2013

A sense of place

Dit blog staat, traditiegetrouw, vanaf morgen bijna twee weken stil. Omdat ik stil in een tentje ga zitten op de natuurcamping op Terschelling. O! Ik verheug me alweer op het ruisen van de zee, de uitgestrektheid van het wad, de grillige parapluduinen, het vallen in het zand, het tegen de wind oplopen.

A sense of place: dat is het thema van het Oerolfestival dit jaar. Ze gaan ineens op de engelse toer en ik weet niet wat ik daarvan vind: internationalisering gaat dat wel samen met a sense of place? Voor mij is mijn gang naar Terschelling, ik geloof alweer voor het viertiende jaar,  bijna een ritueel waarin ik, in der daad a sense of place vier.

Dat landschap waar ik in kan wonen en dat ondertussen al zozeer gemengd is met vele herinneringen, het draagt al zoveel sporen van verbeelding, creativiteit, verhalen... Gevoelens, gedachten en dromen ook, die ingeweven zijn in zovele voorstellingen die ik gezien en beleefd heb.

Dit jaar ben ik al helemaal niet meer gericht op voorstellingen. Ik wil er vooral ZIJN, me onderdompelen in dat landschap, de muziek die weer zal klinken op die prachtige locatie van het Groene Strand, en dat die muziek in stilte overloopt, als je honderd meter verder bent.

A sense of place... de tijd vergeten, leven met het licht en wanneer het donker wordt, meegaan met mijn eigen ademhaling, eindeloos de verte in kunnen kijken... ik gá weer en voel het alweer bijna in mijn aderen stromen: the sense of place.

Ontvouwing

Dat vind ik de fijnste dagen: die zich van zelf ontvouwen en waar je onderweg zomaar wat dingen in de schoot vallen. Ik bewonderde vroeg in de ochtend  het Romeins Legverband (zie vorig blogje), O! wat is het mooi geworden! en liep de stad in. Inpakdag voor mijn tentje naar Terschelling: plastic zeil, een gasbommetje, boeken. Ik vond voor de helft van de prijs het tweede dagboek van Susan Sontag, de periode 1964-1980, midden in de bloei van haar schrijverschap en ik viel voor de titel: As consciousness is harnessed to flesh.

Dat is toch precies het thema waar ik me altijd mee bezig houd: hoe en dat je bewustzijn elke keer weer vlees moet worden: in woorden, kunst, gedachten, beelden. Er is niks, wanneer je er geen vorm aan geeft en dat is een voordurende arbeid die aandacht en misschien ook een soort van discipline vergt. Wil je niet verwaaien, maar gronden en een basis krijgen.

Maar het gebeurt ook heel concreet, door nieuwe en andere vormen van communicatie: ik liep naar de bushalte van plan om naar huis te gaan, maar daar kwam bus 5 aanrijden. Ach, wat, laat ik daar eens instappen, eens kijken of Zusje en Nichtje L. thuis zijn, het was lunchtijd. Ja hoor, en nichtje L. installeerde tussen de sneetjes brood, What's App op Sammie. En dus gaf Sammie nu, op mijn werk een geluidje en ik lees: '(mir) JAM(metje) hoe gaat het????' Zoete jam, het bewustzijn van Nichtje op mijn ochtendboterham.

En de dag ontvouwde zich verder: naar een goed gesprek in de Franciscaanse leesgroep over onbevangenheid, wat liefde is, hoe je soms wel wilt maar niet kan: hoe moeilijk het kan zijn dus, om voor bewustzijn vormen van vlees te vinden waarin wederkerigheid en echtheid de dynamiek is. B. kwam met een voorbeeld: dat zijn doodzieke zwager, onder de morfine van de pijnen, meestal knock-out liggende in een stoel, ineens aan hem vroeg: 'Wil je een kopje koffie?' De levenskunst om dan 'Ja' te zeggen en niet: 'Wacht maar, ik haal het wel.'

Elke bewustzijn zit vast in het vlees en wil altijd verder en zichzelf onstijgen. Zo ontvouwde het thema van de dag zich nog verder, aan tafel met kaarslichtjes en vriend T. Daar ging het ook over een heel andere leefvorm, die op de drempel van bijna een nieuw etmaal onverwacht verschijnt, de cirkel is weer rond.

maandag 10 juni 2013

Romeins Legverband

Ik ben dit weekend heel basaal, bijdegronds bezig geweest. Ik heb mijn aandacht gericht op het Romeins Legverband. Tja, wat is dat? Ik wist er tot voor kort helemaal niks vanaf. Het is een wijze waarop tegels van verschillende grote gelegd worden op de grond. In eén pakketje zit 1 tegel van 60x40cm, twee van 40x40cm, twee van 20x20cm en eentje van 20x40. Duizelt het al? Welnu, twee van dit soort pakketjes en dan kun je Het Romeins Legverband neerleggen: een verspringende motief met onregelmatige  kanten.

Voor een vloerenlegger vraagt dit wel wat. Want ik verwacht dat je de neiging hebt om ze gewoon allemaal tegen elkaar te leggen in een keurige rechthoek, en zo de smalle, nieuwe keuken van L. door. Prachtige natuurstenen van Travertijn, het heelal, boom- en fossielerige motieven, zeeën, woestijn: elke tegel is een wereldje op zich. Ik moest er niet aan denken dat die verkeerd gelegd zouden worden. Tja, en dus bekijk je de tegels eerst. Je zoekt de mooie bij elkaar in een pakketje. En daarna kijken hoe dat Romeins Legverband het best tot haar recht zou kunnen komen.

Ik was er zo door in beslag genomen, dat ik gisterenavond laat ineens bedacht, nog geen meditatietekst voor de maandagochtend te hebben. En die kon ik ook niet uit me persen met gerichte aandacht. Loslaten maar, met pen en papier bij mijn hoofdkussen. Wie weet?...Toen het eerste vogeltje begon te fluiten werd ik wakker met de woorden:

In de stilte
luister ik
naar het zacht gefluister
in mijn ziel

'kom, kom maar
ik ben hier
van alle tijden'
een ruimte van
geluk en trouw, plezier

Het licht in mij
alles helder
een woning
muren van liefde
ik kom thuis.

Misschien dat het zwoegen op het Romeins Legverband de bodem is geworden in mijn brein van deze woorden die helemaal vanzelf kwamen: 'Mooie tekst', zei M. zoals je soms een lekkere maaltijd kunt brouwen uit toevallige ingrediënten.

vrijdag 7 juni 2013

Onbevangen

Eindelijk, eindelijk was het dan zo ver: naar buiten de natuur in en lekker gaan zonnen, zwempak en grote badhanddoek mee. Naar mijn favoriete plek: de Bisonbaai. Maar ik leer niet van al eerder opgedane kennis: er is sprake van hoog water en dus kwam ik bepakt aan en kon niet verder, de beesten van allerlei aard dienen weer beschermd te worden middels grote hekken van Staatsbosbeheer: op hun eigen terrein met de mens als grootste vijand, die wordt buitengesloten, gevangen in wie hij is: een bedreiging voor de levende natuur.

Oké, dan maar in de berm , op de dijk, tussen de hoge grassen, de paarse klaverbloemen, het fluitenkruid en alles geel bespikkeld met boterbloemen. Mmmm... en zo zit en lig ik daar rustig de hele late ochtend tot in de vroege avond. Ik las  In tijden van afnemend licht, een autobiografische roman van Eugen Ruge, over drie generaties van een Duits-Russische familie, lopend van 1952 tot 2001. Van DDR naar het vrije westen.

Een regelmatig terugkerende verhaallijn is die van 1 oktober 1989 in de DDR, dik een maand dus voor de val van de Berlijnse muur op 9 november. Ik denk de heel tijd aan U. uit Dresden, heel even komt dat perspectief zó dichtbij: dat je geen idee kunt hebben hoe binnen zo'n korte tijd je hele vanzelfsprekende leven op de kop wordt gezet. Je leeft vanuit aannames van een enigszins voorspelbare tijd. Denk je. Maar dat is niet zo. Hoe die Wende levensbepalend is geworden, iets waar je steeds op terugkomt.

Een steeds terugkerende vraag voor mij is: zou je dingen anders doen, als je zou weten wat je in de nabije toekomst te wachten staat? Worden dingen urgenter bij naderend onheil, oorlog,  een ziekte of dood van jezelf of  een ander? Dan realiseer ik me dat je ook de gevangene bent van de tijd waarin je leeft: alleen het hier-en-nu kan werkelijk je handelen bepalen. Al zou je dat soms anders willen.

We zijn maar beperkt. Mensjes op een aardbolletje, mensjes met een zeer beperkte tijd van leven.We kunnen visionair dromen, maar daar niet naar kunnen handelen. Ik las ondertussen ook bij Bonaventura over Franciscus van Assisi . In een stukje van een halve pagina,  komt tot drie keer toe het woord  'onbevangen' voor.

Hoe dat een kwaliteit van Franciscus was: onbevangen, met een tederheid de wereld, de dieren, de dingen, de mensen tegemoet treden. Dat is een mooi woord: onbevangen. Niet gevangen dus, binnen de muren van je eigen angsten, emoties, patronen, verwachtingen,denkwijzen....een mooi streven, dacht ik in die weidse Ooy, heel onbevangen.

donderdag 6 juni 2013

De kunst van...

Het is Nichtje dus overkomen met haar mobieltje, die bij mij Sammie heet: alles weg. Alles. Ook dus de foto's van haar met Minnie Mouse in Disneyland, maar gelukkig had ze er al een aantal gewhatsappt (is dit een werkwoord?), dus sommige
kreeg ze zo weer terug. Alles weg, de vergankelijkheid der dingen, ik heb er maar rekening mee te houden, dat alles wat Sammie nou voor mij bewaard, muziek, foto's, enzovoort, ineens weg kan zijn.

En hoe zit het dan met dit blog? Ik lees zelf bijna nooit uitgebreid mijn blogs terug, maar stel me zo voor dat ik als ik oud en de dagen zat ben, wel lekker eens rond kan scharrelen in deeltjes van mijn geleefde leven en nog eens kan genieten van alle mooie geplakte plaatjes.  Kan ik dit blog bewaren? Of moet ik daarvoor een computer hebben? Of zal ik me maar eens bedenken dat dit een goede oefening is in de kunst van het loslaten?

Ik oefen nu al een beetje met Sammie. Want de geheugenkaart zit al vol. Dus als ik nu een fotootje maak, dan moet ik een ander van mezelf wissen. Met muziek is het evenzo: voor elk nieuw nummer, moet iets anders weg. Het lukt me beter dan met boeken. Daar had ik me het ook ooit voorgenomen, maar de boekenstapeltjes blijven groeien in huis. Maar met Sammie is het anders: het MOET.

Soms moeten er dingen, die je zelf niet wil. Soms moeten dingen bijna, maar dan keert het zich toch weer naar een andere richting. Zo was ik bang om mijn mussenkolonie, die ondertussen meer een vogelparadijsje is, te verliezen. De woningbouwvereniging meende aanvankelijk dat al die dichtbegroeide klimop slecht voor het huis zou zijn. Wapenfeit nr. 1: in Februari heeft een technische beheerder defintief verklaard dat het niet slecht is voor de woning.

Wapenfeit 2 kwam vorige week binnen middels een brief van de Vogelbescherming: de mussenkolonie wordt beschermd door de Flora en Fauna wet. Dus die kan niet zomaar verdwijnen, dat moet aangevochten worden.  En hoe doen mensen dat met elkaar? Dat de ene niet zomaar kan verdwijnen voor de andere? Wellicht is dat een voordurend laveren tussen wetten die je bij jezelf verankerd, veel what's appen met elkaar en de kunst van het loslaten.