maandag 31 maart 2014

Kloosterserie: Clarissen

Ik was heel benieuwd wat er van gemaakt zou worden: ze hadden een heel weekende gefilmd in het klooster De Bron voor een aflevering van een half uur. De aflevering van het klooster Velp Grave in dezelfde kloosterserie, vond ik heel teleurstellend: dat valse geromantiseer rondom een klooster! Aan zuster M. had ik nog gevraagd of ze het niet eerst van te voren wilde bekijken. Maar nee, ze gaf het maar uit handen, maar had er wel een goed gevoel over. Dat hoop je dan maar mee.

Dus ik hield mijn hart een beetje vast: ik had gehoord dat de cameraploeg in de keuken een oude pan ontwaarde in het keukenrek onder en dat ze wilden dat die prominent neergezet werd. En dat zuster Clara gevraagd werd of ze de kaarsen in  de kapel in het donker wilde aansteken: 'Dat doe ik anders nooit zo !, nou ja, als ze dat graag willen..'.Het beeld werd gebruikt bij de vooraankondiging, die avond: Ja, heel symbolisch natuurlijk: het wordt licht in de duisternis. In een klooster.

Het was een zeer geslaagde aflevering, vond ik. Het gaf precies de juiste intentie en leefklimaat weer, die er is. Ja!, ja!, nou weet ik weer waarom ik me er ook zo thuis voel, dacht ik.Zij hebben die volkswijk rondom zich, ik mijn eigen wijkcentrumpje. Het prettig vinden, om die twee sferen om je heen te hebben. De plek van De Bron is het verlengde van mijn eigen leefplek.Ofwel: de tegenkant ervan, een soort van bijna een-eiige tweeling.

Het thema was keuzestress. Ik geloof dat men er ook, al doende, achter kwam, hoe dat er uit kan zien. Zuster C. vertelde, dat ze stomverbaasd waren dat het klooster geen auto had. Ze wilden filmen daar waar C. elke week mantelzorg verleent aan 5 medezusters. Met welke auto zullen we gaan?, hadden ze haar gevraagd. Dat weet ik niet, zei ze, ik ga altijd met de bus. Dus werd ter plekke besloten, dat er een interview moest komen in de auto van de tv.

Van Marianne had ik al gehoord hoe het einde zou zijn: Het hoort bij de serie dat bij het uitzwaaien, er nog een 'wijze' boodschap vanuit het klooster aan Leo Fijen word meegegeven. Dus M. zei dat ze gezegd had: 'Je ging naar binnen met het thema keuzestress: ik hoop dat je weggaat met het idee van keuzevrijheid'.

Je hoeft geen Claris te zijn, om dat te beleven. Keuzestress en keuzevrijheid zijn twee volkomen verschillende wijzen van ervaren omtrent hetzelfde: de wereld die aan jou  in alles een uitdaging geeft om daarin een vorm te vinden die bij je past. Ik zag dat ze Leo een sleutel gaf, die tenslotte in jezelf zit: een ieder heeft een sleutel, waarmee je zelf kunt beslissen welke deuren je dicht maakt en opent.

O, ja: ik ben zelf ook nog even te zien: in de kapel, lichtblauw fleece-vest met de ogen dicht. Dat doe ik daar het liefst. En in de 'buitenwereld' heb ik liefst mijn ogen open.

Uitzending Gemist. RKK Kloosterserie Bij de Clarissen in Nijmegen.

donderdag 27 maart 2014

Kapot

Mijn leraar Engels van vroeger, altijd in grijs pak, ouder, zo echt Engels, meende ik, alleen de bolhoed en paraplu die ontbrak, die leraar vertelde ooit over het woord 'kapot '. Op een zodanige wijze, dat ik daar nu aan moet denken, nu ik mijmer op het woord: 'kapot'.

Hoe hartverscheurend het is, om machteloos naar een mens of een situatie te kijken, die kapot is. Hoe een kapotte ziel, zichzelf niet heel kan maken, zo lijkt het. Of misschien is het zo, dat wat kapot is, nooit meer heel gemaakt kan worden. Hoe dat wat kapot is, alleen maar nog meer kapot maakt. Wat kan een mens kapot maken? Langdurige vormen van geweld en negatie. Bedreiging die in de botten en de bloedaderen gaat zitten en de levensadem doet stokken... Niks meer durven vertrouwen, niet een ander en ook niet jezelf.

Die leraar Engels liet zien hoe in een verhaal, een arme familie naar een naargeestige badplaats in Engeland op vakantie gaat en  in een verlopen  pension komt. De schrijver beschrijft dan, dat er aan de oude kapotte theepot met barsten een plastic schenktuitje bevestigd is. Die ook alweer vergeeld en verbruind is door de thee. De beschrijving van dat schenktuitje, daarin zit alles vervat, zo zei mijn leraar. Daarin wordt het onomkeerbare van die arme familie en alles wat niet goed verlopen is, beschreven.

Ik weet nog, dat mij toen in de schoolbanken een grote treurnis beving. Wat intens triest en hopeloos. Zou het echt zo zijn dat dingen onomkeerbaar zijn? Kunnen mensen en situaties niet veranderen, als ze dat met heel hun hart, zonder mitsen en maren willen?  Ik weet niet of ik het nu ter plekke erbij verzin, maar ergens moet het toch in die periode werkelijk gebeurd zijn: dat ik besloot dat wat kapot is, wél geheeld kan worden.

Ergens moet ik toen bedacht hebben, dat je eeuwig kunt blijven rommelen aan zo'n oude theepot, met zo'n vies verschraald tuitje en daar eindeloos de thee uit kunt blijven schenken en steeds maar bang kan blijven dat die weer zal gaan lekken.  Maar dat je ook even flink kan sparen, ook al moet je daar wat voor laten en de broekriem een poos strak voor moet aantrekken. En dat je dan een nieuwe glimmende theepot kan kopen, in de jouw gewenste kleur, met een leuk motief. En dat je dan dat oude ding tegen de muur kunt smijten, in duizend stukken; kapot.

Meebewegen...

Woorden... ze dienen ergens toe en ze dienen nergens toe. Je zou soms willen dat ze als gereedschap zijn en aan de weg kunnen timmeren en kunnen opbouwen. Maar omdat je nooit weet hoe de ontvanger eraan toe is, weet je niet wat je woorden bewerkstelligen. Als de ander een sloper is dan verdwijnen je woorden naar het rijk van de fabelen. Als de andere een sprookjesverteller is, ja dan ook...

De enige, die jouw woorden zo kan horen, zoals je ze bedoeld hebt, dat ben je in feite alleen maar zelf. En in de ruimte van de meditatie, ja, ook daar is de kans het grootst dat je woorden aan de weg kunnen timmeren. In mijn ervaring timmeren ze in ieder geval wel aan mijn eigen weg: de woorden die ik daar zelf verzin en uitspreek, die snijden tenminste voor mezelf hout. Hout, tot een beeld, een vorm, tot 'íets' dat gelukkig stemt...

Dus deze week houd ik me maar aan mijn eigen woorden vast, van de maandagochtendmeditatie:

Zacht zijn en toch niet slap
Meebewegen en toch je eigen koers volgen
Zwaartekracht ervaren
in het aangezicht van Licht:
De dans van het leven dansen
met vreugde en geduld.

'Meebewegen en toch je eigen koers volgen': die vind ik op dit moment het meest uitdagend. Ik denk dan aan de bewegingen in de tai chi: ze zijn vooraf vastgesteld, maar ze geven alleen maar kracht en energie als je daarbinnen toch je eigen koers volgt. Het is een soort van delicate balans, een tastend en speurend, dingen doen en laten.

woensdag 26 maart 2014

Universele verhalen

Iemand zei eens tegen me dat ik in een wel heel snel tempo dingen lees, bekijk en tot me neem. Dan doemt er al bijna een beeld op van een schrokop en een veelvraat. Of ik zou op de vlucht kunnen gaan, me verstrooien en me kunnen verdoven voor het leven, door me telkens te voeden met allerlei dingen: boeken, films, muziek, kunst, tentoonstellingen...

Ik denk dat het juist het omgekeerde is. Ik blijf wakker en alert door kennis te nemen van allerlei dingen. Volgens mij is het juist mijn kloosterlijke kant, waarvanuit ik dit zo doe. In het klooster is er ook veel tijd ingeruimd voor lezing, studie, meditatie, persoonlijk gebed. Doel daarvan is om juist dichter bij jezelf en anderen te komen: je schept nabijheid door wat er naar je toe komt te bezien en te ervaren  in het licht van het grote geheel.

Daar leest men veel in de Bijbel (tenslotte een bibliotheek van boeken) en andere 'geestelijke' schrijvers en denkers, en men noemt dat grote geheel God, de Levende, de Eeuwige. Ik noem dat grote geheel: de oneindige variatie, worstelingen, inventiviteit en creativiteit van het menselijk brein. Overal waar mensen zijn gebeurt er iets en ik kijk en mijmer daarover vanuit het perspectief van het zoeken naar het Licht en lichte, dwars door de duisternis en de donkerte heen.

Dus, vooruit met de geit: wat nam ik de afgelopen weken zoal tot me? Ik beluisterde en las De Vergelding van Jan Brokken. Voor het eerst een luisterboek, met de tekst daarbij. De expressieve, heel aanwezige stem van Brokken reconstrueert uit honderden interviews en nog meer documenten en vertelt over een klein dorp in de rook van Rotterdam, Rhoonen geheten, hoe het leven daar was, toen de Duitsers het bezetten. Een hoogspanningskabel ligt op een avond op de dijk, per ongeluk? sabbotage? , een Duitsers komt om en als vergelding worden er willekeurig zeven mannen uit het dorp doodgeschoten.

Een dorp vol verhalen, intriges, vriendschap en verraad. En ik denk dan: ach... wie zou ik zelf geweest zijn in zo'n dorp? Als ik jong was en wat wilde maken van het leven, op zoek naar wat vrolijks en niet naar zwaarte: Misschien zou ik dan ook wel verliefd kunnen worden op een Duitse jongeman, even vergetend, dat hij ook uiteindelijk in zijn  persoon De Vijand, de Mof is.

En ik ben weer even lichtelijk verslaafd aan een Deense dvd-crimi, Dicte geheten. Na vijf minuten was ik al verkocht: je ziet een meisje in barensnood met een doek voor haar gezicht  en haar pasgeboren baby moet ze van haar moeder afstaan. Dan zie je haar in de huidige tijd als volwassene voor een gebouw van de Jehova's, haar ouders komen eraan en die keren zich van haar af. Dan komt haar vader toch nog even uit de kerk en geeft haar de adoptiegegevens, van haar nu 24 jarige zoon

Dicte blijkt misdaadverslaggever, net gescheiden, wonend op het platteland nabij Aarhuus, met haar dochter van bijna 18. Dan ervaar je hoe het leven van iemand getekend is en welk levensprogramma er geleefd moet worden: Je snapt haar dominantie en doordrammerigheid en vasthoudendheid. Zo ook haar kwetsbare kant die ze het liefste verstopt, en het steeds weer zoeken naar de waarheid, geen onrecht duldend.

Ach... en zo probeer ik dan al lezend en kijkend, wat meer te begrijpen van de mensen om me heen. Want de strijd en het zoeken naar licht en geluk, door de zwaarte en duisternis heen, is universeel.

zaterdag 22 maart 2014

Naald en ruimte

Het rare in het leven is, dat wanneer je elk mens afzonderlijk diep in de ogen zou kunnen kijken en zou vragen wat ze het liefste willen, ze waarschijnlijk allemaal hetzelfde zeggen: Ik wil liefde en nabijheid. Ik wil vrede en harmonie. Ik wil een goede gezondheid. En daarna volgen voor sommigen wellicht: ik wil rijk zijn. Of: ik wil invloed hebben. Of ik wil een betekenis hebben in dit leven.

De goede gezondheid is niet te regelen: je kunt niet regelen of controleren dat je lichaam het goed blijft doen, hoogstens wat optimale voorwaarden scheppen. Die liefde en nabijheid, geen ruzie en geen oorlog: kennelijk is die ook al niet te regelen, want anders zou het er in het algemeen een stuk mooier uitzien op de wereld en tussen de mensen onderling. Wat is de belangrijkste voorwaarde dat dit wel zou kunnen lukken?

Nu denk ik : Ruimte. De geestelijke ruimte waarin je de andere vrij kunt laten, kunt accepteren en respecteren. Het lijkt wel een paradox: hoe groter die ruimte kan zijn tussen twee mensen, hoe nabijer ze elkaar kunnen zijn. Die ruimte wordt ook gemaakt door twee geesten: de begrenzing en erkenning van elk, vormt de ruimte van beide.

Sommige mensen zoeken nabijheid met anderen, door een poging de andere als het ware in te kapselen in de eigen wereld. Met verstikking en de dood als gevolg. Tragisch ook: want dat waar ze zo haastig en gretig naar op zoek gaan, dat krijgt geen levensadem meer, omdat die ander er alleen maar mag zijn binnen het grote 'Mits': te moeten passen in de wereld van de ander. Geen mens kan bestaan, geen liefde kan bloeien, echte ontmoeting en nabijheid is onmogelijk, als er de muur van de voorwaarde, de Mits tussen in staat.

Tja. Het regime van de Mits van een ander is beknellend en kapotmakend. Niet alleen voor degene die dat aangezegd krijgt, maar ook voor degene die zo'n Mits nodig heeft in het zoeken naar verbinding met een ander. Dat Mits is de schaar, die elke keer weer verbinding die er gemaakt is, weer los knipt. Het mes van de Mits snijdt door, beschadigt,geeft scherpte en heel veel losse stukjes en losse eindjes.

Het mes van de Mits is daar waar de angst in groeit, is de kiem waar het oorlogsgebied een vorm krijgt, is de plek waar emotionele chantage, manipulatie, dwang, schaamte, kilte, controle, verwoesting, woede, wantrouwen groeit. Het is de plek van het absolute isolement. Waar alle ruimte kapotgesneden wordt in duizenden stukjes.

Er is maar één naald nodig om de dingen mee te verbinden en aan elkaar te naaien. Eén naald om de lege ballon van het Mits mee door te prikken. Eén naald om alle kleerscheuren mee te herstellen. Eén naald om ruimte mee te scheppen. Helaas is voor sommigen het vinden van die naald, als het zoeken van een speld in de hooiberg.

Misschien kun je het niet zoeken, en kun je alleen maar het mes weggooien. Diep ademhalen en dat durven. Wie altijd met een mes op zak heeft gelopen en daar dreigend naar iedereen en alles mee heeft gezwaaid, die voelt zich waarschijnlijk weerloos en klein en bang om zonder mes door het leven te gaan. Maar heel misschien wordt je dan zo klein dat er ineens iets anders levensgroot opdoemt: een naald.

donderdag 20 maart 2014

Lentedingen

Lentedingen: met je ogen gesloten in de ochtend op een stoeltje buiten in de zon genieten, die vandaag twintig graden zou kunnen gaan schijnen.Een vleug van parfum gaat langs mijn neusvleugels. Ik doe mijn ogen open en zie een meisje voorbij fietsen. Ik wil mijn bakje ledigen in het compostvat achter in de tuin: Ik dacht een weekje geleden alleen wat oud blad erin gekieperd te hebben. Groen blad steekt uit de deksel naar buiten en een klein geel narcisje.

Lentedingen: die levenskracht die altijd maar door gaat en onverwachts de kop kan opsteken. Ik kwam een gedicht tegen van kennelijk een zeer bekende Turkse dichter Nazim Hikmet, dat 'Over het Leven' heet, uit 1947:

En zo serieus moet je het leven nemen
Dat je op je zeventigste nog een olijftak poot
En dan niet om aan je kinderen na te laten
Maar omdat je ondanks je vrees voor de dood
Niet in de dood gelooft
Omdat het leven zwaarder weegt.

Zo is het maar net. Je plant of doet dingen die de belofte van groei in zich dragen, niet omdat je dat voor je kinderen doet, of voor een ander of voor een onbekende toekomst. Je doet dit soort dingen, omdat het leven naar je toe komt, elke moment van de dag. In elk mens, in elke gebeurtenis, in elke ademtocht die je gegeven wordt.

En als dat leven zich terugtrekt en de dood daarop volgt, dan kun je niks anders, na tranen vergoten te hebben, je weer toewenden naar de lentedingen. Omdat het leven zwaarder weegt.

woensdag 19 maart 2014

Perspectiefwisseling

Het blijft elke keer weer verrassend hoe herkenbaar en actueel die derde brief van Clara van Assisi aan Agnes van Praag is. Nu stond er:

Zo zul je helemaal voorbij gaan aan alles
wat in deze bedriegelijke en verwarrende wereld
hen verstrikt die in hun blindheid alles liefhebben.

Een regel later gaat het over iets heel anders. Ik mag de vragen maken, dus ik vroeg: Clara maakt hier een 'reuzensprong'van verstrikt zijn in een bedriegelijke wereld naar de zon en de maan die schoonheid bewonderen en weldaden zonder grens. Kun jij deze sprong mee voltrekken? Wat roept het bij je op?

En ja: Opnieuw vertelde een ieder aan tafel, hoe dat, soms dagelijks te werk gaat. Elke keer weer bij jezelf ervaren hoeveel rommel er soms in je zit.'Rommel!'wat een leuk woord, voor al die ruis in je, reageerde ik. En hoe je dan iets doet, waardoor je als het ware in ene keer weer het mooie ziet, en het dan grenzeloos ruim kan worden, waar zon en maan aan het firmament staan.

Je kunt je afvragen of dit de kern en de kracht van alle religie is. Waar in het Christendom heel specifiek een mens centraal staat, die ook wel de Zoon van God genoemd wordt en wiens leven in feite mislukt is, omdat hij aan een kruis komt te hangen. 'Ik geloof daar allemaal niks van', zei zuster J. , 91 jaar oud, 'Jezus was gewoon een mens hoor, ik geloof ook niet dat hij verrezen is.' Zo, dat is dan duidelijk: Het gaat niet om wat er letterlijk gebeurd is, maar het verhaal vertelt over die perspectiefwisseling, die je dagelijks soms hebt te maken: van bedriegelijkheid, verwarring, je verstrikt voelen naar...? Een ruimte die niet te controleren is, want zonder grenzen.

Maar ja, er zijn veel mensen die zo'n perspectiefwisseling niet kunnen maken. Omdat ze...? Er geen kennis van hebben dat dit mogelijk is, omdat angst hen bevangt en hun verstrikt houdt, omdat hen de moed ontbreekt, omdat ze er te lui voor zijn, omdat ze gewend zijn geraakt aan hun eigen kleine, benauwde wereld. Enzovoort. Op sommige van die mensen knappen welzijnswerkers, therapeuten, vrienden en geliefden af. Je hoopt op een perspectiefwisseling, maar al je energie verdwijnt in een zwart gat: en jij blijft onzichtbaar voor ze, met al je goede bedoelingen.

Gelukkig gebeurt het ook wél: dat mensen weer het heft in eigen handen nemen van hun leven. Ik zag de film The Best of Men. Heel bemoedigend. Het is het waargebeurde verhaal van de in 1944 joodse gevluchte arts Dr. Guttmann, die in het Engelse dorpje Stoke Mandeville komt te werken op de afdeling van gewonde soldaten met verlammingen en dwarsleasies. De afdeling van de bijna doden: ze werden verdoofd met pijnstillers, verpakt in gips, met stinkende doorligwonden. Hij haalt ze uit hun isolement, laat ze fysiek zich inspannen en organiseert sportwedstrijden om hen bezig te houden. Zo vergroot hij hun krachten, ook de mentale. De Manderville Games in 1948 werden de voorloper van de Paralympische spelen.

Het blijft een altijd durend raadsel voor me, waarom de ene niet en de andere wel de mentale kracht heeft, om opnieuw te kunnen beginnen in het leven. Guttmann zelf blijkt zijn hele familie al verloren te hebben aan de gaskamers. Hij en zijn vrouw zijn over. Deste meer reden om te gaan dansen! zegt hij tegen zijn vrouw, wij doen dat nu voor alle anderen. Het is zo'n perspectiefwisseling die je iedereen wel zou gunnen.