vrijdag 29 september 2017

Januskoppen

Wat wordt er toch van mensen in de huidige samenleving gemaakt? Iedereen moet meerdere maskers dragen, waardoor er Januskop-achtige situaties ontstaan. Gisteren maakte ik dat mee met mijn werkgever. Er zou gezocht worden om mij 'op een nette manier uit dienst te laten gaan', maar er bleek van alles financieel niet haalbaar en  ik kon niet akkoord gaan met het uiteindelijke voorstel. En alles tevoren, wat verliep in het taalspel van: 'Laten we er geen welles en nietes van maken' en de gezellige kennismaking met het nieuwe bureauhoofd van een week tevoren, verdween als sneeuw voor de zon.

Ik werd er emotioneel van. Ook misschien omdat het niet gelukt was, maar vooral door die kilte en vervreemding die er dan ineens tussen jou en de anderen gaat hangen. Er daalt een scherm neer en bij de nieuwe situatie waar je niet meer samen dezelfde weg kunt bewandelen, ben je in een fractie van een seconde verworden tot de vijand en daar hoort een ander taalspel bij: Die van: 'we hebben ons best gedaan, jij werkt tegen, je bent niet werkwillig, we hebben geen boodschap aan jou verhaal', Toegegeven: er was één moment waar de personeelsfunctionaris zei:  'Wij vinden dit ook niet leuk'.

Deze week is het de Week van de Eenzaamheid. Ik kwam er toevallig achter. Ik liep Appie binnen een zag bij de gratis koffiehoek, dat er nu tafels gedekt waren en er allemaal mensen zaten. Ik wilde snel een brood kopen voor mijn lunch, maar ik hoorde ineens door de hele winkel heen: Mirjam, Mirjam! Bleken er tussen de mensen aan die tafeltjes  de vrijwilligers T. en J. te zitten van De Grondel, mijn oude werkplek. 'Kom, hier! Richard haal eens even een bord voor haar, wat wil je? Zeker een croissant, ja , eet nou maar!' 'Nou je bent niks veranderd', zei ik lachend tegen T. 'Lekker aan het commanderen!'

Tegenover me aan tafel zat er een vrouw van Sensoor. Dat is ook toevallig, zei ik, want ik ga misschien uit dienst en speel met de gedachte om  dan bij jullie vrijwilliger te worden. Sensoor is wat vroeger de telefonische hulpdienst heette, dag en nacht bereikbaar voor mensen in nood of zij die gewoon een praatje willen maken. Zij organiseerden deze lunches, tezamen met Albert Heijn. Goede oude Appie, zij hebben in hun visie zitten, dat zij als supermarkt contact willen hebben met de buurt. In het kader van de week van de eenzaamheid, dus.

Wie weet daar nou van? Alleen die organisatie die zich gespecialiseerd hebben in opvang en zorg van de 'medemensch', ben ik bang. Alweer een kwestie van taalspelen: wat in de ene wereld een werkelijkheid is, bestaat nauwelijks in de andere. Heeft eenzaamheid niet exact dit als bron? Dat iedereen zit in eigen bubbels, en dat het bijna niet mogelijk meer is om daar één gedeelde bubbel van te maken?

Dus vanaf volgende week zit  ik weer in de bubbel van de 100% ziektemelding en die zal weer een eigen werkelijkheid gaan genereren. Waarvan de meest vervelende kant is, dat ik mij moet verhouden tot een mensen die steeds zullen zeggen dat  mijn niet tegen kunstlicht kunnen niet bewijsbaar is gebleken. Liever was ik elegant uit dienst gegaan, na exact 29 jaar. Maar dat zit er dus niet in. Ik zal het maar als een uitdaging beschouwen om zo veel mogelijk Januskoppen te verslaan.

donderdag 28 september 2017

Vertrouwd en o zo vreemd

Hoe je ook wordt die je bent door de mensen om je heen. Dat is een cliché. En hoe is het, als je weet dat jij doorslaggevend kunt zijn voor het geluk van die ander. Ook dat is bijna een cliché: dat gebeurt in elke gelukkige liefdesrelatie en ook als de band tussen ouders en kinderen goed is. Maar het maakt het wel een beetje anders als die band niet spontaan natuurlijk gelijkwaardig en wederkerig is.

Dit soort van mijmering ontstaat nu, omdat ik een aflevering bekeek van de televisievertelling van Wim Kayzer, alweer uit 1995 Vertrouwd en o zo vreemd en daarna ook weer in het gelijknamige boek ging lezen. Hij brengt  in een kasteel wetenschappers, schrijvers, kunstenaars en uitzonderlijke individuen bij elkaar, op zoek naar de rol en de betekenis van het geheugen en het bewustzijn.

Nu was ik gefocust op de individuen. Ze zijn als het ware de wonderlijke paradijsvogels van ons brein: dát kan dus ook, denk je dan. Zoals Gabriël Minne, een Belg die schoolborden vol cijfers met ingewikkelde berekeningen helemaal kan reproduceren, maar in het geheel niet geïnteresseerd is in lezen of het wereldgebeuren en voor wie muziek alleen maar akelige klanken zijn. Of mevrouw Nobbe: al diep in de Alzheimer, maar haar gezicht gaat glanzen bij kinderliedjes van vroeger en ze neuriet mee. En Derek Paravicini, blind, twaalf jaar, autistisch?, ongeveer twee en een half jaar oud als je met hem spreekt, maar een fantastische musicus op de piano.

En dan heb je Moriz Kommer: hij heeft  na een hersenbloeding een geheugen voor de laatste drie minuten en daarna vergeet hij weer alles. Steeds opnieuw herhaalt hij zich, alles begint steeds opnieuw. Hij vind zich zelf een gelukkig en tevreden mens. Hij weet dat hij geheugenverlies heeft, maar hoe ernstig? Voor Gon, zijn vrouw is het veel erger. Ze zegt dat ze zich soms robotachtig voelt omdat ze steeds maar moet blijven herhalen, geen echte gesprekken met hem kan voeren. Niet boos en ongeduldig kan zijn omdat Moritz helemaal niet zou begrijpen waarom dit zo is. Wat een verantwoordelijkheid heb je dan. Hij kent en herkent haar wel, zijn leven zou instorten als zij niet in zijn omgeving was, maar hoe moet het leven voor haar zijn? Ze zit vast in een soort van loop, elke keer weer, eindeloos. Ik weet niet of ik dat zou kunnen: bij iemand blijven, in de meest letterlijke zin.

Mooi is de wereld van Richard Wawro. Zo is in ieder geval de sfeer van zijn schilderijen, die hij met oliekrijtjes maakt. Soms omdat hij het in het echt gezien heeft, soms vanaf een foto in een tijdschrift. Maar hij kopieert niet: ze stralen van  warmte en verte, en poëzie. Thatcher heeft schilderijen van hem gekocht en ook de vorige Paus. Je kunt niet met hem praten, maar hij weet feilloos alles, wanneer iets gebeurd is. Dankzij zijn ouders, is het zo goed met hem gegaan. De vader vertelt dat zij het advies kregen: stop hem in een inrichting, krijg een nieuw kind...

Dat leven van Richard Wawro lijkt zonder zorgen. Zijn schilderijen lijken zich te verheffen uit het alledaagse en banale. Dat is zijn geschenk, ook aan zijn ouders lijkt me, waardoor het makkelijker is om aan ander met voortdurende zorg te omringen .Iets in dat brein, wens je iedereen en jezelf toe. Uitzichten maken die je over de wereld zelf het gevoel geven van 'Vertrouwd en o zo vreemd'.

dinsdag 26 september 2017

Doof en blind

Een paar jaar lang, ongeveer 27-28 jaar geleden, zag ik hem een paar keer in de maand. Hij was lid van de schaakclub, die wekelijks clubavond had in het Wijkcentrum waar ik toen werkte. In de pauze nestelde hij zich op een barkruk, in de hoek tegen een muurtje aan. Anderen bestelden iets te drinken voor hem. Hij zat daar meestal stralend, aan het genieten, verwachtingsvol, ook al zat hij er meestal alleen.

Vaak heb ik me erover verwonderd en het ook bewonderd: want Frans was doof en blind. Dus je kon niet gewoon een kort praatje met hem maken, ik heb hem alleen al die jaren koffie of een biertje ingeschonken. Heel veel jaar later zag ik hem weer, op de verjaardag van H. die vierde dat ze 50 werd. Ik wist wel al dat zij al jarenlang elke week met hem ging zwemmen. Opnieuw betrapte ik mezelf op hetzelfde: je wilt spontaan iets zeggen tegen hem. En dan  realiseer je je ineens dat hij mij helemaal niet kent en ik hem jarenlang wél heb gezien.

Afgelopen weekend las ik het boekje dat vol staat met verhalen, herinneringen, anekdotes,  foto's van alle mensen om hem heen: zijn zus, een vaste begeleider, vrienden en de vele vrijwilligers in het netwerk om hem heen die hem een weekschema met activiteiten gaven. Frans was de eerste doof-blinde persoon in Nederland die zelfstandig woonde: De kunst van het leven zonder horen en zien, samengesteld door Judith van der Graaf., heet het boekje, vol foto's ook en hij heeft de boekpresentatie nog meegemaakt.

Wat weet hij van de inhoud zelf, vraag ik me nu ineens af. Heeft iemand het in gebarentaal voor hem hertaald? Weet hij wat al die mensen van hem vinden? Niet lang na de eerste druk is hij overleden, na niet heel lang ziek geweest te zijn. Twee weken voor zijn dood zei hij tegen zijn zus: 'Frans Punselie is afgelopen, klaar, weg. Niets meer.'

Na lezing werd ik bevangen door een soort van... ja misschien wel een nog diepere bewondering en ook, dat er zo'n groot raadsel overblijft.Want je leest wat Frans allemaal betekent heeft voor al die mensen om hem heen, wat ze aan hem ervoeren en daarin zit ook vaak het besef hoe blij je kunt zijn zelf wél te kunnen zien en horen. Muziek, film, uitzichten, kleuren, kunst, vrijheid van gaan en staan, vrijheid van korte onnozele ontmoetingen, geen weekschema... dat alles en nog veel meer was er niet voor hem.

Dus het was altijd doodstil en donker om hem heen. En je praat nooit. Alles met vier-handen-gebarentaal en letters spellen in de handpalmen Eigenlijk kan ik me daar niks bij voorstellen, hoe dat zou voelen om zo te leven.... Helemaal afhankelijk zijn van anderen: Niet zomaar een beetje kunnen gaan ronddwalen in je uppie, laten komen wat komt. Als niemand je vertelt dat er bladblazers bestaan, dan denk je dat al het blad met kruiwagens wordt weggehaald, om maar een simpel voorbeeld te noemen. Want Frans heeft een deel van zijn leven nog wel kunnen zien.

Wat een overgave en vertrouwen moet je ontwikkelen, om een leven te kunnen leven.... Wat een sterke persoonlijkheid om dit met warmte, humor en een stralende lach te kunnen doen. Na het bericht dat hij ook blind zou worden, wilde hij dood. Toch heeft hij besloten daarna om te leven Dat moet een zeer  bewuste wilsdaad zijn geweest in de wetenschap nog meer te gaan verliezen...Wat me raakte was dat hij zijn leven het cijfer van een zes gaf. Het was voldoende.

maandag 25 september 2017

Boerderie 2017

Ik heb een prachtig heel lang weekend gehad op de boerderie, vlak over de grens in Duitsland. Ik kwam aan en liep meteen naar de moestuin. Dat is er één van de attracties: het roept bij mij de tijden wakker dat ik elke week minstens een dag werkte in de kloostertuin in Velp-Grave en en daar ook een kamer had. De afwisseling van werken in de tuin en... laten we het nu maar noemen 'rust- en- mijmering -en- meditatie' pak ik daar, op de boerderie,  zo weer op.

Nu liep het iets anders, want aangekomen bij de moestuin, zag ik bijna geen moestuin meer. Het was een zee van groen, nergens bruine aarde tussen rijen gewas te bekennen. Er staken wat hoge preistronken uit, en wat friemelig, waaierig blad van venkel en enkele roder bladeren van rode biet. Er zouden ergens raapstelen moeten staan, lekker voor een stamppotje: ik zag ze niet... Dus ik ben als een kamikazepiloot onkruid gaan wegtrekken, te herkennen aan heel kleine witte bloemetjes, met elk een geel stipje daarin..

Wat een zéér bevredigend werk! Want uiteindelijk lwam de moestuin weer te voorschijn: Hé, hier staat een rijtje veldsla, O, daar verschijnen andijviekroppen en eer rijtje rode snijbiet ertussen, hé aan de rand staan aardbeienplanten, en er is nog een heel bed Nieuw Zeelandse Spinazie, aha, naast de boerenkool en de oranje Oostindsiche kers, dáar staan vier rijtjes met raapsteel. Enzovoort. Elke handeling die je doet, heeft zin. Het was net als mest kruien in het klooster, maar dan anders.

Ondertussen scheen de zon uitbundig, genoot ik van de passiebloemen en de Oost-Indische kers die over de hele flank van de muur groeien, keek ik naar de bruine scharrelkipjes tussen de struiken, het witte en het zwarte schaap in een afzonderlijke weide, de poezen Sammie en Joep waren steeds in de buurt, voor de laatste maal liggen in het gras en met je blote voeten de sprieten voelen en 's avonds was er een prachtige heldere sterrenhemel.

Vlagen van weemoed gingen ook door me heen. Ik heb dat wel vaker, als iets als geheel goed aanvoelt, maar nu was het ook omdat de laatste keer dat ik er was, Moeder ook nog op bezoek was geweest. Ik herinnerde me, hoe ze, de auto nauwelijks geparkeerd op het ongelijkmatige erf, ze, met haar rollator naar voren, de tuin in snelde, zó nieuwsgierig naar het huis en de omgeving. Ze hield van 'huizen kijken'. Vroeger als kind reed ik al weleens met haar, heel langzaam langs villawijken en dan gaf ze commentaar wat ze wel en niet mooi aan die huizen vond.

Ach, Moeder... Zo zeer op zoek naar het goede en aangename in het leven, een soort van instinctief, innerlijk streven, ook al was dat al hobbelend met een rollator, onhandig voorwaarts. En dan je eigen sterfelijkheid, die onontkoombaar is: 'Het zwaard van Damocles hangt boven mijn hoofd', zei ze  eenvoudigweg. Maar bang voor de dood was ze weer niet....

Dit soort dingen gingen door mij heen, zittend op een bankje in de zon. En toen fladderde daar ineens weer een dagpauwoogvlinder. 'Áls je nou even neerstrijkt op mijn broek, dan weet ik dat jij het bent,' dacht ik. Terwijl een andere stem in je ook meteen zegt: hé, wat een onzin! Maar de vlinder streek neer en opende even haar vleugels voor me. En ondanks de gedachte dat dit toeval is, valt het je óók toe.

vrijdag 22 september 2017

Saxofoon-muppet

Er was eens een reorganisator. Die maakte mij duidelijk dat ik zo snel mogelijk uit dienst moest. Ik kan niet meer tegen kunstlicht en dat kan natuurlijk niet in een wijkcentrum. Ja, daar ben ik het wel mee eens: beetje raar als iemand met een zonnebril en een hoedje  je tegemoet komt. Ik zie nu de saxofonist is het, geloof ik, in de Muppet Show voor me. Donkere bril, slap hoedje op:  zelf vind ik dat ook niet fijn om zo'n sfeertje om je heen te hebben.

Dus oké: uit dienst en hij verzekerde me dat er binnen de gemeente ook echt geen ander werk was, zonder kunstlicht. Simpel gezegd: je krijgt een bedrag mee en dat heet dan een Vaststellingsovereenkomst. Ik was indertijd, dat was begin april daar geheel door overvallen. Je kunt dan wel gewoon WW aanvragen, hoor, was het. Het voorgestelde bedrag zou mij gemaild worden, ik had een week om  na te denken. Maar de mail kwam niet.

Men had een foutje gemaakt. 'Het was allemaal ingewikkelder dan ze hadden gedacht', wat inhield dat men erachter was gekomen dat men die WW zelf moet ophoesten, de werkgever bleek eigen risicodragend, en in het gesprek van vandaag blijkt dat zeven jaar WW te zijn, tot mijn pensioengerechtigde leeftijd. Ze gingen dat dus niet doen. Of ik dan met prepensioen wilde gaan? Dat bedrag bleek maandelijks onder het bijstandsniveau te zitten en daarna zou ik zo  ongeveer alleen maar AOW hebben. Als daar nu een bedrag bij zou kunnen, was ik geneigd om daar in mee te gaan,

Mijn gezondheid gaat voor, tenslotte. Bovendien ben ik er na zes weken vakantie, waarin ik me zo weinig mogelijk aan kunstlicht heb blootgesteld, achter gekomen dat ik me in de laatste week daarvan, me ineens de oude voelde, zoals voor het ongeluk in 2003. Ik lag in het donker in mijn tent in Venetië en dacht, wat is er toch met me? Het voelt zo raar, bekend en onbekend: voor het eerst sinds al die jaren géén duizelingen meer in mijn  hoofd, alles helder en klaar.

Daar wil een mens wel meer van hebben, dus ik dacht: dan maar dat prepensioen, al werd het van alle kanten   afgeraden.Ga je een beetje je eigen pensioen opeten, terwijl je niet tegen kunstlicht kan! Maar het punt is, dat daar  geen medisch, aantoonbaar bewijs van is, het is alleen Ikke maar, die dat dagelijks ervaart, een zombie-muppet af en toe...

En vandaag kreeg ik het nieuwe voorstel. Dan zou ik 9 uur gaan werken per week, ergens in de buitenlucht binnen de gemeente (daar denkt men nu wel een plek te kunnen vinden...) de helft van mijn contracturen, maar wel 75% daarvan betaald. En dan op 63 jarige leeftijd met prepensioen. Dat is een nieuwe regeling die het Generatiepact heet. Wel een sympathieke regeling: zo maken oudere ambtenaren plaats voor jongeren omdat er 25% van hun loon vrij komt. Maar in mijn geval is het niet sympathiek. Want de reden is een andere: ik heb dan in die drie jaar net genoeg pensioen opgebouwd om daarna het voor de rest van mijn leven met ongeveer 100 euro per maand minder te doen dan nu het geval is.

Dus ik moet drie jaar op een houtje gaan bijten, met een vierde minder loon. En werk aanvaarden buiten, ja, dat kan leuk zijn, maar toch echt niet binnen de sportwereld, zoals de suggestie al was, dat is in het geheel niet een cultuur waar ik me thuis kan voelen. Ik hoopte met prepensoein zinvol vrijwilligerswerk te vinden, met mensen: die coachen, luisteren, begeleiden... Dit voelt aan als een milde gevangenisstraf, het beeld van de Daltons in Lucky Luck, geketend aan een zware bal, rotsen uithouwen, komt me nu voor ogen. Daar kan ik toch niet mee akkoord gaan? ...

Wat nu dan? De reorganisator is ondertussen met stille trom vertrokken. Ik hoop toch echt dat er andere opties zijn. Deze saxofoon-Muppet schommelt nog even verder op het werk-pad...

woensdag 20 september 2017

Firenze Lai

Deze dagen kwamen plotsklaps de schilderijen van Firenze Lai in mij bovendrijven. Zij komt uit Hong Kong en maakt kleine schilderijen met menselijke figuren daarop in lichtgrijze pasteltinten. Maar het 'pastel' is niet zoet, maar eerder wat teruggetrokken van kleur. Die menselijke figuren zijn alleen of met zijn tweeën, maar soms te groot voor de ruimte waarin ze zich bevinden, of ze zitten net niet gemakkelijk, zijn log en traag... ze lijken zoekend, een beetje op drift, maar niet wanhopig, eerder wat melancholisch...

Ik zag haar werk op de Biënnale, natuurlijk, in het Paviljoen van de Vreugde en de Angst en dat werkte bij mij een beetje zoals bij het lezen van een brief: je leest het de eerste keer integraal en sneller, en daarna een passage nog eens, en soms kan bij overlezen je ineens iets heel anders opvallen. Bij haar gebeurde het me, dat ik bij een derde keer kijken, een schilderij heel erg bij me binnen kwam en  ik me  afvroeg of ik het écht al eerder had gezien.  Ja,  met het oog moet dat wel, ik ben gewend om altijd langs de dingen te lopen, stuk voor stuk, en nooit alleen maar snel een blik op het geheel te werpen.

Dat is de vrucht van tijd en aandacht: dat  het werk zich ergens kan wortelen in je geest... en dan komt het nu tevoorschijn: Misschien omdat de toon en de teneur van haar schilderijen nu aanwezig is, nu de herfst in aantocht is. En ik sprak L., in de bieb, hij kwam naast me zitten. Ons hele contact bestaat in elkaar één keer in de zoveel tijd in de bieb of in Appie tegen komen en dan al onze wederzijdse kennissen, namelijk oud-studiegenoten, afgaan en horen van elkaar of er wat nieuws onder de horizon is, bij deze en gene. De band is ontstaan omdat hij ooit zeer verliefd was op mijn toenmalige vriend H. 

Nu vertelde hij dat hij de begrafenis had geleid van zijn allereerste Duitse vriend, L. was toen 19 jaar. Een vriend die toen 35 was en waar hij nooit heel dichtbij in de buurt kon komen. Als hij achter het gevoel van de ander wilde gaan, antwoordde deze steevast met: Es ist mir Egal. Een paar jaar geleden heeft hij hem nog een keer een brief geschreven met vragen over de toenmalige relatie, maar nooit een antwoord teruggekregen.  L. weet zeker, dat de brief is aangekomen. Toen kwam het bericht dat hij ziek was, L. heeft hem nog eenmaal bezocht en toen bleek, geheel onverwacht, dat het de wens van H. was, dat L. zijn uitvaart zou begeleiden...

Die onmacht; het hunkeren naar echte intimiteit en daar toch niet toe in staat zijn: dat zit er ook erg in die schilderijen van Firenze Lai. Dan is kunst opnieuw troostend en verzoenend: dat iemand dit thematiseert en de wereld deze beelden geeft.

dinsdag 19 september 2017

André Hazes

Onlangs bekeek ik de film Bloed, Zweet en Tranen, over het leven van André Hazes. Verrassend: de film sprong steeds van André, als klein jongetje in de Jordaan, heel goed gecast, dat jongetje, ik geloofde meteen dat hij dat was, een mengeling van gevoelig en vrijmoedig, naar zijn volwassen leven. Hij zong op de markt en op de biljarttafel al centjes bij elkaar, zijn vader was een dronkenlap die hem en zijn moeder sloeg: sidderend en bevend lagen de kinderen in bed tijdens de ruzies van zijn ouders.

Je ziet hoe hij als zingende barkeeper ontdekt wordt, en zijn levenslange strijd met de drank om zijn onzekerheid weg te drinken. Dat hij, al bekend, scharrelt met Rachel, die toen vijftien was en met wie hij later wel trouwde en twee kinderen kreeg: Roxanne en Dreetje. André Hazes junior is nu zelf zanger: ik zag hem tijdens te Zomerfeesten, hij zingt ook de liedjes van zijn vader op dezelfde wijze: iedereen kent de liedjes, iedereen brult mee, je hoeft alleen de microfoon naar het publiek te richten en zelf niks meer te doen. Dat kwam senior wel goed uit, als hij weleens volkomen lazarus aan het optreden was...

Na het kijken van de film, ben ik de volgende dag  direct een cd gaan kopen van Hazes. Ik mis dat wel: de kaartavonden in het Wijkcentrum, vol Nederlandstalige muziek waar ook altijd Hazes voorkwam en iedereen mee begon te blèren. Nu, gewoon op de bank geluisterd: naar die speciale stem die door Johny Kraaykamp ontdekt is: als klein jongetje trad Hazes al op in één van zijn shows en maakte een plaatje dat flopte. En dan die teksten: zo vaak zingt hij zijn eigen thema Ik leef mijn eigen leven: ik ken verdriet en ik ken vreugde, ik heb zoveel fouten gemaakt, maar ook wel goed gedaan, ik ben tevreden met wie ik ben, hou van me zoals ik ben, ik hou ook van jou...

Ja, ook ik heb indertijd gekeken naar zijn uitvaart vanuit de Arena in Amsterdam. Groots, een spektakel, maar ook iets waarvan ik nu denkt: het klopte bij de man en zijn liedjes. Dat zijn liedjes ook in nieuwe generaties aanslaan, komt misschien door het authentieke erin: je hoort ze hem maken:  de bijna spreektaal die hij bezigt, soms met een beetje kromme zinnen: in de film zie je dat hij met een rijmwoordenboek, een zin richting dat eindwoord dat hij dan al gevonden heeft, toedicht.

Hoe zou het zijn voor de zoon, om de liedjes van zijn vader te vertolken? Voelt hij dan aan als altijd nabij?  Is dat troostend? Of verhindert het je ook in je eigen identiteit? Als kind zingt hij ook al in een liedje mee met zijn vader, er zit wel een familietimbre in die stemmen, iets erin is gelijk aan elkaar. Het lijkt mij apart om je vader wel en niet op te volgen.

André Hazes zelf heeft, volgens de film met zijn vader afgerekend tijdens een concert in het concertgebouw in Amsterdam, door een lied richting hem te zingen. Voor André was zijn vader al dood, maar zijn manager en arrangeur had hem toch toegelaten en Hazes ziet hem ineens zitten in het publiek.

Bijzonder ook: het Concertgebouw, bolwerk van het establishment, werd in 1982 door een volkszanger overgenomen. Op YouTube zie je dan nog een frisse man, maar in 2004 is hij getergd en afgepeigerd. Hij was doof aan het worden en dronk het weg met bier en whiskey, Rachel had hem een poos verlaten... Ze kwamen weer bij elkaar en toen stierf hij. Wat een leven... en ergens in zijn strijd toch zo herkenbaar voor velen.