woensdag 29 september 2021

Afscheid

‘Wat ben je allemaal aan het doen?!’,  vraagt E. de technisch beheerder die in zijn golfkarretje voorbij komt. Ik sta met jas aan in de regen met een hark in het grasgazonnetje te hakken. Dat heet, geloof ik, 'verticuleren'. ‘Gras aan het zaaien’, zeg ik, ‘en nu maar hopen dat het aanslaat met de regen’. Jawél…’ zegt hij breed lachend en rijdt door.

En hiermee is de herfst definitief ingeluid. De regen tikt rondom het huisje, ik zit bij de gaskachel die ik voor het eerst weer op een hogere stand heb gezet. Ach… de herfst… een mooi seizoen van oogst en van … afscheid? Al het blad zal gaan vallen, maar de paddenstoelen moeten nog komen. Elk seizoen is er ook één van afscheid. En komt de zomer, dan is dat ook afscheid van de lente. Enzovoort.

Deze zomer was er één waar ik het afscheid ook goed voelde, en er zijn twee boeken die daarbij mijn gesprekspartner waren. Het ene was: Fresh Water For Flowers van Valerie Perrin. Het gaat over een vrouw die beheerder is op een begraafplaats, ze verzorgt de graven van diegenen voor wie niemand komt, praat met bezoekers, doet de algehele administratie , enzovoort. Het boek bestaat uit korte hoofdstukjes en staat barstensvol mijmeringen over sterfelijkheid, vergankelijkheid, dat wat gaat en komt, dood en leven. Teder en sterk tegelijk.

Zo is het leven… het gaat dóór, ondanks degenen die er niet meer zijn. Die je het ook nog zo gegund had om te leven. Dat jezelf leeft, terwijl een ander er niet meer is… Dat verdriet is onnoembaar, diep en soms duizelingwekkend. Daarin hielp het prentenboek met tekst van Michael Rosen en tekeningen van Quentin Blake. Het is autobiografisch, de schrijver heeft een zoontje verloren. ‘Verdriet’ is de Nederlandse titel van: Michael Rosen’s Sad Book. Door de tekeningen blijft het boek ook licht en… ja opnieuw dat woord: teder. 

Hier blijkt de kracht van Quentin Blake en ik bedacht mij ook dat prentenboeken eigenlijk de eerste Graphic Novels zijn, die naar je toekomen. Tekst en tekening kunnen niet zonder elkaar. Dat begint al meteen op de eerste bladzijde: ‘Dit ben ik. Ik heb verdriet. Als je de tekening ziet, denk je misschien dat ik vrolijk ben. Maar dat is niet zo. Ik heb verdriet en ik doe alsof ik vrolijk ben.’ 

Deze zomer heb ik dit boek waarschijnlijk wel elke week een keer gelezen en bekeken. Dat gaat heel snel, je bent er zo doorheen. Maar het geeft handen en voeten aan ‘verdriet’. Dat daarmee niet overgaat, maar je wel ook aanspoort om verder te leven. En het eindigt dat hij zegt dat hij dol is op verjaardagen: ‘Niet alleen de mijne, ook op die van anderen. Lang zal hij leven… dat soort dingen. En kaarsjes, vooral kaarsjes’. En de laatste bladzijde is een tekening waar hij naar de grote vlam van een kaars staart, het portret van zijn zoontje ervoor, een pen in de hand met papier. 

Zo schrijf ik dit blogje. In het begin van de herfst. Waarbij ik dan opnieuw denk: dit is de eerste herfst, die hij niet meer mee kan maken. Er was een afscheid. Er zijn zoveel afscheiden. Soms is er een gerede verwachting naar iets nieuws: gras zaaien in de herfstregen.  Soms is het diffuus en ontdek je dat je ergens blijft hopen op vormen van nieuw begin. Waarvan je niks weet. Dat blijft zo. Het aansteken van een kaars helpt wel, altijd. Het gebaar van het zelf aansteken van licht.

zondag 26 september 2021

Bella Venezia

Vorige maand had ik het plan opgevat om te gaan kamperen onder aan het water bij Amsterdam en dan zou ik met de fiets gaan en dan ook van daaruit naar zee, naar Zandvoort fietsen, ofzo. Net op tijd kwam ik erachter, dat ik naar Venetië wilde en met deze Amsterdam-trip eigenlijk de plattegrond van mijn gang door Venetië nabootste. Het water over vanaf het Lido om de stad in te kunnen, de zee ook binnen het bereik en cultuur- en stadsgenoegens tot je nemen. Maar Amsterdam is géén Venetië!

Gelukkig maar, want het was in het weekend geweest van de auto-races op het zwaar bediscussieerde circuit van Zandvoort, waar koning Willem Alexander desondanks toch een kijkje is komen nemen, dat kon hij vast niet laten, ook de familie-eer van zijn opa Prins Bernard en dito naamgenoot neef in ere houden. Dat Davina Michelle, ondanks de hoon van mede-artiesten en het festivalcircuit, er voor de eer gratis het volkslied heeft gezongen, vind ik dan wel weer vertederend. Ook waren er net op de Zaterdag van dat weekend, in Amsterdam grote anti-vaccinatie-demonstraties. Blij zat ik rustig bij mijn boshuisje.

Maar Venetië zit nou eenmaal in mij. Vorige week maakte ik via YouTube een live-wandeling door Dorseduro mee en dat was de laatste avondwandeling die ik daar zelf twee jaar geleden maakte… Vanaf het Plaza Margaretha en ik dacht: O, dan lopen ze zo langs de boekhandel daar op de hoek, die ook 's avonds open is; het grote plein is dan een ontmoetingsplaats waar alle leeftijden, stok-ouderen, maar ook jonge ouders met hun peuters op stepjes en driewielers, nog voor het donker wordt even kletsen met elkaar. En zo was het, de verlichte boekhandel vol boeken in de etalages kwam in zicht en het was makkelijk om mij even daar te wanen, ook omdat de mooie avondschemering met donkere wolken in het oranje exact zo was als waar ik boven mijn iPad op uit keek.

Dus Venetië haal ik altijd wel even weer in de buurt, ook door regelmatig naar de live webcam te kijken en dan leen ik als e-book weer eens een Donna Leon, alleen om met inspecteur Brunetti die nabij de Rialtobrug woont en zijn schoonfamilie die een Pallazo aan de Canal Grande hebben, weer door Venetië te flaneren met de liefhebbende blik van een geboren Venetiaan. Of  ik deed mijn ogen dicht in het windstille hoekje op de boerderij in Kranenburg, gewoonweg liggen zonnen, en visualiseerde me het strandleven op het Lido, en dacht aan het stel dat ik daar meer dan tien  jaar elke middag omstreeks dezelfde tijd de zee in zag duiken, maar in 2019, de laatste keer dat ik er, was het niet meer. Ik denk dat hij dood is. Jarenlang dacht ik dat het een vader met zijn dochter was en ik zag hem steeds krakkemikkiger worden. En toen zag ik ze voor het laatst, nu met flippers die zij hem vlakbij het water omdeed, na hem met veel moeite ondersteund te hebben in zijn gang over het strand. Ze deden duikbrilletjes op, in het water werd hij als een dolfijn en ze omhelsden en kusten elkaar woest in de golven. Pas toen wist ik beter.

En nu heeft er deze week een grote viool door het Canal Grande gevaren, met daarop musici op blote voeten, die er muziek van Vivaldi speelden! Wat leuk om er een relatief rustig vaarwater te zien en gondels die de grote viool omgeven, iets anders dan het vervoeren van toeristen, gondeliers blijken nog altijd uit oude traditionele families van gondelbouwers en vaarders te komen. Ter ere van het beëindigen van de lockdown en een hulde aan het bijzondere Venetië. Het is gemaakt van verschillende houtsoorten en ontworpen door een kunstenaar en gebouwd op Guidecca, het eiland tegenover Venetië, waar het volks is, mensen er wonen in ‘flatgebouwen’, er is ook een vrouwengevangenis en de scheepswerf waar het gebouwd is, daar ben ik ook wel geweest in het kader van de Biënnale waar kunstenaars ook op allerlei onverwachte plekken de ruimte innemen. Ja, Venetië en de eilanden eromheen in de lagune: ook in het bos, blijft ze aanwezig.

zaterdag 25 september 2021

Boerderij van Dorst. Enzo.

Wauw. Wat was het heerlijk om hier weer aan te komen, in mijn boshuisje. De stilte van het bos en de vele vogeltjes met hun einddeuntjes in de schemering, louterend. Ik weet ergens wel hoe diep deze plek bij mij is aangeland, een teken was,toen ik hier 10 dagen geleden vertrok, ik bij het laatste opruimen, om weer netjes aan te kunnen komen, weemoedig was. Zo’n gevoel is er dan, je kunt er niks aan doen, ik herken het wanneer ik de laatste dagen op Terschelling en Venetië ben.

De tuin was middenin omgewoeld door een everzwijn, die het hier dus hebben gevonden, een tunnel gegraven of gewoon bij de hoofdingang  langs de slagboom? En  een mol, van wie haar gang dwars de tuin doorkruist met aan weerszijden molshopen. En ik hou me bezig met muizen waarvan ik ontdekt heb dat deze bij het gootsteen gedeelte naar binnen kunnen. Dus voor mijn vertrek alle etenswaar naar het dichte kastje ernaast verplaatst, maar ik had één ei achtergelaten. Op die plek was het langwerpig zwart van de muizenkeutels, ei weg, en ook de verpakking eromheen voor drie kwart weggevreten.

Het is apart hoe deze, hopelijk bijna voorbije Coronatijd, mensen uit de stad naar het platteland en de natuur heeft gebracht, oog voor het kleine, groeiende levende om je heen. Inclusief mijzelf: een handwas doen en ophangen in het bos is een genoegen op zich. Ondertussen luisterde ik de hele ochtend op Spotify naar de muziek die je hoort bij Boerderij van Dorst. Wat een heerlijk  programma, waar rockster Ryanne van Dorst, die interseksueel is, dus beide geslachtskenmerken heeft, zich nu Raven noemt en haar droom van het boerenleven uitleeft, steeds met twee gasten.

Ik zou bijna denken, dat er zo’n soort van in-beween-status  nodig is, iets wat vanaf het begin alles wat vanzelfsprekend en normaal is weghaalt, om het echte leven in de brouwerij te krijgen. In de laatste aflevering waren Marieke Lucas Rijneveld en Eva Jinek de medewerkenden, de eerste non-binair en de andere kind van arme immigranten. Raven noemde het bij het afscheid de twee beste dagen van het jaar, of iets in die geest. Gewoon zonder remmingen zeggen en vragen aan elkaar wat je wilt en het geheel is goed gemonteerd met wormpjes en beestjes die, bijna op de maat van de begeleidende muziek, hun gangetjes gaan.

De boerderij staat overigens aan de rand van Apeldoorn, ik heb het al opgezocht, misschien ga ik er een keertje langsrijden. Ze is er niet altijd en het is ook maar de vraag of het bouwval na het programma overeind blijft, het stond bij de gemeente al op de slooplijst. Ik hoop dat dit programma een blijvertje is. Zó verfrissend. De muziek is ook zo lekker; van het genre dat ik helemaal niet ken, maar wel beaam. Ik luister nu naar het nummer van de ‘Fruit Bats’: Today. Today is… the greatest day, ooh, ooh 

donderdag 23 september 2021

A Room of One’s Own

Het zijn gouden, gevleugelde woorden geworden: A Room of One’s Own, de titel van een boek van Virginia Woolf, geschreven in 1928, oorspronkelijk als twee lezingen uitgesproken aan de  universiteit van Cambridge bij een college voor vrouwen. Deze woorden zijn overgenomen door het feminisme; iedere vrouw verdient een plek, ruimte, kamer die helemaal van haarzelf is. Ondertussen  is het de verwoording van het verlangen naar een ruimte waar je tot rust kunt komen, in alle vrijheid en waar je je helemaal thuis voelt. Die plek moet niet aanzetten tot werk en inspanning of taken en opdrachten die je er moet vervullen, juist niet.

Gek is, dat het hier in het westen dus meestal over een fysieke ruimte gaat, iets wat door muren afgesloten is, het begint er al mee dat het voor kinderen gewoon is geworden om elk een eigen kamer in huis te hebben. Ik sliep tot mijn twaalfde ofzo met een zusje op een kamer. Mijn ‘room of my own' speelde zich onder de dekens af met mijn knuffels om mij heen. En buiten, achter bij het tuinhek naast de meidoorn, verzon ik ook werelden. In India, waar ik elke dag at, had ik het gevoel dat wij die ruimte van ons zelf ter plekke maakten: als er bijna niemand was, droomden en beleefden wij er vriendschap … zij sliepen ook bij elkaar in hetzelfde huis, deelden elkaars dekens, als de ene het al kouder had, dan de ander.

Het huis uitgaan is de eerste echte ‘Room of One’s Own’ en daarin gun je een ander ook een échte ruimte waar deze werkelijk kan leven en kan ontdekken wat het is om op jezelf te zijn. Temeer als dit gebeurd in een bestaand vol huis, míj́n huis in de stad… R. de zoon van B. van de boekenclub gaat er wonen, er is woningnood en iedereen is er erg aan toe dat hij op kamers gaat, hij zocht al meer dan twee jaar, en zo kwam de vraag. Ik hoefde niet na te denken, ik zei meteen: ‘Ja’. Maar dan moet hij wel tegen mijn huis vol spullen, kleur en herinneringen kunnen… Één kamertje boven kan hij geheel uitruimen, overschilderen en van hem maken, voor de rest, de muren, langs de vensterbanken, alle boekenkasten: dat moet intact blijven. Of hem dat gaat bevallen en lukken? Het ook te ervaren als zijn stekkie? Dat zal gaan blijken; hij liet wel al vallen  dat hij mijn leesstoel bij het raam wel leuk vond en ook mijn oerwoudtuin.

Ik bemoei me verder nergens mee, het is aan hem om zelf plaats te maken en op te ruimen, hij mag ook spullen uit de keuken, huisraad enzo, naar de kringloop brengen. En dan zit je ineens puur vanuit je actieve geheugen te bedenken wat toch niet weg mag: een mok uit Seattle, een klein mokje uit mijn tienerkamer, de eerste sfeer van ‘A Room of One’s Own’: dat ik daar thee dronk uit een rood emaille kannetje dat later een koffiekan bleek, het verschil kende ik nog niet,  met een sticker erop van die twee gestileerde bijna naakte poppetjes: ‘Love is’… samen theedrinken, bijvoorbeeld, bij een waxinelichtje. In je verbeelding. De liefde zou pas jaren later komen, maar dat je dan samen een wereld van beleving deelt, niet concreet alles natuurlijk, maar toch: iets van een spontaan en vanzelfsprekend en moeiteloos samen-gaan, dat zou er voor mij wel bij horen.

Dus ik laat mijn huis in de stad los. Ook moeiteloos, omdat mijn boshuisje zo helemaal in alles ‘My Room of My Own’ is… Ik realiseer mij steeds meer dat dit vanaf heel vroeger al, een soort van droom was: Alleen  in een huisje in de natuur, zo simpel mogelijk, met wat boeken om mij heen. Maar ik dacht dat dit sowieso in Nederland al niet realiseerbaar zou zijn. Iets in mij is wel een kluizenaar…

Ik dacht eraan, wat voor mij nu de muziek is die bij ‘A Room of One’s Own’ hoort en de klaterheldere klanken van de piano-muziek van Scriabin kwamen binnen. Dat raakt zo, ‘to the point’, elke lege plek aan en geeft het klank en kleur. Sprankelend, vol leven en verwachting… Ik vond op YouTube een jonge chinese vrouw in het rood, Yuja Wang en ze speelt met veel expressie en dynamiek preludes van Scriabin. Die ga ik vaker beluisteren, in de herfst en de winter, heftige straaltjes zon, straks, wanneer ik morgen weer vertrek naar mijn boshuisje.

dinsdag 21 september 2021

Mark Rutte’s maskerade

Ik had nog nooit van ze gehoord, maar ik keek ineens op YouTube naar The Nicolas Brothers, die tap-dansen in een nu ingekleurde film uit 1943 'Stormy Weather'. Wat een lekkere levenslustige sfeer. En dan verschijnen die broers, ze springen op en neer van verhogingen, trappen op, van een piano het podium op, benen van elastiek en ik denk: is dit écht? En daarmee realiseer ik mij dat dit tegenwoordig een gewone vraag is, waar geen antwoord meer op is. Natuurlijk zijn deze beelden uit 1943 echt, want men had toen nog geen techniek om alles te manipuleren. 

Ik loop door de moestuin hier, haal wat onkruid weg, maak paadjes tussen wat rondslingerende stengel-uitjes, pluk op een ladder snijbonen die een boom in zijn gegroeid en denk: dit is écht. Ik kan op de grond kijken of die vochtig genoeg is en daarmee inschatten of het nodig zou zijn om nog te gaan sproeien, wat ik zie is waar, het is wat het is. Het is vandaag Prinsjesdag, een Miljoenennota die geheel in de lucht hangt wordt gepresenteerd, in democratische ‘eensgezindheid’ komt iedereen binnen, maar ondertussen wil Rutte niet regeren met een ‘linkse wolk’ om hem heen en zegt hij ergens anders, de vriendelijkheid en ruimhartigheid zelve, wellicht net afgestapt van  zijn fiets met een appeltje in zijn hand, dat hij gerust in de Tweede Kamer doorgaat, mocht dat zo uitpakken.

Wat is écht aan deze tefal-premier, die er prat opgaat geen visie te hebben, niet bereid is om zich sociologisch te verdiepen als er rellen zijn, want dat is alleen tuig van de richel, schorem, en die overal mee wegkomt? Omdat hij zo vriendelijk en toegankelijk lijkt. Maar het is een beetje als die levensechte maskers in de films van Mission Impossible, de hele gezichtshuid wordt ervan afgerukt en daaronder gaapt… degene die zijn zin krijgt en de ander goed voor de gek gehouden heeft.

En ‘links’ schiet alleen in de verdediging en in de pruilstand: nee, ze gaan een minderheidskabinet niet steunen, dan hadden ze maar aan de onderhandelingstafel uitgenodigd moeten worden en anders wordt alles via het open debat beslist. Straks. Áls dat minderheidskabinet er komt, die niks gegund wordt, want iedereen zit in de plakkerige honing-tang van Mark Rutte, die volgens de peilingen ook nog eens op winst staat. Het land heeft kennelijk behoefte aan vriendelijkheid, een stabiel baken van een mens, die gewoon in zijn eigen buurt de boodschappen doet, op skivakantie gaat, piano speelt in zijn vrije tijd, regelmatig naar een kerk gaat en ook nog als zijnde de belangrijkste man van het land, tóch ook nog een keer per week les geeft aan jongeren op een middelbare school. Een schoon en clean schijn-universum in dit ‘gave landje’. Ik geloof dat hij er zelf in gelooft.

‘Een linkse wolk’, het kan zomaar gezegd worden en daar horen associaties bij als die van een sprinkhanenplaag, die in een wolk over het land het vruchtbare gewas kaal vreet in hun gulzigheid, en mensen die dromen en in de wolken leven, in plaats van nuchter op de grond. Het klinkt naar bedreiging en gewankel. Waar blijft ‘links’ met een nauwgezet andersoortig universum? Dat je geen ‘rechts regime, waar de premier al 10 jaar zijn vingers bij af kan likken’ wil, dat je de maskerade beu bent, dat een premier op het pluche een soort van Muppet is geworden die vanuit het balkon, als die twee oude mannetjes, zichzelf versterkend in een bubbel-dialoog met je alter-ego, halsstarrig het land wil blijven regeren. Dat ze het Mark bést gunnen, fijn in de nieuwe Tweede Kamer, kijken naar de klimwand van klei, constructief met zijn tienjarige ervaring een bijdrage leveren aan een nieuwe bestuurscultuur. Maak hem tot een wijze staatsman die nederig een stap terug kan zetten en anderen de ruimte gunt om zelf fouten te maken…

Nou ja. Ik draaf wat door. Doe maar die Nicholas Brothers, nog een keer, de moestuin, de katjes, mijn huisje in het bos, waar ik vanuit hier graag aan denk… Wat een geluk. En het is niet zo, dat als je maar hard genoeg werkt en je best doet, je een mooi plekje in de zon krijgt. Er zijn heel veel zonnige plekjes in tien jaar rechts regime weggesaneerd. Niet alleen Mark Rutte verdient een plek onder de zon.

maandag 20 september 2021

Het zoutpad

In een razend tempo las ik Het zoutpad van Raynor Winn. Toen het uit was wist ik niet wat ik ervan vond. Het boek staat al heel lang in de boeken-toptien van ‘mijn’ boekhandel in Apeldoorn, het was spontaan door de hele boekenclub gelezen en die vonden het prachtig. Ik dacht dat het vooral vol natuurbeschrijvingen zat van de wilde Zuid-West kust van Engeland en omdat ik zelf op mijn kleine stukje grond in het bos aan het ontdekken was, hoe het is om vooral in de natuur en de stilte te leven, trok het boek mij niet zo.

Maar het lag hier, bij I., boekenclubster, dus het uitgelezen moment om te lezen. De wandeltocht van 1014 kilometer van Raynor en haar man Moth, die de diagnose heeft dat hij terminaal ongeneselijk ziek is en beide hun huis en B&B verliezen waar ze samen zoveel tijd en liefde in hebben gestoken en wat hen acuut dakloos maakt, blijkt ontstaan te zijn uit pure noodzaak. Wildkamperen is de enige optie, want geld hebben ze niet, ze moeten en willen in beweging blijven: zij en Moth kennen elkaar vanaf haar 18e. Het lijkt mij prachtig om zo’n grote liefde te ervaren, dat zal  voor mij dan in een ander leven zijn, als dat er is, na de dood…

Het wandelen door de prachtige, ruige natuur, lijkt eerder bijvangst. Het is de moed van de wanhoop die hen in beweging zet, ze voeden zich dagenlang met alleen maar ‘noodles’, zijn wekenlang koud en nat, zonder douche, delen hongerig een pastry, een pasteitje, worden uitgescholden en voelen zich uitschot als daklozen: iets wat zij leren verzwijgen als ze andere mensen tegenkomen, en vinden vaak ternauwernood een plekje om hun kleine tentje op te zetten. 

Het meest verwonderlijke is, dat hij sowieso kan wandelen, met een rugzak, die zij voor hem optilt, want hij heeft daarvoor al teveel pijn. Bij de winteronderbreking van de tocht,  blijven dokters zeggen dat hij het rustig aan moet doen en dat ze in de ontkenning zitten omtrent de onheiltijding van de aangekondigde dood. Maar hij overleeft en leeft nog steeds en zij heeft al een vervolg geschreven The Wild Silence, waar zij in een depressie schijnt te raken en hij is gaan studeren. Beide ‘oud’, ook volgens alle wandelaars die zij op het pad tegen zijn gekomen: iets over de 50 jaar.

Ik zag op YouTube interviews met haar, en zie toch wel iets van waanzin en onrust in haar ogen. Als dat de woorden zijn. Ik zie geen gelouterde rust, ofzo. Dat hoeft ook niet, al hangt het wel over de ontvangst van dit boek heen. Maar wat ik zie is ook allemaal heel bedrieglijk, want ik vond de reeënogen van Osama Bin Laden als stille wateren waar je in kan verzinken en dat kon nooit de bedoeling zijn. Misschien is Het zoutpad ook geen boek dat gaat over loutering en iets definitiefs vinden, maar over twee mensen die bij elkaar willen zijn: een gezamenlijke wereld willen scheppen, waar elke dag weer een uitdaging vormt en alles nieuw en onvoorspelbaar is. Letterlijk en figuurlijk in  beweging zijn en blijven, buiten de gebaande paden durven gaan; dat is leven, dat is vitaal.

donderdag 16 september 2021

People Have the Power. Vaccinatie-weigeraars

Ik fietste in een uitstekend humeur tussen het rivierengebied. Wat is dat toch een fijne gevarieerde fietstocht, overal wat anders te zien vanuit de bossen en in het Sonsbeekpark een pauze in de zon. De laatste sporen van de Sonsbeek-kunstmanifestatie; alles is er even en gaat dan weer. Er komt een vrouw van mijn leeftijd met een grijs paardenstaartje voorbij fietsen: 'Zo, ben je op vakantie?' 'Nou nee', zeg ik, 'ik ga op een boerderij op poezen en een moestuin passen.' Na wat heen-en-weer fietst ze door en zegt: 'Ik wens je toch een prettige vakantie.' Dat had het teken aan de wand kunnen zijn.

Even later zie ik haar weer, bij een bankje, en ze biedt mij een stukje chocolade aan. 'Dat kan ik niet weigeren', zeg ik. Zij komt van Apeldoorn, waar ze het parket van een neef heeft helpen leggen, dat was gisteren en eergisteren was ze heen gefietst. 'Goh', zeg ik, 'geen zin in een dagje rust dan, even de bossen in ofzo?' Nee, nee, ze hield wel van doorpakken. Subtiel verschuift het gesprek naar gezond leven. Ik voel de bui al hangen. Nee, ze is niet gevaccineerd, ze is verpleegkundige en heeft ooit zware chemo gehad en kan sindsdien niet tegen vreemde stoffen in haar lichaam, van kalktabletten reageert haar lichaam al, laat staan zo’n onbekend vaccin, waarvan ze verwacht dat pas over 1-2 jaar de schade zal blijken.

Ik probeer mijn goede humeur te bewaren en vraag wat haar huisarts ervan vond. Die vond het wel een goed besluit. 'Nou oké', zei ik, 'als je huisarts ook vindt dat het lichamelijk niet goed voor je is, dan is dat zo, maar verder vind ik dat iedereen zich moet laten vaccineren.' (Nu bedenk ik dat het waarschijnlijk een arts is uit de natuur genezende hoek…). Ze begon met cijfers en instanties en onderzoeksinstituten te strooien en beweerde dat het nu vooral gevaccineerden zijn, die besmet raken. Dus, nee, ze ging dat niet doen. Maar ze kon nou ook niet haar kinderen die in Duitsland woonden, zien. ‘Dat is héél spijtig’, zei ik en ik besloot om door te fietsen.

Weer onderweg, was mijn humeur wel wat ingezakt. Wat een machteloze queeste om mensen op andere gedachten te brengen. Ingegraven in hun hol bestoken ze je met allerhande ‘feiten’ met een ondertoon dat jij wel heel erg dom bent, dat je dat niet weet of er nooit van hebt gehoord. Net als Jehova-getuigen en de kern ervan is een totaal onvermogen om te kunnen LUISTEREN.  ‘Daar ben ik weer!’ hoorde ik naast mij. ‘Mag ik een eindje met je mee, op fietsen?’ Ik kon moeilijk nee zeggen. We zwegen even. Toen zei ik: ‘Weet je wat mij zo opvalt als je praat met vaccinatie-weigeraars, het is altijd hetzelfde soort gesprek, ze zijn zó zeker van hun gelijk, ze weten het allemaal zo goed’. Meteen zegt ze: ‘Ongevaccineerden zijn over het algemeen heel goed geïnformeerd.’ Dat sloeg weer alles. Ik boog af naar rechts, zo ging mijn weg, zij reed door. ‘Hou je heel!’ riep ze me na.

Poeh. Zoiets blijft bij mij na-sudderen en ik betrap mij op zeer ondemocratische en totalitaire wensen: nergens meer gemits en gemaar. Er is een pandemie, er zijn vaccins. Gewoon uitrollen over de hele wereld, verplicht. Óók richting al die farmaceutische bedrijven, er mag geen geld aan verdiend worden. Het volk, wie dan ook, zou in dezen, niks te zeggen mogen hebben. Ik denk aan het liedje People Have the Power van Patti Smith. Nou, liever niet, weg met het populisme! Dan luister ik nogmaals naar het liedje. En bedenk mij dat verreweg het grootste  gedeelte van de bevolking zich wel heeft laten vaccineren. Dus toch maar wel, ‘power to the people’. Ik hoop dat die fietsende dame ook heel blijft. Misschien besluit ze om binnenkort toch haar kinderen te gaan bezoeken.