dinsdag 3 oktober 2017

Kerk-Wijkcentrum

Ik zit hier met halfgeloken ogen achter een computer in een Wijkcentrum waar ik vroeger begonnen ben als beheerder en lang heb gewerkt. Zo'n gebouw roept herinneringen op. De helft van dit gebouw was ooit kerk: vrijdagochtend zette je daar, in de grote lege zaal, de stoelen voor klaar in kerkopstelling, de koster kwam langs, zette er bloemen neer, het altaar werd schoongepoetst, de tafel gedekt.  Ik vond dat best wel  een mooi werkje. Langzaam ontstond er een sacrale, gewijde sfeer, het ochtendlicht filterde in stralen mooi door de boven ramen, op de vloer.

Door mij is een oud raam van gekleurde glas met vissen, dat aan de zijkant van het gebouw de Mariakapel en de kaarsjes-aansteekplaats was, overgebracht naar het wijkcentrum. De architect kwam toen regelmatig over de vloer, de oude kerk zou een bibliotheek worden en dat is het nog steeds en het wijkcentrum werd grondig verbouwd. 'Wat gebeurd er met dat raam daar?" vroeg ik hem. Voor de sloop, antwoordde hij meteen. Mijn idee of het niet losgebikt kon worden  om het in de nieuwe gang te plaatsen, heeft hij overgenomen.

Ook is er een ronde bar gebouwd: wat een goed idee, ik wou dat ik er zelf op was gekomen, vond de architect, en later is dit concept in meerdere andere wijkcentra ook toegepast. 'Als beloning', grapte hij, maar hij meende het ook, bleek, mocht ik een suggestie doen voor de kleur van de bar. Roze! riep ik meteen, want dat is mijn lievelingskleur en roze is het geworden. Die kleur is nu verdwenen.

Ik heb hier een keer haastig een doodskist het oude kantoor op geduwd en vlug een bruin tafelkleed over de glazen deur gegooid, want er kwamen nog bezoekers voor in het wijkcentrum, , de kist was een paar uur te vroeg gebracht. Want dat gebeurde ook weleens, een uitvaart door de week in samenspraak met het wijkcentrum.

Er kwamen, bij het bericht dat de kerk ging sluiten, huilende parochianen langs. Ze deden niet meer aan regelmatig kerkbezoek, maar ze hadden in hun jeugdjaren wel met de schoenfabriek de kerk zelf bij elkaar verdiend. Niks van dat grote geld is ten goede gekomen aan de buurt eromheen, die trouwens ook weggesaneerd werd.

Mij werd toen wel duidelijk dat een kerk dus toch ook een plek kan blijven waar God woont, ook al was het door de week al Wijkcentrum en werd de bar op zondag onttrokken aan het zicht bij binnenkomst met een dik fluwelen gordijn. Er was een stoere jongen uit de buurt die als zijn vrienden er niet waren, altijd even wilde kijken bij het Mariabeeld.