zaterdag 28 februari 2026

Bloeiende tuin en zeekoeien


Het is een groot genoegen om hier in de groene tuin te zitten, het resultaat van vijf jaar. Elrika was terug, na een maand afwezigheid, ze blijft twee weken en gaat dan weer een maand weg. Zo herkenbaar dat je dan s’ochtends eerst de tuin in gaat, lekker sproeien en alles bekijken.


Nu weet ik dat de vogels die ik hier zie Sunbird heet en ze komen voor de nectar uit de bloemen en die dus  speciaal daarom hier geplant zijn.


En dat het geen eekhoorns zijn in de grote mangoboom, maar civets. Een familie van vijf woont verderop en ze komen nu voor de mango’s die rijp zijn.


Ze komen vooral s’nachts, misschien had ik ze wel gehoord op het dak van mijn huisje?
Ik weet nu ook dat er zes verschillende kikkers leven in de tuin, waaronder een zeldzame boomkikker, die zich vastkleeft aan het blad dat rond de boomstam groeit, ook speciaal daarom daar geplant.

Elrika is maritiem bioloog en doet onderzoek op de Andaman Eilanden naar zeekoeien. Vier maanden is ze daar, van Januari tot April, ze woont er met haar team in houten huizen en volgt er ongeveer honderd zeekoeien. Ze zwemt dus regelmatig tussen de zeekoeien en ja, het is haar droombaan, ze was er ook op gepromoveerd.
Het koraalrif is op sommige plekken geheel verbleekt, maar er zijn ook ongeschonden plekken, afhankelijk van de plaatselijke temperatuur door de koud waterstromen.
Ik vertelde dat de zeekoe zo ongeveer wel mijn lievelingsdier is in de dierentuin die ik regelmatig bezoek en dat deze ook een uitwisselingsprogramma had met een project ergens in Zuid Amerika, ik kon niet op de naam van het land komen, nu wel; Belize. Ze vroeg welke dierentuin? Burgers Zoo, dus. 
Ze zei meteen dat dit een andere soort zeekoe is, dan die zij onderzoekt. Beide soorten zijn wel sociaal, die bij haar over het algemeen wel verlegen, al had ze met sommigen contact. Als er meer mensen zijn, worden ze socialer. Leuk dat de dierentuin dus bekend is! Het bevestigt mijn mening dat een dierentuin meer is dan alleen maar een plek waar dieren opgesloten moeten leven. Het gaat ook over natuurbehoud en wetenschap.

Zee, zee, zee


 Alles in de voormalige gevangenis van Goa is nu stralend oogverblindend wit geschilderd, zodat het bij mij de associatie opriep van Griekse huisjes aan zee.


Maar het waren natuurlijk slechte omstandigheden, waar je geen idee hebt hoeveel mensen er in een ruimte werden opgesloten. Er waren ook éénmens-cellen, een hoekje waar je je nauwelijks kon omdraaien.  De ligging is zoals bij de klassieke film Papillon ; aan zee, geen ontsnapping mogelijk.

Gisteren aan zee hoorde ik plotsklaps, behalve de branding, zacht hijgen. Er bleek een hond bij me te liggen!
Heel apart, hij bleef ook poosje. Ook spreiden anderen voor het eerst in mijn blikveld hun handdoek in het zand.



De cliché zonsondergang, waar ik dol op blijf: De zon die langzaam zakt in zee.

vrijdag 27 februari 2026

Goa onder het juk van Portugal


Ik wandelde naar het Fort Aguada Jail Museum. Eeuwenlang de gevangenis van Goa geweest. Nu een soort van nationaal monument, zo bleek. Moeder India verwelkomt je met opgeheven armen.


 Alle vrijheidstrijders van Goa, die in de tweedaagse actie waar India in 1961 Goa bevrijdde van de Portugezen, werden herdacht.


Het blijkt dat Portugal met zeer harde hand Goa heeft onderworpen en christelijk heeft gemaakt.
Alle hindoeïstische tempels en alle moskeeën verwoesd, gedwongen huwelijken, gedwongen naamsverandering naar Portugese namen, een Inquisitie met martelingen… Ik fotografeerde enige sleutelmomenten.




That’s the way I like it


Toch nog snel naar zee gelopen omdat ik de lucht zo mooi zag kleuren.


Na een lekkere thali met inktvisringetjes gegeten te hebben.


This is Goa and I like it!

 

donderdag 26 februari 2026

Shacks


 Op mijn wandeling naar Buddha Bar speciale aandacht voor de shacks en parasols. Ik kan zien dat elke eigenaar het een eigen sfeer weet te geven. De ene kiest voor allemaal bonte parasolletjes, de ander heeft speciale oranje vierkante met een wit kantrandje. Effen blauw of geel, enzovoorts. Ze zijn allemaal simpel, want ze worden elke dag weer dichtgeklapt en verwijderd, wanneer de witte strandgangers verdwijnen, en de volgende ochtend weer neergezet.
Heel anders als in Europa, waar merken en hotelketens duidelijk maken dat zij de boel beheersen. Elke horecagelegenheid huurt meestal van één biermerk, tapt zeker dit biertje en krijgt alles erbij: uithangborden, parasols, bierviltjes, weet ik nog uit mijn horeca opleiding.
Ik voel me hier jaren terug in de tijd.


De allersjiekste tent is Elrow, die zelfs glazen ramen heeft, zag ik nu, dus airco binnen. Er klinkt moderne trance-achtige muziek , er zitten alleen maar Indiërs met dure polshorloges en behangen met sieraden. Vaak zijn er feestjes met groepen. Ze doen ook niet aan dagverhuur van ligbanken en parasols.

Het kan ook heel simpel; maar enkele parasols en ligbanken en s’avonds dicht, want geen electriciteit.

Dmellos heeft voornamelijk wit publiek. Westerse esthetiek met planten voor het terras, witte salongordijnen en witte lampions en rode stoelen. Witte strandgasten dineren voornamelijk in het dorp, waar je de dure airco-restaurants ziet. Op het strand lijkt dit voor hen de enige optie om in geanimeerde sfeer te eten.


Ik ga dus voor de hippie-vibes in de groen-gele boeddhabar. Er komen zowel witte mensen, als Indiërs.

Fort Aguada


Ik bezocht Fort Aguada, aan de ene zijde van het ongeveer acht kilometer lange zandstrand. 


De Portugezen bouwden het. Ik stel me dat zo voor: Er woonden alleen maar vissers. De Portugezen bouwden er woonwijken en villa’s en kerken, ook kleintjes, aan de rand van het strand. Vissers laten zich wellicht makkelijk bekeren, omdat de eerste volgers van Jezus ook vissers waren. Ze komen meteen in alle verhalen voor, terwijl in de hindoeïstische verhalen er allemaal krijgers zijn, met paarden, diep in het binnenland.



Allemaal dankzij de machtige fortificatie die ze bouwden. De ruïne van het echte fort is ook te bezoeken, aan de andere kant van de uitstekende rots, via de grote weg.Ik zag daar van af.
Het aanzien van de gehele baai is mooi en rustig. Geen flatgebouwen of dure resorts of strandhutten; speciaal voor voornamelijk buitenlandse toeristen gebouwd. Alleen vlakbij het fort, lokt de luxe van groene grasvelden, sjieke parasols, etc. 



Dankzij de Portugezen, dus ook. Die bouwden iets meer landinwaarts, terwijl vissers aan het strand konden bijven wonen. Ik dénk dat het zo gegaan is, gezien wat er nu is. Voor de strandgasten verschenen de shacks, simpele bouw met bamboestokken, het dak bedekt met palmbladeren.



dinsdag 24 februari 2026

Mannen met elkaar; Krishna en Arjuna?


Ik zag het toen ik zestien jaar was, voor het eerst op Bali. Mannen die hand in hand lopen, innig gearmd. De cultureel antropoloog Clifford Geertz, die jarenlang op Bali heeft gewoond in de zestiger jaren van de vorige eeuw, kwam erachter dat ze het woord ‘homoseksualiteit’ in het geheel niet konden plaatsen. Pas met de definitie: ‘mannen die zich bewust ontrekken aan de voortplanting’, konden ze wat. En nee, dat kwam op Bali niet voor.
Ik dacht hieraan, nadat gisteren twee mannen urenlang genoeglijk naast elkaar zaten, op het strand.
Want ook hier in India, is dit het meest voorkomende straatbeeld: Mannen met elkaar, in groepjes of met zijn tweeën; mannen zijn altijd met elkaar bezig.
Ook Bali is, net als India, hindoeïstisch. Religie doordrenkt het dagelijkse leven. Zowat elk huishouden heeft een eigen huisaltaartje. Goden, half goden, wijze leiders, goeroes, nog levend of al dood, ze bevolken allemaal hetzelfde universum, dus ook hier en nu, ze wonen overal om je heen.


In het dorpje waar ik pas doorheen liep, zijn er op enkele meters van elkaar, zowel hindoeïstische als christelijke gebedsplaatsen, ofwel uitingen dat ‘het goddelijke’ nabij is.
De interacties tussen Krishna en Arjuna spelen een grote rol in de Mahabharata, de epische geschriften van het hindoeïsme. Vooral in Bhagavad Gita staan ze centraal.
Misschien is dat het dus, wat ik zie.

 

maandag 23 februari 2026

Naar Coco Beach


 De wandeling van mijn plek naar Coco Beach. Op de kaart kon ik al zien dat,op de rechte weg naar de zee, vlak buiten het dorp, het alleen maar groen was, met vakjes: een gigantisch grote moestuin, zo bleek.

Aan de rand van het dorp, vlakbij de grote doorgaande weg, meerdere sjieke appartementencomplexen met verdiepingen. Ook zorg voor een wit kruis, met bankjes erbij.Maar ook overal de hindoeïstische altaartjes.De watertankvrachtwagens stonden er ook geparkeerd.

Verderop waren vrouwen granen aan het drogen en kwamen de kleinere huizen. Ik vind het aangenaam om te zien, dat er overal huisaltaartjes zijn én gemeenschappelijke buurtaltaartjes en tot slot de grotere tempeltjes. Alsof een andersoortige weefsel, dan wat in het westen ‘functionaliteit’ heet, mensen met elkaar verbindt.

Een christelijke inwoner heeft een mooie houten deur met Jezus erop. Er was net wierook aangestoken bij de grotere tempel.

Ik wandelde langzamerhand  het dorp weer uit, richting de zee. Er zijn ook piepkleine huisjes waar geleefd wordt. Ik kwam op de grote rechte weg met aan weerszijden alleen maar de groei van gewassen.

Verrassend om te ontdekken dat Coco Beach ook een toeristische trekpleister is. Er stonden veel auto’s geparkeerd, er waren bussen, winkeltjes, een restaurant. Je kunt er een boottocht maken o.a. om dolfijnen te spotten. Ik twijfelde even, maar het was wat heiig, dus zoveel uitzicht was er niet. Je moest een zwemvest aan, véél mensen in één bootje. Je zou maar zeeziek worden, is me ooit weleens gebeurd, toen het de bedoeling was om naar koraalriffen te kijken vanaf de glazen bodem. Ik zag ervan af.

Ik wandelde langs het strand. Het rumoer van toeristen verstomde en toen waren er alleen nog maar vissers.
Deze waren allemaal christen, gezien de namen van hun boten. Maar het kleine kerkje op het strand aan de toeristenzijde, deed nu dienst als veiligheidspost.

Weer terug, ging ik op het terras van het restaurant zitten. Een heel aangename plek, ik bleef er urenlang.

Grappig om te zien hoe toeristen het mooiste plaatje probeerden te maken.

Dezelfde rechte weg terug.

Iemand was aan het schoffelen, er liep een witte ‘kraanvogel’ met hem mee. Bij zee vlogen er trouwens zeearenden; witte kop, bruin lijf, die spartelende vissen, kraakvers uit het net, buit maakten.


Tja, ik wil niet al te kritisch zijn, maar het valt me wél op. Aan de overkant van de hoofdweg, tegenover het dorp dus, staat er ook een grote witte Portugese kerk. Zóveel ruimte heeft die ooit gemaakt voor zichzelf. Een brede opgang, een pleintje, een kloostergebouw en alles wit ommuurd. Hoeveel groen en woningen zijn daar indertijd voor vernietigd? Het straalt zo erg uit: dit is allemaal van ons.

De hindoeïstische tempeltjes zijn veel meer naar binnen gekeerd, organisch deel van de omgeving; ze hebben niet die buitensporige breedsprakigheid. De kleine christelijke kapelletjes hebben wel een ingekeerde sfeer. Wie plaatste dat gele bloemetje in de dichte deur?

Vanuit India, even in NY


 Het is wel een beetje apart: Ik heb net meer dat twee uur lang Live meegelopen met Sifat in New York, die door de blizzard wandelde, van Central Park naar Bryant Park en hij liep dus ook langs mijn ‘geadopteerde’ boom, aldaar. Vlak onder de boom uiterst rechts. Soms is de wereld heel erg klein. Er is nu meer dan 38cm sneeuw in Central Park gevallen, meldt het Nederlandse nieuws.

En ik zag vandaag groene moestuinen.

En vissers op Coco Beach.

En ik at er een Chicken Biryani.

En ik liep door een dorpje waar het heel duidelijk was dat hindoeisten en christenen met elkaar samen leefden:

Om, na een verfrissende douche, de dag te eindigen op mijn strand, op mijn favoriete plekje: