zondag 8 februari 2026

Boven op het dak


 Dit is echt een heel heerlijke plek. Ik denk aan Karlsson dat boek van Astrid Lindgren, van die jongen die op het dak woont en aan Minoes van Annie MG Schmidt. De geluiden van spelende kinderen, getoeter, geroezemoes van de stad onder je en om je heen, de oproep uit een moskee, kunnen kijken naar het leven op de andere dakterassen, twee schilders zijn bezig met het huis naast mij, een jongen probeerde een avond te vliegeren. En er vliegt een heel mooi klein blauw glanzend vogeltje.


De sfeer wordt natuurlijk ook bepaalt door haar bewoners. Als je de trap op klimt naar de gezamenlijke ruimte, zie je een altaartje met daarop een zwarte Ganesh. Moeder doucht zich elke ochtend, doet dan schone kleren aan, en steekt dan wierrookstokjes aan. Ook midden op de dag en in de namiddag ruik ik wierook. Vader blijkt een creatieveling; de stoeltjes waarop ik zit heeft hij gemaakt en ook de lamp die ik elke avond als enige aan heb, gemaakt van een oud fotostatief en een emmer. Hij scharrelt graag dingen bij elkaar.


Ik hoorde al langdurig getrommel en muziek en omdat het aanhield, besloot ik toch maar naar beneden te dalen en liep erheen. Ja, het was weer een bruidegom op een paard, maar deze keer werd er heel vaak gestopt en gedanst. De mannen dansen soms tegen elkaar, een beetje ophitsend, de bruidegom komt van het paard en doet ook mee, later stijgt hij weer ten paard en neemt hij een kind voor zich mee op het zadel. De vrouwen lopen achteraan met een schaal met wierook, pas bij het bruiloftshotel waren het de vrouwen die in een kring rondom hem gingen dansen en hem naar binnen begeleiden. Ik hoor overigens gedurende de hele dag van ergens vandaan, regelmatig trommels.


Héél apart om Bella Ciao te horen in Indiase versie.


En dan zo’n leuk stilleven omtrent het ambacht van de schoenenpoetser.


In dit orkestje speelde ook een vrouw mee.