De Ajanta Caves zijn 27 boedhistische kloosters die ontstaan zijn tussen de tweede eeuw voor Christus tot de achtste eeuw daarna. Boeddhistische monniken kwamen uit de hele omgeving, ook uit Thailand, Vietnam en Sri Lanka, om hier te wonen en te werken. Ze liggen prachtig, in een hoefijzer vorm met eronder een stromende rivier en vruchtbare grond. Elk klooster had via trappetjes een toegang tot het water.
Een heel aantal grotten zijn van binnen beschilderd, tot en met het plafond. Ze zitten vol scènes uit de Jataka, dat zijn de verhalen over Boeddha in zijn vorige levens, ook toen hij nog een dier was. Dientengevolge is er naast natuur, ook het dagelijkse leven en het hofleven uit al die tijden te zien. Opvallend schijnen de zeer veel verschillende kapsels van de vrouwen te zijn, ze getuigen van verfijning en de dynamische wereld die er ooit was. Want het waren de koninkrijken van toen, die de monniken als het ware sponsorden om zich in deze grotten terug te kunnen trekken.
Helaas is er weinig van bewaard gebleven én pakt mijn camera het niet in het donker. Ook met het blote oog was het moeilijk om details waar te nemen.
De sfeer in elke grot was anders. Deze kenmerkte zich door de staande boddhisatva’s; degenenen die de verlichting nog niet hebben bereikt.
In de ene was de Boeddha in steen uitdrukkelijk vergezeld door zijn leerlingen. Er was ook één heel eenvoudig grotje , wat meer een kluis voor een enkeling was. Anderen hadden een monumentaal voorportaal. Sommigen waren gedomineerd door een stupa en dat waren de oudsten.
Mooi ook, om je voor te stellen hoe het water stroomde onder hen en ze omringd waren door elkaar en de bergen eromheen.
Bij deze heel eenvoudige Boeddha zat ik een poosje en herinnerde mij, hoe het de grote staande Boeddha in Sri Lanka was die mij voor het eerst dichtbij het Boeddhisme bracht. Ik was zeventien jaar.
Ik raffel dit blogje nu even af, ik realiseer mij opnieuw dat woorden en mijn plaatjes tekortschieten.
Het bleek dat je niet mocht filmen, maar ik ging nog net lang genoeg door, zodat de hele Boeddha erop kwam. Nu hoor ik mezelf als laatste woord No’ zeggen, terwijl alles in mij op deze plek juist het omgekeerde zei: JA!










