Vanavond at ik de helft van de sardientjes die ik gisteren van het strand heb opgeraapt. Binnen het grote net waar de vissers aan weerszijden het net steeds meer het strand optrokken, waren voornamelijk vrouwen mandenvol sardientjes aan het vergaren. Ook voorbijgangers, zo leken ze mij, propten plastic tasjes vol. Ik durfde niet goed mee te doen, misschien vergiste ik mij en hoorden deze ook bij de officiĆ«le oprapers.Maar buiten het net spartelden ze ook in de branding en lagen ze daar in het donker in het zand…Lekker.
Het is leven als God in Frankrijk, dacht ik. Het is overal rustig, de zee voor je neus, het gestage geluid van de branding. Je drinkt een frisse lassi en je eet, met rust in de portemonnee, je pannenkoekjes gevuld met fruit.

