Wat ik ook zag onderweg van Candolim naar Panaji; resten van een carnavalswagen, een kleine kopie van de stier die op Wallstreet in New York een publiekstrekker is. Opvallend hoe rijk en overvloedig het visaanbod was op de markt in Nerul.
De eerste rivier die ik overstak, vlak buiten Candolim. In de verte een aardig grote Portugese kerk op een heuvel.
De tweede rivier, heel breed , die uitloopt in de zee, bij Panaji. Een drukke stad, met ringwegen alom. Ik keek in een uitzonderlijk goed onderhouden groen ‘park’; het bleek een wetenschappelijk onderzoeksstation te zijn.
Aan de oever ligt Fonteinhas; de vroegere stad van de Portugezen, nu cultureel erfgoed.
Sfeervolle straten, maar ook een beetje raar vanuit koloniaal perspectief. Woonden hier dan tot 1961 voornamelijk Portugezen? En waar woonden de vissers dan en de andere Indiërs?
Dit raampje deed mij denken aan het huisje van Ingrid op de bovenverdieping in Mumbai. Zij woont ook in een Portugees Heritage Village.
Aan de kleurige linten langs de weg, kon je nog zien waar de Carnavalsoptocht op Zaterdag langs was gegaan. Het was nog Carnaval; een hele straat afgezet als feestlocatie.
Aan de voet van de heuvel, vlakbij de grote witte kerk, was er ook een hindoeïstische tempelcomplex. Weer bij een oude boom. Van vóór af na 1961, toen Goa bij India ging horen?
Op de rivier grote drijvende casino’s, waarvan deze de grootste is met de naam Big Daddy. Ik nam nu wel de veerboot bij de terugweg en daarna de bus.










