‘Wat leuk dat je terug gekomen bent!’, zegt ze en ze begint te vertellen. De Buddha Bar is door haar schoonbroer begonnen, 25 jaar geleden. Toen was er nog helemaal niks: drie tot vijf shacks aan de ene kant en ook zoiets aan de andere kant. Ze wappert met haar armen naar weerszijden. Om acht uur s’avonds was het doodstil en zó rustig, want er was nog geen elektriciteit.
Nu, sinds vijf jaar, runt zij de tent met haar man. Die is de allerjongste van een grote familie. Die schoonbroer is de oudste en woont nu met zijn hele familie in Liverpool, met een Engelse vrouw. De laatste keer dat ze er waren is vier jaar geleden. Zelf woont ze achter de shack. Een keer in de drie jaar wordt het contract over de shack verlengd met de overheid.
Ze is heel smaakvol gekleed, geheel in het wit, met een gehaakt hemdje en kleurige kettingen en nadat ik er ook een prawn-curry had besteld, die at als een maaltijdsoep vol grote garnalen, heel delicaat van smaak, kwam ze vertellen dat ze alle massala’s, dat zijn dus kruidenmengsels, zelf maakt, het wordt verder in de keuken door anderen bereid. Ze hebben zes mensen ‘personeel’, die allemaal ook een groen-geel t-shirt dragen met Buddha Bar erop, daarbij horen ook twee vrouwelijke masseuses, zag ik. Maar de hiërarchische scheiding is maar dun, want het was één van degenen die ook obert, die tegen haar iets iets zei in de middag dat ze moest stoppen met praten omdat mijn pannenkoekjes koud werden.
Hij heeft gelijk, zei ze lachend, ik hou teveel van praten.
De laatste drie jaar zijn er heel veel Russen gekomen, een van de masseuses heeft er even gewoond en haar de basiswoorden Russisch geleerd. Zelf is ze graduated, heel lang geleden, vandaar haar goede Engels, naar wat ik begrijp, gewoon in Goa zelf. Ze vroeg mij hoe oud ik dacht dat ze was. Ik zei: veertig jaar. Ze gaf me onverwacht een kus op de wang: je bent de eerste die het goed heeft, de meesten denken achter in de twintig! Ze hebben twee zonen, eentje van vijf, de jongen met de bal die rondliep, en eentje van veertien die ondertussen torenhoog boven haar uitsteekt.
Ja, het was mij al opgevallen, toen ik tussen de strandbedden was gaan lopen, dat ik vooral Russisch om mij heen meende te horen en ook wel Engels bij degenen die aan het lezen waren. De Engelsen hebben een hekel aan de Russen, hoorde ik nu. Tja, vanuit Europees perspectief natuurlijk begrijpelijk… je denkt: al die oligarchen die in het begin van de oorlog hun kapitaal naar het buitenland hebben verplaatst en nu dikbuikig liggen te roosteren…Zouden zij ook bijgedragen hebben aan de vele drankwinkels, waar mij al was opgevallen dat er verschillende soorten wodka’s te koop zijn?
Overigens waren er nu ook jonge, bleke gezinnen met kinderen en dat kan deze week natuurlijk omdat het carnavalsvakantie is. En jonge witte stellen; zijn dat dan vooral leraren en onderwijzers?
Ook de vissers waren actief bezig. Ik liep nu later dan eerder terug naar de Bob Marley Shack, het is volgens Google Maps 2,3 km vanaf de Buddha Shack, en op de lege donkere stukken, waar de vissers leven, kwamen blaffende honden mij nu tegemoet.
Till tomorrow! zei iedereen bij de Buddha Shack. Ja, ik kom er zeker terug, ik vond het er meteen sfeervol.
I like green, had ze al gezegd en ik beaamde dat het mooi stond, sowieso dat de hele inrichting mij wel aansprak. Ja, maar het is wel een beetje aan het verlopen, zei ze. Daar had ze ook gelijk in. Maar het niet perfecte is voor mij juist een deel van de charme.
Er wordt ook waterpijp gerookt, stoelen en tafeltjes al weggehaald wegens vloed, al die leuke plekjes waar je je verjaardag kunt vieren of een huwelijksaanzoek kunt doen, zijn sprookjesachtige verlicht. Er was een groep aan het volleyballen.




