zondag 1 februari 2026

Chor Bazaar


 Om mijn voeten te sparen, nam ik eerder een riksja naar Bandra Station, nu wandelde ik. Ik passeerde een man met aardbeien op zijn hoofd, oude bromfietsen op een hoop, twee kloosters. Ik zag nu pas hoe groot de moskee is naast het kleine stationsgbouw links daarvan.


De trein ging naar halte Grant Road en vandaar zou ik al snel in Chor Bazaar komen. Chor betekent ‘dief’, vroeger zei men, dat als er iets van je gestolen was, je het daar wel terug zou kunnen vinden. Wikipedia geeft de misleidende beschrijving dat het zou gaan over de grootste vlooienmarkt van Azië en geliefd bij toeristen. Ik wandelde langs die aparte mix die ik tot nu toe overal zag: van verwaarloosde koloniale architectuur en moderne gebouwen. Aangekomen in het gebiedje wat op Google Maps ‘Chor Bazaar’ heet, zocht ik dus naar een heel grote marktruimte, waar ik mij voorstelde heel veel kraampjes te zien.


Gaandeweg kwam ik er pas achter dat de hele wijk, de woningen en de winkeltjes eronder, de overdekte markten waar voedsel werd verkocht ertussen, dat alles Chor Bazaar is! Veel winkels waren op Zondag gesloten, waarschijnlijk was dan eerder het kwartje gevallen. Dus ik heb geen allerhande antiek gezien, maar desondanks bleef het een stortvloed van sensaties. 
Wat ik zoal zag?


De dieren; afgehakte geitenkopppen op een tafel. Poezen die slapen boven de kippen op de grond, honden, geiten, ganzen.


De duivenverzamelplaats. Honden en katten hebben er een vrij leven, de rest is er voor consumptie. Ik weet niet wat één enkele oude, vastgebonden tussen de kruiden en andere spul daar doet.


Ik dronk een kopje Chai en zag slapende en kaartspelende mensen, temidden van hun koopwaar.


Ambachtslieden nijver bezig. Ik richtte mijn IPad enigszins toevallig, ik had honderd anderen kunnen vastleggen.


Al die kleine winkeltjes en werkplaatsen, sommigen niet groter, dan waar één mens in kan zitten of staan.
Anderen in een lange straat: alleen maar keramieken tegels en plavuizen, of allerhande ijzerwaren.


Een groepje mannen bij oude houten palen, het had hun interesse, misschien toch iets bijzonders voor hen?


Bij een heel oude boom, een tempeltje waar een dikke vette rat aan de offeranden smikkelde en daar vlakbij andere ratten in de zooi. Is dit koning rat met de onderdanen in een heel grote rattenkolonie?
Héél ergens anders, wat bloemetjes rondom zomaar een boom.


Eén van de vele, vele kapperszaken, altijd twee stoelen naast elkaar.


Weer terug bij het station, langs kleding, dronk ik nog een glas suikerwater. Op het leven in al haar kleurrijke gedaanten: Proost!