zaterdag 21 februari 2026

Op de weg van Candolim naar MOG


 Ik wandelde naar MOG, het Museum Of Goa, door een vruchtbare vallei,waar de rivier langs stroomde.


Ook een heel christelijke weg: ik kwam geen enkel kleine hindoeïstisch gebedsplaats tegen. Een brede weg voerde allereerst naar de grote kerk op de heuvel die ik al eerder vanaf de oever gezien had.


Ook veel villa’s langs de weg, met een wit kruis verwerkt in de omheining. Ik stel mij voor dat hier rijke Portugezen woonden,met zowel een rivier, als de zee vlakbij. Ik zou het dus Portugeze architectuur noemen, maar in MOG wordt het de architectuur van Goa genoemd; oké, je wilt niet blijven verwijzen naar het verleden van de agressor…


Ik begreep wel dat de Portugezen alle bestaande hindoeïstische tempels hebben vernietigd in Goa. In Zuid Goa hebben ze een plek over het hoofd gezien; alleen daar is nu nog een grote concentratie tempels op een  klein oppervlakte. Subodh Kerkar heeft er een kunstwerk over gemaakt: Goa’s Ark, refererend aan de ark van Noah.

Onderweg zag ik twee bouwprojecten, die nooit af zijn gemaakt. Men stelde zich hier luxueuze villa’s voor. Op de ene waren twee bouwvakkers met de hand en een mand op het hoofd stenen aan het versjouwen. Op dit tempo duurt het nog een eeuwigheid.


Richting de oever zag ik wel een aantal affe wooncomplexen. Een wasserij zal het ook wel goed doen, nabij het water. Het MOG ligt op een heuvel, in de verte zag je de rivier.



Ook een moderne villa:


Pal naast de grootste witte kerk, met kloostergebouwen, een kerkhof, een kruisweg, is er nu wél een hindoeïstisch tempelcomplex. Het heeft iets van: lekker puh, jullie verliezen de macht, wij gaan bouwen.


Vlak voordat ik Candolim binnenliep, ook hier twee hindoeïstische tempels. Uit eentje kwam vrolijke muziek. Ik keek door de struiken heen, maar er was verder niemand.