Ik betrap mezelf op een soort van gedrag als ik ergens voor het eerst ben. Dan wil ik een beetje dwalen, maar het wordt allengs een beetje echt verdwalen.
Het strand is hier 200 meter vandaan en daar aangekomen trof ik aan beide kanten een front van parasols en Beach Shacks , zoals ze hier heten: strandtentjes dus, waar rij aan rij westerse toeristen op ligbanken onder parasols liggen. Ik onthield een beetje vaagjes dat het bij een rieten puntdakje was, waar ik het strand was opgekomen. Ook mijn smartphone had ik per ongeluk/express ‘vergeten’.
Ik wandelde naar links, waar het strand leger leek, en vond het ook: plekken waar ik gewoon, alleen, mijn handdoekje op het zand kon leggen.
Aan de hoofdstraat, parallel aan het strand vond ik een klein winkeltje voor de eerste eetboodschappen, want ik kan nu ook koken. Met de boodschappen in een tas, wilde ik nu wel terug.
Maar… waar was ik precies? Vanaf de hoofdstraat wist ik zeker niet zomaar te kunnen herkennen wat de afslag was naar mijn verblijfplaats. Dus terug naar zee dan maar, op zoek naar het herkenningspunt.
Er liepen me voornamelijk pensionado’s tegemoet, terug van een dagje zon en zee. Maar op het strand wist ik écht niet meer waar ik wezen moest, want er waren vele rieten puntdakjes. Dus op goed geluk er weer af, het binnenland in. Ik zag al snel dat het niet de juiste weg was, maar liep toch door.
En toen kwam ik dus in een stuk waar allemaal kleine huisjes stonden, met golfplaten als dak en waar de was hing en waar er overal moeite werd gedaan om jong geplante bomen te beschermen en water te geven.
Leuk, hier gaat het me dan om. Een ‘dorpje’ tussen alles wat er voor de toeristen is gebouwd. Waarschijnlijk is dit een lila geschilderd kruis.Want Goa is door de Portugezen veroverd en Indiërs werden christelijk.
Ik kwam weer terecht doordat, opnieuw terug naar het strand, een ‘strandtent-jongen’ voor mij belde naar Karthik. Ik zat bijna goed, nog drie strandtenten verder en nu weet ik dat de Bob Marley-shack mijn punt is van herkenning.



